Omhoog
Reflectief
◊ Eau de toiletteje, wie haalt het in zijn hoofd? - Spellingregels zijn een evenwichtsoefening - Ludo Permentier in De Standaard van 19/20-12-2009 Opinie en Analyse
n.a.v. Het Groot Dictee der Nederlandse Taal - Eerste Kamer in Den Haag
- zaterdag 19 december 2009
De Standaard 19-20-12-2009 Opinie & Analyse | 51
- Auteur: Ludo Permentier

Wie? Taalcolumnist en projectleider bij de Nederlandse Taalunie.
Wat? Dat vergezochte woorden moeilijk te spellen zijn, is niet onlogisch.
Waarom? We gebruiken ze bijna nooit, dus zit hun spelling niet in ons geheugen.
SPELLINGREGELS ZIJN EEN EVENWICHTSOEFENING — Als zelfs de winnaar van het Groot Dictee zeven fouten schrijft in een al bij al korte tekst, hebben we dan niet dringend een nieuwe, eenvoudiger spelling nodig? Of loopt het met die vernieuwingen juist de spuigaten uit?
Spelling is een ontplofbaar product. Iemand moet maar een vonkje maken door de publicatie van een boek over spelling, een tijdschriftartikel of een persbericht, en er volgt een klap. Een oorverdovende klap, want wie in de buurt stond, lijkt daarna doof voor redelijke argumenten.
Ook deze week weer. Een Nederlandse hoogleraar formuleert wat onhandig haar hoop dat sommige spellingregels vroeg of laat vereenvoudigd worden, de medewerker van een persagentschap noteert dat als een vaststaand feit, op enkele websites verschijnt het bericht dat er weer eens een nieuwe spelling komt en daar staan binnen enkele uren tachtig verontwaardigde lezersbrieven onder.
Je kunt die lezersbrieven op twee stapeltjes leggen, en die zijn ongeveer even dik. Het ene stapeltje zegt dat sommige spellingregels onleerbaar en onhanteerbaar zijn. De tekst van het Groot Dictee schijnt deze stelling te ondersteunen. Eau de toiletteje, wie haalt het in zijn hoofd? En barbiepop zonder hoofdletter, maar Bokseropstand mét! Of kop-van-jut met streepjes en Jan en alleman zonder! Welke wereldvreemde letterfetisjist heeft dit wel niet bedacht. Schaf af al die spitsvondigheden. Bedenk regels naar mensenmaat.
Uit de andere stapel brieven klinkt een jeremiade op over de talloze wijzigingen die onze spelling volgens de auteurs al ondergaan zou hebben. Je kunt hier haast geen krant kopen of ze spelt anders dan de dag tevoren, lijken die mensen wel te denken. Dat is natuurlijk niet zo. Ik heb het even nageteld: in de eerste 12 kolommen van het Groene Boekje van 1954 heb ik twee woorden gevonden die we vandaag anders spellen. Dat zijn twee woorden op zeshonderd (aalbessejam en aalbessestruik). En toch zijn er mensen die blijven roepen dat ze allang niet meer kunnen volgen. Hebben die eigenlijk ooit goed gespeld?
Als van deze twee opinies nu maar één deugde en de andere niet, dan was het simpel. Het probleem is precies dat er voor allebei de standpunten veel te zeggen valt. Ja, sommige regels zijn heel moeilijk toe te passen en je kunt de taalgebruiker die een onberispelijke tekst wil afleveren, alleen maar aanraden voldoende vaak te twijfelen en die woorden op te zoeken. Om eerlijk te zijn, ik moet ook elke keer een boekje openslaan voor ik kop-van-jut schrijf. De laatste keer moet dat, buiten het Dictee en dit opiniestuk, zo ergens in de jaren zestig geweest zijn. En balkenendenorm, eau de toiletteje en statten heb ik voor deze week nog nooit geschreven. De woorden waar mensen grijze haren van krijgen, vind je wel in het Groot Dictee, maar in het wild zijn ze heel zeldzaam. Dat is precies de reden waarom je ze niet uit je hoofd kent. Woorden als wijzigen, citroen, sigaar, beantwoorden, goochelaar, professor en Brusselaar zijn ook moeilijk, maar ze zitten in ons geheugen, klaar voor gebruik.
En dus hebben ook de mensen gelijk die stabiliteit in de spelling vragen. Als die er niet was, dan zouden we inderdaad voortdurend gaan twijfelen. Verrassend, misschien, is dat de Taalunie sinds haar oprichting dertig jaar geleden geen motor was voor spellingverandering, maar integendeel hardnekkig vastgehouden heeft aan die stabiliteit. Mag ik even uw geheugen opfrissen?
De laatste omvangrijke spellingwijziging dateert van 1947 en het Groene Boekje waarin die werd beschreven van 1954. Vier belangrijke wijzigingen kregen we toen: de niet meer gebruikte naamvals-n werd niet meer verplicht (den ouden man werd de oude man); de niet meer uitgesproken -sch werd afgeschaft (visch werd vis); het verschil tussen kolen (brandstof) en koolen (groente) verviel; sommige bastaardwoorden mocht je schrijven volgens een voorkeurspelling (acteur) of een toegelaten spelling (akteur).
Vooral omdat die laatste regel veel twijfel veroorzaakte, liet de Taalunie in de jaren tachtig een commissie werken aan een oplossing. Die commissie, onder voorzitterschap van de Leuvense hoogleraar Guido Geerts, kwam met een plan om woorden waar je niet aan hoort dat het bastaardwoorden zijn, te spellen alsof ze van oorsprong Nederlands zijn. Dus sitroen, klakson, tee en kado. De Taalunie wees deze voorstellen af omdat te veel woorden erdoor zouden veranderen.
In de plaats daarvan behield ze de voorkeurspelling, en daardoor zitten we nu met moeilijk uit te leggen verschillen als tractor en trakteren of citroen en sigaar. Wel kwamen er nieuwe regels voor een relatief klein detail dat altijd al problemen had opgeleverd: moet je een n schrijven in woorden als honde(n)kop, honde(n)hok, honde(n)liefhebber, honde(n)baan? De nieuwe regel zegt in wezen dat het eerste zelfstandig naamwoord in zo'n samenstelling de meervoudsvorm is als die bestaat. Dat viel in 1995 slecht bij veel taalgebruikers, die bleven denken aan de betekenis: een hondestaart is de staart van één hond, een hondenliefhebber houdt van veel honden.
Toen in 2005 weer een Woordenlijst op de markt kwam met nieuwe woorden en een nieuwe inleidende tekst, bleven die betwiste regels overeind. Ook dat gaf weer herrie in de media, maar ook hier weer hield de Taalunie voet bij stuk: de regels veranderen niet. Dat is ook de waarheid, op enkele kleinigheden na waar intussen niemand meer rouwig om is (paardenbloem schrijf je nu met n, zoals paardenstaart).
Twee zaken moeten rechtgezet worden in het collectieve geheugen, want ze zijn aantoonbaar fout: de spelling van het Nederlands verandert niet om de tien jaar en de Taalunie is niet uit op veranderingen, maar net op stabiliteit.
Blijft natuurlijk het feit dat sommige woorden moeilijk te spellen zijn. Gelukkig gaat het dan om woorden die de meesten van ons niet kunnen schrijven zonder ze op te zoeken. Daardoor vallen die fouten ook niet op. Of iemand kop van jut schrijft, of kop van Jut, kop-van-jut of kop-van-Jut, als het al wordt opgemerkt, neemt niemand dat die schrijver kwalijk. En dat is maar goed ook. Goed schrijven is je gedachten helder en genuanceerd onder woorden brengen, als het kan in zinnen die aangenaam zijn om te lezen. De spelling van vergezochte woorden moet het laatste zijn waar je als schrijver wakker van ligt.
Omhoog
◊"De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal. Themabijeenkomst van de Afdeling Letterkunde van maandag 9 mei 1994" boekpublicatie Kon. Ned. Ac. van Wetenschappen op het internet beschikbaar
Een oudere publicatie kan een verbazend gehalte aan inhoud hebben en daardoor actueel blijven.
Met die idee vestigen wij uw aandacht op deze publicatie.
Thijmen Koopmans is de redacteur.
De digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (dbnl) maakt het boek in 2009 op het internet toegankelijk. Klik hier
Overzicht van de inhoud:
- W.P. Gerritsen Inleiding
- E.H. Kossmann Het probleem in de historische wetenschappen
- H.W. von der Dunk Het probleem in de historische wetenschappen Commentaar op E.H. Kossmann
- C.J.M. Schuyt De problematiek in de gamma-wetenschappen
- J. Breman De problematiek in de gamma-wetenschappen Commentaar op C.J.M. Schuyt
- J.J.M. Beenakker De situatie in de beta-wetenschappen
- K. Bakker De situatie in de beta-wetenschappen Commentaar op J.J.M. Beenakker
- M.V. Storme De visie van een Belgisch jurist
- J.M. Polak De visie van een jurist Commentaar op M.V. Storme
- H. Steinmetz Het perspectief vanuit het buitenland
- H.W. Bodewitz Het perspectief vanuit het buitenland Commentaar op H. Steinmetz
- T. Koopmans Samenvatting
Omhoog
◊ Taal in de Vlaamse medische wereld - Dr. Karel Seghers in Periodiek juli 2009
Taal in het algemeen
Taal is het belangrijkste communicatiemiddel tussen personen en groepen, b.v. bevolkingsgroepen, zo heeft elk volk of elke groep van volkeren zijn taal, zijn eigen taal, wij Vlamingen, Zuid-Nederlanders, het Nederlands.
Opdat een taal haar rol zou kunnen spelen moet zij in de eerste plaats duidelijk zijn. Dat hangt van verscheidene factoren af: het woord, de zin, de uitspraak/schrijfwijze.
Het woord moet wel omschreven begrippen dekken, zo niet komt men tot misverstanden, denken wij b.v. aan het woord “aardig” in Noord en Zuid.
Daarenboven dienen de woorden te worden geplaatst in begrijpbare, logisch opgebouwde zinnen; dit vraagt zeker voor de gesproken taal gewoonte, oefening beginnend op school, nog beter thuis (met de paplepel !!!!!).
In duidelijk taalgebruik speelt juiste, uniforme terminologie een belangrijke rol ; hier komen wij op terug wanneer wij het hebben over de medische wereld.
Van het grootste belang is de uitspraak; de invloed van het dialect is hier belangrijk en dat is begrijpelijk, kan zelfs verrijkend zijn: luister maar eens naar Maastrichtenaars onder elkaar, zuiver dialect, en de Maastrichtenaars met een “vreemde”, wat een keurig Nederlands. Maar in Vlaanderen speelt de verkavelingstaal, noch vis noch vlees, een belangrijke, ongunstige rol.
Taal moet niet alleen duidelijk zijn maar ook verzorgd. Elke aangesprokene mag dit verwachten, het is een vorm van beleefdheid tegenover de andere. Maar het is ook een natuurlijke vorm van zin voor eigenwaarde. Dit laatste begrip staat de laatste decennia onder druk; een zekere slordigheid uit zich in alle aspecten van de samenleving, ook in de taal: in het zuiden uit dit zich in de slordige, stijlloze verkavelingstaal, in het noorden in de inslag van de gangbare dialecten van de randstad Holland (of gewoon slordige taal).
Stijlvolle taal getuigt van cultuur, meer dan een net pak en gepoetste schoenen. Reeds tussen de twee wereldoorlogen werd gedroomd van en gedacht aan de Vlaamse gentleman, die keurig Nederlands spreekt, voor een gedeelte ingegeven door de gedachte in te gaan tegen de toenmalige en nog bestaande gedachte dat Frans spreken, zelfs Brussels Frans, van stijl getuigt. De Vlaming meent veelal dat hij een verzorgde taal zo maar uit zijn mouw kan schudden, wanneer hij het wil en nodig heeft: dat is een grote vergissing. Beschaafde taal is een dagelijkse opgave en gewoonte, ik zou bijna zeggen oefening, en dat in de meest verschillende omstandigheden en met personen van de verschillende lagen in de maatschappij.
Om dat doel te bereiken is niet alleen wil nodig, maar ook strategie, en heeft men best ook een voorbeeld. Tot het begin van de zestiende eeuw werd het Nederlands gevormd door het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant; illustratief is de grote invloed van deze twee gewesten bij het opstellen van de Dordtse statenbijbel. Met de scheiding der Nederlanden is de invloed van het zuiden teloorgegaan en hebben wij de vroegere plaats nog niet heroverd. Wij dienen te aanvaarden dat sedertdien de evolutie van het Nederlands in het noorden wordt bepaald; door dat in te zien en onze mogelijkheden te gebruiken, kunnen wij langzaamaan weer invloed verwerven; een gebrekkige is geen voorbeeld voor een lange afstandsloper.
Taal in de Vlaamse medische wereld
Om dit punt op de juiste manier te belichten is een korte geschiedkundige uiteenzetting gewenst.
Lees verder
Omhoog
◊Interview met de taaladviseur van de VRT en hoofdredacteur van Van Dale Ruud Hendrickx 23-5-2009

'Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal'
© Ivan Put
'Mensen die klagen over taalverloedering, zijn geen echte taalliefhebbers', zegt Ruud Hendrickx ferm. Toch weten de kankeraars hem altijd wel te vinden. Behalve taaladviseur van de VRT is Hendrickx nu ook hoofdredacteur van de Dikke Van Dale.
Ruud Hendrickx laat de woorden verzorgd zijn mond uitglijden. Om zijn lippen hangt een schelmse grijns. 'Ik kan nergens komen of het gaat over taal. Meer zelfs: ik kan mijn kop niet laten zien of er wordt geklaagd over taal. Op den duur is dat vervelend, jazeker wel. Want er is toch meer in het leven dan taal alleen.' Hendrickx leunt diep achterover. Hij zet zijn blik op 'geslagen hond' en hij zucht. Al heeft hij al dat taalgekeuvel wel zelf gezocht natuurlijk.
Al meer dan tien jaar is Ruud Hendrickx taaladviseur bij de VRT. Al meer dan tien jaar spreekt hij journalisten en presentatoren erop aan als ze het Nederlands in de ether geweld aan doen. 'En neen, dat voelt niet aan alsof ik als een schoolmeester met mijn opgeheven vingertje sta te zwaaien. Ik doe aan kwaliteitsbewaking. De VRT heeft aan de overheid beloofd om zijn taal te verzorgen in zijn programma's en ons product moet op peil blijven. (trots) De VRT is trouwens de enige omroep in Europa die een taalbewaker in dienst heeft.'
Het gevolg van Hendrickx' nobele streven is wel dat 'taalliefhebbers' vlot de weg vinden naar zijn e-mailadres. De mailbox van de taalman puilt uit van de berichten van verongelijkte kijkers en luisteraars. Over Engelse leenwoorden in het journaal. Over de 'slordige' uitspraak van de radio- en televisiepresentatoren. Over dialectwoorden en foute zinsconstructies in talkshows. Over de 'botjes' van Peter Van de Veire en de 'straffe madammen' van Yasmine in Zo is er maar één.Kortom: over taalverloedering bij de openbare omroep.
'De mensen die zich daarmee bezighouden, zijn geen echte taalliefhebbers', zegt Hendrickx droog. 'Een echte taalliefhebber bekijkt zijn taal met liefde. Die zegt: “goh, wat zit dat toch allemaal mooi in elkaar,. Die accepteert dat er verschillende soorten Nederlands zijn en dat die allemaal recht van bestaan hebben. Echte taalliefhebbers focussen niet op wat er misgaat, want er gaat ook zoveel goed met taal. Liefhebbers van schilderijen lopen toch ook niet de hele tijd te sakkeren in het museum. Neen, die gaan rustig voor een schilderij staan en laten het op zich in werken. Ze genieten ervan.'
U lijkt zich op te winden. Ergert u zich aan die klachten?
'Vaak wel, want die klagers hebben het zelden bij het rechte eind. Ze gaan uit van hun eigen idee van hoe een taal moet klinken. Als ze merken dat andere taalgebruikers anders met de taal omgaan, plaatsen ze hun stempel: taalverloedering! Niemand noemt het een verbetering, het is altijd taalverloedering. Maar taal is dynamisch, ze is in beweging en verandert. Wat zouden mensen die honderden jaren geleden Nederlands spraken, vinden van ons Nederlands? Dat is pure verloedering vanuit hun standpunt. Daarom mijn oproep aan al die zogenaamde taalliefhebbers: hou op met al dat geklaag! Het gaat prima met onze taal! We spreken nog altijd Nederlands en dat zal de komende vier-, vijfhonderd jaar niet veranderen. En bovendien: bij de VRT heb ik het voor het zeggen als het over taal gaat.'
Dat klopt, en de nieuwslezers en presentatoren van de openbare omroep moeten de standaardtaal gebruiken. Dat staat zo in het taalcharter van de VRT dat u hebt opgesteld. Waarom bent u zo streng in eigen huis?
'De standaardtaal is het enige register van het Nederlands dat geschikt is om voor een zo groot mogelijk publiek te gebruiken zonder dat je de aandacht naar de taal trekt in plaats van naar de inhoud. Standaardtaal is het neutraalste. Gebruik je iets anders, dan zal eerder je taalgebruik opvallen dan wat je aan het zeggen bent. En dat moet je vermijden. Uit het onderzoek dat wij hier doen, blijkt elke keer dat nieuwslezers en presentatoren pas vertrouwen uitstralen als ze standaardtaal spreken. Als ze dat niet doen, geloven kijkers en luisteraars hen niet.'
Zijn de normen toch niet een beetje aan het verschuiven? Iemand als Peter Van de Veire gebruikt toch woorden uit de tussentaal in zijn programma's?
'Je moet een belangrijk onderscheid maken: gebruikt iemand niet-standaardtalige elementen omdat hij niet beter weet of gebruikt hij die bewust. Als je het eerste doet, is er een probleem. In het tweede zie ik geen graten. Ik weet dat Peter Van de Veire heel intensief met zijn taal bezig is. Als hij vindt dat hij het woord 'botjes' moet gebruiken in plaats van 'laarsjes', heeft hij daar een reden voor. Dan begrijp ik dat. Als hij 'bottekes' zegt omdat hij niet beter weet, is dat iets heel anders. Of neem Yasmine. Als ze Zo is er maar één presenteert, doet ze dat meestal in zeer verzorgde standaardtaal. Maar ze laat soms met een hele vette knipoog, recht in de camera, haar taalniveau zakken. Ze doet dat zeer bewust, ze speelt met de taal. Dat is helemaal wat anders dan dat je alles in tussentaal zou presenteren.'
U hebt deze maand een bijdrage geschreven voor Ons Erfdeel. Daarin lees ik: 'Laat jongeren gerust tussentaal spreken.' Pardon?
'Van mij mogen jongeren zoveel tussentaal gebruiken als ze willen. Als ze maar - en dat is belangrijk - op school ook standaardtaal leren. Het heeft geen zin om tegen tussentaal tekeer te gaan. Tussentaal roei je niet uit, ertegen vechten is pure negatieve energie. Jongeren zijn daar ook veel coulanter in dan ouderen. De generaties komen wat dat betreft meer en meer tegenover elkaar te staan. De oudere Vlamingen, die soms nog hebben moeten vechten om hun taal te mogen spreken, vinden het heel erg dat de standaardtaal verdedigd moet worden. Terwijl jongeren zeggen: “Ach, laat maar waaien,. Voor hen is het Nederlands een vanzelfsprekendheid en dus gaan ze er slordiger mee om. Maar laat jongeren maar tussentaal spreken onder elkaar, laat ze sms'en en chatten in wat voor Nederlands dan ook, als ze ook nog maar standaardtaal kennen. Ik denk trouwens wel dat er ook bij de jongeren weer een tegenbeweging zal komen. Dat zij - of hun kinderen - op een bepaald moment toch weer nood zullen krijgen aan meer standaardtaal.'
Gaat de beheersing van de standaardtaal bij jongeren erop achteruit?
'Het hangt ervan af hoe je dat bekijkt. Het slaagpercentage van onze stemtest bij de VRT zakt nog altijd. Daaraan merken we dat de uitspraak van jongeren erop achteruitgaat. Blijkbaar vinden ze dat zelf niet zo belangrijk en leren ze het ook niet meer op school. Anderzijds schrijven jongeren nu veel beter. Hoe ze dingen verwoorden... dat is stukken beter dan vroeger. Jongeren voelen zich duidelijk meer vertrouwd met standaardtaal. Ze zijn creatiever en minder krampachtig met taal en de meesten schrijven hele prettige stukken. Maar de spreektaal, ja, die wordt heel informeel.'
Als jongeren massaal de uitspraak niet meer zo belangrijk vinden, moet er bij de VRT misschien meer ruimte komen voor verschillende accenten. Taalverandering hou je niet tegen, zegt u zelf.
'Dat zou kunnen. Niemand kan voorspellen hoe het Nederlands over vijftig jaar zal klinken.'
Bent u dan niet bang dat u iedereen zult moeten ondertitelen? Nederlanders krijgen nu al haast standaard ondertiteling op hun buik.
'Misschien net niet, omdat we het dan meer gewend zijn al die accenten te horen. In de ons omringende landen wordt toch ook niet ondertiteld?'
Waarom doet de VRT het dan?
'Dat vraag ik me soms ook af.'
Van u mogen jongeren tussentaal spreken, als ze ook maar de standaardtaal kennen. Uw collega taalexpert Joop van der Horst schreef in 'De Groene Amsterdammer' dat de standaardtaal te moeilijk is en dat we niet van iedereen een goede taalbeheersing kunnen verwachten. Net zoals niet iedereen 'minister, chirurg, laborante of damkampioen' kan worden.
'Dat is zo. Je kunt je ook afvragen of het wel nodig is dat iedereen standaardtaal kent. Zogenaamde taalliefhebbers maken die fout ook altijd. Ze verwachten dat iedereen dat kleine stukje superverzorgd Nederlands beheerst. Maar dat is niet voor iedereen bereikbaar en dat is ook niet nodig, vind ik. Als nooit van jou wordt verwacht dat je een traktaat schrijft, waarom zou je dan die hele woordenschat beheersen om traktaten te schrijven? Veel mensen hebben nooit de kans gekregen om standaardtaal te leren. Ik vind het denigrerend om mensen daarom te veroordelen.'
Verwacht u van de dokter of advocaat dat hij standaardtaal tegen u spreekt?
'Dat is iets anders, dat is een zaak van elementaire beleefdheid. Als ik standaardtaal spreek tegen iemand in de openbare ruimte, verwacht ik een antwoord in correct Nederlands. Misschien is dat een dada van mij en een puur emotionele reactie, maar ik ben de klant. Ik vind niet dat ze altijd standaardtaal moeten spreken, maar wel als ze het tegen mij hebben. Laatst was ik in een winkel in Brugge en de dame aan de overkant weigerde Nederlands tegen mij te praten. Ze bleef doorgaan in het Brugs. Dat kan niet, ik verstond haar gewoon niet.'
Misschien heeft die vrouw geen talent om standaardtaal te leren?
'Ze sprak wel Engels en dus moet ze ook standaardtaal kennen. Als je Engels kunt spreken tegen mij, kun je ook Nederlands spreken. Dat hoeft niet perfect te zijn, maar de beleefdheid vereist dat.'
Sinds deze maand bent u behalve taalbewaker van de VRT ook de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale. Wat gaat u doen bij Van Dale?
(Hendrickx glundert) 'De Van Dale maken! Zo simpel is het.'
En wat houdt dat in?
'Een hoofdredacteur bepaalt wat er in het woordenboek komt: de woorden die worden opgenomen, de woorden die eruit moeten, wat er over die woorden gezegd wordt. Ik heb al een lijstje klaar van Vlaamse woorden die ontbreken. Op den duur ontwikkel je daar een zesde zintuig voor. Ik herken ze meteen. Dan denk ik bij mezelf: “Hmm, ik moet toch eens checken of dat wel in Van Dale staat., En dan zoek ik dat op en meestal staat het er niet in.'
Hendrickx zet zijn computer aan. Hij klikt naar een document waarin een reeks vergeten Vlaamse woorden staat. 'De idiootste woorden ontbreken. Pletwals bijvoorbeeld. In Nederland zeggen ze daar stoomwals tegen, al komt er vandaag niet veel stoom meer aan te pas. Onze strijdplaats bij de verkiezingen staat er niet in. Ook de foertstem ontbreekt. Net zoals de babyborrel, de btw-carrousel, de enkelband van de veroordeelde, de sperperiode, het relanceplan, de schrootpremie... Je ziet, voorbeelden genoeg!'
U gaat dus de Vlaamse belangen verdedigen bij Van Dale. Mooi zo.
'Verdedigen is een verkeerd woord. Onze belangen moeten niet verdedigd worden, want Van Dale is een verklarend woordenboek. Het noteert enkel welke woorden mensen gebruiken en gaat daarbij uit van een gelijkwaardige behandeling van alle soorten Nederlands. Alleen is er door feitelijke omstandigheden een achterstand in het Vlaamse materiaal. De redactie zit in Utrecht en heeft daardoor veel minder toegang tot Vlaamse bronnen. De Standaard kunnen ze boven de Moerdijk bijvoorbeeld wel lezen, maar ons reclameblaadje of lokale gemeenteblad niet. En dus staan woorden waar niets mis mee is er nog niet in, gewoon omdat ze nog niet 'ontdekt' zijn door de redactie van Van Dale. Van Dale beseft dat er een inhaalbeweging nodig is en daarom ben ik er nu.'
Bent u een machtig man, nu u (taal)baas bent van de VRT en van de Dikke Van Dale? U beslist als het ware hoe wij moeten spreken, of niet?
'Neen, want ik ben een beschrijver van de taal. In welke zin zou ik machtig zijn? Denk je dat heel veel mensen ineens hun taalgebruik omgooien omdat er in Van Dale iets staat of omdat de nieuwslezer van het journaal het anders zegt? Neen, ik maak geen wetten. Wat ik zeg, verschijnt niet in het Staatsblad. Je krijgt geen boete als je iets doet wat mij niet aanstaat op taalgebied.'
'Van Dale spreekt geen waardeoordeel uit. Hij zal nooit zeggen: “Dit of dat woord mag je niet gebruiken,. De tijd dat woordenboeken dat konden, is voorbij. Wat Van Dale doet, is zoveel mogelijk informatie aanreiken, zodat een taalgebruiker zelf kan beslissen. De Van Dale vermeldt bijvoorbeeld dat bepaalde woorden enkel in Vlaanderen gebruikt worden. Dan beslist de spreker zelf wat hij met die informatie doet.'
'De VRT is een normverspreider. Wij laten horen dat standaardtaal niet per se stadhuistaal hoeft te zijn, dat je ook een prettige, informele babbel in de standaardtaal kunt voeren. Dat is heel wat anders dan dat ik zou zeggen: “Dit mag je zo niet noemen, Vlaming,. Wat ik wel zeg als taalbewaker, is: 'Wij bij de VRT noemen dat niet zo, VRT'er'. Maar wie ben ik om de taal vast te leggen voor zes miljoen Vlamingen? Dat zou pas hautain zijn.'
Ilse Degryse
Bron: De Standaard van zat. 23 en zond. 24 mei 2009 - Binnenland | 32-33
Omhoog
◊ Minderheidstale - verdwynende tale: Die gedagtes van 'n bittereinder - prof. dr. Ampie Coetzee
13-5-2009 (in het Afrikaans)
Dit is ons lot dat ons in dié tyd moet leef waarin ons geleidelik die inheemse tale van Suid-Afrika as onderwystale gaan sien sterf. Tale sterf; maar ons het nooit kon dink dat dit by ons sou gebeur nie.
Suid-Afrika is 'n meertalige land; maar meertaligheid beteken nie gelykheid van tale nie. Die Grondwet spesifiseer dat alle tale gelyk sal wees. Dis natuurlik onmoontlik in 'n land met elf tale; en dit moes van die begin af gesê gewees het. Tien van daardie tale is Afrika-tale, met Afrikaans as die taal met verlangs nog 'n Europese verbintenis – die ideale taal vir 'n nasie van Afrika en Europa, en sonder koloniale verbintenis. Maar ek wil nie Afrikaans verheerlik nie. Dis te laat. As tale nie gelyk kan wees nie, sou dit miskien die beste gewees het as die taal van die meerderheid die landstaal word, soos byvoorbeeld Zoeloe of Xhosa. Maar ons is gekoloniseer deur Brittanje, en waar kolonisering vanuit Europa gekom het, word die taal van die koloniseerder die sterkste taal; dan het dit niks met meerderheid of minderheid te doen nie.
Lees verder
Bron: LitNet SeminaarKamer - mei 2009
De beschreven toestand met de verengelsing in Zuid-Afrika van de universiteiten is in zekere mate en tot op zekere hoogte vergelijkbaar met wat zich in Nederland en Vlaanderen kan voordoen in het hoger onderwijs. De druk tot verengelsing van de Vlaamse universiteiten en hogescholen is bijzonder hoog.
Omhoog
◊ Onderzoek "Jongeren & de Nederlandse taal
N.a.v. dit onderzoek publiceerde Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Taalunie de volgende opiniebijdrage in De Standaard van dinsdag 28 april 2009 p. 14:
AAN DE JONGEREN ZAL HET NIET LIGGEN
Verloedert onze taal omdat jongeren geen moeite zouden willen doen om ze goed te beheersen? Geenszins, vindt LINDE VAN DEN BOSCH. Jongeren vinden 'goed Nederlands' wel belangrijk, maar alleen wanneer het ertoe doet.
Bijna alle jongeren in Nederland en Vlaanderen vinden het belangrijk om goed Nederlands te kunnen spreken en schrijven. Dat blijkt uit onderzoek. Verloedert onze taal omdat jongeren geen moeite zouden willen doen om ze goed te beheersen? Absoluut niet.
De Nederlandse taal is, zoals alle levende talen, voortdurend in beweging. En het gaat soms snel! Nogal wat volwassenen hebben de indruk dat het 'correct gebruik van de taal' dat ze twintig of meer jaar geleden hebben meegekregen op de lagere en middelbare school, stilzwijgend is afgeschaft. Destijds met veel moeite geleerde regeltjes over het gebruik van woorden en uitdrukkingen, lijken te zijn vervallen. Woorden die de leerkracht met rood onderstreepte, staan nu zonder gêne in het woordenboek.
Nogal gauw stelt men dat 'tegenwoordig alles mag' en dat je met deze mentaliteit geen taalbewuste jongeren kweekt. En intussen staat het Engels te dringen, zo is de algehele indruk, om het over te nemen op vrijwel elk gebied: dat van de wetenschap, het bedrijfsleven, maar net zo goed de ontspanning en de populaire cultuur. Daar moet de taal toch wel aan onderdoor gaan…
Heeft deze sombere visie enige grond onder de voeten? Om dat te weten hebben de Nationale Jeugdraad en het Vlaamse onderwijsblad Maks! samen met de Nederlandse Taalunie onderzocht of er bij jongeren inderdaad signalen zijn die wijzen op desinteresse, nonchalance, onkunde of op een negatieve houding tegenover correct taalgebruik. Daarvoor hebben ze een enquête uitgevoerd onder bijna tweeduizend Nederlandse en Vlaamse scholieren. De resultaten daarvan zijn op z'n zachtst gezegd belangwekkend.
Een overgrote meerderheid van de ondervraagden gaf aan het 'belangrijk' of 'heel belangrijk' te vinden om goed Nederlands te schrijven, zowel in een sollicitatiebrief, als in een tekst voor school of werk of een brief aan een bedrijf. Bijna iedereen vindt het even belangrijk om goed Nederlands te spreken tijdens een sollicitatiegesprek.
Onlogisch is dat niet. Dit soort geschriften en gesprekken dient om jezelf te verkopen en daarvoor zet je je beste beentje voor. Maar dat jongeren zich dit goed realiseren, is een signaal dat ze zich wel degelijk bewust zijn van de functies van taal. Ze tonen, misschien meer dan vorige generaties, het vermogen of op z'n minst de wil om hun taalgebruik aan te passen aan de omstandigheden. Dat wijst op een gevoel voor 'taalregisters'; verschillende stijlen of niveaus in het taalgebruik. Die kies je als je beseft dat een taal niet alleen dient om een boodschap over te brengen, maar ook om iets prijs te geven van jezelf als spreker.
Dat ze minder op hun taal letten tijdens een discussie op school of in een gesprek in een winkel, zou nog kunnen wijzen op gemakzucht. Maar vrijwel iedereen antwoordt dat er in het algemeen met volwassenen op een andere manier wordt gesproken dan met vrienden. Als het noodzakelijk is, willen jongeren dus goed spreken en schrijven, maar als het er minder toe doet, gaan ze soepeler om met taal.
Jongeren geven ook massaal aan dat ze wel degelijk goed Nederlands willen leren. Ze vertrouwen daarvoor op hun leraren, ze gebruiken woordenboeken en de spellingcontrole op hun computer, ze lezen om hun taal beter te leren beheersen en ze vinden het zelfs niet erg als ze door klasgenoten worden gecorrigeerd als ze iets verkeerd uitspreken.
Dat is een gezonde houding. Jongeren vinden taal belangrijk voor de manier waarop ze functioneren in de samenleving. Leerkrachten met een moderne visie zien het als hun taak daarop in te spelen en leerlingen te helpen die de verschillende taalregisters willen leren bespelen. Het opdringen van één vaststaand normbesef volstaat niet meer. De taalleerkracht moet de leerlingen helpen hun taalgehoor en taalgevoel te scherpen en ze leren om hun taal aan te passen, niet alleen aan de regels uit de boekjes, maar vooral aan de mensen en de omstandigheden waarin ze hun taal willen hanteren.
***
Het onderzoek ‘Jongeren & de Nederlandse taal’ is gehouden bij een betrouwbaar panel van 1783 Nederlandse én Vlaamse jongeren. Het is uitgevoerd door de Nationale Jeugdraad in samenwerking met de Nederlandse Taalunie en het jongerenblad Maks! van het tijdschrift Klasse. Het panel bestaat uit scholieren uit het voortgezet en beroepsonderwijs en geeft suggesties voor alternatief en beter beleid.
De onderzoeksresultaten van 'Jongeren & de Nederlandse taal' kan je downloaden via
http://www.jeugdraad.nl/jeugdraadpanel/
Omhoog
◊ Congres en debat Nederland - Vlaanderen over Nederlands in het hoger onderwijs
op 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement
Congres en debat Nederland – Vlaanderen 2008
10 oktober 2008, Vlaams Parlement
Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap
een gezamenlijk project van de stichting Nederlands, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie NL-TERM, het Algemeen Nederlands Verbond in Vlaanderen.
Tijdens het congres werd de Lofprijs 2007 van de stichting Nederlands uitgereikt aan de laureaat, de publicist Thomas von der Dunk
Beknopt verslag met samenvattingen van de sprekers
Openingszitting
De openingszitting werd voorgezeten door Arno Schauwers, voorzitter van de Stichting Nederlands. Hij gaf al vlug het woord aan mevrouw Monica van Kerrebroeck, CD&V, voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement.
Enkele thema’s van haar toespraak. Zij verwijst naar het openbaar pleidooi van Vlaamse Minister Ceyssens voor meer colleges in het Engels. Zij verwijst daarbij naar het antwoord van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Essentieel in dat antwoord is dat elke Vlaamse jongere een Nederlandstalig diploma moet kunnen verwerven. Zij verwijst eveneens naar de adviezen aan de minister van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en de Vlaamse Onderwijsraad. Zij haalt eveneens het algemene talenbeleid aan van de onderwijsminister.
Verder spiegelt zij voor dat er een evaluatie wordt voorzien van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Volgens haar is dit congres meebepalend voor de beslissingen die in dat verband moeten worden genomen.
Inleiding tot het congres Dr. Yvo J.D. Peeters, ondervoorzitter ANV vzw
namens de organiserende verenigingen
Samenvatting
Terwijl in de derde wereld nog vele volkeren strijden voor onderwijs in eigen taal, verkwanselen de Nederlandse en Vlaamse politieke en academische overheden dit fundamentele mensenrecht.
Vanuit een mis begrepen internationalisme wordt sinds enige tijd een niet-aflatende campagne gevoerd ten voordele van het Engels. Vooral in Vlaanderen, dat amper iets meer dan een halve eeuw het recht op hoger onderwijs in de moedertaal heeft bevochten, zou men beter moeten weten.
Maar ook grotere taalgebieden zoals Italiaans, Duits en zelfs Frans lijden onder verengelsing.
Opleiding en navorsing in een andere, daarenboven dominante, taal leidt nochtans tot conceptuele verenging, terminologische verarming en bovenal tot impliciete overname van maatschappelijke denkbeelden uit de dominante taal.
De dominantie van het Engels is in essentie niet cultureel maar wel een factor van de economische en politieke dominantie van de Verenigde Staten op wereldvlak en een hoeksteen van onze gecommercialiseerde maatschappij. Het hele Bologna-proces is geen Europeanisering van ons onderwijs maar wel een Amerikanisering. Evenzeer werken programma’s als Erasmus, Socrates en Da Vinci de verengelsing van Europa in de hand, ook al is het formele doel een veeltalig Europa te bewerkstelligen.
Het is bijgevolg hoog tijd in dit verband een alternatieve strategie te ontwikkelen.
Stand van zaken
Voor dit gedeelte neemt prof. dr. Willy Martin het voorzitterschap waar. Hij geeft meteen het woord aan prof. em. dr. Jozef T. Devreese, die gedurende het toegestane kwartiertje spreektijd het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal behandelt met een terugblik en een vooruitblik.
Aan de hand van treffende afbeeldingen in zijn powperpointpresentatie geeft hij een synoptisch overzicht van de evolutie van het Nederlands vanaf de eerste vindplaats van een Germaans woord in een Latijnse bron
(‘wad’ AD 107). Hij beklemtoont de betekenis voor de Nederlandse woordenschat van een Simon Stevin, die de meeste van zijn werken in het Nederlands publiceerde. Hij verwijst ook met fierheid naar de Nobelprijswinnaa r Corneel Heymans. Hij stelt dat de wetenschappen zich meertalig moeten ontwikkelen. Voor de huidige en de komende situatie zegt hij pertinent dat de huidige taalregeling van art. 91 van het structuurdecreet behouden moet blijven zowel voor de bachelors- als voor de mastersopleidingen. Die huidige tekst geeft een evenwichtige regeling aan tussen onderwijs in het Nederlands en onderwijs in een andere taal met het oog op internationalisering. Beleidsvoerders, raak nu niet aan die taalregeling.
Dr. Albert Oosterhof brengt verslag uit van zijn onderzoek “Engels voertaal aan onze universiteiten? Een invantaris voor de Culturele Commissie Vlaanderen-Nederland”
Samenvatting
Deze presentatie geeft een overzicht van de doelstellingen, werkwijze en resultaten van een enquête die in het voorjaar van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) werd uitgevoerd. De bedoeling was te inventariseren welk aandeel andere talen dan het Engels hebben in het onderwijs aan de Nederlandse en de Vlaamse universiteiten en wat de toekomstperspectieven zijn. In 2000/2001 voerde het secretariaat van CVN ook al een enquête uit bij de rectores magnifici van de universiteiten. Die CVN-werkwijze werd dus in 2007 herhaald om een indruk te krijgen van de evoluties die zich hebben voorgedaan wat betreft de onderwijstaal in het hoger onderwijs.
Ik geef op basis van enkele eerdere rapporten kort weer wat de achtergronden zijn van deze inventaris. Ik zal kort ingaan op de geldende wetgeving ten aanzien van de onderwijstaal in Vlaanderen en Nederland. In 2001 legde CVN contact met verschillende bewindslieden uit Vlaanderen en Nederland. Daarbij doet CVN enkele aanbevelingen, vooral over het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. De commissie stelt dat bacheloropleidingen volledig in het Nederlands zouden moeten verlopen, terwijl in de masters het aandeel van het Engels hooguit 20% mag zijn. De doelstelling van de inventaris in opdracht van CVN is na te gaan of recente ontwikkelingen in overeenstemming zijn met dergelijke aanbevelingen.
Verder wordt uiteengezet hoe de resultaten precies tot stand zijn gekomen. Een belangrijke opmerking is dat diensten die zich bezighouden met externe relaties en communicatie niet noodzakelijk een reëel beeld geven van het aandeel van het Engels. Het is daarbij ook mogelijk dat instellingen het aandeel van het Engels juist groter voorstellen dan het is, omdat ze een internationale uitstraling nastreven.
In de presentatie werd een samenvatting gegeven van de resultaten van de inventarisatie. De gegevens uit de enquête geven een beeld van de situatie in Vlaanderen tegenover Nederland, aan verschillende universiteiten. Aan de meeste Nederlandse universiteiten blijft het aandeel van het Engels in het bacheloronderwijs beperkt, maar wordt in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven. Er is in Nederland over het algemeen sprake van een toename van het gebruik van het Engels. Aan Vlaamse universiteiten is het aandeel van het Engels echter beperkter.
Bij die stand van zaken voegt Jan Roukens van de stichting Nederlands zijn bevindingen
Samenvatting
Taalgebruik in het Europese hoger onderwijs en in de wetenschap
Het referaat put de kwantitatieve gegevens voornamelijk uit een recent gepubliceerde studie van de Academic Cooperation Association (ACA), een vereniging van universiteiten en hogescholen in Europa die zich mede ten doel heeft gesteld de internationalisering van het hoger onderwijs te ondersteunen. In dat kader werd de studie English-Taught Programmes in European Higher Education uitgevoerd, over de situatie in 2007. Een eerdere studie over 2002 maakte het mogelijk een zekere ontwikkeling aan te tonen.
Hoewel de ACA wordt beschouwd als een organisatie met een missie, en dus niet neutraal, maakt de studie over 2007 een betrouwbare indruk. Er is veel onderzocht en naar achtergronden gepeild, terwijl de onzekerheidsmarges inherent aan enquêtes zorgvuldig in kaart zijn gebracht. Dat maakt de studie waardevol, ook voor wie de overtuigingen van de ACA niet deelt.
Uit de studie blijkt dat Nederland ver voorop loopt in Europa wat de verengelsing van het hoger onderwijs betreft. Het absolute aantal Engelstalige programma’s in Nederland is bijna tweemaal zo groot als in het tweede land in absolute aantallen, Duitsland (774 tegenover 415). Niettemin is Duitsland vijfmaal zo groot als Nederland. België speelt in dit geweld een bescheiden rol en is een Europese middenmoter: 43 Engelstalige programma’s werden vastgesteld. De studie maakt geen onderscheid tussen Nederlandstalig en Franstalig België; aangenomen is dat de twee landsdelen wat dit betreft gelijk opgaan.
Het fenomeen van de vervanging van de nationale taal door Engels in het hoger onderwijs is overigens een verschijnsel dat veel meer voorkomt in het Noorden en Noordwesten van de EU dan elders. In midden-Europa komt het weinig voor, in de orde van enkele procenten, terwijl het in het Zuid-Europa bijna niet voorkomt. Niettemin lijken de discussies over het verschijnsel in het Zuiden het hevigst, terwijl er in Nederland nauwelijks over gesproken wordt. Tot dit congres.
De studie komt tot de conclusie dat het aanbieden van Engelstalige programma’s niet aantoonbaar bijdraagt tot een toename van buitenlandse studenten. Meer buitenlandse studenten is nu juist de reden waarom in Nederland – maar ook in Vlaanderen - herhaaldelijk wordt aangedrongen op een vergroting van het aanbod Engelstalige programma’s.
Interessant is dat de verengelsing gedreven wordt door de leiding van de onderwijsinstellingen (80% vóór), en dat studenten er lauw tot negatief tegenover staan (omstreeks 25% vóór). Dat contrasteert met de opvatting dat het de jongeren zijn die de moderniteit zoeken en dus………de Engelse taal.
Nederlands of Engels?
Prof. dr. Willy Clijsters zit dit laatste gedeelte van de ochtendzitting voor. Eerste spreker van het drietal is mevrouw dr. Diana Vinke. Zij brengt rond de thematiek van onderwijskwaliteit en voertaal verslag uit van haar doctoraal onderzoek in 1995 aan de Technische Hogeschool van Delft. Zij spreekt in dat verband over de “Kwaliteit van kennisoverdracht. Een vergelijkend onderzoek”.
Samenvatting
De centrale vraag van deze presentatie is of onderzoek naar het gebruik van Engels als instructietaal in het hoger onderwijs effect heeft op de onderwijskwaliteit en of de invoering van het Engels in onze universiteiten afhankelijk moet zijn van de resultaten van dergelijk onderzoek. Een onderzoek naar de ervaringen van docenten aan Nederlandse universiteiten wijst uit dat een meerderheid weinig of geen verschil ervaart tussen het verzorgen van onderwijs in het Nederlands en in het Engels. Wel treden er een aantal negatieve effecten op bij het Engels als voertaal: het voorbereiden kost hen meer tijd en bij het geven van colleges ervaren zij talige beperkingen, een groter (mentale) vermoeidheid, minder improvisatievermogen, minder tevredenheid over hun eigen onderwijs. Verder hechten ze meer belang aan goede doceervaardigheden (om talige beperkingen te compenseren). Uit observatieonderzoek naar (effectief) doceergedrag blijkt dat het gebruik van Engels als voertaal leidt tot een beperkte vermindering van redundantie, expressiviteit, helderheid, nauwkeurigheid, spreektempo (in 1 onderzoek) en ontlokken van verbale reacties bij leerlingen (1 onderzoek). Wel is effectief doceergedrag waarneembaar te verbeteren door training in een Engelstalige situatie. Deze training is het meest effectief in het begintraject, als een docent begint met het verzorgen van Engelstalig onderwijs. Onderzoek naar hoe studenten colleges ervaren wijst uit dat er voor hen geen consistente verschillen zijn tussen Nederlandstalige en Engelstalige colleges. In beide talen herkennen en ervaren ze effectief doceergedrag als zodanig. Wel ervaren ze in het Engels het ontbreken van dat gedrag als storend: het vermindert hun concentratie. Onderzoek naar wat studenten van colleges begrijpen, tenslotte, geeft aan dat Engels als instructietaal geen langetermijn effect heeft op de leerresultaten van studenten. In het begin is hun begrip wel minder, maar na gewenning verdwijnt dit effect. Het gebruik van Engels heeft mogelijk zelfs een positief effect op hun leerproces: studenten lijken meer kritische verwerkingsstrategieën te gebruiken.
Wat betekenen deze onderzoeksresultaten nu voor de onderwijskwaliteit? Dit is afhankelijk van de onderwijsopvatting die je hebt. Lange tijd lag de nadruk op onderwijs als kennisoverdracht van de docent naar de student. Uitgaande van deze stroming impliceert het gebruik van het Engels een vermindering van de onderwijskwaliteit. Recentere opvattingen beschouwen onderwijs als een actief proces aan de kant van de lerende: kennis ontstaat als de lerende die construeert. Uitgaande van deze stroming leidt het gebruik van het Engels niet tot vermindering van de onderwijskwaliteit.
Onderzoek naar de relatie tussen het Engels als voertaal en de kwaliteit van onderwijs geeft dus niet zonder meer uitsluitsel over de invoering van het Engels in onze universiteiten. Hiervoor zijn er andere, relevantere vragen te beantwoorden. De meest relevante vraag lijkt te zijn wat ‘de’ Nederlandse taal te winnen of te verliezen heeft als we het Engels of Nederlands gebruiken als onderwijs- en wetenschapstaal.
[- Wat is het effect van de voertaal Engels op de beheersing van de moedertaal?
- Wat is de invloed van de voertaal Engels op de ontwikkeling van de Nederlandse taal?
- Wat is de invloed van het Nederlands als voertaal en wetenschapstaal op de ontwikkeling van de Nederlandse taal (bij de gemiddelde gebruiker?
- Wat is het potentieel verlies van de Nederlandse taal bij het Engels als voertaal?]
Gebruikte onderzoeken Nederland:
-Huibregtse (2000). Effect en didactiek van tweetalig voortgezet onderwijs in Nederland. Utrecht: W.C.C. proefschrift.
- Jansen, E.P.W.A. et al. (2001). De relatie tussen onderwijsopzet en studieresultaat. ORD Proceedings, 28e Onderwijs Research Dagen, Universiteit van Amsterdam, SCO-Kohnstamm Instituut/ILO, pp. 263-265.
- Klaassen, R.G. (2001). Engels als voertaal. - ISBN 90-517-0568-9 (vervolgonderzoek na de scriptie van Vinke, A.A.)
- Vinke, A.A. (1995). English as the medium of instruction in Dutch engineering education. Delft: Delft University Press. ISBN 90-407-1168-2
Tweede spreker was prof. dr. Jaap van Marle.
Samenvatting
Verlies van taalbereik: culturele en sociale gevolgen op termijn
Hoe ernstig is het eigenlijk dat het Engels in opmars is (lijkt te zijn) als onderwijstaal? Zoals van een vraag als deze mag worden verwacht, is het antwoord niet zo maar duidelijk. Immers het antwoord is gekoppeld aan een aantal vooronderstellingen t.a.v. wat ‘standaardtalen’ eigenlijk zijn, respectievelijk zouden moeten zijn. Vooropgesteld dit, veel personen realiseren zich niet dat ‘standaardtalen’ – nationale talen is misschien wel een juistere benaming – veel jonger zijn dan veelal wordt aangenomen. Nationale talen zoals het Duits, het Engels, en het Nederlands zijn namelijk in hoge mate 19e-eeuwse uitvindingen, althans wanneer men onder een nationale taal een algemeen aanvaarde norm voor zowel mondeling als schriftelijk taalgebruik verstaat.
Kortom, wanneer wij spreken over nationale talen, dan hebben we het over een betrekkelijk recent fenomeen. Nu kan men de nationale talen koesteren omdat men ze als zeer waardevol ervaart, en daar is niets op tegen, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat nationale talen veel minder monolithische entiteiten zijn dan men misschien wel zou verwachten. Nationale talen zijn met name aan veel meer verandering onderhevig dan velen zouden denken (en waarschijnlijk ook zouden willen). Wie ‘oude’ nieuwsprogramma’s – en onder ‘oud’ versta ik dan, de jaren ’60 – op de televisie terugziet, zal gefrappeerd zijn door de volstrekt andere normen die nog geen vijftig jaar geleden voor mondeling taalgebruik golden. Die programma’s kunnen eenvoudigweg tot geen andere conclusie leiden dan dat de grootschalige informalisering die onze samenleving zo grondig heeft veranderd, ook het Nederlands bepaald niet onberoerd heeft gelaten. In dit verband is vooral interessant te constateren dat de oorspronkelijke normen op grote schaal zijn losgelaten.
Hoe zit dat nu met de opmars van het Engels? Natuurlijk, juist door het loslaten van de normen krijgt het Engels een kans, het dringt gemakkelijker binnen dan in een tijd dat de nationale taal in hoge mate ‘maakbaar’ werd geacht (namelijk d.m.v. het onderwijs). En dat Engelse woorden en uitdrukkingen gemakkelijk binnendringen, is duidelijk. Heel iets anders is het verdringen van het Nederlands door het Engels in bepaalde domeinen, bijvoorbeeld het onderwijs. In potentie is dat een gevaarlijker ontwikkeling omdat dit laatste direct samenhangt met ‘het domein’ van het Nederlands, d.i. het geheel aan situaties waarbinnen het Nederlands wordt gehanteerd. Wanneer het enkel en alleen het academisch onderwijs zou betreffen, dan zou men hier misschien nog overheen kunnen stappen, wijzend op het feit dat onderzoek (het fundament van academisch onderwijs) nu eenmaal per definitie een internationale aangelegenheid is. Echter, de inktvlekwerking is in Nederland al duidelijk zichtbaar: het oprukken van tweetalig onderwijs in lagere en middelbare scholen, d.i. onderwijs waarin naast het Nederlands nog een andere taal als onderwijstaal fungeert (in de regel natuurlijk vrijwel steeds het Engels).
Ook al kan ook over deze ontwikkeling genuanceerd worden gedacht, het risico dat het Nederlands geleidelijk aan een tweederangs taal zou kunnen worden, is niet helemaal denkbeeldig. Momenteel staan de ‘klassieke’ nationale talen toch al onder druk, en het opgeven van bijvoorbeeld het Nederlands als onderwijstaal sluit daar in feite rechtstreeks bij aan. En ook omgekeerd, wanneer het Nederlands geen onderwijstaal meer zou zijn, dan neemt de status van het Nederlands verder af. Anders gezegd, wie met lede ogen het afnemend prestige van de nationale talen aanziet (niet slechts waarneembaar bij het Nederlands!), doet er verstandig aan om op dit punt waakzaam te zijn. Het risico is niet zo zeer dat het Nederlands zou verdwijnen, maar vooral dat het afzakt tot tweederangs taal.
Laatste spreker in dit rijtje van drie is prof. dr. Reiner Arntz, Universität Hildesheim.
Samenvatting
Moedertaal of vreemde taal: bekeken vanuit een ander taalgebied
Meer dan één cultuurtaal moet zich tegenwoordig verdedigen tegen een al te grote invloed van de lingua franca Engels. Dat betreft de status van die talen op nationaal en internationaal vlak, maar ook hun structuur, in het bijzonder hun woordenschat. Voortdurend dringen er immers nieuwe leenwoorden uit het Engels die talen binnen. – In deze tijden van globalisering betwijfelt niemand de noodzaak van een taal waarmee men zich overal ter wereld verstaanbaar kan maken, maar er moeten duidelijke grenzen zijn.
Ook in de communicatie tussen vakmensen mag die lingua franca niet de plaats innemen van de respectieve moedertalen, want dat zou voor alle cultuurtalen funest zijn, behalve voor de lingua franca zelf. Om te beginnen zouden de talen in kwestie in hoge mate aan prestige inboeten, zeker in domeinen van het weten die een hoog aanzien genieten. En nog erger zouden de gevolgen zijn voor de vakmensen die toevallig niet de lingua franca als moedertaal hebben. Het begrijpen van moeilijke verbanden en zeker het formuleren van nieuwe, originele gedachten lukt immers het best in de moedertaal.
Een oplossing voor het internationale talenprobleem kan er ook niet in bestaan dat men overal alleen nog de moedertaal en de lingua franca Engels leert. Op die manier bewust afzien van veeltaligheid – wat in sommige landen al gebeurt – leidt onvermijdelijk tot geringschatting van de andere cultuurtalen. Het effect daarvan is bovendien dat er vaak op een erg laag niveau gecommuniceerd wordt, doordat het Engels voor allebei de gesprekspartners een vreemde taal blijft.
In tegenstelling met zo’n mogelijke trend heeft de Europese Unie bewust voor het principe van de veeltaligheid gekozen. Sinds lang steunt ze het ontwikkelen van taalprogramma’s die het leren van minder verbreide talen moeten vergemakkelijken. En in dat kader speelt de ‘passieve meertaligheid’ een belangrijke rol: de gesprekspartners begrijpen elkaars taal, maar spreken allebei hun eigen taal.
Tegen deze achtergrond wordt de taalcursus "Kontrastsprache Niederländisch” voorgesteld, die de spreker samen met zijn collega prof. dr. Jos Wilmots van de Universiteit Hasselt heeft samengesteld en die in de afgelopen tien jaar met succes is uitgetest bij talrijke Duitse studenten. In deze methode, die intussen als boek is verschenen bij de Duitse uitgeverij Egert, staat de verwantschap en de vergelijking van beide talen centraal. Bovendien is de cursus modulair opgebouwd: eerst is de leesvaardigheid aan de orde, waarmee de leerder vlug opschiet, daarna pas komen de spreek en schrijfvaardigheid.
Een belangrijk streefdoel van deze opzet is het Nederlands als middelgrote Europese cultuurtaal meer bekendheid te geven en het gebruik van het Engels als lingua franca tussen sprekers van zo sterk verwante talen als het Duits en het Nederlands overbodig te maken. Dat laatste lukt echter alleen als een grote meerderheid van Nederlandstaligen zich bewust is van de waarde van hun moedertaal en zich actief inzet voor het gebruik van het Nederlands als taal van de wetenschap.
_____________
Voor de lunchpauze kreeg uit handen van Stichting Nederlands Voorzitter Arno Schrauwers Thomas van der Dunk de LOF-prijs 2007 van de stichting Nederlands.
Thomas was kandidaat voor de Lofprijs, omdat hij op 23 november 2007 in de Volkskrant een pittig en keurig artikel schreef over de vlucht van de Nederlandse 'elite' naar het Engels. Engels op de universiteit zet de Nederlandse studenten op afstand en sluit de elite af van de rest van Nederlands, aldus Von der Dunk in dat artikel.
Wat personalia over de gevierde publicist.
Thomas von der Dunk (1961) studeerde van 1979 tot 1988 aan de Universiteit van Amsterdam kunstgeschiedenis en archeologie (specialisatie: architectuur).
Was van 1989 tot 1993 als Assistent-in-opleiding verbonden aan de vakgroep geschiedenis in Leiden, waar hij op 10 maart 1994 promoveerde op 'Das deutsche Denkmal. Ein Abriss in Stein' (handelseditie 1999) over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk van de veertiende tot de achttiende eeuw.
Van 1994 tot 2002 was hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroepen geschiedenis in Utrecht en Leiden. Sinds 2002 is hij gevestigd als zelfstandig publicist en politiek commentator.
Van zijn hand verschenen o.m. als cultuurhistorische studies: De schaduw van het Teutoburgerwoud (2000), Een Kathedraal voor Amsterdam (2003), Een Hollands Heiligdom (2007); als politieke bundels: Alleen op de Wereld (2001), Rusland en Europa (2003), Buiten is het koud en guur (2004). Hij dankte van harte en op een pittige, geestige wijze voor de hem toegekende prijs.
______________

|
De congresdeelnemers in De Schelp |
Nederlands als taal van onderwijs en wetenschap
De namiddagzitting werd geleid door lic. Ghislain J.J. Duchâteau. Hij verleende eerst het woord aan prof. dr. Joop van der Horst.
Samenvatting
Over de maakbaarheid van taal van hoger onderwijs en wetenschap
De maakbaarheid van taal, zowel op microniveau (taalverzorging) als op
macroniveau (taalpolitiek), is net als veel andere historische
gebeurtenissen slecht aantoonbaar. Hebben de inspanningen (het gewenste)
effect? Maar even moeilijk als het aantonen van de effecten is het
aantonen dat ze geen effect hebben. Ergo: het is in belangrijke mate een
geloof. Wel, er is niets tegen een geloof; maar het is meer dan
waarschijnlijk dat dit geloof zijn langste tijd gehad heeft.
De tweede spreker was Dr. Renata de Bies van de Universiteit Paramaribo. Zij sprak over het Nederlandstalig hoger onderwijs in Suriname.
Samenvatting

|
Renata de Bies en Reiner Arntz |
Notities met betrekking tot het Nederlands in Suriname, in het bijzonder het Nederlands als onderwijstaal.
Ondanks zijn dominante positie in de Surinaamse gemeenschap voert het Nederlands in Suriname anno 2008 nog steeds strijd, met name in het domein van het onderwijs om deze positie die het door strijd heeft verworven, te behouden.
De eerste strijd van het Nederlands is al gevoerd. Het doel ervan was een dominante positie te verwerven in de Surinaamse maatschappij. De strijd met het Nederlands als aanvaller werd voornamelijk gevoerd tegen het toenmalige Nengre (Negerengels) dat nu is uitgegroeid tot het Sranan. Deze is een hardnekkige, bewuste en openlijke strijd geweest, en het Nederlands is niet zonder kleerscheuren uit deze strijd gekomen. Het Nederlands kreeg een ander gezicht, een Surinaams gezicht en gaat nu door het leven als Surinaams-Nederlands, het natiolect van het Nederlands in Suriname. Dit Surinaamse gezicht van het Nederlands zorgt voor zijn behoud in Suriname, want het is dit Surinaams-Nederlands dat de veeltalige situatie in Suriname in evenwicht houdt en taalconflicten voorkomt.
De tweede strijd die het Nederlands in Suriname voert, nu dan wel als Surinaams-Nederlands, is een subtielere. Het Surinaams-Nederlands wordt op zeer onopvallende manier bevochten door het Engels, de taal van globalisering. Deze strijd kent echter ook momenten van openlijke aanvallen en externe factoren helpen een handje mee in het voordeel van het Engels.
Maar toch blijft het Nederlands (anno 2008) vooralsnog zijn positie behouden in Suriname.
Wie uiteindelijk deze strijd zal winnen is nog niet duidelijk, misschien zal de discussie na deze voordracht enig inzicht verschaffen in de toekomst van het Nederlands in Suriname, met name in het hoger onderwijs.
Deze voordracht is bedoeld om de discussie over de positie van het Nederlands in het Hoger Onderwijs op gang te brengen is in 2 delen verdeeld.
Deel I: Vernederlandsing van de Surinaamse Maatschappij (ongeveer 1876-1954). Strijd tegen het Nengre
In dit deel komen aan de orde:
Inleiding =. Korte bespreking stabiele veeltaligheid in Suriname. Elke taal heeft eigen functie.
Maatschappelijk leven door Sranantongo en Surinaams-Nederlands beheerst
1. Wat is SN ( korte geschiedenis Nederlands in Suriname, ontstaan SN, functies SN, rol SN, Norm Nederlands in Suriname
2. Nederlands in Surinaams Onderwijs. (vernederlandsing Suriname, strijd tegen Nengre)
a. Koloniale tijd (1876-1954) Geen hoger onderwijs. Nederlands enige instructietaal etnocentrische norm
b. Van autonoom deel tot onafhankelijke staat (1954-1980)
Wet hoger onderwijs : Universiteit dateert bijv. Van 1968. Instructietaal Nederlands. Terminologie in HO Nederlandstalig (bijv. Geneeskundige school ) Namen faculteiten in het Nederlands
Deel II: Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij
1. Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij, al ingezet voor 1975 Engelse invloed Lexicon SN bewijs (1975 Eerste kreten invoering Engels )
2. Taalbeleid en taalpolitiek Suriname is tweesporen beleid
1.Taalpoltiek ten gunste van het Engels
a. Jaarrede 2001 president bespreekt bevordering rol Engels
b. 2007/2008 invoering Engels als vak derde klas basisonderwijs piloot project MOP 2001- 2005 introductie Engels als tweede taal
c. Externe factoren bevordering Engels
1995 Suriname lid Caricom roep Engels als eerste of tweede taal groter
2007 Suriname lid CSME (Caribbean Single Market and Economy)
d. Interne factoren
Dilemma van het Nederlands (identiteit)
2. Taalpolitiek ten gunste van het Nederlands
2005 Suriname lid NTU. Nog steeds geen standaardisatie SN
3. Verengelsing Maatschappij inclusief Hoger Onderwijs
Media zelden of nooit ondertiteling op tv. Nieuws in het Engels op de radio;
Terminologie (namen studies en instituten en instructietaal HO
Prof. dr. Willy Martin, voorzitter NL-Term, trad nu op als spreker. Hij behandelde “Het Nederlands als vaktaal”
Samenvatting
Om te komen tot een antwoord op de vraag 'hoe staat het met het Nederlands als vaktaal?' is er een zevenstappenplan ontwikkeld. De zeven stappen zien eruit als volgt:
1. Taal bestaat bij de gratie van variatie
(maakt duidelijk dat er verschillende soorten taal zijn waarbij onder meer de meer algemene wordt 'gevoed' door de minder algemene)
2. Wat is vaktaal?
(definieert vaktaal door middel van haar inhoud en specifieke communicatieve situaties)
3. Wie is wie in vaktaal?
(gaat in op de verschillende communicatieve situaties die eigen zijn aan vaktaal; de figuren 1, 2 en 3 zijn daarbij van belang)
ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 1: Algemene Taal vs. Vaktaal
ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 2 Vaktaal vs. Algemene Taal
ALGEMENE
TAAL
VAKTAAL
Fig. 3 Vaktaal vs. Algemene Taal
4. Vaktaal en wetenschapstaal
(wetenschapstaal wordt gedefinieerd als wetenschappelijke vaktaal met een eigen problematiek bij de kennisoverdracht/communicatie)
5. Hoe belangrijk is vaktaal/wetenschapstaal voor moedertaal?
(wetenschapstaal is niet 'gans de (algemene) taal' maar staat er niet los van (zie fig. 1) en heeft een belangrijke impact op haar groei)
6. Hoe 'gans de wetenschap' is de taal?
(als die taal het Nederlands is, is haar rol bij vakinterne communicatie almaar beperkter geworden, wat niet noodzakelijk tot dramatische gevolgen hoeft te leiden zolang er voldoende ruimte is voor vakinterne – vakexterne communicatie)
7. Als u het mij vraagt...
(hierin worden een aantal aanbevelingen gedaan naar Overheid, Wetenschappers en hun Bestuurders toe met betrekking tot het hoger onderwijs, het meten van de resultaten van onderzoek, het populariseren van die resultaten, de aanleg van een databank 'Overheidsterminologie' en de bouw van een Vaktaalcorpus; deze aanbevelingen moeten leiden tot een optimale situatie anno 2008: een waarbij onze wetenschappers en internationaal 'meepraten' én er toch voldoende doorstroming blijft vanuit de wetenschappelijke vaktalen naar de algemene standaardtaal toe.)
Debat en conclusies - Een nieuw elan

Debat met een Forum en congresdeelnemers onder
voorzitterschap van Hugo Weckx, voormalig Vlaams minister van cultuur
Els Ruijsendaal, rapporteur, Benelux-universitair centrum
Forumdeelnemers:
- Renata de Bies, Anton de Kom universiteit Paramaribo
- Reiner Arntz, Universität Hildesheim
- Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus en publicist, Amsterdam
- Dirk De Cock, lid Vlaams Parlement, VlaamsProgressieven
- Erik Meijer, lid Europarlement, fractieleider Socialistische Partij
Vooral de inbreng van de congresdeelnemers leverde heel wat denk- en gespreksstof op.
Opgemerkte tussenkomsten van Yvo Peeters en Eric Ponette
 |
Yvo Peeters |
| Eric Ponette |
 |
Els Ruijsendaal bracht tot slot een keurig, volledig en mooi ingekleurd verslag uit van de werkzaamheden van deze congresdag.
De inhoud van het congres wordt binnen een heel kort tijdbestek vastgelegd in een verslagboek, waaruit geput kan worden voor het verdere openbare debat over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en wetenschap.
Het Ampzing Genootschap luisterde het congres op met kruimige liederen en muziek. Het maakte een schitterende reportage over het congres vanuit zijn eigen luchtige invalshoek. Aanbevolen is dat audiovisueel prestatiestukje te bekijken en te beluisteren. Je vindt het op de webstek van het Ampzing Genootschap.
Klik hier
Redactie en foto’s Ghislain Duchâteau
Omhoog
◊ De teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen - Benno Barnard 15-10-2008

Tweewekelijks schrijft Benno Barnard over de wereld die hem dierbaar is, in de wetenschap dat het lijk van de moderniteit ons dreigt te verpletteren.
De teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen
opgedragen aan Herman Jacobs
In Vlaanderen was de toestand vroeger deze: de burgerij sprak Frans, met wisselende hoeveelheden haar op ; flamingantische intellectuelen, schrijvers allereerst, drukten zich in een ietwat plechtstatig, met bladgoud overtogen Nederlands uit; en volksmensen spraken een diep dialect, dat voor bezettende troepen en de inwoners van een dorp drie boogscheuten verderop geheel abstruus bleef.
Na meer dan honderd jaar van Vlaamse emancipatie is de situatie als volgt geëvolueerd: bijna iedereen spreekt slecht Nederlands, zelfs menige schrijver; de kennis van het Frans is naar een haast Hollands niveau afgezakt; en de meeste dialecten zijn zieltogend, zo niet morsdood. De televisie moet iedere tweede Vlaming ondertitelen, wat niet echt op een massaal succes van de Vlaamse Beweging wijst, en al even verschrikkelijk is de ondertiteling van Nederlanders, ook als ze zeer beschaafd spreken.
De drie rampzaligste jaartallen in de Vlaamse geschiedenis zijn 1585, de Val van Antwerpen, 1830, het verjagen der Hollanders, en 1989, de stichting van de Vlaamse Televisiemaatschappij. Geert van Istendael zei dit onlangs en die heeft altijd gelijk. VTM is de doodsteek voor het beschaafde Nederlands; die louter op winstbejag gestoelde onderneming heeft de Vlaamse volksmens van ieder contact met het noorden beroofd, hem opgesloten in zijn parociale benepenheid en hem gestijfd in de gedachte dat wat hij zelf spreekt ook in de grote wereld een geschikte vorm van communicatie is. Die gewetenloze schoften van VTM hebben de Vlaamse emancipatie gesmoord in een drab van domheid en wantaal, waar ik aan toe moet voegen dat tegenwoordig ook een deel van de VRT zijn uiterste best doet om het volk zo achterlijk mogelijk te houden.
In de oude toestand, die ik als kind nog heb meegemaakt, leefden de meeste mensen in een creatief spanningsveld tussen een gaaf dialect - een taal zonder een leger en een vloot dus - en het algemeen Nederlands, de taal die als vehikel van de beschaving, de traditie en de wetenschap diende, en als dusdanig bezig was het Frans te vervangen; daarnaast leerde men de taal van Jacques Brel nog altijd op een peil dat vanuit het heden beschouwd niet goed meer valt voor te stellen.
Vlaanderen is dus alles kwijtgeraakt.
In die omstandigheden is het mogelijk geworden dat ook vertegenwoordigers van de elite met het dialect dwepen, een fenomeen dat nog wordt versterkt door de pandemische, uit frustratie en luiheid voortvloeiende afkeer van Nederland, die mij meer dan wat ook in dit land met droefheid vervult. Weliswaar moet dat dialect als Lazarus uit de dood herrijzen, maar het is volkseigen, nietwaar, het borrelt in de darmen van de Vlaming, het is zijn boer, zijn scheet, zijn lichaamseigen akoestiek. En zo komt het dat mensen links en rechts dialectlessen volgen. Daar zou ik niets op tegen hebben, gesteld dat iedereen goed Nederlands kende, maar op dit punt in de geschiedenis is het een rampzalige ontwikkeling.
En dus moeten anderstaligen in Brugge in het kader van hun integratie maar Brugse dialectlessen volgen; geen hond in die stad praat immers uit eigen beweging Nederlands. Het is inmiddels een beruchte casus, die de totale ineenstorting van de Vlaamse emancipatiebeweging symboliseert: een au fond reactionaire verheerlijking van de volkstaal, die uiteindelijk zal verhinderen dat mensen ooit nog tot de elite toetreden. Aldus zinkt dit gewest geheel in zijn eigen provinciale taalprut weg.
De slotsom is een paradox: vroeger onderdrukten de Franstaligen het Nederlands, wat een heilzaam effect bleek te hebben op het Nederlands; thans onderdrukken de Vlamingen zelf het Nederlands, wat fatale gevolgen blijkt te hebben. Nu nog een eigen republiek met Bokrijk als hoofdstad.
Benno Barnard
Bron: Knack blogt – 15 oktober 2008
Tijdelik kunt u de reacties lezen op Benno Barnards stukje: klik hier .
Uw webmaster kon het toch niet nalaten hier zijn eigen reactie aan toe te voegen.
Benno Bernard vergeet daarbij nog te vermelden dat de leiding van de universiteiten en hogescholen omwille van ongeldige en onaannemelijke redenen het Nederlands willen verkwanselen als instructietaal in het hoger onderwijs en het systematisch willen vervangen door een bepaalde soort Engels en dat tegen de wens van de grote meerderheid van de Vlaamse studenten in.
Het stukje van Benno Bernard is een diverterend stukje dat met veel snedigheid de reële taalsituatie in Vlaanderen aan de kaak stelt. Uiteraard overdrijft de schrijver schromelijk en dat ook in de titel. Het Nederlands in Vlaanderen wordt inderdaad aangetast van diverse kanten, maar het is springlevend als algemene gebruikstaal in het onderwijs en in het openbare leven. De degelijke kwaliteit van het Nederlands van de nieuwslezers op de officiële radio en televisie zijn daar een goed voorbeeld van. Het talenbeleid van de onderwijsminister moet sterk de beheersing van het Standaardnederlands in de scholen van laag tot hoog in de hand werken. Het nagenoeg veralgemeend gebruik van het Standaardnederlands in de dagelijkse omgang in het Oosten des lands in steden en gemeenten spreekt de tendens van Benno Bernard in zijn stukje tegen.
Laten we optimistisch blijven. Onze standaardtaal is hét communicatiemiddel bij uitstek om in heel Vlaanderen en op alle niveaus op een verfijnde en adequate manier met elkaar om te gaan.
G.D.
Omhoog
◊ 'Gezelschap even belangrijk als menu'
PETER GRYPDONCK SCHRIJFT BOEK OVER HERKOMST WOORDEN UIT EETCULTUUR
HASSELT/ALKEN - Interview Peter Grypdonck schrijft boek over herkomst woorden uit eetcultuur. Wat hebben de Spice Girls te maken met de middeleeuwse Hildegard von Bingen? Waarom baadde Cleopatra in ezelinnenmelk? Een antwoord op deze en andere vragen is te vinden in het boek 'Koning van Kokanje'. Daarin gaat auteur Peter Grypdonck op zoek naar de bronnen van de culinaire taal.
Het boek werd voorgesteld in de ambtswoning van gouverneur Steve Stevaert (SP.A). 'Gastronomie is vandaag ontzettend hip', sprak de geboren en getogen Rijkhovenaar. Het hoeft dus niet te verbazen dat hij achter de Academie voor Streekgebonden Gastronomie staat.
Dat studiegenootschap bekommert zich onder meer om het bestuderen en bewaren van het culinaire erfgoed in de Benelux. Daarom werd Peter Grypdonck aangesproken om een boek te publiceren over de herkomst van woorden, spreekwoorden en verhalen uit de eetcultuur. De 53-jarige schrijver neemt de lezer mee op een tocht langs Zeus, Penelope, Cicero, Lodewijk XIV, Columbus, Al Capone en andere illustere figuren uit de wereldgeschiedenis.
'Het Nederlands evolueert met een duizelingwekkende snelheid', zegt Peter Grypdonck. 'De import van nieuwe woorden is niet bij te houden. De huidige Van Dale is drie keer zo dik als het eerste exemplaar dat ik ooit kreeg. Het Nederlands is enorm geëvolueerd. Dat is allemaal oké, maar intussen dreigt een deel van het bestaande Nederlands te verdwijnen. Dat geldt niet alleen voor bepaalde woorden, maar ook voor de verhalen daarachter. Omdat het Nederlands me na aan het hart ligt, heb ik geprobeerd die te verzamelen in een boek rond een verschijnsel dat misschien wel het meest voorkomt in onze taal: ons dagelijks eten en drinken.'
Waar bent u daarvoor op zoek gegaan?
Peter Grypdonck: 'Ik heb heel veel informatie gevonden in mythen, sprookjes, sagen en legenden. Vaak bleek de oorsprong van een woord of uitdrukking ook te liggen in het geschiedkundige verleden. Ik heb er erg veel uit geleerd. Zonder die zoektocht had ik bijvoorbeeld nooit geweten waar het woord taptoe vandaan komt. Tegenwoordig is dat een militaire muziekuitvoering om iets af te sluiten. Eeuwen geleden betekende het letterlijk: de tap gaat toe. Met de trompet werd aan de militairen het signaal gegeven dat ze naar hun kwartieren moesten trekken en dat er niet meer getapt kon worden. Het spreekwoord de bom is gebarsten komt uit dezelfde sfeer. Vroeger was een bom een houten stop waarmee het vulgat van een vat werd gedicht. Als je daar te hard op klopte, barstte de bom letterlijk.'
Ben jij een gastronoom?
'Ik kan heel erg genieten van een goed gedekte tafel, maar ik geniet minstens evenveel van het gezelschap. Het duurste menu in een driesterrenrestaurant verliest een groot deel van zijn charme als je aan tafel zit met mensen die je niet liggen.' (lacht)
'Om op je vraag terug te komen: ik ben vooral een aanhanger van de kunst van het tafelen. Vanuit dat oogpunt vind ik het heel verheugend dat de fastfoodcultuur de jongste jaren behoorlijk veel tegenwind krijgt van de aanhangers van slowfood. Er zijn steeds meer mensen die beseffen dat eten niet alleen een basisbehoefte is. Aan tafel gaan is ook een sociaal gebeuren. Op restaurant wordt daar tijd voor gemaakt. In eigen huis is dat helaas nog niet altijd het geval. Ik zou ze niet de kost willen geven, de mensen die iedere ochtend vlug ontbijten aan het aanrecht.'
Je zegt dat er een nieuwe taal aan het ontstaan is. Moeten we ons zorgen maken over de ontwikkeling van het Nederlands?
'We moeten alleszins waakzaam blijven om de standaardtaal niet verloren te laten gaan. In de jaren zestig werd die zelfs in een volkse tv-serie als Schipper naast Mathilde gebruikt. Tegenwoordig is de zogenaamde tussentaal schering en inslag. Die verloedering zie je niet alleen in de gesproken, maar ook in de geschreven communicatie. Door het chat- en sms-verkeer gebruiken jongeren incorrecte spellingvormen. Als leraar Nederlands zie ik die steeds meer in schrijfoefeningen opduiken. Het weglaten van de eind-n van de werkwoordsvorm is allang niet meer uitzonderlijk. Wij hebbe, vinde, leze. Sommige leerlingen maken ook gretig gebruik van afkortingen. Dak en ff in plaats van Dat ik en even, bijvoorbeeld. Zo schrijven wij altijd, meneer! Ik vind dat een verontrustende ontwikkeling.'
Taal is een communicatiemiddel. Volstaat het niet dat we elkaar begrijpen?
'Communicatie is slechts een deel van het verhaal. Laat me taal even vergelijken met voeding. Als we alleen maar zouden eten om onze honger te stillen, konden we misschien beter allemaal tegelijk overschakelen naar astronautenvoeding. Ik zei daarstraks al dat tafelen ook een sociaal gebeuren is. Daardoor geeft het een meerwaarde aan het leven. Met taal is het net zo. Het is het enige instrument dat we hebben om onze gedachten nauwkeurig te formuleren. We moeten de rijkdom ervan koesteren, ook al staat dat haaks op de tijdsgeest. We leven alsmaar sneller. Dat wordt weerspiegeld in de snelheid waarmee we praten en in de zinsbouw, die steeds korter en ook onzorgvuldiger wordt. De dagbladen gaan daarin mee. De artikels worden korter omdat ze flitsend moeten zijn. Vaak vraag ik me af waar er nog ruimte wordt vrijgemaakt voor een goed opgebouwde en onderbouwde redenering.'
Misschien zullen veel lezers je beschouwen als een conservatieve romanticus.
'Ik vind conservatief geen scheldwoord. Bewaren wat goed is, daar is toch niks mis mee? Ik heb zeker niet de pretentie de taalgebruiker te zeggen hoe het moet. Ik ben geen wereldverbeteraar, hooguit een woordenaar. Volgens Van Dale is dat een persoon met een grote belangstelling voor woorden. Ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van Koning van Kokanje. De pelgrimage langs de bronnen van de keukentaal was bijzonder boeiend. Iedereen maakt het wel eens mee dat de reis minstens even interessant is als de bestemming. Nu ik erover nadenk: misschien is het boek wel een metafoor voor het leven.'
Rudi Smeets
Bron: De Standaard - donderdag 16 oktober 2008 Limburg | 21.
Omhoog
◊ Nederlands graag - Waarom immigranten geen dialect moeten leren -
Mia Doornaert 11-9-2008
Een Brugse vriendin, die graag een paar pondjes wil verliezen, ging onlangs naar een informatiesessie van Weight Watchers. Ze is zelf geboren en getogen West-Vlaamse. Maar het ergerde haar in hoge mate dat de hele sessie in het plat Brugs verliep. Moet dat nu, vroeg ze. De mensen rondom haar keken haar aan of ze het in Keulen hoorden donderen. Dat de taal van Vlaanderen het Nederlands is, daarmee leek ze een zeer exotische opvatting te verkondigen. Ze gaat alvast niet meer terug naar WW.
In heel mijn geboorteprovincie West-Vlaanderen hoor je dergelijke verhalen, en in Antwerpen is het ook al niet beter. Immigranten doen hun best Nederlands te leren en worden dan aan het loket van een stadhuis of een openbare dienst in het plat dialect aangesproken. Dat is - helaas, zou je zeggen - niet eens een kwestie van slechte wil. Tal van Vlamingen zijn gewoon niet in staat behoorlijk Nederlands te spreken en lijken zelfs niet te beseffen dat wat zij spreken niet de standaardtaal is.
Lees verder
Omhoog
◊ Het einde van Nederlands - video
Een videofilm van 12'24" over taalverloedering, jongerentaal, spelling in Nederland
en nog meer...
Bekijk en beluister de video
Omhoog
◊ Weg met de ondertitels in Flikken en Baantjer?
HET BEGIN VAN EEN NIEUW TAALBELEID
|
Vlaamse series als Flikken:
onverzorgd taaltje van Vlaanderen-Centraal ©vrt
|
Veel Vlamingen menen dat het Engels en het Frans hun moedertaal bedreigen. Fout, vindt Jose Cajot : 'Het grootste gevaar schuilt in henzelf: ze vervreemden van Nederland en plooien zich helemaal op hun Vlaamse cultuur terug.'
'Nederlandse en Vlaamse omroepen moeten ophouden elkaars programma's te ondertitelen', vindt de Vlaamse mediaminister Geert Bourgeois. Het lijkt contradictorisch: taalopbouw door de ondertiteling van tv-programma's uit Nederland af te schaffen. En toch heeft de minister het bij het rechte eind.
Veel Vlamingen menen dat het Engels en het Frans hun moedertaal bedreigen. Ze beseffen echter niet dat het grootste gevaar van elders komt en vooral in henzelf schuilt: ze vervreemden van Nederland en plooien zich helemaal op hun Vlaamse cultuur terug. Ingeval die tendens niet omgebogen kan worden, zal het Nederlands niet door andere spelers van het Europese toneel verstoten worden, maar door celdeling eerst aan geloofwaardigheid inboeten, en op termijn ten onder gaan door splitsing.
Als kleuters zongen de huidige Vlaamse veertigers nog de kinderliedjes van de noordelijke Fabeltjeskrant mee, maar nu komt niets meer uit Nederland nog rechtstreeks hun huiskamer binnen: het moet eerst een omweg maken via een eigen Vlaamse zender en daar van Vlaamse ondertitels voorzien worden. De tekenfilms van Walt Disney worden in het Vlaams en het Nederlands nagesynchroniseerd, en de gps op de Vlaamse (niet de 'Hollandse') taalmodule ingesteld. De Raad van de Nederlandse Cultuurgemeenschap (in 1970 opgericht) heet - na diverse bevoegdheidsuitbreidingen - allang Vlaams Parlement, en de BRTN werd VRT.
Hoe anders evolueren de zaken in het zuiden des lands! Daar wordt het Frans van de Walen steeds Franser, de tv-zender heet er RTBF, en de francofone gemeenschap zelfs Communauté française.
In de taalkunde gaat men over het algemeen van één taal en van één taalgebied uit, als de sprekers ervan voor die taal één en dezelfde naam hanteren, en ze in hun schrijven en spreken nog dezelfde taal willen gebruiken. Dat betekent echter niet dat er geen verscheidenheid zou mogen bestaan, maar de sprekers moeten wel de bedoeling hebben voor elkaar begrijpelijk te blijven en het gevoelen hebben dat ze niet met een andere taal te maken hebben.
Voldoet onze taalomgang nog aan die voorwaarde(n)? De officiële benaming van onze taal is weliswaar in noord en zuid Nederlands, maar het minste wat men kan zeggen is toch wel dat niet alle Vlamingen en Nederlanders die naam gebruiken, noch voor zichzelf noch voor de anderen. En ondertitelen doe je toch alleen maar als je denkt dat anders de verstaanbaarheid in het gedrang komt! Men kan de hele situatie beter aan de hand van twee vragen verduidelijken: 'Willen Vlamingen en Nederlanders elkaar nog begrijpen?' of (omgekeerd): 'Hebben de makers van Flikken of Spoed en die van Baantjer met de kijkers aan de andere kant van de staatsgrens rekening gehouden? Hebben ze voor de anderen verstaanbaar willen laten acteren?'
Vooral de antwoorden op die laatste vragen kunnen producenten en regisseurs in de toekomst aanzetten anders (en beter) te handelen. Daarom is de minister met zijn standpunt zeker niet alleen symptomen aan het bestrijden. Natuurlijk kan en mag hij de ondertiteling niet verbieden; hij heeft echter wel de middelen om in de goede richting te motiveren en te stimuleren. Ook aan de slechthorenden moet gedacht worden, maar dit soort ondertiteling werkt anders. Zo maken kleuren aan de gehoorgestoorde kijker duidelijk wie er in een gesprek aan het woord is, en worden ook belangrijke omgevingsgeluiden beschreven. Bovendien zijn veel films en feuilletons voor die groep al de oorspronkelijk ondertiteld, of kan die ondertiteling dankzij het vrijgekomen geld veralgemeend worden.)
Mag ik ten slotte even de gang van zaken in de serie Katarakt aanhalen? De oudere generatie, dokter-ziekenhuisdirecteur Donckers en zijn vrouw, spraken nog behoorlijk Nederlands en behoeven zeker geen ondertiteling. Hun zoon (ook dokter, en kandidaat voor de opvolging van zijn vader), zijn zus Elisabet (verbonden aan de universiteit, later medezaakvoerder van het landbouwbedrijf) en de meeste andere acteurs liet men flink Brabants-Antwerps gekleurd Verkavelingsvlaams spreken. 'Het taalgebruik van een serie moet tegenwoordig realistisch zijn, het is tenslotte geen journaaluitzending', zult u zeggen. Maar geen enkele Haspengouwer - doctor of landbouwer - uit Borgloon, Heers of Sint-Truiden zegt ooit de volgende zin die in Katarakt ten gehore gebracht werd: 'Weet te? Ik denk ekik da 'm da nie goe versta' (vertaald: Weet je? Ik denk dat hij dat niet goed verstaat)! Met dat soort realisme of couleur locale maak je de mensen toch maar wat wijs.
Eigenlijk is dat voorbeeldzinnetje ook geen echt dialect meer. Wij horen zo'n taaltje van het begin tot het einde in een aantal populaire Vlaamse soaps die op het drukste moment van de tv-avond uitgezonden worden. Het is sinds anderhalf decennium de regionale omgangstaal van Vlaanderen-Centraal, en die wordt niet ondertiteld. Deze taalvorm is bedoeld voor alle Vlamingen, en dreigt zelfs de doeltaal te worden van de talrijke Vlamingen uit meer perifere provincies die zich in hun spreken aan het centrum willen conformeren. Sommige taalleraren bagatelliseren het verschijnsel slechts als 'slordig' taalgebruik. Maar dit 'slordige' Vlaams wil geen contact en geen uitstaans meer hebben met het 'slordige' Hollands dat in het Noorden zijn eigen opgang maakt. Die twee zijn mijns inziens na verloop van tijd niet meer onder dezelfde noemer te brengen. De ontwikkeling is dus niet zo onschuldig, zeker nu ze op diverse bevolkingslagen begint over te slaan.
Misschien is het tij nog te keren. Men zou extreem regionaal taalgebruik (tenminste in betere feuilletons) tot een minimum kunnen beperken en dat alleen nog laten ondertitelen. Daarmee zouden niet alleen Zuid en Noord, maar ook de kijkers uit Oost en West gediend zijn. Het ergste wat dan nog kan gebeuren is dat de ze af en toe kennis maken met een paar andere woorden of nieuwe uitdrukkingen die dankzij de context toch begrepen worden. In ieder geval verstaan - ondanks enorme taal- en cultuurverschillen - Amerikanen, Zuid-Afrikanen, Engelsen en Indiërs elkaar zonder ondertitels, trouwens ook Brazilianen en Portugezen. Waarom zouden buren, op een klein lapje grond tussen Antwerpen en Amsterdam op elkaar gepakt, daar dan niet in slagen?
Het zal - als de wil aanwezig is - op den duur nauwelijks een aanpassing vragen. Misschien kan minister Bourgeois zijn collega van Cultuur en oud-partijgenoot Anciaux ertoe bewegen zijn voorbeeld te volgen en een cultuurtaalbeleid in de Nederlandse Taalunie te bepleiten.
José Cajot is doctor Germaanse filologie, hoogleraar en secretaris-generaal van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie
Bron: De Standaard van maandag 23-6-2008 Opinie & Analyse | 24
Omhoog
◊ 'Vlaming spreekt zoals de familie thuis'
HASSELT – interview

Professor Jos Wilmots betreurt toenemend gebruik tussentaal. In zijn boek 'Het einde van de standaardtaal' schrijft professor Joop van der Horst van de KU Leuven dat het gebruik van het Nederlands steeds minder de regels volgt. 'De Vlaming kent ze niet meer omdat het niet meer hoeft', zegt zijn collega Jos Wilmots.
Professor Wilmots zette bijna tien jaar geleden een punt achter zijn docentenloopbaan, maar volgt de ontwikkelingen in het Nederlandse taalgebied nog steeds op de voet. Hij constateert net als Joop van der Horst, die hij goed kent, dat de zogenaamde tussentaal steeds verder oprukt.
'De Vlaming spreekt zoals de familie thuis, waarmee ik graag verwijs naar de gelijknamige soaps', zegt Jos Wilmots. 'In de jaren zestig werd niet alleen in het journaal, maar ook in de series van de openbare omroep nog het zogenaamde ABN gesproken. Je moet maar eens luisteren naar de taal in feuilletons als Johan en de Alverman en Kapitein Zeppos. Wat een verschil met bijvoorbeeld Katarakt, waarin de meeste acteurs een soort Midden-Brabants spraken.'
Professor Wilmots schrijft de oorsprong daarvan toe aan de Brabantse expansie: de export van kenmerken uit de streektaal van het hertogdom Brabant - waartoe ook de provincie Antwerpen grotendeels behoorde - naar de taal van andere gewesten. Die evolutie hangt samen met de groeiende politieke macht van het hertogdom Brabant vanaf de veertiende eeuw.
'Dat de Brabantse dialectgroep een grote invloed uitoefende op de omringende dialecten, zie je zowel aan het vocabularium als aan de grammaticale vormen en de uitspraak', verduidelijkt professor Wilmots. 'In de meeste Limburgse dialecten spreekt men van een slachter, wat overeenkomt met het correcte Nederlandse woord slager. Toch maken de Limburgers daar beenhouwer van als ze Nederlands praten. Ook het gebruik van Franse woorden als chauffage en camion is een Brabants fenomeen, net als de constructie Daar komt 'm. Daar wordt de voornaamwoordelijke onderwerpsvorm hij vervangen door de voorwerpsvorm hem.'
Stevaert
'Er wordt gelachen met gouverneur Steve Stevaert als hij de t niet uitspreekt na een medeklinker, zoals in hij heef. Wat doen Brabanders? Ze vergeten de t na een klinker. Da ga nie goe! Luister maar naar onze minister van Cultuur (Bert Anciaux, Vl.Pro, red.). Vroeger zou het bij geen enkele Limburger opgekomen zijn om goe te zeggen, maar de laatste tijd hoor ik die vorm opvallend vaak. Het mag niet meer academisch of stijf klinken.'
'Mediafiguren gaan daar heel erg in mee. Ze spreken de taal van de toehoorders. Enkele jaren geleden hoorde ik VRT-verslaggever Michel Wuyts het woord tutter gebruiken toen Sastre een Tourrit won. Bij het overschrijden van de streep nam de Spanjaard een fopspeen in de mond omdat hij de dag voordien vader was geworden. Veertig jaar geleden zou Wuyts dat woord nooit gebruikt hebben.'
Na de Tweede Wereldoorlog vond de standaardtaal ingang bij brede lagen van de bevolking en nam de dominantie van het Brabants af. Het gebruik van de zogenaamde tussentaal in de Vlaamse media wijst er evenwel op dat de Brabantse expansie aan een heropleving bezig is.
'De Vlaming spreekt geen standaardtaal meer omdat het niet meer nodig is. Er is geen enkele ambitie meer om zo correct mogelijk Nederlands te spreken. In de jaren vijftig en zestig had men het bij de openbare omroep over volksverheffing. Misschien klonk dat bombastisch, maar er zat wel een bekommernis om het beantwoorden aan normen achter. Vandaag worden die normen op alle vlakken losgelaten. Als je naar een receptie gaat, hoef je ook geen stropdas meer te dragen. Het huidige taalgebruik is een van de vele uitingen van dat verschijnsel. In de VRT-serie Katarakt waren Chris Lomme en François Beuckelaers - het doktersechtpaar - de enige acteurs die de standaardtaal gebruikten. Niet toevallig behoren zij tot de oudere generatie.'
Offscreen
Professor Wilmots stelt vast dat zelfs in het VRT-journaal minder zorgvuldig met taal wordt omgesprongen. 'Ik weet niet wat er momenteel aan de hand is met de intonatie van een aantal offscreen-stemmen. De woord- en zinsaccenten worden doorlopend verkeerd gelegd. Caroline Van den Berghe is een goede journaliste, maar dáár kan ze nog aan werken. Bavo Claes had de beste intonatie van allemaal, maar was blijkbaar wat te stijf en werd afgedankt. Op de radio vind ik vooral Els Leys en Kathleen Huys heel goed.'
Terloops merkt professor Wilmots op dat de Vlaming tegenwoordig erg bedreven is in het gebruik van modetermen. 'Uitdrukkingen als ervoor gaan, goed bezig zijn en er een lap op geven zijn tekenend voor onze competitieve, prestatiegerichte maatschappij. Waar studenten, sportlui, politici, artiesten en andere mensen allemaal voor gaan, is niet meer bij te houden. Dat bewijst dat ook veranderingen in maatschappelijke opvattingen en levensstijl de taal beïnvloeden.'
Rudi Smeets
Bron: De Standaard maandag 23 juni 2008 | Limburg 21
Omhoog
◊ 'Nederlands sterft uit op Amsterdamse beurs'
Na het academisch onderwijs nu ook de beurs....We gaan terug naar oude tijden. Toen sprak de heersende klasse Frans en het plebs Nederlands. Nu wordt alleen het Frans ingewisseld voor het Engels....
Wordt Nederlands sec een huis-tuin-en-keuken-taal? Na het onderwijs en de economische sector; is het wachten op Engels als voertaal in het parlement?
Fons van der Ham
Gepubliceerd op dinsdag 13 mei 2008 |

|
De opmars van de Engelse taal op de Amsterdamse beurs lijkt onverminderd voort te gaan. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) deed onderzoek onder AEX-fondsen en concludeert dat de Nederlandse taal aan het uitsterven is op de Amsterdamse beurs.

Volgens de VEB is dit een slechte zaak. 'Gezien het feit dat een groot deel van de aandeelhouders van Nederlandse origine is, lijkt het vrij normaal om dan ook in de taal van deze beleggers te communiceren', zo stelt de VEB.
Naar schatting bevindt driekwart van de aandelen van AEX-fondsen zich in het buitenland, maar dit wil volgens de VEB echter niet zeggen dat ook de meeste aandeelhouders buitenlands zijn. In aantallen zullen de Nederlandse aandeelhouders nog altijd de meerderheid vormen.
Jaarverslagen
Ook in de aandeelhoudersvergadering, waar het jaarverslag besproken wordt, zitten bijna alleen maar Nederlandse aandeelhouders. Toch publiceert maar een derde van de AEX-fondsen het jaarverslag (ook) in het Nederlands. Dat zijn slechts acht van de 24 fondsen. Vier jaar geleden publiceerde nog 83% van deze fondsen een Nederlands jaarverslag.
Ook in de persberichten is volgens de VEB de erosie van de Nederlandse taal waarneembaar. Slechts negen van de 24 AEX-fondsen publiceren de reguliere persberichten in het Nederlands.
Bij kwartaal- of halfjaarcijfers zijn de percentages iets beter, dan publiceert 54% een bericht in de Nederlandse taal.
Persberichten hoeven wettelijk niet in het Nederlands, ze mogen in 'een taal die in de internationale financiele kringen gebruikelijk is', ofwel in het Engels. Dit wil volgens de VEB echter niet zeggen dat ook alle communicatie alleen maar in het Engels moet plaatsvinden.
Nederlandse aandeelhouders serieus nemen
Toch zijn er volgens de VEB nog fondsen 'die hun Nederlandse aandeelhouders wel serieus nemen'. Het AEX-fonds dat de beleggers het meest in de Nederlandse taal informeert is met voorsprong DSM. Naast een zeer uitgebreide beleggerswebsite in zowel het Engels als het Nederlands is gewoon een Nederlands jaarverslag beschikbaar en ook de persberichten zijn in het Nederlands. Andere bedrijven die op dit punt goed scoren zijn Randstad en Corio.
Bij de buitenlandse fondsen ArcelorMittal en Unibail-Rodamco is het Nederlands gehalte nihil. Maar ook bij veel AEX-fondsen die het hoofdkantoor wel in Nederland hebben is het gebruik van de Nederlandse taal bedroevend laag, zo concludeert de VEB.
Bij beursfondsen als SBM Offshore en ASML is er geen of nauwelijks enige relevante beleggersinformatie beschikbaar in het Nederlands.
Hoewel de goede behandeling van beleggers is samengevat in de twee Engelstalige begrippen 'corporate governance' en 'investor relations', betekenen deze termen volgens de VEB niet dat ondernemingen hun trouwe aandeelhouders in een vreemde taal moeten aanspreken.
Ondernemingen die zeggen beter te willen communiceren met hun aandeelhouders, zouden moeten beginnen met hen in het Nederlands aan te spreken, zo concludeert de VEB.
|
Bron: www.planet.nl
Omhoog
◊ Haagse snor
'Ik verzet mij tegen de irrationele anglofilie. Men laat het uitschijnen alsof men zonder het Engels nergens meer komt.' (Alex Vanneste in De Standaard, 13 maart 2008)
Een oer-Hollands stel, de zestig ruim voorbij. Hij, rijzig en graatmager, draagt een zorgvuldig geborstelde snor met omhoogreikende punten. Dat moet ooit indruk hebben gemaakt. Vandaag lopen zulke snorren alleen nog met carnaval op straat, maar dat heeft hij nog niet in de gaten. Zij is klein en behulpzaam. Met een servetje springt ze overeind wanneer hij met een beverige hand een lepeltje ei naar zijn mond brengt. 'Kijk nou toch uit', fluistert ze en kijkt schielijk achterom naar het tafeltje waar de enige andere gast zit, ik.
Het Haagse pension probeert net zo gezellig te zijn als thuis. En dat lukt aardig, al hangen er aquarelletjes met paarden die galopperen door schuimende golven. De dame die het ontbijt verzorgt, is moederlijk. Ze kwakkelt naar de gasten en vraagt met een Hollands accent:
- Everything oké?
- Fine, thank you. But could we have some more toast? Not too hardly roastered, please.
- Sure.
Pension-Engels. Als er Britten aan het ontbijt hadden gezeten, met krullende tenen, dan zou je ze kunnen troosten met de gedachte dat hun taal allang niet meer van hen alleen was. Dat er buiten het Britse, het Amerikaanse en het Australische Engels ook nog een wereld-Engels is ontstaan. Of preciezer: duizenden uitheemse Engelsen. Zoals hier de versie van Den Haag.
Wat fijn dat onze taal dat geweld niet wordt aangedaan, kun je denken. Als al die buitenlanders niet alleen de uitspraak van onze moedertaal, maar ook onze grammatica en onze woordenschat nog eens naar hun hand en mond gaan zetten, dat kan ons kwetsbaar Nederlands niet hebben. Maar je kunt ook denken: het wordt dan wel een bastaardtaal, en bastaarden zijn sterk.
Waar ik me meer zorgen over maak: het gemak waarmee middenstanders in Nederland ervan uitgaan dat hun klanten Engelstalig zijn. In horecazaken zal het meer gebeuren dan bij slagers en bakkers, maar je krijgt vaak de indruk dat het Nederlands stilaan buiten de norm valt. En al helemaal als ze horen dat je een Belg bent. Dan durven ze je in 't Frans aanspreken. Of wat ze voor Frans houden.
Als het Nederlands ergens niet meer gebruikelijk is, is het er straks misschien niet meer welkom. Dat lijkt me voor de toekomst van onze taal een kwalijker evolutie dan de gewoonte om met Engelse woorden te strooien in een of ander jargon. Want het idee dat je in het Nederlands je brood niet meer kunt verdienen, dat is een zware hypotheek.
Zo ver zijn we nog niet, maar de signalen zijn al zichtbaar. Als zelfs een keurig krullende Haagse snor de verengelsing van pensionnetjes niet meer tegenhoudt.
Ludo Permentier is verbonden aan de UGent en aan de Nederlandse Taalunie. Woorden weten alles verschijnt wekelijks op maandag. Reacties: ludo.permentier@standaard.be
Bron: De Standaard d.d. maandag 28 april 2008 Opinie & Analyse | 21
WOORDEN WETEN ALLES
Omhoog
◊ Ongelooflijk leuk, zeg maar ... naar arm Nederlands
Is de Nederlandse taal aan het verloederen?
Er is genoeg reden om te mopperen, dat zeker.
DOOR ROB VAN ERKELENS
Van de Nederlandse taal wordt meer gebruik gemaakt dan ooit, maar de kwaliteit neemt gestaag af. Mensen praten en praten en praten alsof hun leven ervan afhangt. Wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen lijkt een stuk minder van belang dan het feit dat ze iets zeggen. Praten om het praten is niet goed voor de taal. Die wordt gebruikt als een wegwerpartikel, en niet als het prachtige, veelzijdige instrument dat ze is.
Foto Chris van Houts
Te oordelen naar de nieuwe woorden die de laatste jaren in het Nederlands zijn opgedoken gaat het niet heel erg goed met onze taal. In 2007 werd ‘Bokitoproof’ uitgeroepen tot woord van het jaar. Dat is pure armoede. Kwam Marten Toonder ooit met ‘denkraam’, en voegden Van Kooten en De Bie onder veel meer ‘doemdenken’ aan onze woordenschat toe – uitdrukkingen die staan voor een begrip dat tijdloos is en door iedereen wordt herkend – nu is dus ‘Bokitoproof’ de grootste aanwinst van vorig jaar. Treurig.
‘Bokitoproof’ slaat op een verblijfplaats van een aap in een dierentuin die tegen Bokito kan. Zoals een waterdicht horloge waterproof is, is een hok, of een kooi, waar Bokito niet uit kan ontsnappen Bokitoproof. Bokito is een grote aap die negatief in het nieuws kwam toen hij na aanhoudend getreiter van een infantiele bezoekster terecht over zijn hek klom en een ravage aanrichtte in de dierentuin waar hij woonde.
Dit is een nieuw woord dat we nooit meer zullen horen, aangezien het verbonden is aan één specifieke gebeurtenis, die zich niet meer zal herhalen. Dat ooit nog een aap iets dergelijks uithaalt is onwaarschijnlijk, en dat die dan ook nog Bokito heet nog meer. Een woord dat dus helemaal niets toevoegt aan de Nederlandse taal.
Zoals er maar weinig lijkt te worden toegevoegd aan de Nederlandse taal. Nieuwe woorden kunnen een verrijking zijn, maar in deze tijd bespeuren we vooral verarming van het Nederlands. Verschraling. Vermagering. Verloedering, wordt ook wel gezegd.
Er zijn redenen genoeg om te vrezen voor de kwaliteit van het Nederlands. Ga maar eens in de tram zitten. Met open oren. Of in een winkelstraat lopen. In de Hema. Je krijgt rillingen over je rug van wat je allemaal hoort.
‘Chantal, moet je kijken, wat leuk!’
‘O kind, dat is leuk!’
‘Ja, leuk zeg. Ongelooflijk leuk.’
‘Die vind ik eigenlijk minder leuk. Bij die heb ik zoiets van dat ik hem minder leuk vind, zeg maar.’
Communicatie heet dat. Er wordt veel gecommuniceerd, tegenwoordig. We hebben de middelen, en die zullen we gebruiken ook. Met de toename van het aantal mobiele telefoons is er een woekering van redundante communicatie ontstaan, die veelal meta-communicatie is. Telefoneren over het telefoneren. ‘Waar ben je nu? Je valt weg. Nee, jij.’
‘Hé met mij. Hoewissut? Oké. Ik dacht ik bel even dacht ik om te zeggen dat ik er bijna ben. Nog een minuutje of vijf zes fietsen. Ik had zoiets van dat ik me afvroeg hoe het nu met je was. Ik dacht aan je, zeg maar. Eigenlijk vond ik het wel te gek hoe we gisteren konden praten, weet je. Heel te gek. Dus daarom had ik iets van waarom heeft ze toch dat sombere gezicht op haar gezicht? Maar oké, daar moeten we maar over praten, denk ik persoonlijk. Ik heb je nog veel meer te vertellen, ook spannende dingen, zeg maar. Dat doe ik wel als ik bij je ben. Dat is over twee minuten maar ik dacht ik bel even dat ik eraan kom.’
Communiceren vindt heden ten dage plaats onder enorme druk. Tijdsdruk, aangezien de communicerende partijen altijd op weg zijn naar het een of ander, iets belangrijks dat gedaan of gezegd moet worden. Alle communicatie is vluchtige communicatie.
Op verschillende gebieden nemen we een verschraling van het Nederlands waar. In het dagelijkse taalgebruik is het overduidelijk dat er steeds minder woorden worden gebruikt om mededelingen te doen of vragen te stellen. Het gaat niet om hoe je het zegt, maar om wat je zegt. Zodat de ander je direct begrijpt.
Maar ook het geschreven Nederlands is aan het verarmen. Er zijn een paar gratis kranten bij gekomen, die door met name veel jongeren worden gelezen. Het niveau van die dagbladen is abominabel. Eén enorme opeenstapeling van clichés, stoplappen en platitudes. Verschrikkelijk lelijk Nederlands. Fantasieloos. En barstensvol fouten.
In Metro zegt een badmintonspeelster: ‘Ik neem behalve mijn raket ook mijn bikini mee naar het toernooi.’ In Spits sterft het van afgesleten woordcombinaties als ‘administratieve rompslomp’ en ‘nieuwe uitdaging’.
Maar ook NRC Handelsblad, toch altijd een ‘kwaliteitskrant’ genoemd, is steeds slordiger en nonchalanter aan het worden. In een stuk over Ajax en Johan Cruijff vinden we: ‘een geldige mandaat’, ‘hij vindt dat hij en een assistent van de hoofdcoach de verantwoording moeten krijgen voor de jeugdopleiding’. En: ‘Dit percentage neemt pas bij de A-junioren toe tot 85 procent.’
Er is genoeg om ons aan te storen. Je hoort het goed als je een oud Polygoon-journaal ziet, of een voetbalwedstrijd in zwart-wit. Het commentaar is een openbaring. Soms vallen er zelfs stiltes, wat een weelde. Of draai een sprookjesplaat van ‘vroeger’, dat is dertig jaar geleden, met de stemmen van Hetty Blok, Ton van Duijnhoven en Ina van Faassen. Je weet niet wat je hoort. Het is spannend, grappig en eng, alleen door de manier waarop de tekst wordt gelezen. Elke zin heeft een ziel.
In een Polygoon-journaal uit 1954 verschilt het Nederlands dat wordt gesproken zo van het hedendaagse dat het een andere cultuur lijkt. Niet alleen de uitspraak van de woorden, maar ook de zinsbouw en de zwierigheid van de tekst komen we tegenwoordig niet meer tegen. Dit is de tijd dat nieuwslezeressen op de commerciële televisie zeggen: ‘Er zijn zes gewonden gevallen’, met de nadruk dus op het laatste woord.
De Polygoon-stem zegt: ‘De bosbouw is het belangrijkste middel van bestaan van deze eilanden. De machine heeft er nog geen grijper aan de grond gekregen. Hier bloeit nog het eeuwenoude slurfwerk.’ Wat een dictie.
Dit is de tijd dat mensen zeggen: ‘Ik besefte me...’ en: ‘Ik bedacht me dat...’ Beseffen en bedenken worden steevast wederkerend gemaakt. Typisch een verschijnsel van deze tijd, de tijd waarin het ego groter en groter wordt en de taalschat kleiner en kleiner.
Misschien was het inderdaad een andere cultuur, die van mooie sprookjesplaten, Kees Schilperoort en de jonge Willem (O.) Duys. Misschien is de cultuur van nu niet meer te vergelijken met de tijd dat de Nederlandse taal gekoesterd werd als was ze iets dierbaars. Want het is alsof in onze tijd niemand de taal nog dierbaar is.
Het is niet definitief zeker dat oudere mensen beter Nederlands spreken, maar wel bijna. Ze hebben in elk geval een grotere woordenschat dan de gemiddelde jongere van tegenwoordig. Oude mensen hebben meer termen of uitdrukkingen tot hun beschikking voor hetzelfde begrip. Dat betekent dat ze zich genuanceerder kunnen uitdrukken. Jongeren lijken de wereld in te delen in grofweg twee categorieën: vet en a-relaxt. Vet betekent goed en a-relaxt betekent niet-vet. Het hele spectrum tussen die twee uitersten bestrijken ze niet of nauwelijks in hun taalgebruik. Ouderen kunnen nuances aanbrengen – met ouderwetse woorden – en zodoende de werkelijkheid subtieler en veelzijdiger beschrijven, en ervaren.
Ondertussen horen we jongens en meisjes praten.
‘Hé mattie, fawaka?’
‘Ik ga loesoe, man. Naar Lidorro. Bling bling scoren. Kan ik lekker chillen met die chickies, weet je. Beetje choken, beetje skappa worden, gewoon lekker chillen. Niet dat gefokte.’
Verloedert het Nederlands? En is dat erg? Ja, dat is erg. In tegenstelling tot wat geruchten beweren is het Nederlands een mooie taal. Waar je veel mee kunt doen. Wat dat betreft kunnen we er niet omheen dat de jeugd van tegenwoordig niet alleen maar het Nederlands verziekt. Er gebeuren ook goede dingen.
Zo maakt de groep De Jeugd van Tegenwoordig liedjes in het Nederlands die barsten van het inventieve, sprankelende taalgebruik. Een van de rappers van De Jeugd is Willie Wartaal. Hij maakte het prachtige nummer Konijntje (‘Wiebelen! Wiebelen!’). Hij houdt van de Nederlandse taal, zoals meer rappers. Def P, bijvoorbeeld, de koning van de Nederlandse rap:
Mijn rijms zijn een cryptisch vers als Rice Crispies
Van wijze inscripties maak ik verse scripties
Eerst was het Egyptisch of apostolistisch,
maar nou apodictisch en apocalyptisch
Mijn rijms zijn een cryptisch vers als Rice Crispies
Van wijze inscripties maak ik verse scripties
Apodictisch en zeer adictisch
De interpretatie kent geen restricties
Zoals Willie Wartaal heeft gezegd: ‘Mensen zeggen toch al niets de hele dag, zeg dan gewoon in stijl niks.’
© ROB VAN ERKELENS / De Groene Amsterdammer 14-03-2008
Omhoog
◊ Sofprijs 2007 voor Balkenende,
Von der Dunk krijgt de Lofprijs
11 februari 2008
De bezoekers van de webstek van de stichting Nederlands hebben minister-president Jan-Peter Balkenende gekozen tot winnaar van de Sofprijs der Nederlandse Taal 2007. Thomas von der Dunk krijgt de Lofprijs der Nederlandse Taal 2007.
Balkenende, die zowel kandidaat was voor de Lofprijs (in zijn functie als regeringsleider) als voor de Sofprijs, krijgt de prijs voor het feit dat hij het vorig jaar bij de opening van het academisch jaar bij de Universiteit Wageningen een toespraak in het Engels hield.

Thomas von der Dunk was kandidaat voor de Lofprijs, omdat hij het vorig jaar (23 november) in de Volkskrant een artikel schreef over de vlucht van de Nederlandse 'elite' naar het Engels. Engels op de universiteit zet de Nederlandse studenten op afstand en sluit de elite af van de rest van Nederlands, aldus Von der Dunk in dat artikel.
Naast Von der Dunk waren, onder meer ook, Jozef Deleu, oprichter van Ons Erfdeel, en het Meertens-instituut, voor de inrichting van een databank voor het Nederlandser lied, kandidaten voor de Lofprijs.
Premier Balkenende moest, onder meer, concurreren met het Dutch Teachers College, een naam die enkele hogeschoolbestuurders hadden bedacht voor een nieuwe Nederlandse leraaropleiding. Ook minister Plasterk was kandidaat vanwege zijn uitspraken de EU om te vormen tot eentalig (= Engels) bastion.
Bron: De Stichting Nederlands
De Stichting Nederlands over zichzelf:
"In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels, zowel op universiteiten, bij bedrijven en elders in de samenleving. Hierdoor kun je op steeds minder plekken met het Nederlands uit de voeten, en dat is verkeerd. Onze doelstelling is daarom de devaluatie van het Nederlands tegen te gaan. Ook proberen wij waar gewenst onvertaald Engels te vernederlandsen."
Zij voert met grote hardnekkigheid strijd tegen de overspoelende golf van verengelsing in Nederland - met humor maar ook met een zeker cynisme. Er is heel wat belangwekkend nieuws over het gebeuren te lezen op haar site.
Speciaal verwijzen we naar de Nieuwsbrief 19 van 8 oktober 2007 met een gedegen artikel van Wim Couwenberg, oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht "Taalstrijd in Nederland?"
Lees het in Nieuwsbrief 19 van de Stichting Lezen
Omhoog
◊ Brusselaars bewuster van hun Nederlands
07/01/2008 14:00
Er zijn steeds minder Nederlandstaligen in Brussel, maar die willen steeds meer hun eigen taal spreken.
Het taalgebruik in Brussel is een delicaat vraagstuk, want er staan fundamentele rechten en culturele identiteitskwesties op het spel die de gemoederen kunnen verhitten. Rudi Janssens, verantwoordelijke voor het taalsociologische onderzoeksluik van het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (Brio), nam in opdracht van de VUB de temperatuur op in Brussel. Het aandeel eentalig Nederlandstalige gezinnen daalt er, maar de band met het Nederlands wordt steviger, zo blijkt.
Welke taalverschuivingen deden zich voor in Brussel tussen 2000 en 2006?
RUDI JANSSENS: Voor het Nederlands valt op dat steeds minder gezinnen zich als eentalig Nederlandstalig profileren. Brusselaars die van huis uit Nederlands spreken, doen dit meestal in combinatie met een andere taal. Maar tegelijk getuigen ze van een sterkere band met hun moedertaal: Nederlandstaligen willen hun taal meer gebruiken. Ze spreken veel meer Nederlands dan vroeger en kunnen ook in hun eigen taal terecht in openbare ruimtes zoals het ziekenhuis of het gemeentehuis.
Op straat blijft Frans dominant, net als op de schoolspeelplaatsen. Ook in het Nederlandstalige onderwijs gaat het gebruik van het Nederlands buiten de lesuren achteruit. Franstalige leerlingen spreken dan zelden of nooit Nederlands. Bij anderstalige jongeren is de trend wel om iets vaker dan vroeger in het Nederlands te communiceren.
Wat is de motivatie van Nederlandstalige Brusselaars om meerdere talen te spreken?
JANSSENS: Vlamingen die naar Brussel verhuizen, voelen zich vaak aangetrokken tot de culturele diversiteit die de hoofdstad uitstraalt. Die diversiteit willen ze doortrekken in hun taalgebruik. Tegelijk zijn ze zich bewust van hun moedertaal en blijven ze haar ook gebruiken. Meertaligheid doet zich overigens vaak voor in fases. Na een gemengd huwelijk kiezen beide partners één taal om met elkaar te spreken, maar wanneer er kinderen komen, wordt het gezin meertalig.
Hoe ziet de taaltoekomst van de hoofdstad eruit?
JANSSENS: Dat is moeilijk te voorspellen, maar waarschijnlijk treedt in migrantengezinnen nog meer dan vandaag een verschuiving op van de eigen taal naar het Frans als voertaal. Het Nederlands zien we op dezelfde manier evolueren als nu: minder eentaligheid, maar een groter bewustzijn van de eigen taalidentiteit. Verder zullen nog meer Brusselaars het Engels verkiezen boven het Nederlands als tweede taal.
Zie: Rudi Janssens, Taalgebruik in Brussel en de plaats van het Nederlands.
Enkele bevindingen in Brussels Studies nr. 13 van 7 januari 2008
Meer info op de website van Brio Brusselse thema's en Brussels Studies.
Eline Vanuytrecht
Meer artikels over
taal - Brussel - Nederlands
Bron: Knack.be - Nieuwsbrief 07-01-2008
Omhoog
◊Moeten we de opmars van het Engels stimuleren of tegengaan?
Het leverde bij De Buren op maandag 12 november 2007
een levendig debat op
'Nederlands is een handicap, maar wel een handicap die we moeten koesteren'
(Anne Provoost en Linde van den Bosch)
Is de opmars van het Engels in de Nederlanden een zegen of net niet? Rond die vraag bracht de Taalunie gisteren in het Vlaams-Nederlands huis De Buren beleidsmakers, onderzoekers, ondernemers, studenten, leerkrachten en andere toegewijde taalgebruikers samen om te debatteren.
Dat het Engels niet de taal des duivels is en dat je het maar beter kan leren, daar was natuurlijk iedereen het over eens. Maar ook zonder excentrieke of provocerende standpunten kwam het vaak tot interessante tegenstellingen. Tussen economische en culturele argumenten bijvoorbeeld, waarbij de eerste dan doorgaans de promotie van het Engels rechtvaardigden en de tweede veeleer de herwaardering van het Nederlands of andere talen dienden. Of tussen een pragmatische en een meer ambitieuze of principiële houding.
Is het bijvoorbeeld wenselijk dat kinderen in de basisschool zoveel en zo snel mogelijk Engels leren? Nee, vond de meerderheid, om uiteenlopende redenen: kinderen geraken verder als ze eerst heel goed Nederlands leren en dan pas aan andere talen beginnen, Engels zet een rem op het verwerven van andere talen of: Engels pikken ze toch op, je kan beter focussen op het Frans als tweede taal.
Maar het andere kamp had ook goede munitie: het is bewezen dat kinderen net taalvaardiger worden als ze van jongs af vreemde talen leren, en wie het zelf als uk gedaan had, beaamde dat. 'Wij moeten gaan concurreren met mensen uit de hele wereld die het Engels heel goed beheersen. Wil je je kinderen dan laten achterblijven?' vroeg een vader van tweetalige kinderen. Allicht wil niemand dat, maar er kwam wel kritiek op zijn economische drijfveer en een tegenstandster die opperde dat het zinvoller was om Marokkaanse kinderen naast Nederlands eerst Berbers of Arabisch te leren, kreeg applaus.
Hetzelfde spanningsveld dreef de discussie aan over het hoger onderwijs, dat meer en meer in het Engels wordt aangeboden. 'Het Nederlands moet bruikbaar blijven in alle domeinen, anders glijdt de taal af', was een terugkerend argument. Maar er werd ook opgemerkt dat buitenlandse docenten of studiegenoten verrijkend kunnen zijn en dat de internationale aanpak mogelijkheden biedt om te promoveren.
Verleiden
Moet de overheid nu maatregelen nemen tegen de invloed van het Engels? Dat lag het moeilijkst. Quota voor Nederlandstalige liedjes op de radio vonden weinig bijval, maar er werd wel voor gepleit dat de verengelsing van de universiteiten wat zou worden bijgestuurd. Dirk de Caluwé, adviseur van de Vlaamse overheid, pleitte voor verleiden in plaats van bevoogden, Jan T'Sas van het onderwijsblad Klasse suggereerde dat een slogan als 't Stad is van A in dat opzicht een beter voorbeeld stelt dan I Amsterdam.
Linde van den Bosch, de secretaris van de Taalunie, besloot het debat door terug te verwijzen naar iets wat de schrijfster Anne Provoost eerder op de dag had gezegd: 'Nederlands is een handicap, maar wel een handicap die we moeten koesteren'.
Die voorzichtige houding kenmerkt ook het meerjarenplan dat Ronald Plasterk, de voorzitter van het Comité van Ministers van de Taalunie, maandag voorstelde. Hij benadrukte niet het belang van de taal, maar dat van de taalgebruikers. 'Voor miljoenen is het Nederlands de taal waarin ze denken en fantaseren. (...) We moeten dus zorgen dat het Nederlands op alle terreinen gebruikt wordt en kan worden gebruikt.' (kdo)
DS - Dinsdag 12-11-2007 - Cultuur en Media 37
Over het Taaluniedebat 2007:
Het verslag
Een selectie van reacties en artikelen over de onderwerpen die tijdens het debat aan de orde kwamen: Programma - Knipsels - Terugblik - Deelnemers - Filmpjes
Taaluniedebat 2008
Omhoog
◊Overeind in Babel. Verslag Symposium over taal en talen - Egmontpaleis Brussel n.a.v. 50 jaar Ons Erfdeel 14 sept. 2007
Overeind in Babel. Talen in Europa: onder dat motto heeft het tijdschrift Ons Erfdeel op
14 september 2007 zijn vijftigste verjaardag gevierd met een groots opgezet symposium
in het Brusselse Egmontpaleis. Taal als vaderland, de spanning tussen standaardtaal
en dialect, moedertaal en schrijftaal; de vertaling als enige, echte taal van Europa,
de verhouding tussen taal en territorium, de rol en de plaats van taal in het onderwijs,
lingua franca als noodzaak en dreiging, taal als sociale hefboom: dat waren de onderwerpen
die die dag aan de orde kwamen.
Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois hield de openingstoespraak.
Hij pleitte beslist voor het behoud van alle officiële talen in de Europese Unie,
ook waar dat moeilijk is, bijvoorbeeld in het octrooibureau. Voor de verdediging van
het Nederlands zouden Vlaanderen en Nederland het best samen front moeten
maken. De minister hield een pleidooi voor goed Nederlands, tegen tussentalen, tegen
gemakzucht. Hij maakte zich zorgen over het uiteengroeien van het Nederlands in
Noord en Zuid. Aan onze universiteiten, ten slotte, dient het Nederlands de voertaal te
zijn. Vlamingen weten uit hun geschiedenis wat het betekent als dat niet zo is.
Er waren drie gespreksrondes. Lees meer
Omhoog
◊Gelukkig in mijn taal
Het is moeite waard om eens rond te kijken op een ouderavond in een middelbare school. Je ziet er heel wat bezorgde ouders die te weten willen komen hoe hun kinderen het daar doen en ook wel de leerkrachten komen ‘monsteren’.
Traditiegetrouw is er veel bezoek voor de wiskundeleerkrachten, net als voor die van fysica of economie en - vanuit de Belgische situatie - ook die van Frans. Vakken die extreem moeilijk worden geacht of/en belangrijk voor de toekomst. Wat die ouders willen weten, is of de betrokken leerkrachten competent zijn, hun kind op de juiste manier aanpakken en de lat voldoende hoog leggen of juist niet te hoog.
Minder ‘klanten’ ziet de leerkracht die geschiedenis geeft, godsdienstleer of moraal. Die zit op een ouderavond nogal eens voor zich uit te staren en eigenlijk is dat vreemd.
Is kennis van het verleden dan niet belangrijk voor de toekomst? Zijn het op school niet vooral de mensen die godsdienst- en zedenleer geven die onze kinderen confronteren met fundamentele waarden en die wegwijzers aanbieden voor het leven? Belangrijke dingen voor hun huidig en toekomstig geluk! Is het niet belangrijk om te weten hoe mijn kind het bij die mensen doet, of zij competent zijn en het op de juiste manier benaderen? Dat voor hen maar zelden iemand zakt, verklaart misschien de beperktere belangstelling.
Ook de leerkrachten Nederlands krijgen veelal minder bezoek. Pakken die de kinderen goed aan, zijn zij competent, stellen zij voldoende hoge eisen? Blijkbaar zijn er niet zo veel Vlaamse ouders die zich daar het hoofd over breken.
Dat kan vreemd lijken want is het Nederlands voor onze kinderen niet het eerste venster op de wereld? Is het niet het instrument waarmee andere kennis verworven moet worden en waarmee de meesten later in onze maatschappij zullen moeten functioneren zowel op zakelijk als op persoonlijk gebied?
Bij nader toezien is de bij velen beperkte belangstelling voor het moedertaalonderwijs niet zo vreemd. Ze heeft onder meer te maken met onze geschiedenis. De moedertaal speelde veelal niet mee aan de top, ze werd verwaarloosd en was dus ook verwaarloosbaar. Zulke dingen blijven lang doorwerken.
En ook het heden werkt niet altijd motiverend. Zo spreken veel van onze politici – toch mensen met een voorbeeldfunctie – onverzorgd, uit onmacht of omdat ze menen daarmee sympathiek te worden gevonden. Het is al zo vaak gezegd. En de media gaan evenmin vrij uit. Vooral de televisie, en niet alleen de commerciële, presenteert in veel programma’s een slordig taalgebruik, een mengeling van dialect, standaard- en tussentaal. Opmerkelijk in dit verband is dat dit beeld vaak niet overeenkomt met de taalwerkelijkheid buiten de mediacontext. In winkels, restaurants en kantoren krijg je vaak een veel positiever beeld. Dat is althans mijn ervaring, in alle Vlaamse provincies.
Maar terug naar het onderwijs en meer bepaald naar de leerkracht die Nederlands geeft. Zeer terecht heeft de minister van onderwijs – zelf iemand met een goed taalgebruik – er onlangs op aangedrongen dat alle leerkrachten hun taal verzorgen, maar de moedertaalleraar neemt uiteraard een sleutelpositie in. Velen zullen net als ik kunnen getuigen dat zij aan die vrouw of man bijzonder veel te danken hebben, dat die in hoge mate heeft bijgedragen aan hun taalbeheersing en de vorming van hun persoonlijkheid.
Die leerkracht wordt echter, zoals gezegd, nogal eens geconfronteerd met een gebrek aan interesse voor zijn vak, bij ouders en soms ook bij directies. Dat houdt ongetwijfeld verband wat in de eerste alinea’s van dit artikel is gesignaleerd maar misschien ook wel met het feit dat onze moedertaal te weinig wordt ervaren en gepresenteerd als iets om ook gelukkig mee te zijn, nu en later.
Dat heeft met verschillende factoren te maken. Een daarvan is in Vlaanderen de moeilijke relatie tussen de Nederlandse standaard- en de eigenlijke moedertaal. Mijn eigenlijke moedertaal is de taal die mijn moeder mij geleerd heeft, voor mij een dialect, voor anderen wellicht de een of andere lokale tussentaal. Mijn eigenlijke moedertaal verschilt nogal wat van de standaardtaal, zeker qua uitspraak, qua woordenschat en zinsbouw echter heel wat minder.
Een fundamentele fout nu die vaak werd en wordt gemaakt, is de standaard- en de eigenlijke moedertaal tegenover elkaar plaatsen en niet naast elkaar. Of nog erger: de ene – de eigenlijke, de meest eigene – als minderwaardig voorstellen en afwijzen in plaats van ze te bewonderen en te genieten van haar charme en rijkdom naast de charme en rijkdom van de standaardtaal.
Het dialect is iets van de eigen (kleine) groep, iets van mijn stad of dorp. In het onderwijs moet het dan ook niet worden ‘verstopt’ of ‘verstikt’, integendeel, er kan mee worden gespeeld en spelen maakt gelukkig. Het kan worden gepresenteerd als een compleet en rijk taalsysteem met zijn eigen charme en creativiteit. Tegelijkertijd moet gewezen worden op zijn beperkt bereik: ruimtelijk, sociaal en intellectueel. Kom ik buiten mijn streek, dan word ik er een ‘vreemde’ mee, iemand die er niet bij hoort. In sommige omstandigheden en milieus word ik er niet mee aanvaard. Ik sluit er ook anderen die het niet beheersen, mee uit. Het kan mij geen toegang verschaffen tot de wereld van de wetenschap en Cultuur met grote C.
De standaard- en de eigenlijke moedertaal naast elkaar plaatsen leidt onder meer tot de constatering dat ze heel dicht bij elkaar liggen en in de meeste gevallen hetzelfde zijn: een stoel heet overal stoel, een brug een brug. Die constatering kan ons verlossen van de zogenaamde negatieve reflex: het is vertrouwd en dus waarschijnlijk verkeerd …
Aandacht besteden aan de verschillen, kan ook heel prettig zijn. Wie kent beeldende uitdrukkingen in de standaardtaal, de dialecten, andere talen voor ‘beter iets hebben dan niets’? Ook allochtone leerlingen kunnen hierin op hetzelfde niveau meespelen door uitdrukkingen uit hun eigenlijke moedertaal te vertalen.Wie kent andere woorden voor ‘vlinder’, wie voor ‘schommel’, wat zeggen de mensen bij ons soms ook in plaats van ‘groter dan’ of ‘groter als’, voor ‘ik vraag mij af of hij zal komen’? Het spel maakt meteen ook duidelijk hoe nodig de standaardtaal is: woorden en constructies die door iedereen in het hele taalgebied begrepen worden én aanvaard.
Dat ‘taalspel’ kunnen spelen, vergt echter veel van de leerkrachten. Die moeten openstaan voor variatie in taal, vertrouwd zijn met verschillende registers en zelf de standaardtaal zo goed beheersen dat zij ze vloeiend en met charme kunnen hanteren. Dat veronderstelt uiteraard dat zij ze ook veel gebruiken in hun leven buiten de school want anders klinkt ze veelal stroef en onnatuurlijk. In elke ontwikkelde maatschappij tref je trouwens groepen aan bij wie de standaard- en de eigenlijke moedertaal in hoge mate samenvallen en het is een beetje normaal dat nogal wat leerkrachten daartoe behoren.
Goed moedertaalonderwijs kan ook bijdragen aan het geluk doordat het (de woorden voor) ervaringen aanreikt die de emotionele horizon verruimen. Zo wijst Alain de Botton er in ‘De architectuur van het Geluk’ op dat het vaak ‘boeken, gedichten en schilderijen (zijn) die ons het zelfvertrouwen geven om gevoelens serieus te nemen die we anders nooit zouden hebben onderkend’.
Waardevolle gedichten, romans en essays kunnen de smaak verfijnen, de gevoeligheid en het vermogen om te nuanceren versterken, wat van onschatbare waarde is voor later. Het is daarbij belangrijk alternatieven aan te bieden voor het vele banale en vulgaire waarmee de jonge mensen zo veel worden geconfronteerd.
Met zorg gekozen teksten die eerlijk worden besproken niet door maar met een leerkracht die niets opdringt maar zelf bezield is, verrijken de persoonlijkheid en het taalvermogen. Dat geldt uiteraard ook voor literatuur in andere talen maar het zal maar zelden zo diep kunnen doorwerken als in de eigen taal.
En nog iets: als jonge mensen gedichten uit het hoofd moeten leren, wat blijkbaar amper nog gebeurt, wordt niet alleen hun geheugen geoefend maar ook een schat meegegeven waaraan zij ook en vooral later vreugde kunnen beleven. Dat kunnen veel volwassenen getuigen die het geluk hebben gehad dat te moeten doen.
Goed moedertaalonderwijs kan bijdragen aan het geluk. Het vergt echter een grote inzet en competentie van de leerkracht. Die moet taalvaardig en belezen zijn, een tekst tot leven kunnen brengen en dat alles naast de andere kwaliteiten waarover onderwijsmensen moeten beschikken.
Gelukkig zijn in mijn taal. Misschien op de volgende ouderavond toch ook eens naar de leerkracht Nederlands gaan, voor het geluk van de leerling.
Stijn Verrept
Stijn Verrept is emeritus gewoon hoogleraar taalvaardigheid/zakelijke communicatie
Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen
Universiteit Antwerpen. Hij is ook lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.
Omhoog
◊Natuurlijk geen Engels als voertaal aan onze universiteiten
“Art. 91 § 1. De onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is het Nederlands. …”
(Decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs – B.S., 14 juni 2003)
In De Standaard van dinsdag 18 september 2007 verschenen een paar artikels rond de positie van het Engels aan de Nederlandse en de Vlaamse universiteiten. Ze verwijzen naar een rapport daarover vanwege dr. Albert Oosterhof, een Nederlandse onderzoeker verbonden aan de Universiteit Gent in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland. Dr. Oosterhof maakt een vergelijking van de situatie nu met die van 2001 en constateert in welke mate het gebruik van het Engels als instructietaal is toegenomen of niet aan de universiteiten zowel in het Noorden als in het Zuiden van het Nederlandse taalgebied.
Van dat rapport wordt nu in de Nieuwsbrief nr. 3 van juli-augustus – september 2007 een substantiële neerslag gepubliceerd die zich objectief beperkt tot de geconstateerde feiten. Enige opiniëring in de Nieuwsbrief blijft volkomen achterwege. In de krantenartikels in De Standaard daartegenover waarschuwt de Algemene secretaris van de Commissie Wilfried Vandaele voor verdergaande verengelsing aan de Nederlandse universiteiten waar de initiële mastersopleidingen volop aan het verengelsen zijn en hij roept op tot grote waakzaamheid voor de Vlaamse universiteiten, die zich aan de beregeling van taalartikel 91 van het structuurdecreet van 4 april 2003 moeten houden. De Nederlandse universiteiten zijn ook gebonden aan een wettelijke regeling, maar leggen die gewoon naast zich neer.
Het VVA heeft zich samen met het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in de aanloop tot dat structuurdecreet ten volle ingezet voor een regeling waarbij de positie van het Nederlands als onderwijstaal aan onze universiteiten zoveel mogelijk gevrijwaard kon worden.
Argumenten voor verengelsing van het hoger onderwijs zijn de internationalisering en de bereidwilligheid tegenover buitenlandse studenten die aan onze universiteiten in het Engels tegemoet gekomen zouden moeten worden. Als argument wordt ook de vanzelfsprekendheid van verengelsing van het hoger onderwijs bijna onuitgesproken maar daadwerkelijk ingeroepen.
Het VVA blijft op zijn standpunt dat een verdergaande verengelsing ten allen prijze voorkomen moet kunnen worden. Het gaat toch niet op dat steeds meer Engels als instructietaal wordt geïnstitutionaliseerd in verscheidene opleidingen in het hoger onderwijs, waarbij Nederlandstalige docenten aan Nederlandstalige studenten hun onderwijsinhouden in het Engels overmaken. Uit onderzoek blijkt dat dan de kwaliteit van dat hoger onderwijs met vele percentages naar beneden gaat. Sociaal gezien is Engelstalig onderwijs ook een drempel voor vele kandidaten, die zich in extreme mate zouden moeten inspannen om die leerinhouden te kunnen assimileren. Studieactiviteiten die schriftelijk worden volbracht geven de nodige ruimte om zich op vreemdtalig studiemateriaal te concentreren en dat lijkt een meer haalbare aangelegenheid te zijn. Studieactiviteiten die mondeling worden ondernomen als hoorcolleges en seminariesessies vergen een zo hoge graad van abstractie bij de wetenschapsoverdracht of het probleemoplossend denken, dat het niveau bij gebruik van het Engels verre van hoogstaand kan zijn. Het denken berust immers op het effectief hanteren van taal en dat kan slechts op optimale wijze als dat in de eigen taal gebeurt, waarmee men van kindsbeen af vergroeid is en die toelaat hoge toppen van abstractie nodig voor probleemoplossend redeneren te bereiken. Daartegenin werken is een aantasting van de identiteit mogelijk van de onderwijsverstrekkers tot op zekere hoogte, maar zeker van de studerenden die vanuit een vervreemdingssituatie van de eigen taal verplicht worden hoge performaties te bereiken via een denkvermogen in een in wezen vreemde taal.
Het VVA is hogelijk tevreden met het vast uitgesproken voornemen van de huidige onderwijsminister Frank Vandenbroucke om aan de bestaande wettelijke regeling niets te veranderen in tegenstelling tot de aandrang en de aspiraties tot verengelsing van de verantwoordelijke onderwijsinstanties van het Vlaamse hoger onderwijs.
Nu blijkt al dat de aandrang van rectoren en decanen van faculteiten om het wetenschappelijk personeel van de universiteiten en hogescholen in het Engels te doen publiceren al te excessief is en herhaaldelijk blijkt dan ook de inferieure kwaliteit van publicaties die toch de pretentie hebben wetenschappelijk te zijn.
Wij blijven vanuit het VVA de stelling poneren dat elke Vlaamse intellectueel en zeker de Vlaamse academicus in staat moet zijn om naast een volwaardige beheersing van zijn eigen taal, het Nederlands, zich ook volwaardig uit te drukken in het Engels, het Frans en het Duits in vele communicatieve situaties. Vreemde talen leren is omwille van de eigen weerbaarheid een absolute noodzaak. Maar elke Vlaamse kandidaat-intellectueel of aspirant-academicus moet steeds de gelegenheid krijgen zichzelf te blijven in het Vlaamse hoger onderwijs en zijn studies te doen in zijn eigen taal, het Nederlands.
Ghislain Duchâteau
VVA-verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs
'Het Engels als voertaal aan onze universiteiten?' CVN-Nieuwsbrief nr. 3 2007: http://www.cvn.be/algemeen/nieuwsbrieven/2007/NR_03_cor.pdf
Taaluniedebat 2007
De opmars van het Engels in ons taalgebied: uitdaging, fait accompli, of blessing?
Dit is het thema van de debatdag die de Taalunie op maandag 12 november 2007 in het huis DeBuren in Brussel organiseerde.
Over het Taaluniedebat 2007:
Het verslag
Een selectie van reacties en artikelen over de onderwerpen die tijdens het debat aan de orde kwamen: Programma - Knipsels - Terugblik - Deelnemers - Filmpjes
Taaluniedebat 2008
Omhoog
◊Over het Nederlands in Vlaanderen
Doorgeprikt staat netjes
SALAAM ALEIKOEM
(Mia Doornaert in De Standaard vr. 5-10-2007)
Hij zegt 'goede morgen' en ik zeg 'salaam aleikoem'. Hij is een Marokkaanse Belg, tweede generatie. Ik spreek Nederlands met hem, en hij helpt me het Arabisch opfrissen dat ik ooit een kandidatuur lang gestudeerd heb. Zijn vader heeft veertig jaar geleden op de hoek van mijn straat in Elsene een kruidenierszaakje geopend. Met noeste vlijt van de hele familie is het uitgegroeid tot een florissante zaak waar de hele buurt elkaar ontmoet.
De 'pater familias' had zijn kinderen op het hart gedrukt dat ze ook Nederlands moesten leren. De zoon stuurt nu zijn twee jonge kinderen naar een Vlaamse school in Brussel, omdat hij vond dat hij niet genoeg Nederlands leerde op zijn Franstalige school. Hij leert het met hen mee om hun huiswerk te kunnen controleren.
Daar gaat dan, eens te meer, het cliché van de immigrant die van onze sociale voorzieningen komt profiteren, zich niet integreert en zijn kinderen laat opgroeien voor galg en rad. Het hoort thuis op hetzelfde duffe schap als de luie Waal en de genetisch reactionair ingestelde Vlaming.
Gelukkig gaan de kinderen van mijn kruidenier naar een Brusselse school en leren ze er goed Nederlands - Brussel lijkt stilaan de enige (mede) door Vlamingen bewoonde stad waar het Nederlands niet in gevaar is.
Maar je houdt je hart vast voor de dag dat ze op schoolreis naar Vlaanderen gaan en in Antwerpen of Brugge alleen Antwaarps of Vlomsj horen. En dat ze op onze Vlaamse zenders op het koeterwaals vallen van de meeste feuilletons. Of wanneer ze zien dat Nederlandse reeksen in Vlaanderen ondertiteld worden, wat aangeeft dat het Nederlands een vreemde taal is voor de Vlamingen. Zullen ze zich niet afvragen of ze niet hun tijd verloren hebben?
Vlaanderen toont absoluut niet het respect voor het Nederlands dat het van zijn anderstalige landgenoten eist. Steeds meer Franstalige Belgen spannen zich in - beter laat dan nooit - om Nederlands te leren. En stellen dan vast dat ze in Vlaanderen vaak nauwelijks begrepen worden, of zelfs uitgelachen worden als ze keurig Nederlands spreken. Aan loketten van gemeentehuizen en OCMW's vallen allochtonen maar al te vaak op dialectsprekers.
Het hoort dezer dagen in Vlaanderen zelfs niet meer voor een correcte taal te pleiten. Alleen 'ouderen' zitten daar nog mee in, luidt het, en ouderen, zo liet de voorzitter van de CD&V-jongeren in deze krant (DS 3 oktober) verstaan, zijn goed om met de Belgische vlag bij het huisvuil gezet te worden.
De jeugd, zo hoor je ook van culturele goeroes, wil dialect spreken. Nu, dat is een giller, want een groot deel van de jeugd kent, in tegenstelling tot ondergetekende, geen authentiek dialect meer. Dat is een gevolg van de mobiliteit en de 'gemengde' paren die elkaars dialect niet spreken. Je hoort die jongeren die zo anti-elitair willen doen, dan ook ondingen zeggen als 'nen ontbijt' of 'ne vrouwe'. Er is niets artificiëler dan het verkavelingsvlaams dat nu bonton is, en dat noch dialect noch Nederlands is.
Het heeft niets te maken met authenticiteit en alles met zelfgenoegzame mediocriteit. Als iets enige zwier of elegantie vraagt, dan doen we maar of het volksvreemd is. Je krijgt bijvoorbeeld nauwelijks nog brieven of mails waarin de schrijver niet in een onmogelijke poespas 'u' en 'jij', 'uw' en 'jouw' door elkaar haalt. Dat gebrek aan elementaire taalbeheersing betekent ook dat de Vlamingen geen Frans of Duits meer aankunnen met hun verschil tussen 'tu' en 'vous', en tussen 'du' en 'sie'. Maar viertalige Vlamingen zijn inmiddels ook goed voor het huisvuil.
Nu België in zijn zoveelste crisis zit, moeten de Vlamingen zich toch eens afvragen hoe aantrekkelijk hun verkneuterende Vlaanderen is, welke bonus het biedt aan landgenoten die zich inspannen Nederlands te leren.
Nu België in zijn zoveelste crisis zit, moeten de Vlamingen zich ook eens afvragen waarom zij de enige meerderheid ter wereld zijn die federalistisch/separatistisch denkt. Wijst dat op een fris zelfbewustzijn?
Nu België in zijn zoveelste crisis zit, moeten de Vlamingen, onder wie de CD&V-jongerenvoorzitter, zich ook afvragen hoe logisch het is dat we iedereen in de wereld - Israëli's en Palestijnen, Serviërs en Kosovaren, Hutu's en Tutsi's - aanmanen tot toegevingen, maar in eigen land blijven volhouden dat al het ongelijk bij de andere zijde zit.
Salaam aleikoem, vrede zij met u. Waarom blijft het altijd weer zoveel makkelijker gezegd dan gedaan, ook in een welvarend, democratisch land als het onze?
Mia Doornaert was redactrice van De Standaard
www.standaard.be/doorgeprikt
Omhoog
Taal is meer dan taal
Rede en dankwoord van prof. dr. Jozef T. Devreese bij de uitreiking van de André Demedtsprijs 2005 - Stadhuis Kortrijk - zondag 27 november 2005
Omhoog
◊De spelling 2005 - NDN-bestuur - visie van het Netwerk Didactiek Nederlands over de huidige spelling van het Nederlands
Omhoog
Informatief
◊ Taalunieversum - de webstek van de Nederlandse Taalunie

http://taalunieversum.org/
De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, België en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal, onderwijs en letteren.
Taalunieversum is een portaalsite met een haast oneindige hoeveelheid informatie over alle mogelijke aspecten rond taal en taalgebruik. Ze heeft als hoofdrubrieken : de startpagina, taal, onderwijs, cultuur&letteren, over de Taalunie. Elke hoofdrubriek omvat verscheidene subrubrieken en via goed zichtbare koppelingen kom je precies bij de informatie terecht waarvoor je belangstelling hebt.
Omhoog
◊Taaladvies.net
Over Taaladvies
In Taaladvies vindt u een antwoord op vele concrete vragen over taal en spelling. De kern van Taaladvies is een databank met taal- en spellingkwesties waar vaak vragen over gesteld worden. De selectie van die kwesties is gebaseerd op de ervaringen van taaladviseurs en taaladviesdiensten in Nederland en België. De taaladviesbank bestaat voor het grootste deel uit teksten met een vraag-antwoordstructuur, maar ze bevat ook een aantal algemene teksten.
Gebruik Taaladvies via deze koppeling: http://taaladvies.net/
Omhoog
◊ Gelijke behandeling voor Belgisch en Nederlands Nederlands in Prisma's 'Handwoordenboek Nederlands' - DS Cultuur 12/13-12-2009
Van achenebbisj tot zwaantje
— De derde editie van het ‘Handwoordenbooek Nederlands' van Prisma is een primeur voor ons taalgebied. Voortaan kom je niet alleen te weten of een woord ‘Belgisch Nederlands' is, ook woorden die vooral of alleen in Nederland gebruikt worden, krijgen een label.
Lees verder
Omhoog
◊ Klare taal: over boeken en taal - weblog
Webtip

Redactie: Gerda den Hollander en Arie Bras
De makers van het wekelijkse radioprogramma 'Klare Taal' van Radio Nederland Wereldomroep houden
een weblog bij die vooral voor docenten Nederlands, maar ook voor andere belangstellenden voor deze thematiek heel de moeite waard is.
De weblog wordt heel regelmatig aangevuld met nieuwe items over taalontwikkelingen, taalgebruik en spelling.
Extra interessant voor docenten: hij bevat koppelingen naar alle belangrijke sites over taal en literatuur
zoals 'De papieren man', 'De taalprof', de dbnl en nog veel meer.
Over de weblog
Omhoog
◊ Koppelingen
- DigiTaal
Webversie van de rubriek DigiTaal uit het tijdschrift Nederlandse Taalkunde.
- Onze Taal
Onze Taal is het tijdschrift van het Genootschap Onze Taal. Op de website vind je algemene informatie over het genootschap en een overzicht van de inhoudsopgaven van het tijdschrift.
- Taalpost
Taalpost, een e-mailnieuwsbrief, is een gezamenlijk initiatief van het Genootschap Onze Taal en Van Dale. Op de webplek kan je de vorige nummers inkijken.
- Taalschrift
Elektronisch tijdschrift over taal. Een uitgave van de Nederlandse Taalunie. U kunt zich abonneren op een elektronische nieuwsbrief.
Omhoog
Discussie
◊Hoe maakbaar is het Nederlands?
Prof. Fred Weerman, hoogleraar Nederlandse Taalkunde, Universiteit van Amsterdam - 16/03/06
“Laten we minder verkrampt omgaan met het Nederlands en ons concentreren op waar het werkelijk om gaat: onze gedachten helder onder woorden brengen.” Met deze stelling bestrijdt prof. Fred Weerman de opvatting van velen dat het Nederlands maakbaar is. Zelfs ondanks nieuwe spellingregels...
Bent u het daar mee eens? Wilt u er meer over weten, lees dan het hele artikel onder deze koppeling.
http://taalschrift.org/discussie/001074.html "
- Tekst[blad]
Tekst[blad] is een vaktijdschrift en forum voor iedereen die professioneel betrokken is bij het produceren van communicatieve teksten, het onderzoeken ervan of het overdragen van kennis erover. Tekst[blad] is een uitgave van uitgeverij Coutinho.
- Vakblad Taal Online
Op Vakblad Taal Online vindt u maandelijks een nieuwe editie van Vakblad Taal, een magazine over taal en communicatie. Betalende abonnees worden maandelijks geattendeerd op de nieuwste editie en hebben toegang tot het register en het archief met alle reeds verschenen nummers. Op de site treft u nieuws aan, aanbiedingen en links naar relevante sites.
- Van Dale Taalnieuws
Overzicht van nieuws i.v.m. taal.
- Vereniging Algemeen Nederlands (VAN) - Nederlands van Nu
De VAN wil de kennis en het gebruik van het Algemeen Nederlands in Vlaanderen bevorderen. Zij geeft het tijdschrift 'Nederlands van Nu' uit. Geen website. Correspondentie-adres: Keizer Karelstraat 83 8000 Brugge België. E-mail: frans.debrabandere
Omhoog
◊ Uit het rijtje kiezen we alvast uit de webstek van het Genootschap Onze Taal :

http://www.onzetaal.nl/ot/index.html
- Het julinummer 2008 van het tijdschrift van Onze Taal

- Zie de rubriek Taalnieuws op internet
Eerder taalnieuws van deze maand
Doorzoekbaar archief
Taalnieuws op internet wordt verzorgd door Saskia Aukema, Rutger Kiezebrink, Raymond Noë
en Lydeke Roos.
- Op zijn beurt verwijst de website naar andere websites met taaladviezen :
Nog meer websites met taaladviezen
Omhoog
◊ De taaltelefoon : http://www.taaltelefoon.be/

Op dinsdag 27 oktober 2009 bestond de Taaltelefoon precies tien jaar! Om dat te vieren lanceren we onze gloednieuwe gids In duidelijk Nederlands: spreken en schrijven voor iedereen.
In duidelijk Nederlands biedt een handig overzicht van adviezen voor helder en correct taalgebruik en efficiënte communicatie. De adviezen gaan vooral in op problemen en fouten die in de taalpraktijk dikwijls voorkomen. Download hier de tekst in pdf-formaat: In duidelijk Nederlands.pdf (911 kB).
Meer informatie over de tiende verjaardag van de Taaltelefoon vindt u hier: Tien jaar Taaltelefoon.
Omhoog
◊ Taaldatabanken – VRTtaal.net :

http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/algemeen/home.shtml
VRT-taaldag 2009
Op dinsdag 27 oktober vond in het Flageygebouw in Elsene de tweede taaldag van de VRT plaats. Die stond deze keer in het teken van 'overtuigingskracht'. In totaal defileerden wel veertig mensen op het podium onder de leiding van Marcel Vanthilt en Sofie Lemaire. Het hoogtepunt van de dag werd het eerbetoon aan de onvolprezen taalvirtuoos drs. P, ondertussen 90 jaar oud. |
|
Hij kreeg van Vlaams minister van Onderwijs, Pascal Smet, en van Linde Van den Bosch, van de Nederlandse Taalunie, een speciale oorkonde. Muzikant Jan De Smet zong tot slot het onvergetelijke Dodenrit (over de wolven die een hele familie op een slee oppeuzelen). |
|
Rijk en veelzijdig verslag van de VRT-taaldag 2009 (menukolom rechts)
____________________
Omhoog
◊ Woordenlijst Nederlandse Taal

De nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal - het Groene Boekje - staat volledig op het internet. Ook de leidraad met de nieuwe spellingregels staat online. |
Woordenlijst Nederlandse Taal - http://woordenlijst.org/ (ook via Taalunieversum te bereiken)
In de Woordenlijst Nederlandse Taal zijn sinds de verschijning in 2005 correcties aangebracht. Alle verbeteringen vindt u onder de hieronder aangebrachte koppeling. In de tweede (januari 2006) en de derde oplage (mei 2007) van de papieren uitgave van de Woordenlijst, het Groene Boekje, zijn al verbeteringen doorgevoerd. Alle hier vermelde aanpassingen zullen ook zijn aangebracht in eerstvolgende, vermoedelijk in 2009 te verschijnen, vierde oplage.
http://woordenlijst.org/erratalijst/ |
Omhoog
◊ Algemene Nederlandse Spraakkunst

De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) is ook in elektronische vorm beschikbaar. De E-ANS bestaat uit tekstonderdelen die overeenkomen met de hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen uit het boek en die net als in het boek een aparte titel hebben. Voor het opzoeken van bepaalde kwesties staan de gebruiker twee registers ten dienste.
|
ANS - http://www.ru.nl/e-ans/index.php3 of http://oase.uci.kun.nl/~ans/ |
Omhoog
◊ Nog meer websites met taaladviezen (zie de website van Onze Taal) :
Ga niet zwetsen
http://www.2reflect.nl/toesprakenI.htm |
Tien tips van Paul Rosenmöller voor het houden van een succesvolle toespraak. |
Wat is eigenlijk een drogreden? [link?] |
De tekst van de oratie van professor Erik Krabbe in een pdf-bestand. |
Ezelsbrug [link?] |
Ezelsbruggetjes over taal - van 't kofschip tot '1 ongeluk, 2 doden, 2 lijken' (voor de spelling van onmiddellijk). |
Meer ezelsbruggetjes
http://members.chello.nl/r.kuijt/
|
Nog meer ezelsbruggetjes over taal. Ook voor het Engels, Duits en Frans. |
Debattips
http://www.debatinstituut.nl/bibliotheek/tips_debattips.php
|
Uitgebreide inleiding in de kunst van het debatteren en de regels voor een goed debat. |
Webschrijvenpagina
http://webschrijven.startpagina.nl/
|
Dochter van de populaire startpagina met veel links naar informatie over schrijven voor het web. |
Cursus Ondertitelen
http://www.barthokriek.nl/cursusondertitelen.html
|
Uitgebreide informatie over de techniek van het ondertitelen door de professionele ondertitelaar Bartho Kriek. |
Schrijfwijzer
http://www.schrijfwijzer.nl/
|
Website bij het populaire taaladviesboek van Jan Renkema. De auteur heeft ook een eigen website. |
Taaladvies.nl
http://www.taaladvies.nl/
|
Website van taaladviseur J.H.J. van de Pol, met vooral veel informatie over de boeken van deze auteur. |
Tropen en figuren
http://www.stilus.nl/stijlfig.htm
|
Lijst met namen en omschrijvingen van (literaire) stijlfiguren. |
Titulatuur
http://home.kabelfoon.nl/~macdanie/misc/titels.htm
|
Beschrijving met titels en aanspreekvormen voor functionarissen in de maatschappij. |
De brievensite
http://www.taalnet.nl/taalhulpmiddelen/brievenhulp/index.html |
Weblocatie met veel tips voor het schrijven van een zakelijke brief. |
Trouw Schrijfboek
http://www.trouw.nl/schrijfboek/
|
Een uitgebreide en praktische gids voor journalisten en alle anderen die hun 'gedachten en observaties moet weergeven in een heldere, foutloze en liefst pakkende tekst.' Nu ook in een fraaie editie (gebaseerd op de eerste druk) integraal op het internet! (Gratis registratie.) |
Taaltelefoon |
Taaladviezen door de taaladviseurs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, ook op het internet. |
Taalthuis
http://www.taalthuis.com/
|
Een uitgebreide hoeveelheid informatie, in het Nederlands en het Engels, door docent Marcel Heerink. |
Hoofdstuk 10: Waar zet ik mijn komma?
http://www.delta.tudelft.nl/archief/j29/12820
|
Recensie van het Handboek Stijl van Jaap de Jong en Peter Burger, in Delta, het tijdschrift van de Technische Universiteit Delft. |
Internet-checklist voor ondernemers
http://www.hanpijs.nl/idx_d1.asp
|
Tips van de voorlichter Han Pijs. |
Omhoog
◊ Het Algemeen Nederlands Verbond – ANV

http://www.algemeennederlandsverbond.org/
Het ANV is sinds 1895 de internationale vereniging
voor de Nederlandse taal en cultuur. Zie ook de samenwerking met de werkgroep Taal en Taalbeleid van het ANV onder VVA-Werkgroep Taal en Onderwijs (onderaan).
Omhoog
◊ De Community Nederlands van Kennisnet is er voor het onderwijs :
http://www.digischool.nl/ne/community/
In de Community Nederlands op de thuispagina is er een verwijzing naar de website van de Netwerk Didactiek Nederlands – het NDN - kijk even verder
Omhoog
◊Kennislink Taalwetenschappen

Op Kennislink vind je binnen het domein Taalwetenschappen een grote verscheidenheid van vlot leesbare heel boeiende artikels of tekstjes die elke belangstellende in taal echt kunnen aanspreken.
http://www.kennislink.nl/web/show?id=129397
Omhoog
◊ NDN

Netwerk Didactiek Nederlands, afgekort NDN, heette tot vrijdag 9 mei 2008 'Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici' VVM of VVM-Netwerk. Met de naamsverandering beklemtoont de vzw in de eerste plaats haar netwerkfunctie. In de tweede plaats laat ze de term "moedertaal" weg uit haar naam, omdat die niet meer dezelfde inhoud heeft als bij haar oprichting. Meer daarover kunt u lezen in de NDN-Nieuwsbrief: de nieuwsbrief vroeger van het VVM-Netwerk nu van het NDN, die vanaf september 2004 als een e-zine verschijnt. Zie hieronder.
Sinds begin juli 2006 heeft het Netwerk Didactiek Nederlands zijn eigen website. Die is aantrekkelijk om de vele mogelijkheden tot het verwerven van informatie. Heel korte teksten doorgaans met koppelingen verwijzen naar direct toegankelijke gegevens die relevant zijn voor de didactici Nederlands van universiteiten en hogescholen, maar ook voor wie in het algemeen belang stelt in het onderwijs van het Nederlands.
Het websiteadres staat ook in het kopje hierboven. U kunt de webstek direct oproepen via
http://www.netdidned.be - Neem eens een kijkje.
De nieuwsbrieven in e-zinevorm
zijn ruime bestanden. Ze zijn expliciet gericht aan de didactici Nederlands van Vlaanderen en Nederland.
De nieuwsbrieven zijn via de site opvraagbaar op het scherm. Klik hier
Contact via het volgende e-mailadres info@netdidned.be
___________
Onder de rubriek Nuttige internetadressen van de Community Nederlands treft u een hele serie aantrekkelijke websites aan :
Omhoog
◊ Nuttige internetadressen
www.neerlandistiek.nl Een elektronisch tijdschrift dat betrouwbare wetenschappelijk informatie biedt: vrij toegankelijk |
www.the-ledge.com Een onafhankelijk platform voor literatuur, waar 'het literair gesprek' centraal staat |
www.cambiumned.nl Website van de sectie Nederlands van de scholengroep Cambium in Zaltbommel. Met heel veel online oefeningen |
| www.kantl.be Website van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent |
www.nederlandsinuitvoering.nl Een nieuwe methode met modules Nederlands voor het VMBO |
www.taalpleinrotterdam.nl Een website voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs met veel lesvoorbeelden voor Nederlands |
emblemata in de 17e eeuw Een lespakket voor de bovenbouw over emblematiek in de 17e eeuwse Nederlanden |
http://www.bijbelencultuur.nl/ Er is een speciale afdeling letteren waarin de invloed van de bijbel op onze literatuur aan de orde gesteld wordt. Er staan ook Rode Draden en Webquests bij. |
http://cabaret.pagina.nl/ De speciale startpagina voor cabaret. Iedere cabaretier van naam heeft wel een eigen website waar je niet alleen teksten kunt downloaden die je in je les kunt gebruiken, maar waar ook prachtige videofragmenten te bewonderen zijn. |
http://www.nederlands.nl Wie heeft die domeinnaam geclaimd? Hier kun je echt iets doen met gedichten! |
http://www.contaminatie.nl Taalfouten zijn altijd leuk en interessant voor taalbeschouwing. |
http://www.nederlandsewoorden.nl Het Groene Boekje online, dus je kunt er veel meer mee dan met het papieren boek .... |
Hetschoolvaknederlands.be
Website verzorgd door Kris Van Rhode met heel veel nuttige links voor het schoolvak Nederlands. |
www.literatuurgeschiedenis.nl
Een prachtige site voor de Tweede Fase over Nederlandse literatuur in de middeleeuwen. Kijk vooral eens naar de spreekwoorden! En niet alleen naar Fokke ende Sukke .... |
Daarin verwijzen we weer naar de belangrijkste webstek voor het onderwijs in het Nederlands in Vlaanderen.
Omhoog
◊ LINKSVOORNEDERLANDS.BE
http://www.linksvoornederlands.be/
Hoofdpagina
Links voor Nederlands
| LINKS voor Nederlands, literatuur en het schoolvak Nederlands:
Klik hier voor toegang tot het volledige linksbestand
met zoekmogelijkheid via ingeven van trefwoord of via bladeren in rubrieken
(taal, literatuur...).
Klik hier voor een selectie uit deze links,
deze selectie is ingedeeld in rubrieken en bevat geen ingebouwde zoekfunctie. |
| |
| Enkele lessen van Kris Van Rhode |
| Leerlingenwerk: creatieve boekverslagen uit periode 2000-2003 |
|
Contact |
Ze is van Kris Van Rhode – je vindt er meteen ook een zoekfunctie naar het woordenboek Van Dale
Omhoog
◊ Van Dale : http://www.vandale.nl/
|
|
Onlinewoordenboek
U kunt hier gratis online zoeken in het eendelige Van Dale Hedendaags Nederlands. Van alle trefwoorden kunt u de spelling, grammaticale informatie en betekenis opvragen. Dit onlinewoordenboek is een beknopte versie van Hedendaags Nederlands. Wilt u ook de trefwoordvarianten, meervoudsvormen, voorbeeldzinnen, verbogen werkwoordsvormen, spreekwoorden en gezegden, synoniemen, enzovoort, enzovoort zien?
Bestel dan het woordenboek zelf of de cd-rom, of kies voor de zeer uitgebreide driedelige Grote Van Dale.
Opnieuw/verfijnd zoeken (zoekinstructies)
|
|
Omhoog
◊ Het virtueel Taalmuseum
Een interactief museum met veel knopjes dat allerlei talige verschijnselen belicht. Omdat een echt museum moeilijk te realiseren valt, is het een virtueel taalmuseum geworden. Een museum op internet heeft ook als voordeel dat het langzaam kan groeien. Dat is dan ook de bedoeling: alle lege nissen en vitrines worden in de toekomst gevuld.
http://www.taalmuseum.nl/
Omhoog
◊ Over het wereldtalensysteem, het Engels en de integriteit van het Nederlands - een visie vanuit de sociologische hoek van prof. em. Abram de Swaan
De socioloog Abram de Swaan, voormalig superprof sociologie aan de Universiteit Amsterdam, onderzocht in zijn boek Woorden van de wereld; het mondiale talenstelsel (Bert Bakker; 2002 - € 28,95) de samenhang tussen de talen van de wereld. Het Engels is dé taal van de globalisering, constateerde hij. En dat is geen reden tot zorgen - ook niet voor het Nederlands. Hij stelt dat het gebruik van vreemde woorden helemaal niks uitmaakt voor de taal. Die is pas in gevaar als de uitspraak, de grammatica en de syntaxis veranderen. Maar dat gebeurt nu niet. Hij wijst wel op het risico dat Engels de taal gaat lijken van de aanzienlijke en eerbiedwaardige gebieden van het maatschappelijke leven, dat je veel meer prestige krijgt met die andere taal. Hij is dan ook tegen het onnodig gebruik van Engels in het hoger onderwijs.
Gewoon de 'file' blijven 'saven'
Website van prof. dr. Abram de Swaan: http://www.deswaan.com/
Videogesprek met de afscheid nemende professor: Desmet live 7 mrt 2007 (video)
Omhoog
◊ Een heel aardig stuk over Nederlands als taal van wetenschap
'Het verdriet van de kosmopoliet'
Prof. Dr. Douwe Draaisma
http://www.douwedraaisma.nl/
Oratie ter gelegenheid van de aanvaarding van het Bijzonder Hoogleraarschap in de Geschiedenis van de Cognitieve Psychologie.
Uitgeproken op 18 oktober 2005, Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen.
Klik hier voor de volledige tekst. Ook in Vivat Academia verschenen.
Omhoog
◊Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

http://www.ovv.be/
Naar de rubriek Archief, dan naar Taal (Archief)
Ook in andere rubrieken komen artikels voor rond taal. We maken een selectie :
Rubriek : Actuele OVV-standpunten en berichten
Rubriek : Andere recente teksten en initiatieven
Lees meer artikels in Taal (archief) van de OVV-website
Het OVV heeft een Werkgroep Taal. Voorzitters zijn Anny Dierick en Hilde Heyvaerts. Ze komt zowat om de drie maanden samen om de beurt in Gent om de beurt in Berchem (Antwerpen). Ghislain Duchâteau woont namens het VVA de vergaderingen bij.
Foto's van de vergadering op dinsdag 10 juni 2008 in Berchem
|
|
De werkgroep Taal van het OVV |
Huguette Ingelaere, lid - nu voorzitter van het OVV |
|
|
Nederlandse inbreng van Huig Bunk |
Anny Dierick, voorzitter, aan het woord |
Foto's Ghislain Duchâteau
Omhoog
◊ Taalpeil

Taalpeil is sinds 2005 een krant van de Nederlandse Taalunie vol cijfers, feiten en meningen. Het bestaat enerzijds uit resultaten van een onderzoek onder het brede publiek in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Anderzijds uit leuke feiten, meningen en wetenswaardigheden. Elk jaar gaat het over een ander onderwerp.
Taalpeil 2009
In deze krant van de Nederlandse Taalunie:
feiten cijfers en meningen over de Nederlandse taal in Suriname, Nederland en Vlaanderen.
Thema 2009: Al die soorten Nederlands! Over taalvariatie.

Download de krant (in pdf)
Taalvariatie in Taalpeil 2009
Het jaarlijks verschijnend taalkrantje van de Nederlandse Taalunie Taalpeil 2009 is net uit. Het thema dit jaar is ‘Al die soorten Nederlands’ en dat is taalvariatie. Het blad geeft een algemeen beeld van de taalvariatie in het Nederlandse taalgebied, Suriname inbegrepen. De presentatie van deze verscheidenheid in taalgebruik is opvallend objectief weergegeven. Subjectiviteit en emoties rond taalgebruik worden zorgvuldig geweerd. Het geheel van onderwerpjes in het blad berust op een publieksonderzoek bij een representatieve steekproef van de Vlaamse en Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder. 500 Nederlanders en 306 Vlamingen namen deel. Naast de leuke titeltjes boven de tekstjes duikt ook binnen de taalvariatiethematiek de term ‘straattaal’ op. Het is een soort gemeenzaam Nederlands dat blaakt van informele termen en uitdrukkingen. Een grote titel is evenwel op blz. 7 “Standaardnederlands blijft norm op school”. Uit het Taalpeilonderzoek blijkt dat vele ondervraagden het er niet mee eens zijn en ook wordt duidelijk dat er nogal wat dialect wordt gesproken in de klas. Toch is het van het grootste belang voor de taalweerbaarheid van leerlingen en aankomende burgers dat die norm bevestigd wordt en stevig gehandhaafd blijft. In haar hoofdartikel ter introductie op de voorpagina houdt Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie nog een treffend pleidooi voor dat Algemeen Nederlands of Standaardnederlands. Ze onderstreept dat het belangrijk is dat zo veel mogelijk mensen deze standaardtaal beheersen. “Het onderwijs doet daar grote inspanningen voor en de Taalunie staat voor de positie van de standaardtaal, maar het is ook een zaak van ons allemaal.”
Taalpeil 2009 kunt u ook van het internet afhalen via http://taalunieversum.org/taalpeil/2009/
10 november 2009
Taalpeil 2008
Eind november verschijnt de 4e editie van Taalpeil met als onderwerp burger-taal-overheid. Meer informatie over Taalpeil is te lezen op de webpagina van Taalpeil. Wilt u in november een exemplaar ontvangen? Stuur ons alvast uw adresgegevens via taalpeil@taalunie.org.
Burger-taal-overheid is het thema van 2008. 'Hopende u hiermede van dienst te zijn' is de ironisch bedoelde titel.
- Kent u de top-10 van het Ambtenarees?
- Wist u dat de eerste Nederlandse grammatica door een ambtenaar is geschreven?
- Bent u benieuwd wat een kinderboekenschrijver, een journalist en een taalwetenschapper maken van een artikel uit de verkeerswet?
Interesse? Lees dan Taalpeil 2008. Het gaat over wat burgers van ambtenarenteksten vinden, wat ze van het taalgebruik van de overheid verwachten en wat de overheid moet en doet voor de taalgebruiker.
Naast 1000 Nederlanders, Vlamingen en Surinamers zijn ook ambtenaren zelf ondervraagd.
>> Lees Taalpeil 2008 online vanaf 24 november 2008.
De krant is vanaf 24 november verkrijgbaar bij de openbare bibliotheken in Nederland en Vlaanderen. In Suriname wordt het meegestuurd met het dagblad De Ware Tijd. Ook bezorgt de Taalunie pakketten bij scholen en overheidsdiensten.
Taalpeil 2007
Centraal thema in 2007 is onderwijs in en van het Nederlands. Eind november verschijnt Taalpeil Nederlands, dat leer je toch vanzelf? De krant bevat hierover uiteenlopende feiten, cijfers en meningen. In Vlaanderen wordt de krant begin december meegestuurd met het tijdschrift Klasse. In Nederland wordt de krant verspreid via een grote diversiteit aan kanalen.
Wilt u één of meerdere exemplaren ontvangen? Stuurt u dan een e-mail naar taalpeil@taalunie.org.
Taalpeil 2006
Het thema van de editie 2006 was Lezen over lezen. Raadpleeg ze via de website van de Nederlandse Taalunie Taalunieversum.
Taalpeil 2005
Taalgebruik en taalbeleving van de Nederlandssprekenden was het onderwerp van de editie 2005.
Omhoog
◊ Taalrespect
- Hoe anderen zich opstellen tegenover onze taal in dit land!
- Hoe anderen het Nederlands niet respecteren zoals rechtgeaarde Vlamingen dat van hen verwachten.
- En ook hoe bewuste Vlamingen zich daartegen weren en die onheuse houding bekampen.
Dat alles kan je vinden op de website Taalrespect.be.
Ook de koppelingen in de lichtgroene rechterkolom verwijzen naar veel nuttige informatie.
Het websiteadres naar taalrespect.be is:
http://www.taalrespect.be/archives/category/reclame/
Omhoog
◊ Taalschrift

Tijdschrift over taal en taalbeleid
Het omvat een overzichtelijke home pagina, een onvoorstelbaar boeiende discussie bladzijde, een ontzettend interessante reportage pagina en een colofon. De afdelingen discussie en reportage brengen in een kadertje telkens een onderwerp met een tekstinzet en met een koppeling naar het volledige artikel of de reportage toe.
Bijzonder aanbevolen om in die webstek eens lustig te grasduinen.
http://taalschrift.org/
Omhoog
◊ Woorden wekken
voorbeelden trekken

Jos Ghysen over taalgebruik in een interview in De Standaard van 13 maart 2006
U hebt altijd veel belang gehecht aan een verzorgde taal. Wat vindt u van de ontwikkelingen op dat vlak?
“Ik erger me aan de tv-taal. Ik zeg niet dat je moet praten zoals onze streekgenoot Julien Schoenaerts. In het begin had hij Eigenbilzense klanken, maar na een tijd ging hij zo mooi praten dat het archaïsch klonk. Shakespeare in het Nederlands. Zover hoeft het niet te gaan, maar tegenwoordig hangt de slinger helemaal aan de andere kant. De t is weg, om maar iets te zeggen. Da ga nie. Komaan, zeg.
Ik vind het een bedroevende evolutie. Iedereen heeft de plicht zorg te dragen voor zijn taal. In het begin van mijn radioloopbaan lette ik er erg op, maar na een tijdje ging het vanzelf. Ik had dat eigenlijk gewoon in me, die aandacht voor het Nederlands.”
Omhoog
◊ Kent u de taalprof?
De taalprof legt zich toe op de grammatica van het Nederlands. Dat doet hij enkel in de virtuele omgeving van het internet. Je kan hem vragen stellen en hij zal die graag beantwoorden. Maar zijn anonimiteit geeft hij niet prijs. Niemand is tot dusver erin geslaagd hem te ontmaskeren en zijn naam te achterhalen.
Op 14 maart 2007 heeft hij nog een heel leuk verhaal over de "Il Codice Provenzano" op zijn blog geplaatst. Grammatica nostra is een verhaal om van te snoepen:
"Het boek schijnt de Italiaanse literaire wereld al op zijn kop gezet te hebben: Il codice Provenzano ("de Provenzano Code") van Salvo Palazzolo en Michele Prestipino, waarin de auteurs de talloze kleine briefjes beschrijven (de pizzini) waarmee mafiabaas Bernardo Provenzano (Binnu u Tratturi, "Bennie de Tractor") vanuit zijn onooglijke hoofdkwartier een machtige organisatie van gewetenloze criminelen leidde.
De briefjes waren gesteld in een geheimschrift, dat op het eerste gezicht nogal eenvoudig aandeed (ooit behandeld door Language Log), maar nu blijkt dat er veel meer achter zit. Het kan niet anders, of ook de Italiaanse linguisten hebben vuile handen. En hoe zit het in Nederland?" Voor het volledige verhaal zult u moeten doorklikken naar de weblog van de taalprof: http://taalprof.web-log.nl/
Omhoog
Omhoog
◊ Variatie in het Nederlands
In bewust Vlaams voelende kringen blijkt een toenemende zorg te bestaan over het uiteengroeien van het Nederlands in Vlaanderen en in Nederland en ook over een toename van het Verkavelingsvlaams in Vlaanderen ten overstaan van het Standaardnederlands.
In dat verband willen wij heel graag twee betekenisvolle teksten voorstellen, die de intuïtieve inzichten over deze taalproblematiek in ruime mate overstijgen en die zeker verdiepte en rationelere inzichten in de huidige situatie van het gebruik van het Nederlands kunnen aanreiken.
a) De tekst op de site van de Nederlandse Taalunie - Taalunieversum "Variatie in het Nederlands: eenheid in verscheidenheid" - Beleidsadvies opgesteld door de Werkgroep Variatiebeleid van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren (mei 2003) .
Voor die tekst klik op Taalunieversum "Variatie.."
b) 'Dit taalpolitieke standpunt is bij de openbare omroep vastgelegd in een Taalcharter (17 juli 1998) , dat tevens fungeert als een taalgebruikshandleiding voor alle omroepmedewerkers.' (zie a) blz. 9). De tekst van Het Taalcharter is on line bereikbaar onder http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalbeleid/taalcharter.shtml of in pdf http://vrttaal.net/extra/taalcharter.pdf
Van harte bevelen wij onze sitebezoekers aan om beide documenten onder a) en b) stevig door te nemen met het oog op eigen gedegen opinievorming en mogelijk met het oog op participatie aan de discussies rond deze problematiek.
Omhoog
De Stichting Nederlands
De Stichting Nederlands over zichzelf:
"In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels, zowel op universiteiten, bij bedrijven en elders in de samenleving. Hierdoor kun je op steeds minder plekken met het Nederlands uit de voeten, en dat is verkeerd. Onze doelstelling is daarom de devaluatie van het Nederlands tegen te gaan. Ook proberen wij waar gewenst onvertaald Engels te vernederlandsen."
Zij voert met grote hardnekkigheid strijd tegen de overspoelende golf van verengelsing in Nederland - met humor maar ook met een zeker cynisme. Er is heel wat belangwekkend nieuws over het gebeuren te lezen op haar site. |