Omhoog
Reflectief
In april 2010 verscheen:

De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement - Lees daarover op deze site op de pagina Teksten.
Wie zich de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs eigen wil maken, krijgt in deze publicatie alle informatie aangeboden die hij/zij zich maar kan wensen.
Naar boven
Open brief over de standaardtaalnorm bij de VRT - 15 november 2011
Ons verrukkelijke Standaardnederlands is dé norm en moet dé norm blijven bij onze openbare omroep
Woorden wekken, voorbeelden trekken: de openbare omroep moet verstaanbaar zijn voor iedereen. Het taalgebruik van de openbare omroep is ook van uitzonderlijk belang voor de taal- en attitudevorming van jongeren in en door het onderwijs. Die algemene verstaanbaarheid en die voorbeeldfunctie voor jongeren zijn er alleen door taal te gebruiken die voldoet aan de officiële norm, het Standaardnederlands.
Laten we niet aan de kant blijven staan, maar samen van wal steken om het Standaardnederlands binnen de VRT als norm aan boord te houden en niet alleen tijdens de nieuwsuitzendingen.
Van alle medewerkers van de VRT mag verwacht worden dat zij in de uitzendingen in overeenstemming met het bestaande Taalcharter ons verrukkelijke Standaardnederlands in zijn gaafste vorm en op doeltreffende wijze blijven hanteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de VRT om dat te beslissen. Dat is onze boodschap. Dat wensen wij.
|
Lees verder
Naar boven
Brabant taalcentrum ?

Toevallig viel mij een overdruk in handen van het artikel van de taalwetenschapper prof. Guido Geerts uit “Forum der letteren – tijdschrift voor taal- en letterkunde 24 (1983) 1 (maart) 55-63” met de titel ‘Brabant als centrum van de standaardtaalonwikkeling in Vlaanderen’.
Het is goed af en toe eens terug te grijpen naar vroegere publicaties en de visie van de auteurs eens te toetsen aan de sindsdien geëvolueerde situatie naar nu.
Visie taalkundigen 1983
In zijn inleiding stelt Guido Geerts dat in zijn bijdrage wordt nagegaan hoe Brabant erin geslaagd is een centrale positie in het standaardiseringsproces van het Nederlands in Vlaanderen te verwerven en daarbij de “zwarte-piet’ van het particularisme aan (West-)Vlaanderen door te spelen. Verder wordt de vraag behandeld of Brabant niet steeds al particularistisch is geweest en het nu nog is en wordt ingegaan op die rol die het als taalcentrum in Nederlandstalig België zou spelen. Tenslotte wordt het eigenaardige karakter van dit Brabantse centrum geïnterpreteerd als een kracht die de convergentie van de standaardtaal in Vlaanderen met die in Nederland bevordert. We plaatsen ons daarbij in gedachten uiteraard terug tot aan het begin de jaren 80.
In een eerste deel van zijn tekst stelt Geerts dat zowel in de dialecten als in het Standaardnederlands in Limburg en Oost- en West-Vlaanderen er lexicale invloed van het taalgebruik in Brabant is aangetoond. Daarom wil Jan Goossens tegen de opvatting van prof. Van Coetsem in, Brabant beschouwen als “taaleigen centrum” m.b.t. het Nederlands in België. Brabantse woorden buiten Brabant gebruikt, gelden als manifestatie van “Brabantse expansie” volgens Goossens, in die gevallen waarin die woorden in andere dialecten voorkomen maar ook in die gevallen waarin die woorden in de algemene taal van Vlamingen en Limburgers worden gebruikt. Daarbij is het ook niet onwaarschijnlijk dat de verspreiding van algemene Nederlandse woorden in Limburg en Vlaanderen ook via Brabant gebeurt. Dat is volgens Goossens trouwens ook het geval met Franse leenwoorden en gallicismen. Zo kan Brabant als taaleigen centrum fungeren voor vormen die uit de cultuurtaal in het taalgebruik van Limburgers en Vlamingen terechtkomen.
Brabant heeft volgens Guido Geerts zeker de praktische kracht van een taalcentrum. Het ontleent die aan de sociale, economische, culturele en politieke omstandigheden in Vlaanderen. Het is de provincie van grote steden als Antwerpen en Brussel, van de universiteit van Leuven, van de zetel van het aartsbisdom, van de belangrijke industriële as Antwerpen-Brussel, van de openbare omroep van radio en televisie, van de grote landelijke dag- en weekbladen. Volgens Geerts bestaat de kans dat op al die gebieden dat verbrabanst Nederlands het medium is dat gebruikt wordt om de rest van het Vlaamse land deelgenoot te maken van de Brabantse overvloed. Hij stelt duidelijk dat Brabant zich daarnaar met grote vanzelfspekendheid gedraagt. Volgens prof. Van Coetsem echter staat Brabant tegenover de Belgisch-Nederlandse rijksgrens en moet het rekening houden met Nederland. Zijn houding is toch wel heel wat minder zelfverzekerd als men had kunnen aannemen. Ook de sociolinguïst Kas Deprez relativeerde de Brabantse positie. Het is daarom een ‘eigenaardig’ taalcentrum binnen het taalgebied. Die onzekerheid manifesteerde zich eerst door een beweging van het Nederlands weg, later geneutraliseerd door een beweging naar het Nederlands toe door standaardtaalovername. Bij een later verworven taalzekerheid van Brabant zou het wellicht in staat zijn zijn eigen taalgebruik als een norm te gaan beschouwen. Dat zou dan een institutionalisering betekenen van het Brabantse particularisme.
Situatie nu?
In het eerste decennium van de 21ste eeuw zien we die neiging zich duidelijk manifesteren met een zekere expansiedrang naar het westen en minder naar het oosten en een zekere maar toch wel beperkte expansierealisering. Zo zou Brabant dan wél een centrum zijn van het Vlaamse taalgebied. Het lijkt er wel op dat de spraakmakende gemeenschap zowel in West-Vlaanderen als in Limburg zich niet laat meetronen in die expansie, zodat die taalcentrumpositie zich toch niet zonder meer zou kunnen doorzetten. Gebeurt dat dan toch wel weer, dan zou het Brabantse particularisme voor gevolg hebben dat zich in Vlaanderen meer dan een substandaardtaalvariëteit zou vestigen, zodanig dat de grens tussen noordelijk Nederlands en zuidelijk Nederlands in de richting zou opschuiven naar een grens tussen twee talen. Ook José Cajot stelt dat de landsgrens taalgrens kan worden. Zelf geloven wij in de mogelijkheid tot een verdere standaardisering - hoewel moeizamer dan voor de jaren ’70 - door een toename van de noodzaak om communicatieve situaties spontaan en natuurlijk in het Standaardnederlands te laten plaats grijpen. Standaardnederlands past in het publieke domein, in het bestuur en beslist in het onderwijs. Het is de algemene taalgebruiksvorm die het handigst is voor communicatie in zoveel mogelijke spreekcontexten. Het blijft echter boeiend te zien hoe de evolutie van dialectgebruik, tussentaligheid en standaardtaligheid zich verder voltrekt. Wij blijven ervan overtuigd dat Nederlanders en Vlamingen er alle voordeel bij hebben om het Standaardnederlands zoveel mogelijk te cultiveren in de gewone omgang en het is zeker de aangewezen taalvorm voor het hele onderwijs.
Ghislain Duchâteau
24 oktober 2011
Naar boven
Debat rond de "teleurgang van het Standaardnederlands" in Vlaanderen met de essays van Barnard en de replieken
Neerlandica Janien Benaets in haar blog "The Sausige Machine" schrijft over "De teleurgang van het debat over de teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen":
'Sinds vanmorgen (21-10-2011) is op deBuren.eu het door Benno Barnard heropende debat over de teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen uit de lucht. Barnards column met de lijst van reacties is verwijderd. deBuren publiceerde een Motie van treurnis.
Open debatteren op het internet, dat heeft zo zijn consequenties. Constructief of provocatief, van helder nuancerend en argumenterend over kort impulsief tot schofferend: mag het? Het kan niet. ‘Stoorreageerders’ begonnen het forum van de hoogculturele website te besmeuren met woordverhaspelend gelettertetter. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is maar het liedje moet wel proper blijven. Jammer toch, ik zie een gedroomde mooie kluif taalbeschouwing en meer voor mijn neus weggekaapt door de gevestigde orde! Totaal ontnuchterd blijf ik achter…'
Wij blijven het taalpolitiek gekleurd debat boeiend vinden en willen het graag toch bereikbaar houden.
De beide essays van Benno Barnard met een aantal replieken vindt u hier.
Naar boven
Wat er fout is met de zorgelijkheid van Benno Barnard - Pol Cuvelier UA
Benno Barnard maakt zich grote zorgen over het Nederlands in Vlaanderen. Het niveau holt achteruit. Regionaal gekleurd gewauwel verovert de media. We verzuipen in het Engels.
Hij vreest het ergste, want niemand lijkt zich te verzetten. In Vlaanderen (en Nederland, en Duitsland, en Spanje, en Frankrijk, en ....) zie je inderdaad steeds meer Engels. Er valt niet naast te kijken. Het is nog net te pruimen dat onze vliegvelden helemaal Engels geworden zijn - handig voor buitenlanders - maar Engels kleurt nu ook de universiteiten, grote winkels en zelfs de affiches van de jeugdvereniging. Dat heeft iets irritants: er is geen directe reden te verzinnen waarom de communicatie zou verbeteren nu er zoveel Engels gebruikt wordt.
Barnard heeft nog meer gelijk: de beheersing van de Nederlandse standaardtaal is vaak huilen met de pet op. Sommige jonge studenten en afgestudeerden hebben grote moeite om zich precies uit te drukken. Ze behelpen zich met rare parafrases of vage benaderingen. Ze rekenen erop dat hun luisteraars en lezers het voor de rest zelf maar uitzoeken. Dat is een zorgelijke ontwikkeling: allerlei interessante inzichten, creatieve ideeën en spannende opmerkingen komen nooit bij het publiek. Barnard heeft ook gelijk over de waarde van standaardtaal. Dialect, regionaal Nederlands en standaardtaal zijn in de dagelijkse omgang inderdaad niet uitwisselbaar. Zo wordt Standaardnederlands door de meeste mensen nog steeds geassocieerd met deskundigheid. Standaardtaal niet regionaal: je kunt er overal mee terecht. En het is een prima middel voor individuele sociale mobiliteit en ontwikkeling. Taalpolitici die jongeren het recht ontzeggen om goed Standaardnederlands te leren beheersen, schieten dus tekort: dat is voor Barnard en voor mij duidelijk.
En toch.
Lees verder...
Naar boven
Een verstrekkend nieuw spellingrapport van de Nederlandse Taalunie 10-10-2011
In Taalschrift Editie 82 – 10 oktober 2011 verschijnt een veelzeggend interview van lerarenopleider Jan T’Sas met projectleider Rik Schutz van de Taalunie over de gegevenheden van het rapport. Het gesprek geeft vanuit de geïnterviewde vrij overzichtelijk en adequaat de grote tendensen weer die in het rapport aan de orde worden gesteld.
De Taalunie heeft als taak de spelling van het Nederlands vast te leggen, maar het onderwijs is verantwoordelijk om te bepalen op welk niveau welke spellingkennis moet worden aangeleerd. Toch heeft de Nederlandse Taalunie bij het opvatten van het rapport zich voorgenomen om te onderzoeken of zij het onderwijs kan ondersteunen bij het aanleren van de vastgelegde spellingregels. Hoe ze dat kan doen is niet volkomen duidelijk geworden. Toch geeft het rapport conclusies en aanbevelingen die een uitgangspunt vormen voor verdere discussie en verkenning van de problematiek van de didactiek van het spellingonderwijs.
- Het interview in Taalschrift “Spellen ze echt slechter dan vroeger? Jan en nee” kun je hier raadplegen.
- Het volledige rapport van de Nederlandse Taalunie “ ‘Ze kunnen niet meer spellen’ Kan de Taalunie er wat aan doen?” is hier bereikbaar
Naar boven
Manifest voor het Nederlands in België - Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde -
24 september 2011
De taalsituatie in Vlaanderen is complex en gecompliceerd.
De meeste Vlamingen spreken anno 2011 dialect, tussentaal en/of standaardtaal.
Daar is op zich niets fout mee. Variëteiten en registers bestaan nu eenmaal. Ze verrijken onze taal. Binnen andere talen, grote en kleine, treffen we vergelijkbare verschillen aan.
Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.
Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.
Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.
Pas in de jaren 1930 kwam met de radio en de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen de standaardisering echt op gang.
Alle Vlamingen hebben de laatste eeuw Nederlands geleerd als een taal die tegelijk ervaren werd als min of meer bekend en als min of meer vreemd.
Tot de jaren 1980 ongeveer was er consensus over de richting die de Vlaamse taalgemeenschap moest uitgaan: die van de standaardtaal, het Nederlands.
Nu is die consensus afgebrokkeld. De tolerantie tegenover andere variëteiten dan de standaardtaal is toegenomen.
Het uitzonderlijke van de taalsituatie in Vlaanderen bestaat er juist in dat die tolerantie sterker wordt in een omgeving van zwakke standaardisering. Het is immers pas sinds een tachtigtal jaar, een drietal generaties, dat de Vlamingen Standaardnederlands aan het verwerven zijn.
De Academie vraagt daarom aandacht voor de standaardtaal - het Nederlands zoals dat in België wordt gesproken en geschreven - en voor de meer formele registers, die hun rechtmatige plaats in de openbare ruimte moeten blijven behouden. De overheid, het onderwijs en de media spelen hierin een cruciale rol.
De Academie gelooft dat men een norm kan voorhouden zonder taalgebruikers te frustreren of kleineren. Meer nog, ze gelooft dat het voorhouden van een norm juist emanciperend kan werken. Dat geldt niet alleen voor Nederlandstaligen. Ook anderstaligen, onder wie onze Franstalige landgenoten, en nieuwkomers, aan wie we terecht vragen onze taal te leren, zijn gebaat bij een duidelijke norm.
Gent, 24 september 2011
Bron: http://www.kantl.be/nieuws.php?item=78
Naar boven
Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands
Arno Schrauwers uit zijn teleurstelling bij zijn afscheid als voorzitter van de
Stichting Nederlands
Ergens tussen 14 april 2002 (sN-nieuwsbrief nr.8) en 16 januari 2003 (sN-nieuwsbrief nr. 9) ben ik
voorzitter geworden als opvolger van Wim Jansen, aanvankelijk als a.i., maar dat adjectief is er
gaandeweg vanaf gesleten. Nu juli 2011 houd ik het voor gezien. Dat betekent niet dat ik geen hart meer
heb voor de Nederlandse taal, maar dat ik tot de slotsom heb moeten komen dat ik er niet in geslaagd ben
het Nederlands als belangrijk thema op de Nederlands(talig)e kaart te zetten. Individueel zeggen
Nederlanders dat ze het bezit van de eigen taal op hoge prijs stellen, maar in de praktijk blijkt daar er
weinig van. Het Nederlands staat onder druk. Op steeds meer plaatsen moet het Nederlands wijken voor
het Engels. Dat gebeurt soms met toestemming van de controlerende macht, maar vaker nog door weg te
kijken. Het volk laat zich weinig horen.
Toen minister Ritzen in 1993 voor de tv verklaarde dat Engels een prominentere plaats aan de Nederlandse universiteiten zou moeten krijgen, brak er een storm van protest op. Hoe haalde die malle man het in zijn hoofd? Een Twentse hoogleraar besloot zelfs bij wijze van ongenoegen zijn college in het Frans te geven om de waanzin van Ritzens uitspraak aan te tonen. Er kwam, mede op initiatief van D66-prominent Aad Nuis (De Geweldige, volgens Jan Blokker, die Ritzen bestempelde als kwek) een taalclausule in de wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs, die bepaalde dat Nederlands de voertaal is aan de Nederlandse universiteiten. Ritzen mompelde dat hij verkeerd begrepen was.
Geenszins. Een kleine twintig jaar later is het Nederlands uit grote delen van de academische urriculae
verdreven en bestaat een hoogleraar in Nijmegen het een student te verbieden haar eindscriptie in het
Nederlands te schrijven (en daarin gelijk krijgt van de beroepscommissie van de universiteit). Op een brief
van de stichting Nederlands aan het ministerie van onderwijs, waarin zij stelt dat zulks in strijd is met de
taalclausule, antwoordt de plaatsvervangend secretaris-generaal van onderwijs dat de Radbouduniversiteit zich netjes aan de wet houdt. De wet kent uitzonderingen en de universiteit had keurig opgeschreven dat bij de bewuste eindtermen de eindscriptie in het Engels geschreven diende te worden. Niks aan de hand dus, oftewel hoe het ministerie de uitzondering de regel laat worden. Zonder blikken of blozen. Geen Kamerlid dat zich daar druk om heeft gemaakt.
In het kielzog van de universiteiten rukt ook het Engels op de middelbare scholen en op de basisscholen
op. Op honderden middelbare scholen in Nederland wordt in het Engels les gegeven. Een gesubsidieerde
organisatie, het Europees Platform, krijgt alle ruimte dat aantal nog verder op te voeren. Aanvankelijk
ging het alleen nog om vwo-opleidingen en kwamen alleen 'excellente leerlingen' daarvoor in aanmerking,
maar inmiddels zijn daar ook havo's en zelfs enkele vmbo's bij gekomen. Onlangs adviseerde de
Onderwijsraad, voor welk adviesorgaan de marginalisering van het Nederlands niet snel genoeg lijkt te
kunnen gaan, de minister om basisschoolleerlingen een eindtoets Engels af te nemen. Dat voorstel had de warme 'support' van de minister van onderwijs. Eerder had diezelfde Onderwijsraad aangeraden om al in de eerste groepen van de basisschool leerlingen les in het Engels te geven. Die vreemde raad kwam tot die conclusie na de constatering dat de kennis van vreemde talen in Nederland achteruit is gegaan. Vervolgens rolt daar dan een voorstel uit dat juist die taal voortrekt, die geen enkele moeite heeft zich in alle poriën van de Nederlandse samenleving te vestigen. De voorganger van de huidige minister vond dat een prima idee van de Onderwijsonraad.
Het eerdergenoemde Europees Platform beweert, gesubsidieerd, dat Engels als lestaal de ontwikkeling
van het Nederlands bij de tweetalig opgeleide middelbarescholieren niet in de weg zit. Dat is klinkklare
nonsens. Meer Engels betekent minder Nederlands. Vooral doordat universiteiten steeds meer op het
Engels overschakelen, dreigt er een elite te ontstaan die in het Engels is opgevoed en in het Engels denkt. De vergelijking met de franskiljons, verfranste Vlamingen, in België in de negentiende en twintigste eeuw dringt zich op. De nieuwe klasse van de angelskiljons zal geen bijdrage leveren aan het onderhouden van de eigen moerstaal. Het Nederlands dreigt daardoor intellectueel onthoofd te worden.
De taal is het gemeenschappelijk bezit van een volk en als dat volk de taal bij het grofvuil wenst te
zetten, wie ben ik dan dat volk op de vingers te tikken? Het proces van taalverdringing ziet er echter niet
uit als een bewuste beweging van fanatieke angelskiljons. Zelfs grote voorstanders van de verengelsing als D66-er Pechtold zegt het beste voor te hebben met het Nederlands.
Mantra
De overdaad aan Engels op de Nederlandse universiteiten (dan hebben we het niet eens op de volledig
Engelstalige university colleges) wordt beargumenteerd met de volslagen domme mantra dat "Engels nu
eenmaal de taal van de wetenschap is." Goed 150 jaar is Nederlands de taal geweest waarmee studenten
de wetenschap werd bijgebracht. In die periode hebben Nederlandse wetenschappers het er niet slecht
van af gebracht, ondanks hun 'handicap' van de Nederlandse taal. De grote Nederlandse wetenschappers
als Lorentz, Zeeman, De Vries en Van der Waals schreven hun proefschrift gewoon in het Nederlands. Het taalargument van de universiteitsbestuurders lijkt daarmee op zijn minst wankel. Het lijkt er eerder op
dat er meer Engels moest komen om bedrijfseconomische redenen (buitenlandse studenten brengen meer geld op dan Nederlandse). Uit de Kamer is nauwelijks enig protest te horen.
Taaltrots is de Nederlander vreemd. Dat riekt te veel naar nationalisme en bruine bewegingen. Taal is
echter een rijk bezit, waarvan de (ook economische) waarde nauwelijks is te meten. Het is vreemd dat
Nederlanders zo achteloos met hun taal omgaan en zich kennelijk nauwelijks bewust zijn van dat rijke
bezit. Ik wil Vlaanderen niet idealiseren, daar zijn de eerste angelskiljons ook al opgedoken, maar daar
vindt wél een serieuze discussie plaats over meer Engels op de universiteiten. Ook daar is er een sterke
pro(-Engels)beweging, maar die moet met de billen bloot, anders dan in Nederland, waar overtreding van
de wet wordt gedoogd en er hoegenaamd geen discussie heeft gewoed over de zin en, wat mij betreft
vooral, onzin van meer Engels in het Nederlandse onderwijs.
Er is, op instigatie van de ChristenUnie, een proces op gang gezet om Nederlands in de grondwet te
verankeren. Of dat proces nog vaart heeft valt moeilijk waar te nemen, maar het opnemen van een apart
regeltje in de grondwet zal de taalverdringing die plaatsvindt niet stuiten. Dat is aan de bezitters van de
taal, de Nederlandstaligen. De stichting Nederlands is ooit opgericht om de Nederlanders en Vlamingen
bewust te maken van wat er aan de gang is en ze aan te zetten tot verzet. Verzet tegen het
marginaliseren van de eigen taal. Ik heb niet de indruk dat de stichting daarin is geslaagd getuige ook de
grote stilte in de Kamer en de media na het taalverbod (het verbod van het gebruik van de eigen taal) dat
opgelegd werd aan een Nederlandse studente. Daar acht ik mezelf (mede)verantwoordelijk voor, vandaar
dat ik aftreed als voorzitter.
De stichting Nederlands was niet mijn idee. Er zijn genoeg organisaties die zich met taal
bemoeien/bezighouden vond ik, maar waar zijn ze? Waar is het genootschap Onze Taal, die zich met trots de grootste taalvereniging ter wereld noemt? Waar is de Taalunie, die constateert dat het Nederlands er nog nooit zo goed heeft voorgestaan als nu? Waar zijn de neerlandici, de professionele 'minnaars' van het Nederlands? Waar zijn al die protestanten als er weer eens met de spelling geknoeid worden (die ze
valselijk voor taal verslijten)? Ik hoor ze niet. Zie ik dan spoken? Ik zou het wel willen in dit geval, maar ik
vrees dat dat niet waar is. Nederlandstaligen let op uw taal. Het is een te kostbaar bezit om te
verkwanselen...
Arno Schrauwers bij zijn afscheid als voorzitter van de stichting Nederlands
http://www.stichtingnederlands.nl/afscheid.pdf
Naar boven
Martine Tanghe kreeg de LOF-prijs voor de Nederlandse taal - 26-5-2011
Donderdag 26 mei 2011 om 14.30 u. - Zaal De Schelp van het Vlaams Parlement in Brussel
Martine Tanghe heeft vanmiddag in het Vlaams Parlement de "Lofprijs der Nederlandse Taal 2010" gekregen. Die wordt elk jaar uitgereikt door de Stichting Nederlands aan een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt in het Nederlands.
De Stichting Nederlands kiest elke maand een "lof" en een "sof" van de maand. Op het einde van het jaar kiezen de surfers op de website hun favoriet. Dit jaar ging de prijs van de Stichting Nederlands, nochtans een Nederlandse stichting, naar nieuwsanker Martine Tanghe.
"Martine Tanghe heeft dit jaar erg subtiel haar afkeuring laten blijken toen een Vlaamse organisatie een Engelse naam kreeg", zegt Arno Schrauwers van de Stichting Nederlands. Tanghe zelf is blij met de prijs, maar moest toch eerst overtuigd worden door de organisatoren. "Ik ben absoluut geen fundamentalist als het over taal gaat, ik ben absoluut geen taalpurist. Maar ik vind het wel fijn dat de prijs uit Nederland komt. Ik probeer altijd helder en duidelijk te spreken en wil verstaan worden in heel België én in Nederland."
VRT-nieuws - 26/05/2011
Bekijk: Martine Tanghe krijgt Lofprijs der Nederlandse Taal
Beluister: Martine Tanghe: "Probeer altijd duidelijk te spreken" 4'26"
Naar boven
Taal in de klas.
Het Standaardnederlands in onderwijsleersituaties - prof. em. dr. Frans Daems
In de klas zijn er veel raakpunten tussen communicatie en instructie. Uit communicatie-oogpunt doen zich aan de leraar of docent verschillende vragen voor. Normalerwijze is het Standaardnederlands de taalvariëteit voor het onderwijs en we weten ook dat de marges van wat we als standaardtaal opvatten, verbreden. Wanneer we wensen dat leerlingen of studenten kennis van en vaardigheid in de standaardtaal verwerven, moeten we als leraar of docent zorgen voor een behoorlijk taalaanbod en oefenmogelijkheden in die taalvariëteit. Hoe gaan we er dan mee om wanneer leerlingen of studenten in de les spontaan een jongerentaalregister, tussentaal of dialect spreken en zich zo van de standaardtaal distantiëren? Hoe reageren we als anderstalige leerlingen of studenten met elkaar spontaan in een vreemde taal communiceren? Verbieden we dat of gebruiken we het als opstap naar versterking van hun Nederlands? In een bevraging onder 360 studenten lerarenopleiding bleek de grote meerderheid het oneens met de uitspraak “Allochtone leerlingen mogen tijdens groepswerk in hun eigen moedertaal overleggen” (Van den Branden & Verhelst, 2009, p. 113*). De onderzoekers registreerden soortgelijke opvattingen bij kleuterleidsters (o.c., p. 114). In het belang van leerlingen en studenten is het wenselijk dat een onderwijsinstelling een gezamenlijk coherent, consistent en genuanceerd standpunt inneemt. Zo’n genuanceerd standpunt houdt in dat de keuze voor een bepaalde variëteit functioneel bepaald wordt door de aard van de situatie. Dat betekent dat Standaardnederlands de voertaal is in alle onderwijsleersituaties, maar ook dat leerlingen of studenten evenzeer als leraren en docenten weten in welke situaties een andere taalvariëteit of taal functioneel zijn.
Prof. em. dr. Frans Daems
Elke leraar is taalleraar. Een referentiekader voor taalbeleid in de larenopleiding p. 16.
In: Naar taalkrachtige lerarenopleidingen. BOUWSTENEN VOOR TAALBELEID, Plantyn 2010.
* Van den Branden, K. & Verhelst, M. (2009). Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs, in Jaspers, J. (red.), De klank van de stad. Stedelijke meertaligheid en interculturele communicatie, Leuven/Den Haag: Acco, 105-137.
Naar boven
Taalkundig manifest. Het Multiculturele Voordeel: Meertaligheid als Uitgangspunt
Nu de idee voor 'meertalig onderwijs' heel levendig aanwezig is bij de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet is het goed daarover eens grondig na te denken. Dat kan hier op basis van het Taalkundig Manifest dat terug te vinden is van in augustus 2008 op de website van de Rijksuniversiteit Groningen en dat opgesteld werd door vier eminente taalkundigen
- Hans Bennis, directeur Meertens Instituut, Amsterdam;
- Guus Extra, hoogleraar Taal en Minderheden, directeur van Babylon, Centrum voor Studies van Meertaligheid in de Multiculturele Samenleving, KUB, Tilburg;
- Pieter Muysken, hoogleraar Talen en Culturen van Latijns Amerika, Universiteit Leiden, en winnaar van de Spinozaprijs 1999;
-
Jacomine Nortier, Universiteit Utrecht; coördinator van het NWO-onderzoekprogramma Talen en Culturen in het Utrechtse Lombok en Transvaal.
Een kritische benadering van de tekst is wel gewenst.
We lichten vooraf een kernfragment uit de tekst waarin een uitgesproken andere taaldidactiek wordt bepleit in functie van de multiculturele klassen op school.
"Dit alles neemt niet weg dat er op dit moment sprake is van een te geringe beheersing van het Nederlands bij veel allochtone leerlingen. Daar moet iets aan gedaan worden. In het onderwijs moet er structurele aandacht zijn voor het feit dat grote groepen leerlingen niet het standaard Nederlands als eerste taal hebben. Er moet allereerst doelgericht onderwijs zijn voor allochtone leerlingen in de vorm van Nederlands als tweede taal. Dit is een expertise die specifieke scholing vereist. Op het gebied van de didactiek van het vak Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs valt nog veel te verbeteren. Het onderwijs zou daarnaast in brede zin moeten uitgaan van een meertalige situatie. Het onderwijs in zaakvakken als aardrijkskunde en biologie zou zo georganiseerd moeten zijn dat het aansluit bij meertalige en multiculturele klassen, en niet alleen bij leerlingen die een (standaard-) Nederlandstalige achtergrond hebben. Dit vereist een interculturele didactiek voor de zaakvakken; leraren zullen moeten worden bijgeschoold om zich deze nieuwe benadering eigen te maken; de opleiding van docenten moet worden veranderd; nieuwe leermethoden zullen beter moeten worden geïmplementeerd of nog moeten worden ontwikkeld; de toetsing zal moeten worden aangepast. Al deze elementen vragen om een nationaal werkprogramma van de overheid."
De volledige tekst van het Taalkundig manifest kunt u hier lezen.
Naar boven
2011: het jaar van het juiste woord
-
pleidooi voor het gebruik van woorden in hun juiste betekenis en context in het Nederlands
Is het onwetendheid, domheid, kwade wil of gewoon gebrek aan zelfrespect? Wanneer je erop begint te letten stoot je bijna voortdurend op ergerlijke staaltjes van semantische verwarring die vrijwel onopgemerkt maar niet zonder gevolg je dag verkleuren. In een interview spreekt een manager over ‘de filosofie van zijn bedrijf’, alsof filosofie ook maar iets met de onderliggende, uiteraard winstgevende doelstellingen van die firma te maken zou hebben. In een bericht over het optreden van jonge vandalen wordt bijna altijd over ‘radicale jongeren’ gesproken, alsof hun ongecontroleerd extremisme en hun gratuite vernielzucht hetzelfde zouden zijn als een radicale opstelling die mensen de moed geeft, naar de wortels, radices, van een probleem te gaan. Radicalen proberen inderdaad het tij ten goede te keren en zullen hun strategie aanpassen aan de mate van repressie die de gevestigde machten uitoefenen om dat te verhinderen, terwijl extremisten, zoals de Israëlische auteur Amoz Oz terecht schreef, altijd wel een voorwendsel zullen vinden om geweld te plegen. Voorts verwart men bijna dagelijks, ook in zogenaamd intellectuele kringen, gelovige moslims met fanatieke islamisten, asielzoekers met profiteurs, en, zwart op wit, overtuigde Vlamingen met egoïstische etnische chauvinisten.
Wanneer studenten in het middelbaar of hoger onderwijs dergelijke blunders begaan, betalen ze daar de prijs voor. Wanneer hun professoren in boeken, artikels en opiniestukken gelijkaardige, ideologisch gekleurde fouten maken, verliezen ze geen punten. Hetzelfde geldt voor politici, opiniemakers, journalisten en tv-lolbroeken waarvan veel te velen zich regelmatig schuldig maken aan de verwaarlozing van de taal, waartegen Confucius al in zijn Analecta streng had gewaarschuwd: wanneer de woorden slordig worden gebruikt, verdwijnt op termijn ook het respect voor de wet en de cultuur en gaat een beschaving ten onder. Natuurlijk is een democratie onvermijdelijk zowat de vruchtbaarste grond voor het opschieten van al dit semantisch onkruid, maar juist omdát we deze vrijheid van meningsuiting, anders gezegd dit recht op het maken van vergissingen en het uitkramen van onzin, inclusief het beledigen van alle medeburgers zonder onderscheid zo hoog in ons vaandel voeren, moeten we meer dan ooit op onze tellen passen. Wat de vrije communicatie in een democratische samenleving betreft, is er geen hoger gezag dat over ons kan of mag waken, ‘ni dieu, ni césar, ni tribun’, en dat is een ongelooflijke vooruitgang op elk vorm van betutteling door om het even welke autoriteit. Ook de Vlaamse emancipatiebeweging heeft bewust daartoe bijgedragen. Wie dat ontkent, kent zijn geschiedenis niet of wil ze niet kennen. Het is echter een privilege dat we kunnen verliezen, indien we deze hard gewonnen vrijheid niet gebruiken om ons vertoog zo zuiver mogelijk te voeren. ‘Vlaenderen, let op u tael’: verdedig ze niet alleen tegen het Frans of Engels, maar op de eerste plaats tegen de semantische delinquenten in eigen huis.
Ludo Abicht* [Sprekershoek]
In Doorbraak, vrijmoedig maandblad – februari 2011 02 blz. 15.
* Ludo Abicht is een Vlaamse filosoof, publicist, dichter en activist
Naar boven
Afrikaans in Zuid-Afrika en de band met het Nederlands Wannie Carstens
Onder het motto Nederlands, wereldtaal vierde de Nederlandse Taalunie op 20 november 2010 haar dertigjarig jubileum. Prof. dr. Wannie Carstens van de Universiteit Noord-West van Potchefstroom was erbij en van die gelegenheid werd gebruik gemaakt om hem te interviewen over het Afrikaans, de band met het Nederlands en de positie van het Afrikaans binnen Zuid-Afrika.
In een filmpje op YouTube van zowat 6' minuten schetst hij een klaar beeld van de status van het Afrikaans.

Wannie Carstens over Afrikaans in Zuid-Afrika en de band met het Nederlands. Brussel, 17 november 2010.
Interview en film: Ben Salemans voor Taalschrift.
Naar boven
Taalschrift - Archief|Discussie

Tijdschrift over taal en taalbeleid
Wij leiden u via de volgende koppeling rechtstreeks naar de archiefpagina Discussie van Taalschrift.
U bereikt hier via doorverwijzing meer dan 70 discussieteksten vooral rond aspecten van het Nederlands, die in Taalschrift verschenen van 21 mei 2003 tot nu (juli 2010).
http://taalschrift.org/discussie/
Naar boven
Brasschaatse Gouden Erepenning toegekend aan prof. Jozef Devreese
Taal meer is dan een technisch middel tot communicatie
Publicatie: 11 juli 2010
Dr. Johan Ghoos - Voorzitter Davidsfonds Brasschaat
Op de Vlaamse feestdag werd de tweejaarlijkse Brasschaatse Gouden Erepenning toegekend aan prof. Jozef Devreese voor zijn culturele prestaties. De jury waardeerde zijn polyvalentie en belangenloze inzet op verschillende culturele gebieden.
Vooreerst is er zijn belangrijke bijdrage bij de realisatie van het Metzler-orgel in de O.L.V.-kathedraal van Antwerpen. Vervolgens voor het boek "Wonder en is gheen wonder" door J.T. Devreese over Simon Stevin dat hij tezamen met G. Vanden Berghe publiceerde en inmiddels in het Engels en in het Japans is vertaald.
En tenslotte vooral omwille van zijn strijd tot het bevorderen van het Nederlands als basisonderwijstaal voor het hoger onderwijs en het gebruik van het Engels als onmisbare werktaal van de wetenschap. Indien een wetenschapper van zijn formaat dit bepleit, is het gewicht des te groter.
Terecht stelt prof. J. Devreese dat de kwaliteit van de wetenschap primeert en de taal meer is dan een technisch middel tot communicatie, want diep verweven met de identiteit, het denken en de cultuur van de mens.
Prof. em. dr. Jozef Devreese is lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.
Naar boven
"Taalzaken en zakentaal" symposium rond marketing en taal Amsterdam 25 mei 2010
Op dinsdag 25 mei vond dit symposium plaats te Amsterdam. Er was speciale aandacht voor de situatie in Zuidelijk Afrika en de relatie tussen het Nederlands en Afrikaans.
Een uitgebreid verslag van Marius van Boven vind je hier.
De organisator was de ANV-werkgroep De Nederlanden in de Wereld in samenwerking met:
Bron: Nieuwsbrief ANV (Vlaanderen) – juni 2010
Naar boven
Leerlijnen in de lerarenopleiding
Leren in het platte vlak: taalonderwijs van punten langs lijnen naar ruimte... Kees de Glopper:
klik hier
Hoe Hilde Van den Bossche in haar lerarenopleiding leerlijnen ontwikkelt voor grammatica als deel van taalbeschouwing e.a.
Haar voordracht op een didactische lenteconferentie: klik hier
Naar boven
◊ Spreek Frans, Joëlle
Elio Di Rupo? Het is waar, de man zijn kennis van het Nederlands is belabberd en te vrezen valt dat daar geen verandering in komen zal. Daar steekt geen kwade wil achter, Di Rupo heeft wellicht gewoon het talent niet voor die taal. Uiteraard zou het handiger zijn indien drietaligheid de norm was in dit land, uw en mijn en ieders intellectuele horizont zou er aanzienlijk mee verbreden op de koop toe (al zegt iets me dat zulks de zorg is van weinigen). Maar, en ik hoor dat zo zelden, het hebben van een talenknobbel lijkt mij in de politiek ondergeschikt aan het bezit van politieke inhoud en vakbekwaamheid. Ik waardeer de moeite voor het Nederlands van Joëlle Milquet en Laurette Onkelinx enorm, echt waar, maar eigenlijk heb ik liever dat ze Frans spreken. Omdat ze in die taal nuanceringen weten te leggen. Politiek is een te ernstige aangelegenheid om er zich matig in uit te drukken.
Dimitri Verhulst
31-5-2010
Omhoog
◊"De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal. Themabijeenkomst van de Afdeling Letterkunde van maandag 9 mei 1994" boekpublicatie Kon. Ned. Ac. van Wetenschappen op het internet beschikbaar
Een oudere publicatie kan een verbazend gehalte aan inhoud hebben en daardoor actueel blijven.
Met die idee vestigen wij uw aandacht op deze publicatie.
Thijmen Koopmans is de redacteur.
De digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (dbnl) maakt het boek in 2009 op het internet toegankelijk. Klik hier
Overzicht van de inhoud:
- W.P. Gerritsen Inleiding
- E.H. Kossmann Het probleem in de historische wetenschappen
- H.W. von der Dunk Het probleem in de historische wetenschappen Commentaar op E.H. Kossmann
- C.J.M. Schuyt De problematiek in de gamma-wetenschappen
- J. Breman De problematiek in de gamma-wetenschappen Commentaar op C.J.M. Schuyt
- J.J.M. Beenakker De situatie in de beta-wetenschappen
- K. Bakker De situatie in de beta-wetenschappen Commentaar op J.J.M. Beenakker
- M.V. Storme De visie van een Belgisch jurist
- J.M. Polak De visie van een jurist Commentaar op M.V. Storme
- H. Steinmetz Het perspectief vanuit het buitenland
- H.W. Bodewitz Het perspectief vanuit het buitenland Commentaar op H. Steinmetz
- T. Koopmans Samenvatting
Omhoog
◊ Taal in de Vlaamse medische wereld - Dr. Karel Seghers in Periodiek juli 2009
Taal in het algemeen
Taal is het belangrijkste communicatiemiddel tussen personen en groepen, b.v. bevolkingsgroepen, zo heeft elk volk of elke groep van volkeren zijn taal, zijn eigen taal, wij Vlamingen, Zuid-Nederlanders, het Nederlands.
Opdat een taal haar rol zou kunnen spelen moet zij in de eerste plaats duidelijk zijn. Dat hangt van verscheidene factoren af: het woord, de zin, de uitspraak/schrijfwijze.
Het woord moet wel omschreven begrippen dekken, zo niet komt men tot misverstanden, denken wij b.v. aan het woord “aardig” in Noord en Zuid.
Daarenboven dienen de woorden te worden geplaatst in begrijpbare, logisch opgebouwde zinnen; dit vraagt zeker voor de gesproken taal gewoonte, oefening beginnend op school, nog beter thuis (met de paplepel !!!!!).
In duidelijk taalgebruik speelt juiste, uniforme terminologie een belangrijke rol ; hier komen wij op terug wanneer wij het hebben over de medische wereld.
Van het grootste belang is de uitspraak; de invloed van het dialect is hier belangrijk en dat is begrijpelijk, kan zelfs verrijkend zijn: luister maar eens naar Maastrichtenaars onder elkaar, zuiver dialect, en de Maastrichtenaars met een “vreemde”, wat een keurig Nederlands. Maar in Vlaanderen speelt de verkavelingstaal, noch vis noch vlees, een belangrijke, ongunstige rol.
Taal moet niet alleen duidelijk zijn maar ook verzorgd. Elke aangesprokene mag dit verwachten, het is een vorm van beleefdheid tegenover de andere. Maar het is ook een natuurlijke vorm van zin voor eigenwaarde. Dit laatste begrip staat de laatste decennia onder druk; een zekere slordigheid uit zich in alle aspecten van de samenleving, ook in de taal: in het zuiden uit dit zich in de slordige, stijlloze verkavelingstaal, in het noorden in de inslag van de gangbare dialecten van de randstad Holland (of gewoon slordige taal).
Stijlvolle taal getuigt van cultuur, meer dan een net pak en gepoetste schoenen. Reeds tussen de twee wereldoorlogen werd gedroomd van en gedacht aan de Vlaamse gentleman, die keurig Nederlands spreekt, voor een gedeelte ingegeven door de gedachte in te gaan tegen de toenmalige en nog bestaande gedachte dat Frans spreken, zelfs Brussels Frans, van stijl getuigt. De Vlaming meent veelal dat hij een verzorgde taal zo maar uit zijn mouw kan schudden, wanneer hij het wil en nodig heeft: dat is een grote vergissing. Beschaafde taal is een dagelijkse opgave en gewoonte, ik zou bijna zeggen oefening, en dat in de meest verschillende omstandigheden en met personen van de verschillende lagen in de maatschappij.
Om dat doel te bereiken is niet alleen wil nodig, maar ook strategie, en heeft men best ook een voorbeeld. Tot het begin van de zestiende eeuw werd het Nederlands gevormd door het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant; illustratief is de grote invloed van deze twee gewesten bij het opstellen van de Dordtse statenbijbel. Met de scheiding der Nederlanden is de invloed van het zuiden teloorgegaan en hebben wij de vroegere plaats nog niet heroverd. Wij dienen te aanvaarden dat sedertdien de evolutie van het Nederlands in het noorden wordt bepaald; door dat in te zien en onze mogelijkheden te gebruiken, kunnen wij langzaamaan weer invloed verwerven; een gebrekkige is geen voorbeeld voor een lange afstandsloper.
Taal in de Vlaamse medische wereld
Om dit punt op de juiste manier te belichten is een korte geschiedkundige uiteenzetting gewenst.
Lees verder
Omhoog
◊Interview met de taaladviseur van de VRT en hoofdredacteur van Van Dale Ruud Hendrickx

'Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal'
© Ivan Put
'Mensen die klagen over taalverloedering, zijn geen echte taalliefhebbers', zegt Ruud Hendrickx ferm. Toch weten de kankeraars hem altijd wel te vinden. Behalve taaladviseur van de VRT is Hendrickx nu ook hoofdredacteur van de Dikke Van Dale.
Ruud Hendrickx laat de woorden verzorgd zijn mond uitglijden. Om zijn lippen hangt een schelmse grijns. 'Ik kan nergens komen of het gaat over taal. Meer zelfs: ik kan mijn kop niet laten zien of er wordt geklaagd over taal. Op den duur is dat vervelend, jazeker wel. Want er is toch meer in het leven dan taal alleen.' Hendrickx leunt diep achterover. Hij zet zijn blik op 'geslagen hond' en hij zucht. Al heeft hij al dat taalgekeuvel wel zelf gezocht natuurlijk.
Al meer dan tien jaar is Ruud Hendrickx taaladviseur bij de VRT. Al meer dan tien jaar spreekt hij journalisten en presentatoren erop aan als ze het Nederlands in de ether geweld aan doen. 'En neen, dat voelt niet aan alsof ik als een schoolmeester met mijn opgeheven vingertje sta te zwaaien. Ik doe aan kwaliteitsbewaking. De VRT heeft aan de overheid beloofd om zijn taal te verzorgen in zijn programma's en ons product moet op peil blijven. (trots) De VRT is trouwens de enige omroep in Europa die een taalbewaker in dienst heeft.'
Het gevolg van Hendrickx' nobele streven is wel dat 'taalliefhebbers' vlot de weg vinden naar zijn e-mailadres. De mailbox van de taalman puilt uit van de berichten van verongelijkte kijkers en luisteraars. Over Engelse leenwoorden in het journaal. Over de 'slordige' uitspraak van de radio- en televisiepresentatoren. Over dialectwoorden en foute zinsconstructies in talkshows. Over de 'botjes' van Peter Van de Veire en de 'straffe madammen' van Yasmine in Zo is er maar één. Kortom: over taalverloedering bij de openbare omroep.
'De mensen die zich daarmee bezighouden, zijn geen echte taalliefhebbers', zegt Hendrickx droog. 'Een echte taalliefhebber bekijkt zijn taal met liefde. Die zegt: “Goh, wat zit dat toch allemaal mooi in elkaar,. Die accepteert dat er verschillende soorten Nederlands zijn en dat die allemaal recht van bestaan hebben. Echte taalliefhebbers focussen niet op wat er misgaat, want er gaat ook zoveel goed met taal. Liefhebbers van schilderijen lopen toch ook niet de hele tijd te sakkeren in het museum. Neen, die gaan rustig voor een schilderij staan en laten het op zich in werken. Ze genieten ervan.'
U lijkt zich op te winden. Ergert u zich aan die klachten?
'Vaak wel, want die klagers hebben het zelden bij het rechte eind. Ze gaan uit van hun eigen idee van hoe een taal moet klinken. Als ze merken dat andere taalgebruikers anders met de taal omgaan, plaatsen ze hun stempel: taalverloedering! Niemand noemt het een verbetering, het is altijd taalverloedering. Maar taal is dynamisch, ze is in beweging en verandert. Wat zouden mensen die honderden jaren geleden Nederlands spraken, vinden van ons Nederlands? Dat is pure verloedering vanuit hun standpunt. Daarom mijn oproep aan al die zogenaamde taalliefhebbers: hou op met al dat geklaag! Het gaat prima met onze taal! We spreken nog altijd Nederlands en dat zal de komende vier-, vijfhonderd jaar niet veranderen. En bovendien: bij de VRT heb ik het voor het zeggen als het over taal gaat.'
Dat klopt, en de nieuwslezers en presentatoren van de openbare omroep moeten de standaardtaal gebruiken. Dat staat zo in het taalcharter van de VRT dat u hebt opgesteld. Waarom bent u zo streng in eigen huis?
'De standaardtaal is het enige register van het Nederlands dat geschikt is om voor een zo groot mogelijk publiek te gebruiken zonder dat je de aandacht naar de taal trekt in plaats van naar de inhoud. Standaardtaal is het neutraalste. Gebruik je iets anders, dan zal eerder je taalgebruik opvallen dan wat je aan het zeggen bent. En dat moet je vermijden. Uit het onderzoek dat wij hier doen, blijkt elke keer dat nieuwslezers en presentatoren pas vertrouwen uitstralen als ze standaardtaal spreken. Als ze dat niet doen, geloven kijkers en luisteraars hen niet.'
Zijn de normen toch niet een beetje aan het verschuiven? Iemand als Peter Van de Veire gebruikt toch woorden uit de tussentaal in zijn programma's?
'Je moet een belangrijk onderscheid maken: gebruikt iemand niet-standaardtalige elementen omdat hij niet beter weet of gebruikt hij die bewust. Als je het eerste doet, is er een probleem. In het tweede zie ik geen graten. Ik weet dat Peter Van de Veire heel intensief met zijn taal bezig is. Als hij vindt dat hij het woord 'botjes' moet gebruiken in plaats van 'laarsjes', heeft hij daar een reden voor. Dan begrijp ik dat. Als hij 'bottekes' zegt omdat hij niet beter weet, is dat iets heel anders. Of neem Yasmine. Als ze Zo is er maar één presenteert, doet ze dat meestal in zeer verzorgde standaardtaal. Maar ze laat soms met een hele vette knipoog, recht in de camera, haar taalniveau zakken. Ze doet dat zeer bewust, ze speelt met de taal. Dat is helemaal wat anders dan dat je alles in tussentaal zou presenteren.'
U hebt deze maand een bijdrage geschreven voor Ons Erfdeel. Daarin lees ik: 'Laat jongeren gerust tussentaal spreken.' Pardon?
'Van mij mogen jongeren zoveel tussentaal gebruiken als ze willen. Als ze maar - en dat is belangrijk - op school ook standaardtaal leren. Het heeft geen zin om tegen tussentaal tekeer te gaan. Tussentaal roei je niet uit, ertegen vechten is pure negatieve energie. Jongeren zijn daar ook veel coulanter in dan ouderen. De generaties komen wat dat betreft meer en meer tegenover elkaar te staan. De oudere Vlamingen, die soms nog hebben moeten vechten om hun taal te mogen spreken, vinden het heel erg dat de standaardtaal verdedigd moet worden. Terwijl jongeren zeggen: “Ach, laat maar waaien,. Voor hen is het Nederlands een vanzelfsprekendheid en dus gaan ze er slordiger mee om. Maar laat jongeren maar tussentaal spreken onder elkaar, laat ze sms'en en chatten in wat voor Nederlands dan ook, als ze ook nog maar standaardtaal kennen. Ik denk trouwens wel dat er ook bij de jongeren weer een tegenbeweging zal komen. Dat zij - of hun kinderen - op een bepaald moment toch weer nood zullen krijgen aan meer standaardtaal.'
Gaat de beheersing van de standaardtaal bij jongeren erop achteruit?
'Het hangt ervan af hoe je dat bekijkt. Het slaagpercentage van onze stemtest bij de VRT zakt nog altijd. Daaraan merken we dat de uitspraak van jongeren erop achteruitgaat. Blijkbaar vinden ze dat zelf niet zo belangrijk en leren ze het ook niet meer op school. Anderzijds schrijven jongeren nu veel beter. Hoe ze dingen verwoorden... dat is stukken beter dan vroeger. Jongeren voelen zich duidelijk meer vertrouwd met standaardtaal. Ze zijn creatiever en minder krampachtig met taal en de meesten schrijven hele prettige stukken. Maar de spreektaal, ja, die wordt heel informeel.'
Als jongeren massaal de uitspraak niet meer zo belangrijk vinden, moet er bij de VRT misschien meer ruimte komen voor verschillende accenten. Taalverandering hou je niet tegen, zegt u zelf.
'Dat zou kunnen. Niemand kan voorspellen hoe het Nederlands over vijftig jaar zal klinken.'
Bent u dan niet bang dat u iedereen zult moeten ondertitelen? Nederlanders krijgen nu al haast standaard ondertiteling op hun buik.
'Misschien net niet, omdat we het dan meer gewend zijn al die accenten te horen. In de ons omringende landen wordt toch ook niet ondertiteld?'
Waarom doet de VRT het dan?
'Dat vraag ik me soms ook af.'
Van u mogen jongeren tussentaal spreken, als ze ook maar de standaardtaal kennen. Uw collega taalexpert Joop van der Horst schreef in 'De Groene Amsterdammer' dat de standaardtaal te moeilijk is en dat we niet van iedereen een goede taalbeheersing kunnen verwachten. Net zoals niet iedereen 'minister, chirurg, laborante of damkampioen' kan worden.
'Dat is zo. Je kunt je ook afvragen of het wel nodig is dat iedereen standaardtaal kent. Zogenaamde taalliefhebbers maken die fout ook altijd. Ze verwachten dat iedereen dat kleine stukje superverzorgd Nederlands beheerst. Maar dat is niet voor iedereen bereikbaar en dat is ook niet nodig, vind ik. Als nooit van jou wordt verwacht dat je een traktaat schrijft, waarom zou je dan die hele woordenschat beheersen om traktaten te schrijven? Veel mensen hebben nooit de kans gekregen om standaardtaal te leren. Ik vind het denigrerend om mensen daarom te veroordelen.'
Verwacht u van de dokter of advocaat dat hij standaardtaal tegen u spreekt?
'Dat is iets anders, dat is een zaak van elementaire beleefdheid. Als ik standaardtaal spreek tegen iemand in de openbare ruimte, verwacht ik een antwoord in correct Nederlands. Misschien is dat een dada van mij en een puur emotionele reactie, maar ik ben de klant. Ik vind niet dat ze altijd standaardtaal moeten spreken, maar wel als ze het tegen mij hebben. Laatst was ik in een winkel in Brugge en de dame aan de overkant weigerde Nederlands tegen mij te praten. Ze bleef doorgaan in het Brugs. Dat kan niet, ik verstond haar gewoon niet.'
Misschien heeft die vrouw geen talent om standaardtaal te leren?
'Ze sprak wel Engels en dus moet ze ook standaardtaal kennen. Als je Engels kunt spreken tegen mij, kun je ook Nederlands spreken. Dat hoeft niet perfect te zijn, maar de beleefdheid vereist dat.'
Sinds deze maand bent u behalve taalbewaker van de VRT ook de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale. Wat gaat u doen bij Van Dale?
(Hendrickx glundert) 'De Van Dale maken! Zo simpel is het.'
En wat houdt dat in?
'Een hoofdredacteur bepaalt wat er in het woordenboek komt: de woorden die worden opgenomen, de woorden die eruit moeten, wat er over die woorden gezegd wordt. Ik heb al een lijstje klaar van Vlaamse woorden die ontbreken. Op den duur ontwikkel je daar een zesde zintuig voor. Ik herken ze meteen. Dan denk ik bij mezelf: “Hmm, ik moet toch eens checken of dat wel in Van Dale staat., En dan zoek ik dat op en meestal staat het er niet in.'
Hendrickx zet zijn computer aan. Hij klikt naar een document waarin een reeks vergeten Vlaamse woorden staat. 'De idiootste woorden ontbreken. Pletwals bijvoorbeeld. In Nederland zeggen ze daar stoomwals tegen, al komt er vandaag niet veel stoom meer aan te pas. Onze strijdplaats bij de verkiezingen staat er niet in. Ook de foertstem ontbreekt. Net zoals de babyborrel, de btw-carrousel, de enkelband van de veroordeelde, de sperperiode, het relanceplan, de schrootpremie... Je ziet, voorbeelden genoeg!'
U gaat dus de Vlaamse belangen verdedigen bij Van Dale. Mooi zo.
'Verdedigen is een verkeerd woord. Onze belangen moeten niet verdedigd worden, want Van Dale is een verklarend woordenboek. Het noteert enkel welke woorden mensen gebruiken en gaat daarbij uit van een gelijkwaardige behandeling van alle soorten Nederlands. Alleen is er door feitelijke omstandigheden een achterstand in het Vlaamse materiaal. De redactie zit in Utrecht en heeft daardoor veel minder toegang tot Vlaamse bronnen. De Standaard kunnen ze boven de Moerdijk bijvoorbeeld wel lezen, maar ons reclameblaadje of lokale gemeenteblad niet. En dus staan woorden waar niets mis mee is er nog niet in, gewoon omdat ze nog niet 'ontdekt' zijn door de redactie van Van Dale. Van Dale beseft dat er een inhaalbeweging nodig is en daarom ben ik er nu.'
Bent u een machtig man, nu u (taal)baas bent van de VRT en van de Dikke Van Dale? U beslist als het ware hoe wij moeten spreken, of niet?
'Neen, want ik ben een beschrijver van de taal. In welke zin zou ik machtig zijn? Denk je dat heel veel mensen ineens hun taalgebruik omgooien omdat er in Van Dale iets staat of omdat de nieuwslezer van het journaal het anders zegt? Neen, ik maak geen wetten. Wat ik zeg, verschijnt niet in het Staatsblad. Je krijgt geen boete als je iets doet wat mij niet aanstaat op taalgebied.'
'Van Dale spreekt geen waardeoordeel uit. Hij zal nooit zeggen: “Dit of dat woord mag je niet gebruiken,. De tijd dat woordenboeken dat konden, is voorbij. Wat Van Dale doet, is zoveel mogelijk informatie aanreiken, zodat een taalgebruiker zelf kan beslissen. De Van Dale vermeldt bijvoorbeeld dat bepaalde woorden enkel in Vlaanderen gebruikt worden. Dan beslist de spreker zelf wat hij met die informatie doet.'
'De VRT is een normverspreider. Wij laten horen dat standaardtaal niet per se stadhuistaal hoeft te zijn, dat je ook een prettige, informele babbel in de standaardtaal kunt voeren. Dat is heel wat anders dan dat ik zou zeggen: “Dit mag je zo niet noemen, Vlaming,. Wat ik wel zeg als taalbewaker, is: 'Wij bij de VRT noemen dat niet zo, VRT'er'. Maar wie ben ik om de taal vast te leggen voor zes miljoen Vlamingen? Dat zou pas hautain zijn.'
D. I.
23 mei 2009
Omhoog
◊ Minderheidstale - verdwynende tale: Die gedagtes van 'n bittereinder - prof. dr. Ampie Coetzee
13-5-2009 (in het Afrikaans)
Dit is ons lot dat ons in dié tyd moet leef waarin ons geleidelik die inheemse tale van Suid-Afrika as onderwystale gaan sien sterf. Tale sterf; maar ons het nooit kon dink dat dit by ons sou gebeur nie.
Suid-Afrika is 'n meertalige land; maar meertaligheid beteken nie gelykheid van tale nie. Die Grondwet spesifiseer dat alle tale gelyk sal wees. Dis natuurlik onmoontlik in 'n land met elf tale; en dit moes van die begin af gesê gewees het. Tien van daardie tale is Afrika-tale, met Afrikaans as die taal met verlangs nog 'n Europese verbintenis – die ideale taal vir 'n nasie van Afrika en Europa, en sonder koloniale verbintenis. Maar ek wil nie Afrikaans verheerlik nie. Dis te laat. As tale nie gelyk kan wees nie, sou dit miskien die beste gewees het as die taal van die meerderheid die landstaal word, soos byvoorbeeld Zoeloe of Xhosa. Maar ons is gekoloniseer deur Brittanje, en waar kolonisering vanuit Europa gekom het, word die taal van die koloniseerder die sterkste taal; dan het dit niks met meerderheid of minderheid te doen nie.
Lees verder
Bron: LitNet SeminaarKamer - mei 2009
De beschreven toestand met de verengelsing in Zuid-Afrika van de universiteiten is in zekere mate en tot op zekere hoogte vergelijkbaar met wat zich in Nederland en Vlaanderen kan voordoen in het hoger onderwijs. De druk tot verengelsing van de Vlaamse universiteiten en hogescholen is bijzonder hoog.
Omhoog
◊ Onderzoek "Jongeren & de Nederlandse taal"
N.a.v. dit onderzoek schreef Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Taalunie de volgende tekst:
AAN DE JONGEREN ZAL HET NIET LIGGEN
Verloedert onze taal omdat jongeren geen moeite zouden willen doen om ze goed te beheersen? Geenszins, vindt LINDE VAN DEN BOSCH. Jongeren vinden 'goed Nederlands' wel belangrijk, maar alleen wanneer het ertoe doet.
Bijna alle jongeren in Nederland en Vlaanderen vinden het belangrijk om goed Nederlands te kunnen spreken en schrijven. Dat blijkt uit onderzoek. Verloedert onze taal omdat jongeren geen moeite zouden willen doen om ze goed te beheersen? Absoluut niet.
De Nederlandse taal is, zoals alle levende talen, voortdurend in beweging. En het gaat soms snel! Nogal wat volwassenen hebben de indruk dat het 'correct gebruik van de taal' dat ze twintig of meer jaar geleden hebben meegekregen op de lagere en middelbare school, stilzwijgend is afgeschaft. Destijds met veel moeite geleerde regeltjes over het gebruik van woorden en uitdrukkingen, lijken te zijn vervallen. Woorden die de leerkracht met rood onderstreepte, staan nu zonder gêne in het woordenboek.
Nogal gauw stelt men dat 'tegenwoordig alles mag' en dat je met deze mentaliteit geen taalbewuste jongeren kweekt. En intussen staat het Engels te dringen, zo is de algehele indruk, om het over te nemen op vrijwel elk gebied: dat van de wetenschap, het bedrijfsleven, maar net zo goed de ontspanning en de populaire cultuur. Daar moet de taal toch wel aan onderdoor gaan…
Heeft deze sombere visie enige grond onder de voeten? Om dat te weten hebben de Nationale Jeugdraad en het Vlaamse onderwijsblad Maks! samen met de Nederlandse Taalunie onderzocht of er bij jongeren inderdaad signalen zijn die wijzen op desinteresse, nonchalance, onkunde of op een negatieve houding tegenover correct taalgebruik. Daarvoor hebben ze een enquête uitgevoerd onder bijna tweeduizend Nederlandse en Vlaamse scholieren. De resultaten daarvan zijn op z'n zachtst gezegd belangwekkend.
Een overgrote meerderheid van de ondervraagden gaf aan het 'belangrijk' of 'heel belangrijk' te vinden om goed Nederlands te schrijven, zowel in een sollicitatiebrief, als in een tekst voor school of werk of een brief aan een bedrijf. Bijna iedereen vindt het even belangrijk om goed Nederlands te spreken tijdens een sollicitatiegesprek.
Onlogisch is dat niet. Dit soort geschriften en gesprekken dient om jezelf te verkopen en daarvoor zet je je beste beentje voor. Maar dat jongeren zich dit goed realiseren, is een signaal dat ze zich wel degelijk bewust zijn van de functies van taal. Ze tonen, misschien meer dan vorige generaties, het vermogen of op z'n minst de wil om hun taalgebruik aan te passen aan de omstandigheden. Dat wijst op een gevoel voor 'taalregisters'; verschillende stijlen of niveaus in het taalgebruik. Die kies je als je beseft dat een taal niet alleen dient om een boodschap over te brengen, maar ook om iets prijs te geven van jezelf als spreker.
Dat ze minder op hun taal letten tijdens een discussie op school of in een gesprek in een winkel, zou nog kunnen wijzen op gemakzucht. Maar vrijwel iedereen antwoordt dat er in het algemeen met volwassenen op een andere manier wordt gesproken dan met vrienden. Als het noodzakelijk is, willen jongeren dus goed spreken en schrijven, maar als het er minder toe doet, gaan ze soepeler om met taal.
Jongeren geven ook massaal aan dat ze wel degelijk goed Nederlands willen leren. Ze vertrouwen daarvoor op hun leraren, ze gebruiken woordenboeken en de spellingcontrole op hun computer, ze lezen om hun taal beter te leren beheersen en ze vinden het zelfs niet erg als ze door klasgenoten worden gecorrigeerd als ze iets verkeerd uitspreken.
Dat is een gezonde houding. Jongeren vinden taal belangrijk voor de manier waarop ze functioneren in de samenleving. Leerkrachten met een moderne visie zien het als hun taak daarop in te spelen en leerlingen te helpen die de verschillende taalregisters willen leren bespelen. Het opdringen van één vaststaand normbesef volstaat niet meer. De taalleerkracht moet de leerlingen helpen hun taalgehoor en taalgevoel te scherpen en ze leren om hun taal aan te passen, niet alleen aan de regels uit de boekjes, maar vooral aan de mensen en de omstandigheden waarin ze hun taal willen hanteren.
Linde van den Bosch - Nederlandse Taalunie
Dinsdag 28 april 2009
***
Het onderzoek ‘Jongeren & de Nederlandse taal’ is gehouden bij een betrouwbaar panel van 1783 Nederlandse én Vlaamse jongeren. Het is uitgevoerd door de Nationale Jeugdraad in samenwerking met de Nederlandse Taalunie en het jongerenblad Maks! van het tijdschrift Klasse. Het panel bestaat uit scholieren uit het voortgezet en beroepsonderwijs en geeft suggesties voor alternatief en beter beleid.
De onderzoeksresultaten van 'Jongeren & de Nederlandse taal' kan je downloaden via
http://www.jeugdraad.nl/jeugdraadpanel/
Omhoog
◊ Congres en debat Nederland - Vlaanderen over Nederlands in het hoger onderwijs
op 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement
Congres en debat Nederland – Vlaanderen 2008
10 oktober 2008, Vlaams Parlement
Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap
een gezamenlijk project van de stichting Nederlands, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie NL-TERM, het Algemeen Nederlands Verbond in Vlaanderen.
Tijdens het congres werd de Lofprijs 2007 van de stichting Nederlands uitgereikt aan de laureaat, de publicist Thomas von der Dunk
Beknopt verslag met samenvattingen van de sprekers
Openingszitting
De openingszitting werd voorgezeten door Arno Schauwers, voorzitter van de Stichting Nederlands. Hij gaf al vlug het woord aan mevrouw Monica van Kerrebroeck, CD&V, voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement.
Enkele thema’s van haar toespraak. Zij verwijst naar het openbaar pleidooi van Vlaamse Minister Ceyssens voor meer colleges in het Engels. Zij verwijst daarbij naar het antwoord van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Essentieel in dat antwoord is dat elke Vlaamse jongere een Nederlandstalig diploma moet kunnen verwerven. Zij verwijst eveneens naar de adviezen aan de minister van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en de Vlaamse Onderwijsraad. Zij haalt eveneens het algemene talenbeleid aan van de onderwijsminister.
Verder spiegelt zij voor dat er een evaluatie wordt voorzien van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Volgens haar is dit congres meebepalend voor de beslissingen die in dat verband moeten worden genomen.
Inleiding tot het congres Dr. Yvo J.D. Peeters, ondervoorzitter ANV vzw
namens de organiserende verenigingen
Samenvatting
Terwijl in de derde wereld nog vele volkeren strijden voor onderwijs in eigen taal, verkwanselen de Nederlandse en Vlaamse politieke en academische overheden dit fundamentele mensenrecht.
Vanuit een mis begrepen internationalisme wordt sinds enige tijd een niet-aflatende campagne gevoerd ten voordele van het Engels. Vooral in Vlaanderen, dat amper iets meer dan een halve eeuw het recht op hoger onderwijs in de moedertaal heeft bevochten, zou men beter moeten weten.
Maar ook grotere taalgebieden zoals Italiaans, Duits en zelfs Frans lijden onder verengelsing.
Opleiding en navorsing in een andere, daarenboven dominante, taal leidt nochtans tot conceptuele verenging, terminologische verarming en bovenal tot impliciete overname van maatschappelijke denkbeelden uit de dominante taal.
De dominantie van het Engels is in essentie niet cultureel maar wel een factor van de economische en politieke dominantie van de Verenigde Staten op wereldvlak en een hoeksteen van onze gecommercialiseerde maatschappij. Het hele Bologna-proces is geen Europeanisering van ons onderwijs maar wel een Amerikanisering. Evenzeer werken programma’s als Erasmus, Socrates en Da Vinci de verengelsing van Europa in de hand, ook al is het formele doel een veeltalig Europa te bewerkstelligen.
Het is bijgevolg hoog tijd in dit verband een alternatieve strategie te ontwikkelen.
Stand van zaken
Voor dit gedeelte neemt prof. dr. Willy Martin het voorzitterschap waar. Hij geeft meteen het woord aan prof. em. dr. Jozef T. Devreese, die gedurende het toegestane kwartiertje spreektijd het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal behandelt met een terugblik en een vooruitblik.
Aan de hand van treffende afbeeldingen in zijn powperpointpresentatie geeft hij een synoptisch overzicht van de evolutie van het Nederlands vanaf de eerste vindplaats van een Germaans woord in een Latijnse bron
(‘wad’ AD 107). Hij beklemtoont de betekenis voor de Nederlandse woordenschat van een Simon Stevin, die de meeste van zijn werken in het Nederlands publiceerde. Hij verwijst ook met fierheid naar de Nobelprijswinnaa r Corneel Heymans. Hij stelt dat de wetenschappen zich meertalig moeten ontwikkelen. Voor de huidige en de komende situatie zegt hij pertinent dat de huidige taalregeling van art. 91 van het structuurdecreet behouden moet blijven zowel voor de bachelors- als voor de mastersopleidingen. Die huidige tekst geeft een evenwichtige regeling aan tussen onderwijs in het Nederlands en onderwijs in een andere taal met het oog op internationalisering. Beleidsvoerders, raak nu niet aan die taalregeling.
Dr. Albert Oosterhof brengt verslag uit van zijn onderzoek “Engels voertaal aan onze universiteiten? Een invantaris voor de Culturele Commissie Vlaanderen-Nederland”
Samenvatting
Deze presentatie geeft een overzicht van de doelstellingen, werkwijze en resultaten van een enquête die in het voorjaar van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) werd uitgevoerd. De bedoeling was te inventariseren welk aandeel andere talen dan het Engels hebben in het onderwijs aan de Nederlandse en de Vlaamse universiteiten en wat de toekomstperspectieven zijn. In 2000/2001 voerde het secretariaat van CVN ook al een enquête uit bij de rectores magnifici van de universiteiten. Die CVN-werkwijze werd dus in 2007 herhaald om een indruk te krijgen van de evoluties die zich hebben voorgedaan wat betreft de onderwijstaal in het hoger onderwijs.
Ik geef op basis van enkele eerdere rapporten kort weer wat de achtergronden zijn van deze inventaris. Ik zal kort ingaan op de geldende wetgeving ten aanzien van de onderwijstaal in Vlaanderen en Nederland. In 2001 legde CVN contact met verschillende bewindslieden uit Vlaanderen en Nederland. Daarbij doet CVN enkele aanbevelingen, vooral over het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. De commissie stelt dat bacheloropleidingen volledig in het Nederlands zouden moeten verlopen, terwijl in de masters het aandeel van het Engels hooguit 20% mag zijn. De doelstelling van de inventaris in opdracht van CVN is na te gaan of recente ontwikkelingen in overeenstemming zijn met dergelijke aanbevelingen.
Verder wordt uiteengezet hoe de resultaten precies tot stand zijn gekomen. Een belangrijke opmerking is dat diensten die zich bezighouden met externe relaties en communicatie niet noodzakelijk een reëel beeld geven van het aandeel van het Engels. Het is daarbij ook mogelijk dat instellingen het aandeel van het Engels juist groter voorstellen dan het is, omdat ze een internationale uitstraling nastreven.
In de presentatie werd een samenvatting gegeven van de resultaten van de inventarisatie. De gegevens uit de enquête geven een beeld van de situatie in Vlaanderen tegenover Nederland, aan verschillende universiteiten. Aan de meeste Nederlandse universiteiten blijft het aandeel van het Engels in het bacheloronderwijs beperkt, maar wordt in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven. Er is in Nederland over het algemeen sprake van een toename van het gebruik van het Engels. Aan Vlaamse universiteiten is het aandeel van het Engels echter beperkter.
Bij die stand van zaken voegt Jan Roukens van de stichting Nederlands zijn bevindingen
Samenvatting
Taalgebruik in het Europese hoger onderwijs en in de wetenschap
Het referaat put de kwantitatieve gegevens voornamelijk uit een recent gepubliceerde studie van de Academic Cooperation Association (ACA), een vereniging van universiteiten en hogescholen in Europa die zich mede ten doel heeft gesteld de internationalisering van het hoger onderwijs te ondersteunen. In dat kader werd de studie English-Taught Programmes in European Higher Education uitgevoerd, over de situatie in 2007. Een eerdere studie over 2002 maakte het mogelijk een zekere ontwikkeling aan te tonen.
Hoewel de ACA wordt beschouwd als een organisatie met een missie, en dus niet neutraal, maakt de studie over 2007 een betrouwbare indruk. Er is veel onderzocht en naar achtergronden gepeild, terwijl de onzekerheidsmarges inherent aan enquêtes zorgvuldig in kaart zijn gebracht. Dat maakt de studie waardevol, ook voor wie de overtuigingen van de ACA niet deelt.
Uit de studie blijkt dat Nederland ver voorop loopt in Europa wat de verengelsing van het hoger onderwijs betreft. Het absolute aantal Engelstalige programma’s in Nederland is bijna tweemaal zo groot als in het tweede land in absolute aantallen, Duitsland (774 tegenover 415). Niettemin is Duitsland vijfmaal zo groot als Nederland. België speelt in dit geweld een bescheiden rol en is een Europese middenmoter: 43 Engelstalige programma’s werden vastgesteld. De studie maakt geen onderscheid tussen Nederlandstalig en Franstalig België; aangenomen is dat de twee landsdelen wat dit betreft gelijk opgaan.
Het fenomeen van de vervanging van de nationale taal door Engels in het hoger onderwijs is overigens een verschijnsel dat veel meer voorkomt in het Noorden en Noordwesten van de EU dan elders. In midden-Europa komt het weinig voor, in de orde van enkele procenten, terwijl het in het Zuid-Europa bijna niet voorkomt. Niettemin lijken de discussies over het verschijnsel in het Zuiden het hevigst, terwijl er in Nederland nauwelijks over gesproken wordt. Tot dit congres.
De studie komt tot de conclusie dat het aanbieden van Engelstalige programma’s niet aantoonbaar bijdraagt tot een toename van buitenlandse studenten. Meer buitenlandse studenten is nu juist de reden waarom in Nederland – maar ook in Vlaanderen - herhaaldelijk wordt aangedrongen op een vergroting van het aanbod Engelstalige programma’s.
Interessant is dat de verengelsing gedreven wordt door de leiding van de onderwijsinstellingen (80% vóór), en dat studenten er lauw tot negatief tegenover staan (omstreeks 25% vóór). Dat contrasteert met de opvatting dat het de jongeren zijn die de moderniteit zoeken en dus………de Engelse taal.
Nederlands of Engels?
Prof. dr. Willy Clijsters zit dit laatste gedeelte van de ochtendzitting voor. Eerste spreker van het drietal is mevrouw dr. Diana Vinke. Zij brengt rond de thematiek van onderwijskwaliteit en voertaal verslag uit van haar doctoraal onderzoek in 1995 aan de Technische Hogeschool van Delft. Zij spreekt in dat verband over de “Kwaliteit van kennisoverdracht. Een vergelijkend onderzoek”.
Samenvatting
De centrale vraag van deze presentatie is of onderzoek naar het gebruik van Engels als instructietaal in het hoger onderwijs effect heeft op de onderwijskwaliteit en of de invoering van het Engels in onze universiteiten afhankelijk moet zijn van de resultaten van dergelijk onderzoek. Een onderzoek naar de ervaringen van docenten aan Nederlandse universiteiten wijst uit dat een meerderheid weinig of geen verschil ervaart tussen het verzorgen van onderwijs in het Nederlands en in het Engels. Wel treden er een aantal negatieve effecten op bij het Engels als voertaal: het voorbereiden kost hen meer tijd en bij het geven van colleges ervaren zij talige beperkingen, een groter (mentale) vermoeidheid, minder improvisatievermogen, minder tevredenheid over hun eigen onderwijs. Verder hechten ze meer belang aan goede doceervaardigheden (om talige beperkingen te compenseren). Uit observatieonderzoek naar (effectief) doceergedrag blijkt dat het gebruik van Engels als voertaal leidt tot een beperkte vermindering van redundantie, expressiviteit, helderheid, nauwkeurigheid, spreektempo (in 1 onderzoek) en ontlokken van verbale reacties bij leerlingen (1 onderzoek). Wel is effectief doceergedrag waarneembaar te verbeteren door training in een Engelstalige situatie. Deze training is het meest effectief in het begintraject, als een docent begint met het verzorgen van Engelstalig onderwijs. Onderzoek naar hoe studenten colleges ervaren wijst uit dat er voor hen geen consistente verschillen zijn tussen Nederlandstalige en Engelstalige colleges. In beide talen herkennen en ervaren ze effectief doceergedrag als zodanig. Wel ervaren ze in het Engels het ontbreken van dat gedrag als storend: het vermindert hun concentratie. Onderzoek naar wat studenten van colleges begrijpen, tenslotte, geeft aan dat Engels als instructietaal geen langetermijn effect heeft op de leerresultaten van studenten. In het begin is hun begrip wel minder, maar na gewenning verdwijnt dit effect. Het gebruik van Engels heeft mogelijk zelfs een positief effect op hun leerproces: studenten lijken meer kritische verwerkingsstrategieën te gebruiken.
Wat betekenen deze onderzoeksresultaten nu voor de onderwijskwaliteit? Dit is afhankelijk van de onderwijsopvatting die je hebt. Lange tijd lag de nadruk op onderwijs als kennisoverdracht van de docent naar de student. Uitgaande van deze stroming impliceert het gebruik van het Engels een vermindering van de onderwijskwaliteit. Recentere opvattingen beschouwen onderwijs als een actief proces aan de kant van de lerende: kennis ontstaat als de lerende die construeert. Uitgaande van deze stroming leidt het gebruik van het Engels niet tot vermindering van de onderwijskwaliteit.
Onderzoek naar de relatie tussen het Engels als voertaal en de kwaliteit van onderwijs geeft dus niet zonder meer uitsluitsel over de invoering van het Engels in onze universiteiten. Hiervoor zijn er andere, relevantere vragen te beantwoorden. De meest relevante vraag lijkt te zijn wat ‘de’ Nederlandse taal te winnen of te verliezen heeft als we het Engels of Nederlands gebruiken als onderwijs- en wetenschapstaal.
[- Wat is het effect van de voertaal Engels op de beheersing van de moedertaal?
- Wat is de invloed van de voertaal Engels op de ontwikkeling van de Nederlandse taal?
- Wat is de invloed van het Nederlands als voertaal en wetenschapstaal op de ontwikkeling van de Nederlandse taal (bij de gemiddelde gebruiker?
- Wat is het potentieel verlies van de Nederlandse taal bij het Engels als voertaal?]
Gebruikte onderzoeken Nederland:
-Huibregtse (2000). Effect en didactiek van tweetalig voortgezet onderwijs in Nederland. Utrecht: W.C.C. proefschrift.
- Jansen, E.P.W.A. et al. (2001). De relatie tussen onderwijsopzet en studieresultaat. ORD Proceedings, 28e Onderwijs Research Dagen, Universiteit van Amsterdam, SCO-Kohnstamm Instituut/ILO, pp. 263-265.
- Klaassen, R.G. (2001). Engels als voertaal. - ISBN 90-517-0568-9 (vervolgonderzoek na de scriptie van Vinke, A.A.)
- Vinke, A.A. (1995). English as the medium of instruction in Dutch engineering education. Delft: Delft University Press. ISBN 90-407-1168-2
Tweede spreker was prof. dr. Jaap van Marle.
Samenvatting
Verlies van taalbereik: culturele en sociale gevolgen op termijn
Hoe ernstig is het eigenlijk dat het Engels in opmars is (lijkt te zijn) als onderwijstaal? Zoals van een vraag als deze mag worden verwacht, is het antwoord niet zo maar duidelijk. Immers het antwoord is gekoppeld aan een aantal vooronderstellingen t.a.v. wat ‘standaardtalen’ eigenlijk zijn, respectievelijk zouden moeten zijn. Vooropgesteld dit, veel personen realiseren zich niet dat ‘standaardtalen’ – nationale talen is misschien wel een juistere benaming – veel jonger zijn dan veelal wordt aangenomen. Nationale talen zoals het Duits, het Engels, en het Nederlands zijn namelijk in hoge mate 19e-eeuwse uitvindingen, althans wanneer men onder een nationale taal een algemeen aanvaarde norm voor zowel mondeling als schriftelijk taalgebruik verstaat.
Kortom, wanneer wij spreken over nationale talen, dan hebben we het over een betrekkelijk recent fenomeen. Nu kan men de nationale talen koesteren omdat men ze als zeer waardevol ervaart, en daar is niets op tegen, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat nationale talen veel minder monolithische entiteiten zijn dan men misschien wel zou verwachten. Nationale talen zijn met name aan veel meer verandering onderhevig dan velen zouden denken (en waarschijnlijk ook zouden willen). Wie ‘oude’ nieuwsprogramma’s – en onder ‘oud’ versta ik dan, de jaren ’60 – op de televisie terugziet, zal gefrappeerd zijn door de volstrekt andere normen die nog geen vijftig jaar geleden voor mondeling taalgebruik golden. Die programma’s kunnen eenvoudigweg tot geen andere conclusie leiden dan dat de grootschalige informalisering die onze samenleving zo grondig heeft veranderd, ook het Nederlands bepaald niet onberoerd heeft gelaten. In dit verband is vooral interessant te constateren dat de oorspronkelijke normen op grote schaal zijn losgelaten.
Hoe zit dat nu met de opmars van het Engels? Natuurlijk, juist door het loslaten van de normen krijgt het Engels een kans, het dringt gemakkelijker binnen dan in een tijd dat de nationale taal in hoge mate ‘maakbaar’ werd geacht (namelijk d.m.v. het onderwijs). En dat Engelse woorden en uitdrukkingen gemakkelijk binnendringen, is duidelijk. Heel iets anders is het verdringen van het Nederlands door het Engels in bepaalde domeinen, bijvoorbeeld het onderwijs. In potentie is dat een gevaarlijker ontwikkeling omdat dit laatste direct samenhangt met ‘het domein’ van het Nederlands, d.i. het geheel aan situaties waarbinnen het Nederlands wordt gehanteerd. Wanneer het enkel en alleen het academisch onderwijs zou betreffen, dan zou men hier misschien nog overheen kunnen stappen, wijzend op het feit dat onderzoek (het fundament van academisch onderwijs) nu eenmaal per definitie een internationale aangelegenheid is. Echter, de inktvlekwerking is in Nederland al duidelijk zichtbaar: het oprukken van tweetalig onderwijs in lagere en middelbare scholen, d.i. onderwijs waarin naast het Nederlands nog een andere taal als onderwijstaal fungeert (in de regel natuurlijk vrijwel steeds het Engels).
Ook al kan ook over deze ontwikkeling genuanceerd worden gedacht, het risico dat het Nederlands geleidelijk aan een tweederangs taal zou kunnen worden, is niet helemaal denkbeeldig. Momenteel staan de ‘klassieke’ nationale talen toch al onder druk, en het opgeven van bijvoorbeeld het Nederlands als onderwijstaal sluit daar in feite rechtstreeks bij aan. En ook omgekeerd, wanneer het Nederlands geen onderwijstaal meer zou zijn, dan neemt de status van het Nederlands verder af. Anders gezegd, wie met lede ogen het afnemend prestige van de nationale talen aanziet (niet slechts waarneembaar bij het Nederlands!), doet er verstandig aan om op dit punt waakzaam te zijn. Het risico is niet zo zeer dat het Nederlands zou verdwijnen, maar vooral dat het afzakt tot tweederangs taal.
Laatste spreker in dit rijtje van drie is prof. dr. Reiner Arntz, Universität Hildesheim.
Samenvatting
Moedertaal of vreemde taal: bekeken vanuit een ander taalgebied
Meer dan één cultuurtaal moet zich tegenwoordig verdedigen tegen een al te grote invloed van de lingua franca Engels. Dat betreft de status van die talen op nationaal en internationaal vlak, maar ook hun structuur, in het bijzonder hun woordenschat. Voortdurend dringen er immers nieuwe leenwoorden uit het Engels die talen binnen. – In deze tijden van globalisering betwijfelt niemand de noodzaak van een taal waarmee men zich overal ter wereld verstaanbaar kan maken, maar er moeten duidelijke grenzen zijn.
Ook in de communicatie tussen vakmensen mag die lingua franca niet de plaats innemen van de respectieve moedertalen, want dat zou voor alle cultuurtalen funest zijn, behalve voor de lingua franca zelf. Om te beginnen zouden de talen in kwestie in hoge mate aan prestige inboeten, zeker in domeinen van het weten die een hoog aanzien genieten. En nog erger zouden de gevolgen zijn voor de vakmensen die toevallig niet de lingua franca als moedertaal hebben. Het begrijpen van moeilijke verbanden en zeker het formuleren van nieuwe, originele gedachten lukt immers het best in de moedertaal.
Een oplossing voor het internationale talenprobleem kan er ook niet in bestaan dat men overal alleen nog de moedertaal en de lingua franca Engels leert. Op die manier bewust afzien van veeltaligheid – wat in sommige landen al gebeurt – leidt onvermijdelijk tot geringschatting van de andere cultuurtalen. Het effect daarvan is bovendien dat er vaak op een erg laag niveau gecommuniceerd wordt, doordat het Engels voor allebei de gesprekspartners een vreemde taal blijft.
In tegenstelling met zo’n mogelijke trend heeft de Europese Unie bewust voor het principe van de veeltaligheid gekozen. Sinds lang steunt ze het ontwikkelen van taalprogramma’s die het leren van minder verbreide talen moeten vergemakkelijken. En in dat kader speelt de ‘passieve meertaligheid’ een belangrijke rol: de gesprekspartners begrijpen elkaars taal, maar spreken allebei hun eigen taal.
Tegen deze achtergrond wordt de taalcursus "Kontrastsprache Niederländisch” voorgesteld, die de spreker samen met zijn collega prof. dr. Jos Wilmots van de Universiteit Hasselt heeft samengesteld en die in de afgelopen tien jaar met succes is uitgetest bij talrijke Duitse studenten. In deze methode, die intussen als boek is verschenen bij de Duitse uitgeverij Egert, staat de verwantschap en de vergelijking van beide talen centraal. Bovendien is de cursus modulair opgebouwd: eerst is de leesvaardigheid aan de orde, waarmee de leerder vlug opschiet, daarna pas komen de spreek en schrijfvaardigheid.
Een belangrijk streefdoel van deze opzet is het Nederlands als middelgrote Europese cultuurtaal meer bekendheid te geven en het gebruik van het Engels als lingua franca tussen sprekers van zo sterk verwante talen als het Duits en het Nederlands overbodig te maken. Dat laatste lukt echter alleen als een grote meerderheid van Nederlandstaligen zich bewust is van de waarde van hun moedertaal en zich actief inzet voor het gebruik van het Nederlands als taal van de wetenschap.
_____________
Voor de lunchpauze kreeg uit handen van Stichting Nederlands Voorzitter Arno Schrauwers Thomas van der Dunk de LOF-prijs 2007 van de stichting Nederlands.
Thomas was kandidaat voor de Lofprijs, omdat hij op 23 november 2007 in de Volkskrant een pittig en keurig artikel schreef over de vlucht van de Nederlandse 'elite' naar het Engels. Engels op de universiteit zet de Nederlandse studenten op afstand en sluit de elite af van de rest van Nederlands, aldus Von der Dunk in dat artikel.
Wat personalia over de gevierde publicist.
Thomas von der Dunk (1961) studeerde van 1979 tot 1988 aan de Universiteit van Amsterdam kunstgeschiedenis en archeologie (specialisatie: architectuur).
Was van 1989 tot 1993 als Assistent-in-opleiding verbonden aan de vakgroep geschiedenis in Leiden, waar hij op 10 maart 1994 promoveerde op 'Das deutsche Denkmal. Ein Abriss in Stein' (handelseditie 1999) over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk van de veertiende tot de achttiende eeuw.
Van 1994 tot 2002 was hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroepen geschiedenis in Utrecht en Leiden. Sinds 2002 is hij gevestigd als zelfstandig publicist en politiek commentator.
Van zijn hand verschenen o.m. als cultuurhistorische studies: De schaduw van het Teutoburgerwoud (2000), Een Kathedraal voor Amsterdam (2003), Een Hollands Heiligdom (2007); als politieke bundels: Alleen op de Wereld (2001), Rusland en Europa (2003), Buiten is het koud en guur (2004). Hij dankte van harte en op een pittige, geestige wijze voor de hem toegekende prijs.
______________

|
De congresdeelnemers in De Schelp |
Nederlands als taal van onderwijs en wetenschap
De namiddagzitting werd geleid door lic. Ghislain J.J. Duchâteau. Hij verleende eerst het woord aan prof. dr. Joop van der Horst.
Samenvatting
Over de maakbaarheid van taal van hoger onderwijs en wetenschap
De maakbaarheid van taal, zowel op microniveau (taalverzorging) als op
macroniveau (taalpolitiek), is net als veel andere historische
gebeurtenissen slecht aantoonbaar. Hebben de inspanningen (het gewenste)
effect? Maar even moeilijk als het aantonen van de effecten is het
aantonen dat ze geen effect hebben. Ergo: het is in belangrijke mate een
geloof. Wel, er is niets tegen een geloof; maar het is meer dan
waarschijnlijk dat dit geloof zijn langste tijd gehad heeft.
De tweede spreker was Dr. Renata de Bies van de Universiteit Paramaribo. Zij sprak over het Nederlandstalig hoger onderwijs in Suriname.
Samenvatting

|
Renata de Bies en Reiner Arntz |
Notities met betrekking tot het Nederlands in Suriname, in het bijzonder het Nederlands als onderwijstaal.
Ondanks zijn dominante positie in de Surinaamse gemeenschap voert het Nederlands in Suriname anno 2008 nog steeds strijd, met name in het domein van het onderwijs om deze positie die het door strijd heeft verworven, te behouden.
De eerste strijd van het Nederlands is al gevoerd. Het doel ervan was een dominante positie te verwerven in de Surinaamse maatschappij. De strijd met het Nederlands als aanvaller werd voornamelijk gevoerd tegen het toenmalige Nengre (Negerengels) dat nu is uitgegroeid tot het Sranan. Deze is een hardnekkige, bewuste en openlijke strijd geweest, en het Nederlands is niet zonder kleerscheuren uit deze strijd gekomen. Het Nederlands kreeg een ander gezicht, een Surinaams gezicht en gaat nu door het leven als Surinaams-Nederlands, het natiolect van het Nederlands in Suriname. Dit Surinaamse gezicht van het Nederlands zorgt voor zijn behoud in Suriname, want het is dit Surinaams-Nederlands dat de veeltalige situatie in Suriname in evenwicht houdt en taalconflicten voorkomt.
De tweede strijd die het Nederlands in Suriname voert, nu dan wel als Surinaams-Nederlands, is een subtielere. Het Surinaams-Nederlands wordt op zeer onopvallende manier bevochten door het Engels, de taal van globalisering. Deze strijd kent echter ook momenten van openlijke aanvallen en externe factoren helpen een handje mee in het voordeel van het Engels.
Maar toch blijft het Nederlands (anno 2008) vooralsnog zijn positie behouden in Suriname.
Wie uiteindelijk deze strijd zal winnen is nog niet duidelijk, misschien zal de discussie na deze voordracht enig inzicht verschaffen in de toekomst van het Nederlands in Suriname, met name in het hoger onderwijs.
Deze voordracht is bedoeld om de discussie over de positie van het Nederlands in het Hoger Onderwijs op gang te brengen is in 2 delen verdeeld.
Deel I: Vernederlandsing van de Surinaamse Maatschappij (ongeveer 1876-1954). Strijd tegen het Nengre
In dit deel komen aan de orde:
Inleiding =. Korte bespreking stabiele veeltaligheid in Suriname. Elke taal heeft eigen functie.
Maatschappelijk leven door Sranantongo en Surinaams-Nederlands beheerst
1. Wat is SN ( korte geschiedenis Nederlands in Suriname, ontstaan SN, functies SN, rol SN, Norm Nederlands in Suriname
2. Nederlands in Surinaams Onderwijs. (vernederlandsing Suriname, strijd tegen Nengre)
a. Koloniale tijd (1876-1954) Geen hoger onderwijs. Nederlands enige instructietaal etnocentrische norm
b. Van autonoom deel tot onafhankelijke staat (1954-1980)
Wet hoger onderwijs : Universiteit dateert bijv. Van 1968. Instructietaal Nederlands. Terminologie in HO Nederlandstalig (bijv. Geneeskundige school ) Namen faculteiten in het Nederlands
Deel II: Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij
1. Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij, al ingezet voor 1975 Engelse invloed Lexicon SN bewijs (1975 Eerste kreten invoering Engels )
2. Taalbeleid en taalpolitiek Suriname is tweesporen beleid
1.Taalpoltiek ten gunste van het Engels
a. Jaarrede 2001 president bespreekt bevordering rol Engels
b. 2007/2008 invoering Engels als vak derde klas basisonderwijs piloot project MOP 2001- 2005 introductie Engels als tweede taal
c. Externe factoren bevordering Engels
1995 Suriname lid Caricom roep Engels als eerste of tweede taal groter
2007 Suriname lid CSME (Caribbean Single Market and Economy)
d. Interne factoren
Dilemma van het Nederlands (identiteit)
2. Taalpolitiek ten gunste van het Nederlands
2005 Suriname lid NTU. Nog steeds geen standaardisatie SN
3. Verengelsing Maatschappij inclusief Hoger Onderwijs
Media zelden of nooit ondertiteling op tv. Nieuws in het Engels op de radio;
Terminologie (namen studies en instituten en instructietaal HO
Prof. dr. Willy Martin, voorzitter NL-Term, trad nu op als spreker. Hij behandelde “Het Nederlands als vaktaal”
Samenvatting
Om te komen tot een antwoord op de vraag 'hoe staat het met het Nederlands als vaktaal?' is er een zevenstappenplan ontwikkeld. De zeven stappen zien eruit als volgt:
1. Taal bestaat bij de gratie van variatie
(maakt duidelijk dat er verschillende soorten taal zijn waarbij onder meer de meer algemene wordt 'gevoed' door de minder algemene)
2. Wat is vaktaal?
(definieert vaktaal door middel van haar inhoud en specifieke communicatieve situaties)
3. Wie is wie in vaktaal?
(gaat in op de verschillende communicatieve situaties die eigen zijn aan vaktaal; de figuren 1, 2 en 3 zijn daarbij van belang)
ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 1: Algemene Taal vs. Vaktaal
ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 2 Vaktaal vs. Algemene Taal
ALGEMENE
TAAL
VAKTAAL
Fig. 3 Vaktaal vs. Algemene Taal
4. Vaktaal en wetenschapstaal
(wetenschapstaal wordt gedefinieerd als wetenschappelijke vaktaal met een eigen problematiek bij de kennisoverdracht/communicatie)
5. Hoe belangrijk is vaktaal/wetenschapstaal voor moedertaal?
(wetenschapstaal is niet 'gans de (algemene) taal' maar staat er niet los van (zie fig. 1) en heeft een belangrijke impact op haar groei)
6. Hoe 'gans de wetenschap' is de taal?
(als die taal het Nederlands is, is haar rol bij vakinterne communicatie almaar beperkter geworden, wat niet noodzakelijk tot dramatische gevolgen hoeft te leiden zolang er voldoende ruimte is voor vakinterne – vakexterne communicatie)
7. Als u het mij vraagt...
(hierin worden een aantal aanbevelingen gedaan naar Overheid, Wetenschappers en hun Bestuurders toe met betrekking tot het hoger onderwijs, het meten van de resultaten van onderzoek, het populariseren van die resultaten, de aanleg van een databank 'Overheidsterminologie' en de bouw van een Vaktaalcorpus; deze aanbevelingen moeten leiden tot een optimale situatie anno 2008: een waarbij onze wetenschappers en internationaal 'meepraten' én er toch voldoende doorstroming blijft vanuit de wetenschappelijke vaktalen naar de algemene standaardtaal toe.)
Debat en conclusies - Een nieuw elan

Debat met een Forum en congresdeelnemers onder
voorzitterschap van Hugo Weckx, voormalig Vlaams minister van cultuur
Els Ruijsendaal, rapporteur, Benelux-universitair centrum
Forumdeelnemers:
- Renata de Bies, Anton de Kom universiteit Paramaribo
- Reiner Arntz, Universität Hildesheim
- Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus en publicist, Amsterdam
- Dirk De Cock, lid Vlaams Parlement, VlaamsProgressieven
- Erik Meijer, lid Europarlement, fractieleider Socialistische Partij
Vooral de inbreng van de congresdeelnemers leverde heel wat denk- en gespreksstof op.
Opgemerkte tussenkomsten van Yvo Peeters en Eric Ponette
 |
Yvo Peeters |
| Eric Ponette |
 |
Els Ruijsendaal bracht tot slot een keurig, volledig en mooi ingekleurd verslag uit van de werkzaamheden van deze congresdag.
De inhoud van het congres wordt binnen een heel kort tijdbestek vastgelegd in een verslagboek, waaruit geput kan worden voor het verdere openbare debat over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en wetenschap.
Het Ampzing Genootschap luisterde het congres op met kruimige liederen en muziek. Het maakte een schitterende reportage over het congres vanuit zijn eigen luchtige invalshoek. Aanbevolen is dat audiovisueel prestatiestukje te bekijken en te beluisteren. Je vindt het op de webstek van het Ampzing Genootschap.
Klik hier
Redactie en foto’s Ghislain Duchâteau
In april 2010 verscheen:

De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement - Lees daarover op deze site op de pagina Teksten.
Wie zich de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs eigen wil maken, krijgt in deze publicatie alle informatie aangeboden die hij/zij zich maar kan wensen.
Omhoog
◊ De teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen - Benno Barnard 15-10-2008

Tweewekelijks schrijft Benno Barnard over de wereld die hem dierbaar is, in de wetenschap dat het lijk van de moderniteit ons dreigt te verpletteren.
De teleurgang van het Nederlands in Vlaanderen
opgedragen aan Herman Jacobs
In Vlaanderen was de toestand vroeger deze: de burgerij sprak Frans, met wisselende hoeveelheden haar op ; flamingantische intellectuelen, schrijvers allereerst, drukten zich in een ietwat plechtstatig, met bladgoud overtogen Nederlands uit; en volksmensen spraken een diep dialect, dat voor bezettende troepen en de inwoners van een dorp drie boogscheuten verderop geheel abstruus bleef.
Na meer dan honderd jaar van Vlaamse emancipatie is de situatie als volgt geëvolueerd: bijna iedereen spreekt slecht Nederlands, zelfs menige schrijver; de kennis van het Frans is naar een haast Hollands niveau afgezakt; en de meeste dialecten zijn zieltogend, zo niet morsdood. De televisie moet iedere tweede Vlaming ondertitelen, wat niet echt op een massaal succes van de Vlaamse Beweging wijst, en al even verschrikkelijk is de ondertiteling van Nederlanders, ook als ze zeer beschaafd spreken.
De drie rampzaligste jaartallen in de Vlaamse geschiedenis zijn 1585, de Val van Antwerpen, 1830, het verjagen der Hollanders, en 1989, de stichting van de Vlaamse Televisiemaatschappij. Geert van Istendael zei dit onlangs en die heeft altijd gelijk. VTM is de doodsteek voor het beschaafde Nederlands; die louter op winstbejag gestoelde onderneming heeft de Vlaamse volksmens van ieder contact met het noorden beroofd, hem opgesloten in zijn parociale benepenheid en hem gestijfd in de gedachte dat wat hij zelf spreekt ook in de grote wereld een geschikte vorm van communicatie is. Die gewetenloze schoften van VTM hebben de Vlaamse emancipatie gesmoord in een drab van domheid en wantaal, waar ik aan toe moet voegen dat tegenwoordig ook een deel van de VRT zijn uiterste best doet om het volk zo achterlijk mogelijk te houden.
In de oude toestand, die ik als kind nog heb meegemaakt, leefden de meeste mensen in een creatief spanningsveld tussen een gaaf dialect - een taal zonder een leger en een vloot dus - en het algemeen Nederlands, de taal die als vehikel van de beschaving, de traditie en de wetenschap diende, en als dusdanig bezig was het Frans te vervangen; daarnaast leerde men de taal van Jacques Brel nog altijd op een peil dat vanuit het heden beschouwd niet goed meer valt voor te stellen.
Vlaanderen is dus alles kwijtgeraakt.
In die omstandigheden is het mogelijk geworden dat ook vertegenwoordigers van de elite met het dialect dwepen, een fenomeen dat nog wordt versterkt door de pandemische, uit frustratie en luiheid voortvloeiende afkeer van Nederland, die mij meer dan wat ook in dit land met droefheid vervult. Weliswaar moet dat dialect als Lazarus uit de dood herrijzen, maar het is volkseigen, nietwaar, het borrelt in de darmen van de Vlaming, het is zijn boer, zijn scheet, zijn lichaamseigen akoestiek. En zo komt het dat mensen links en rechts dialectlessen volgen. Daar zou ik niets op tegen hebben, gesteld dat iedereen goed Nederlands kende, maar op dit punt in de geschiedenis is het een rampzalige ontwikkeling.
En dus moeten anderstaligen in Brugge in het kader van hun integratie maar Brugse dialectlessen volgen; geen hond in die stad praat immers uit eigen beweging Nederlands. Het is inmiddels een beruchte casus, die de totale ineenstorting van de Vlaamse emancipatiebeweging symboliseert: een au fond reactionaire verheerlijking van de volkstaal, die uiteindelijk zal verhinderen dat mensen ooit nog tot de elite toetreden. Aldus zinkt dit gewest geheel in zijn eigen provinciale taalprut weg.
De slotsom is een paradox: vroeger onderdrukten de Franstaligen het Nederlands, wat een heilzaam effect bleek te hebben op het Nederlands; thans onderdrukken de Vlamingen zelf het Nederlands, wat fatale gevolgen blijkt te hebben. Nu nog een eigen republiek met Bokrijk als hoofdstad.
Benno Barnard
Bron: Knack blogt – 15 oktober 2008
Tijdelik kunt u de reacties lezen op Benno Barnards stukje: klik hier .
Uw webmaster kon het toch niet nalaten hier zijn eigen reactie aan toe te voegen.
Benno Bernard vergeet daarbij nog te vermelden dat de leiding van de universiteiten en hogescholen omwille van ongeldige en onaannemelijke redenen het Nederlands willen verkwanselen als instructietaal in het hoger onderwijs en het systematisch willen vervangen door een bepaalde soort Engels en dat tegen de wens van de grote meerderheid van de Vlaamse studenten in.
Het stukje van Benno Bernard is een diverterend stukje dat met veel snedigheid de reële taalsituatie in Vlaanderen aan de kaak stelt. Uiteraard overdrijft de schrijver schromelijk en dat ook in de titel. Het Nederlands in Vlaanderen wordt inderdaad aangetast van diverse kanten, maar het is springlevend als algemene gebruikstaal in het onderwijs en in het openbare leven. De degelijke kwaliteit van het Nederlands van de nieuwslezers op de officiële radio en televisie zijn daar een goed voorbeeld van. Het talenbeleid van de onderwijsminister moet sterk de beheersing van het Standaardnederlands in de scholen van laag tot hoog in de hand werken. Het nagenoeg veralgemeend gebruik van het Standaardnederlands in de dagelijkse omgang in het Oosten des lands in steden en gemeenten spreekt de tendens van Benno Bernard in zijn stukje tegen.
Laten we optimistisch blijven. Onze standaardtaal is hét communicatiemiddel bij uitstek om in heel Vlaanderen en op alle niveaus op een verfijnde en adequate manier met elkaar om te gaan.
G.D.
Omhoog
◊ Het einde van Nederlands - video
Een videofilm van 12'24" over taalverloedering, jongerentaal, spelling in Nederland
en nog meer...
Bekijk en beluister de video
Omhoog
◊ Haagse snor
'Ik verzet mij tegen de irrationele anglofilie. Men laat het uitschijnen alsof men zonder het Engels nergens meer komt.' (Alex Vanneste in De Standaard, 13 maart 2008)
Een oer-Hollands stel, de zestig ruim voorbij. Hij, rijzig en graatmager, draagt een zorgvuldig geborstelde snor met omhoogreikende punten. Dat moet ooit indruk hebben gemaakt. Vandaag lopen zulke snorren alleen nog met carnaval op straat, maar dat heeft hij nog niet in de gaten. Zij is klein en behulpzaam. Met een servetje springt ze overeind wanneer hij met een beverige hand een lepeltje ei naar zijn mond brengt. 'Kijk nou toch uit', fluistert ze en kijkt schielijk achterom naar het tafeltje waar de enige andere gast zit, ik.
Het Haagse pension probeert net zo gezellig te zijn als thuis. En dat lukt aardig, al hangen er aquarelletjes met paarden die galopperen door schuimende golven. De dame die het ontbijt verzorgt, is moederlijk. Ze kwakkelt naar de gasten en vraagt met een Hollands accent:
- Everything oké?
- Fine, thank you. But could we have some more toast? Not too hardly roastered, please.
- Sure.
Pension-Engels. Als er Britten aan het ontbijt hadden gezeten, met krullende tenen, dan zou je ze kunnen troosten met de gedachte dat hun taal allang niet meer van hen alleen was. Dat er buiten het Britse, het Amerikaanse en het Australische Engels ook nog een wereld-Engels is ontstaan. Of preciezer: duizenden uitheemse Engelsen. Zoals hier de versie van Den Haag.
Wat fijn dat onze taal dat geweld niet wordt aangedaan, kun je denken. Als al die buitenlanders niet alleen de uitspraak van onze moedertaal, maar ook onze grammatica en onze woordenschat nog eens naar hun hand en mond gaan zetten, dat kan ons kwetsbaar Nederlands niet hebben. Maar je kunt ook denken: het wordt dan wel een bastaardtaal, en bastaarden zijn sterk.
Waar ik me meer zorgen over maak: het gemak waarmee middenstanders in Nederland ervan uitgaan dat hun klanten Engelstalig zijn. In horecazaken zal het meer gebeuren dan bij slagers en bakkers, maar je krijgt vaak de indruk dat het Nederlands stilaan buiten de norm valt. En al helemaal als ze horen dat je een Belg bent. Dan durven ze je in 't Frans aanspreken. Of wat ze voor Frans houden.
Als het Nederlands ergens niet meer gebruikelijk is, is het er straks misschien niet meer welkom. Dat lijkt me voor de toekomst van onze taal een kwalijker evolutie dan de gewoonte om met Engelse woorden te strooien in een of ander jargon. Want het idee dat je in het Nederlands je brood niet meer kunt verdienen, dat is een zware hypotheek.
Zo ver zijn we nog niet, maar de signalen zijn al zichtbaar. Als zelfs een keurig krullende Haagse snor de verengelsing van pensionnetjes niet meer tegenhoudt.
Ludo Permentier
is verbonden aan de UGent en aan de Nederlandse Taalunie.
28-4-2008
Omhoog
◊ Ongelooflijk leuk, zeg maar ... naar arm Nederlands
Is de Nederlandse taal aan het verloederen?
Er is genoeg reden om te mopperen, dat zeker.
DOOR ROB VAN ERKELENS
Van de Nederlandse taal wordt meer gebruik gemaakt dan ooit, maar de kwaliteit neemt gestaag af. Mensen praten en praten en praten alsof hun leven ervan afhangt. Wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen lijkt een stuk minder van belang dan het feit dat ze iets zeggen. Praten om het praten is niet goed voor de taal. Die wordt gebruikt als een wegwerpartikel, en niet als het prachtige, veelzijdige instrument dat ze is.
Foto Chris van Houts
Te oordelen naar de nieuwe woorden die de laatste jaren in het Nederlands zijn opgedoken gaat het niet heel erg goed met onze taal. In 2007 werd ‘Bokitoproof’ uitgeroepen tot woord van het jaar. Dat is pure armoede. Kwam Marten Toonder ooit met ‘denkraam’, en voegden Van Kooten en De Bie onder veel meer ‘doemdenken’ aan onze woordenschat toe – uitdrukkingen die staan voor een begrip dat tijdloos is en door iedereen wordt herkend – nu is dus ‘Bokitoproof’ de grootste aanwinst van vorig jaar. Treurig.
‘Bokitoproof’ slaat op een verblijfplaats van een aap in een dierentuin die tegen Bokito kan. Zoals een waterdicht horloge waterproof is, is een hok, of een kooi, waar Bokito niet uit kan ontsnappen Bokitoproof. Bokito is een grote aap die negatief in het nieuws kwam toen hij na aanhoudend getreiter van een infantiele bezoekster terecht over zijn hek klom en een ravage aanrichtte in de dierentuin waar hij woonde.
Dit is een nieuw woord dat we nooit meer zullen horen, aangezien het verbonden is aan één specifieke gebeurtenis, die zich niet meer zal herhalen. Dat ooit nog een aap iets dergelijks uithaalt is onwaarschijnlijk, en dat die dan ook nog Bokito heet nog meer. Een woord dat dus helemaal niets toevoegt aan de Nederlandse taal.
Zoals er maar weinig lijkt te worden toegevoegd aan de Nederlandse taal. Nieuwe woorden kunnen een verrijking zijn, maar in deze tijd bespeuren we vooral verarming van het Nederlands. Verschraling. Vermagering. Verloedering, wordt ook wel gezegd.
Er zijn redenen genoeg om te vrezen voor de kwaliteit van het Nederlands. Ga maar eens in de tram zitten. Met open oren. Of in een winkelstraat lopen. In de Hema. Je krijgt rillingen over je rug van wat je allemaal hoort.
‘Chantal, moet je kijken, wat leuk!’
‘O kind, dat is leuk!’
‘Ja, leuk zeg. Ongelooflijk leuk.’
‘Die vind ik eigenlijk minder leuk. Bij die heb ik zoiets van dat ik hem minder leuk vind, zeg maar.’
Communicatie heet dat. Er wordt veel gecommuniceerd, tegenwoordig. We hebben de middelen, en die zullen we gebruiken ook. Met de toename van het aantal mobiele telefoons is er een woekering van redundante communicatie ontstaan, die veelal meta-communicatie is. Telefoneren over het telefoneren. ‘Waar ben je nu? Je valt weg. Nee, jij.’
‘Hé met mij. Hoewissut? Oké. Ik dacht ik bel even dacht ik om te zeggen dat ik er bijna ben. Nog een minuutje of vijf zes fietsen. Ik had zoiets van dat ik me afvroeg hoe het nu met je was. Ik dacht aan je, zeg maar. Eigenlijk vond ik het wel te gek hoe we gisteren konden praten, weet je. Heel te gek. Dus daarom had ik iets van waarom heeft ze toch dat sombere gezicht op haar gezicht? Maar oké, daar moeten we maar over praten, denk ik persoonlijk. Ik heb je nog veel meer te vertellen, ook spannende dingen, zeg maar. Dat doe ik wel als ik bij je ben. Dat is over twee minuten maar ik dacht ik bel even dat ik eraan kom.’
Communiceren vindt heden ten dage plaats onder enorme druk. Tijdsdruk, aangezien de communicerende partijen altijd op weg zijn naar het een of ander, iets belangrijks dat gedaan of gezegd moet worden. Alle communicatie is vluchtige communicatie.
Op verschillende gebieden nemen we een verschraling van het Nederlands waar. In het dagelijkse taalgebruik is het overduidelijk dat er steeds minder woorden worden gebruikt om mededelingen te doen of vragen te stellen. Het gaat niet om hoe je het zegt, maar om wat je zegt. Zodat de ander je direct begrijpt.
Maar ook het geschreven Nederlands is aan het verarmen. Er zijn een paar gratis kranten bij gekomen, die door met name veel jongeren worden gelezen. Het niveau van die dagbladen is abominabel. Eén enorme opeenstapeling van clichés, stoplappen en platitudes. Verschrikkelijk lelijk Nederlands. Fantasieloos. En barstensvol fouten.
In Metro zegt een badmintonspeelster: ‘Ik neem behalve mijn raket ook mijn bikini mee naar het toernooi.’ In Spits sterft het van afgesleten woordcombinaties als ‘administratieve rompslomp’ en ‘nieuwe uitdaging’.
Maar ook NRC Handelsblad, toch altijd een ‘kwaliteitskrant’ genoemd, is steeds slordiger en nonchalanter aan het worden. In een stuk over Ajax en Johan Cruijff vinden we: ‘een geldige mandaat’, ‘hij vindt dat hij en een assistent van de hoofdcoach de verantwoording moeten krijgen voor de jeugdopleiding’. En: ‘Dit percentage neemt pas bij de A-junioren toe tot 85 procent.’
Er is genoeg om ons aan te storen. Je hoort het goed als je een oud Polygoon-journaal ziet, of een voetbalwedstrijd in zwart-wit. Het commentaar is een openbaring. Soms vallen er zelfs stiltes, wat een weelde. Of draai een sprookjesplaat van ‘vroeger’, dat is dertig jaar geleden, met de stemmen van Hetty Blok, Ton van Duijnhoven en Ina van Faassen. Je weet niet wat je hoort. Het is spannend, grappig en eng, alleen door de manier waarop de tekst wordt gelezen. Elke zin heeft een ziel.
In een Polygoon-journaal uit 1954 verschilt het Nederlands dat wordt gesproken zo van het hedendaagse dat het een andere cultuur lijkt. Niet alleen de uitspraak van de woorden, maar ook de zinsbouw en de zwierigheid van de tekst komen we tegenwoordig niet meer tegen. Dit is de tijd dat nieuwslezeressen op de commerciële televisie zeggen: ‘Er zijn zes gewonden gevallen’, met de nadruk dus op het laatste woord.
De Polygoon-stem zegt: ‘De bosbouw is het belangrijkste middel van bestaan van deze eilanden. De machine heeft er nog geen grijper aan de grond gekregen. Hier bloeit nog het eeuwenoude slurfwerk.’ Wat een dictie.
Dit is de tijd dat mensen zeggen: ‘Ik besefte me...’ en: ‘Ik bedacht me dat...’ Beseffen en bedenken worden steevast wederkerend gemaakt. Typisch een verschijnsel van deze tijd, de tijd waarin het ego groter en groter wordt en de taalschat kleiner en kleiner.
Misschien was het inderdaad een andere cultuur, die van mooie sprookjesplaten, Kees Schilperoort en de jonge Willem (O.) Duys. Misschien is de cultuur van nu niet meer te vergelijken met de tijd dat de Nederlandse taal gekoesterd werd als was ze iets dierbaars. Want het is alsof in onze tijd niemand de taal nog dierbaar is.
Het is niet definitief zeker dat oudere mensen beter Nederlands spreken, maar wel bijna. Ze hebben in elk geval een grotere woordenschat dan de gemiddelde jongere van tegenwoordig. Oude mensen hebben meer termen of uitdrukkingen tot hun beschikking voor hetzelfde begrip. Dat betekent dat ze zich genuanceerder kunnen uitdrukken. Jongeren lijken de wereld in te delen in grofweg twee categorieën: vet en a-relaxt. Vet betekent goed en a-relaxt betekent niet-vet. Het hele spectrum tussen die twee uitersten bestrijken ze niet of nauwelijks in hun taalgebruik. Ouderen kunnen nuances aanbrengen – met ouderwetse woorden – en zodoende de werkelijkheid subtieler en veelzijdiger beschrijven, en ervaren.
Ondertussen horen we jongens en meisjes praten.
‘Hé mattie, fawaka?’
‘Ik ga loesoe, man. Naar Lidorro. Bling bling scoren. Kan ik lekker chillen met die chickies, weet je. Beetje choken, beetje skappa worden, gewoon lekker chillen. Niet dat gefokte.’
Verloedert het Nederlands? En is dat erg? Ja, dat is erg. In tegenstelling tot wat geruchten beweren is het Nederlands een mooie taal. Waar je veel mee kunt doen. Wat dat betreft kunnen we er niet omheen dat de jeugd van tegenwoordig niet alleen maar het Nederlands verziekt. Er gebeuren ook goede dingen.
Zo maakt de groep De Jeugd van Tegenwoordig liedjes in het Nederlands die barsten van het inventieve, sprankelende taalgebruik. Een van de rappers van De Jeugd is Willie Wartaal. Hij maakte het prachtige nummer Konijntje (‘Wiebelen! Wiebelen!’). Hij houdt van de Nederlandse taal, zoals meer rappers. Def P, bijvoorbeeld, de koning van de Nederlandse rap:
Mijn rijms zijn een cryptisch vers als Rice Crispies
Van wijze inscripties maak ik verse scripties
Eerst was het Egyptisch of apostolistisch,
maar nou apodictisch en apocalyptisch
Mijn rijms zijn een cryptisch vers als Rice Crispies
Van wijze inscripties maak ik verse scripties
Apodictisch en zeer adictisch
De interpretatie kent geen restricties
Zoals Willie Wartaal heeft gezegd: ‘Mensen zeggen toch al niets de hele dag, zeg dan gewoon in stijl niks.’
ROB VAN ERKELENS / De Groene Amsterdammer 14-03-2008
Omhoog
◊ Sofprijs 2007 voor Balkenende,
Von der Dunk krijgt de Lofprijs
11 februari 2008
De bezoekers van de webstek van de stichting Nederlands hebben minister-president Jan-Peter Balkenende gekozen tot winnaar van de Sofprijs der Nederlandse Taal 2007. Thomas von der Dunk krijgt de Lofprijs der Nederlandse Taal 2007.
Balkenende, die zowel kandidaat was voor de Lofprijs (in zijn functie als regeringsleider) als voor de Sofprijs, krijgt de prijs voor het feit dat hij het vorig jaar bij de opening van het academisch jaar bij de Universiteit Wageningen een toespraak in het Engels hield.

Thomas von der Dunk was kandidaat voor de Lofprijs, omdat hij het vorig jaar (23 november) in de Volkskrant een artikel schreef over de vlucht van de Nederlandse 'elite' naar het Engels. Engels op de universiteit zet de Nederlandse studenten op afstand en sluit de elite af van de rest van Nederlands, aldus Von der Dunk in dat artikel.
Naast Von der Dunk waren, onder meer ook, Jozef Deleu, oprichter van Ons Erfdeel, en het Meertens-instituut, voor de inrichting van een databank voor het Nederlandser lied, kandidaten voor de Lofprijs.
Premier Balkenende moest, onder meer, concurreren met het Dutch Teachers College, een naam die enkele hogeschoolbestuurders hadden bedacht voor een nieuwe Nederlandse leraaropleiding. Ook minister Plasterk was kandidaat vanwege zijn uitspraken de EU om te vormen tot eentalig (= Engels) bastion.
Bron: De Stichting Nederlands
De Stichting Nederlands over zichzelf:
"In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels, zowel op universiteiten, bij bedrijven en elders in de samenleving. Hierdoor kun je op steeds minder plekken met het Nederlands uit de voeten, en dat is verkeerd. Onze doelstelling is daarom de devaluatie van het Nederlands tegen te gaan. Ook proberen wij waar gewenst onvertaald Engels te vernederlandsen."
Zij voert met grote hardnekkigheid strijd tegen de overspoelende golf van verengelsing in Nederland - met humor maar ook met een zeker cynisme. Er is heel wat belangwekkend nieuws over het gebeuren te lezen op haar site.
Speciaal verwijzen we naar de Nieuwsbrief 19 van 8 oktober 2007 met een gedegen artikel van Wim Couwenberg, oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht "Taalstrijd in Nederland?"
Lees het in Nieuwsbrief 19 van de Stichting Lezen
Omhoog
◊ Brusselaars bewuster van hun Nederlands
07/01/2008 14:00
Er zijn steeds minder Nederlandstaligen in Brussel, maar die willen steeds meer hun eigen taal spreken.
Het taalgebruik in Brussel is een delicaat vraagstuk, want er staan fundamentele rechten en culturele identiteitskwesties op het spel die de gemoederen kunnen verhitten. Rudi Janssens, verantwoordelijke voor het taalsociologische onderzoeksluik van het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (Brio), nam in opdracht van de VUB de temperatuur op in Brussel. Het aandeel eentalig Nederlandstalige gezinnen daalt er, maar de band met het Nederlands wordt steviger, zo blijkt.
Welke taalverschuivingen deden zich voor in Brussel tussen 2000 en 2006?
RUDI JANSSENS: Voor het Nederlands valt op dat steeds minder gezinnen zich als eentalig Nederlandstalig profileren. Brusselaars die van huis uit Nederlands spreken, doen dit meestal in combinatie met een andere taal. Maar tegelijk getuigen ze van een sterkere band met hun moedertaal: Nederlandstaligen willen hun taal meer gebruiken. Ze spreken veel meer Nederlands dan vroeger en kunnen ook in hun eigen taal terecht in openbare ruimtes zoals het ziekenhuis of het gemeentehuis.
Op straat blijft Frans dominant, net als op de schoolspeelplaatsen. Ook in het Nederlandstalige onderwijs gaat het gebruik van het Nederlands buiten de lesuren achteruit. Franstalige leerlingen spreken dan zelden of nooit Nederlands. Bij anderstalige jongeren is de trend wel om iets vaker dan vroeger in het Nederlands te communiceren.
Wat is de motivatie van Nederlandstalige Brusselaars om meerdere talen te spreken?
JANSSENS: Vlamingen die naar Brussel verhuizen, voelen zich vaak aangetrokken tot de culturele diversiteit die de hoofdstad uitstraalt. Die diversiteit willen ze doortrekken in hun taalgebruik. Tegelijk zijn ze zich bewust van hun moedertaal en blijven ze haar ook gebruiken. Meertaligheid doet zich overigens vaak voor in fases. Na een gemengd huwelijk kiezen beide partners één taal om met elkaar te spreken, maar wanneer er kinderen komen, wordt het gezin meertalig.
Hoe ziet de taaltoekomst van de hoofdstad eruit?
JANSSENS: Dat is moeilijk te voorspellen, maar waarschijnlijk treedt in migrantengezinnen nog meer dan vandaag een verschuiving op van de eigen taal naar het Frans als voertaal. Het Nederlands zien we op dezelfde manier evolueren als nu: minder eentaligheid, maar een groter bewustzijn van de eigen taalidentiteit. Verder zullen nog meer Brusselaars het Engels verkiezen boven het Nederlands als tweede taal.
Zie: Rudi Janssens, Taalgebruik in Brussel en de plaats van het Nederlands.
Enkele bevindingen in Brussels Studies nr. 13 van 7 januari 2008
Meer info op de website van Brio Brusselse thema's en Brussels Studies.
Eline Vanuytrecht
Meer artikels over
taal - Brussel - Nederlands
Bron: Knack.be - Nieuwsbrief 07-01-2008
Omhoog
◊Moeten we de opmars van het Engels stimuleren of tegengaan?
Het leverde bij De Buren op maandag 12 november 2007
een levendig debat op
'Nederlands is een handicap, maar wel een handicap die we moeten koesteren'
(Anne Provoost en Linde van den Bosch)
Over het Taaluniedebat 2007:
Het verslag
Een selectie van reacties en artikelen over de onderwerpen die tijdens het debat aan de orde kwamen: Programma - Knipsels - Terugblik - Deelnemers - Filmpjes
Taaluniedebat 2008
Omhoog
◊Overeind in Babel. Verslag Symposium over taal en talen - Egmontpaleis Brussel n.a.v. 50 jaar Ons Erfdeel 14 sept. 2007
Overeind in Babel. Talen in Europa: onder dat motto heeft het tijdschrift Ons Erfdeel op
14 september 2007 zijn vijftigste verjaardag gevierd met een groots opgezet symposium
in het Brusselse Egmontpaleis. Taal als vaderland, de spanning tussen standaardtaal
en dialect, moedertaal en schrijftaal; de vertaling als enige, echte taal van Europa,
de verhouding tussen taal en territorium, de rol en de plaats van taal in het onderwijs,
lingua franca als noodzaak en dreiging, taal als sociale hefboom: dat waren de onderwerpen
die die dag aan de orde kwamen.
Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois hield de openingstoespraak.
Hij pleitte beslist voor het behoud van alle officiële talen in de Europese Unie,
ook waar dat moeilijk is, bijvoorbeeld in het octrooibureau. Voor de verdediging van
het Nederlands zouden Vlaanderen en Nederland het best samen front moeten
maken. De minister hield een pleidooi voor goed Nederlands, tegen tussentalen, tegen
gemakzucht. Hij maakte zich zorgen over het uiteengroeien van het Nederlands in
Noord en Zuid. Aan onze universiteiten, ten slotte, dient het Nederlands de voertaal te
zijn. Vlamingen weten uit hun geschiedenis wat het betekent als dat niet zo is.
Er waren drie gespreksrondes. Lees meer
Omhoog
◊Gelukkig in mijn taal
Het is moeite waard om eens rond te kijken op een ouderavond in een middelbare school. Je ziet er heel wat bezorgde ouders die te weten willen komen hoe hun kinderen het daar doen en ook wel de leerkrachten komen ‘monsteren’.
Traditiegetrouw is er veel bezoek voor de wiskundeleerkrachten, net als voor die van fysica of economie en - vanuit de Belgische situatie - ook die van Frans. Vakken die extreem moeilijk worden geacht of/en belangrijk voor de toekomst. Wat die ouders willen weten, is of de betrokken leerkrachten competent zijn, hun kind op de juiste manier aanpakken en de lat voldoende hoog leggen of juist niet te hoog.
Minder ‘klanten’ ziet de leerkracht die geschiedenis geeft, godsdienstleer of moraal. Die zit op een ouderavond nogal eens voor zich uit te staren en eigenlijk is dat vreemd.
Is kennis van het verleden dan niet belangrijk voor de toekomst? Zijn het op school niet vooral de mensen die godsdienst- en zedenleer geven die onze kinderen confronteren met fundamentele waarden en die wegwijzers aanbieden voor het leven? Belangrijke dingen voor hun huidig en toekomstig geluk! Is het niet belangrijk om te weten hoe mijn kind het bij die mensen doet, of zij competent zijn en het op de juiste manier benaderen? Dat voor hen maar zelden iemand zakt, verklaart misschien de beperktere belangstelling.
Ook de leerkrachten Nederlands krijgen veelal minder bezoek. Pakken die de kinderen goed aan, zijn zij competent, stellen zij voldoende hoge eisen? Blijkbaar zijn er niet zo veel Vlaamse ouders die zich daar het hoofd over breken.
Dat kan vreemd lijken want is het Nederlands voor onze kinderen niet het eerste venster op de wereld? Is het niet het instrument waarmee andere kennis verworven moet worden en waarmee de meesten later in onze maatschappij zullen moeten functioneren zowel op zakelijk als op persoonlijk gebied?
Bij nader toezien is de bij velen beperkte belangstelling voor het moedertaalonderwijs niet zo vreemd. Ze heeft onder meer te maken met onze geschiedenis. De moedertaal speelde veelal niet mee aan de top, ze werd verwaarloosd en was dus ook verwaarloosbaar. Zulke dingen blijven lang doorwerken.
En ook het heden werkt niet altijd motiverend. Zo spreken veel van onze politici – toch mensen met een voorbeeldfunctie – onverzorgd, uit onmacht of omdat ze menen daarmee sympathiek te worden gevonden. Het is al zo vaak gezegd. En de media gaan evenmin vrij uit. Vooral de televisie, en niet alleen de commerciële, presenteert in veel programma’s een slordig taalgebruik, een mengeling van dialect, standaard- en tussentaal. Opmerkelijk in dit verband is dat dit beeld vaak niet overeenkomt met de taalwerkelijkheid buiten de mediacontext. In winkels, restaurants en kantoren krijg je vaak een veel positiever beeld. Dat is althans mijn ervaring, in alle Vlaamse provincies.
Maar terug naar het onderwijs en meer bepaald naar de leerkracht die Nederlands geeft. Zeer terecht heeft de minister van onderwijs – zelf iemand met een goed taalgebruik – er onlangs op aangedrongen dat alle leerkrachten hun taal verzorgen, maar de moedertaalleraar neemt uiteraard een sleutelpositie in. Velen zullen net als ik kunnen getuigen dat zij aan die vrouw of man bijzonder veel te danken hebben, dat die in hoge mate heeft bijgedragen aan hun taalbeheersing en de vorming van hun persoonlijkheid.
Die leerkracht wordt echter, zoals gezegd, nogal eens geconfronteerd met een gebrek aan interesse voor zijn vak, bij ouders en soms ook bij directies. Dat houdt ongetwijfeld verband wat in de eerste alinea’s van dit artikel is gesignaleerd maar misschien ook wel met het feit dat onze moedertaal te weinig wordt ervaren en gepresenteerd als iets om ook gelukkig mee te zijn, nu en later.
Dat heeft met verschillende factoren te maken. Een daarvan is in Vlaanderen de moeilijke relatie tussen de Nederlandse standaard- en de eigenlijke moedertaal. Mijn eigenlijke moedertaal is de taal die mijn moeder mij geleerd heeft, voor mij een dialect, voor anderen wellicht de een of andere lokale tussentaal. Mijn eigenlijke moedertaal verschilt nogal wat van de standaardtaal, zeker qua uitspraak, qua woordenschat en zinsbouw echter heel wat minder.
Een fundamentele fout nu die vaak werd en wordt gemaakt, is de standaard- en de eigenlijke moedertaal tegenover elkaar plaatsen en niet naast elkaar. Of nog erger: de ene – de eigenlijke, de meest eigene – als minderwaardig voorstellen en afwijzen in plaats van ze te bewonderen en te genieten van haar charme en rijkdom naast de charme en rijkdom van de standaardtaal.
Het dialect is iets van de eigen (kleine) groep, iets van mijn stad of dorp. In het onderwijs moet het dan ook niet worden ‘verstopt’ of ‘verstikt’, integendeel, er kan mee worden gespeeld en spelen maakt gelukkig. Het kan worden gepresenteerd als een compleet en rijk taalsysteem met zijn eigen charme en creativiteit. Tegelijkertijd moet gewezen worden op zijn beperkt bereik: ruimtelijk, sociaal en intellectueel. Kom ik buiten mijn streek, dan word ik er een ‘vreemde’ mee, iemand die er niet bij hoort. In sommige omstandigheden en milieus word ik er niet mee aanvaard. Ik sluit er ook anderen die het niet beheersen, mee uit. Het kan mij geen toegang verschaffen tot de wereld van de wetenschap en Cultuur met grote C.
De standaard- en de eigenlijke moedertaal naast elkaar plaatsen leidt onder meer tot de constatering dat ze heel dicht bij elkaar liggen en in de meeste gevallen hetzelfde zijn: een stoel heet overal stoel, een brug een brug. Die constatering kan ons verlossen van de zogenaamde negatieve reflex: het is vertrouwd en dus waarschijnlijk verkeerd …
Aandacht besteden aan de verschillen, kan ook heel prettig zijn. Wie kent beeldende uitdrukkingen in de standaardtaal, de dialecten, andere talen voor ‘beter iets hebben dan niets’? Ook allochtone leerlingen kunnen hierin op hetzelfde niveau meespelen door uitdrukkingen uit hun eigenlijke moedertaal te vertalen.Wie kent andere woorden voor ‘vlinder’, wie voor ‘schommel’, wat zeggen de mensen bij ons soms ook in plaats van ‘groter dan’ of ‘groter als’, voor ‘ik vraag mij af of hij zal komen’? Het spel maakt meteen ook duidelijk hoe nodig de standaardtaal is: woorden en constructies die door iedereen in het hele taalgebied begrepen worden én aanvaard.
Dat ‘taalspel’ kunnen spelen, vergt echter veel van de leerkrachten. Die moeten openstaan voor variatie in taal, vertrouwd zijn met verschillende registers en zelf de standaardtaal zo goed beheersen dat zij ze vloeiend en met charme kunnen hanteren. Dat veronderstelt uiteraard dat zij ze ook veel gebruiken in hun leven buiten de school want anders klinkt ze veelal stroef en onnatuurlijk. In elke ontwikkelde maatschappij tref je trouwens groepen aan bij wie de standaard- en de eigenlijke moedertaal in hoge mate samenvallen en het is een beetje normaal dat nogal wat leerkrachten daartoe behoren.
Goed moedertaalonderwijs kan ook bijdragen aan het geluk doordat het (de woorden voor) ervaringen aanreikt die de emotionele horizon verruimen. Zo wijst Alain de Botton er in ‘De architectuur van het Geluk’ op dat het vaak ‘boeken, gedichten en schilderijen (zijn) die ons het zelfvertrouwen geven om gevoelens serieus te nemen die we anders nooit zouden hebben onderkend’.
Waardevolle gedichten, romans en essays kunnen de smaak verfijnen, de gevoeligheid en het vermogen om te nuanceren versterken, wat van onschatbare waarde is voor later. Het is daarbij belangrijk alternatieven aan te bieden voor het vele banale en vulgaire waarmee de jonge mensen zo veel worden geconfronteerd.
Met zorg gekozen teksten die eerlijk worden besproken niet door maar met een leerkracht die niets opdringt maar zelf bezield is, verrijken de persoonlijkheid en het taalvermogen. Dat geldt uiteraard ook voor literatuur in andere talen maar het zal maar zelden zo diep kunnen doorwerken als in de eigen taal.
En nog iets: als jonge mensen gedichten uit het hoofd moeten leren, wat blijkbaar amper nog gebeurt, wordt niet alleen hun geheugen geoefend maar ook een schat meegegeven waaraan zij ook en vooral later vreugde kunnen beleven. Dat kunnen veel volwassenen getuigen die het geluk hebben gehad dat te moeten doen.
Goed moedertaalonderwijs kan bijdragen aan het geluk. Het vergt echter een grote inzet en competentie van de leerkracht. Die moet taalvaardig en belezen zijn, een tekst tot leven kunnen brengen en dat alles naast de andere kwaliteiten waarover onderwijsmensen moeten beschikken.
Gelukkig zijn in mijn taal. Misschien op de volgende ouderavond toch ook eens naar de leerkracht Nederlands gaan, voor het geluk van de leerling.
Stijn Verrept
Stijn Verrept is emeritus gewoon hoogleraar taalvaardigheid/zakelijke communicatie
Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen
Universiteit Antwerpen. Hij is ook lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.
Omhoog
◊Natuurlijk geen Engels als voertaal aan onze universiteiten
“Art. 91 § 1. De onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is het Nederlands. …”
(Decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs – B.S., 14 juni 2003)
In De Standaard van dinsdag 18 september 2007 verschenen een paar artikels rond de positie van het Engels aan de Nederlandse en de Vlaamse universiteiten. Ze verwijzen naar een rapport daarover vanwege dr. Albert Oosterhof, een Nederlandse onderzoeker verbonden aan de Universiteit Gent in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland. Dr. Oosterhof maakt een vergelijking van de situatie nu met die van 2001 en constateert in welke mate het gebruik van het Engels als instructietaal is toegenomen of niet aan de universiteiten zowel in het Noorden als in het Zuiden van het Nederlandse taalgebied.
Van dat rapport wordt nu in de Nieuwsbrief nr. 3 van juli-augustus – september 2007 een substantiële neerslag gepubliceerd die zich objectief beperkt tot de geconstateerde feiten. Enige opiniëring in de Nieuwsbrief blijft volkomen achterwege. In de krantenartikels in De Standaard daartegenover waarschuwt de Algemene secretaris van de Commissie Wilfried Vandaele voor verdergaande verengelsing aan de Nederlandse universiteiten waar de initiële mastersopleidingen volop aan het verengelsen zijn en hij roept op tot grote waakzaamheid voor de Vlaamse universiteiten, die zich aan de beregeling van taalartikel 91 van het structuurdecreet van 4 april 2003 moeten houden. De Nederlandse universiteiten zijn ook gebonden aan een wettelijke regeling, maar leggen die gewoon naast zich neer.
Het VVA heeft zich samen met het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in de aanloop tot dat structuurdecreet ten volle ingezet voor een regeling waarbij de positie van het Nederlands als onderwijstaal aan onze universiteiten zoveel mogelijk gevrijwaard kon worden.
Argumenten voor verengelsing van het hoger onderwijs zijn de internationalisering en de bereidwilligheid tegenover buitenlandse studenten die aan onze universiteiten in het Engels tegemoet gekomen zouden moeten worden. Als argument wordt ook de vanzelfsprekendheid van verengelsing van het hoger onderwijs bijna onuitgesproken maar daadwerkelijk ingeroepen.
Het VVA blijft op zijn standpunt dat een verdergaande verengelsing ten allen prijze voorkomen moet kunnen worden. Het gaat toch niet op dat steeds meer Engels als instructietaal wordt geïnstitutionaliseerd in verscheidene opleidingen in het hoger onderwijs, waarbij Nederlandstalige docenten aan Nederlandstalige studenten hun onderwijsinhouden in het Engels overmaken. Uit onderzoek blijkt dat dan de kwaliteit van dat hoger onderwijs met vele percentages naar beneden gaat. Sociaal gezien is Engelstalig onderwijs ook een drempel voor vele kandidaten, die zich in extreme mate zouden moeten inspannen om die leerinhouden te kunnen assimileren. Studieactiviteiten die schriftelijk worden volbracht geven de nodige ruimte om zich op vreemdtalig studiemateriaal te concentreren en dat lijkt een meer haalbare aangelegenheid te zijn. Studieactiviteiten die mondeling worden ondernomen als hoorcolleges en seminariesessies vergen een zo hoge graad van abstractie bij de wetenschapsoverdracht of het probleemoplossend denken, dat het niveau bij gebruik van het Engels verre van hoogstaand kan zijn. Het denken berust immers op het effectief hanteren van taal en dat kan slechts op optimale wijze als dat in de eigen taal gebeurt, waarmee men van kindsbeen af vergroeid is en die toelaat hoge toppen van abstractie nodig voor probleemoplossend redeneren te bereiken. Daartegenin werken is een aantasting van de identiteit mogelijk van de onderwijsverstrekkers tot op zekere hoogte, maar zeker van de studerenden die vanuit een vervreemdingssituatie van de eigen taal verplicht worden hoge performaties te bereiken via een denkvermogen in een in wezen vreemde taal.
Het VVA was hogelijk tevreden met het vast uitgesproken voornemen van de vorige onderwijsminister Frank Vandenbroucke om aan de bestaande wettelijke regeling niets te veranderen in tegenstelling tot de aandrang en de aspiraties tot verengelsing van de verantwoordelijke onderwijsinstanties van het Vlaamse hoger onderwijs.
Nu blijkt al dat de aandrang van rectoren en decanen van faculteiten om het wetenschappelijk personeel van de universiteiten en hogescholen in het Engels te doen publiceren al te excessief is en herhaaldelijk blijkt dan ook de inferieure kwaliteit van publicaties die toch de pretentie hebben wetenschappelijk te zijn.
Wij blijven vanuit het VVA de stelling poneren dat elke Vlaamse intellectueel en zeker de Vlaamse academicus in staat moet zijn om naast een volwaardige beheersing van zijn eigen taal, het Nederlands, zich ook volwaardig uit te drukken in het Engels, het Frans en het Duits in vele communicatieve situaties. Vreemde talen leren is omwille van de eigen weerbaarheid een absolute noodzaak. Maar elke Vlaamse kandidaat-intellectueel of aspirant-academicus moet steeds de gelegenheid krijgen zichzelf te blijven in het Vlaamse hoger onderwijs en zijn studies te doen in zijn eigen taal, het Nederlands.
Ghislain Duchâteau
VVA-verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs
'Het Engels als voertaal aan onze universiteiten?' CVN-Nieuwsbrief nr. 3 2007: http://www.cvn.be/algemeen/nieuwsbrieven/2007/NR_03_cor.pdf
Taaluniedebat 2007
De opmars van het Engels in ons taalgebied: uitdaging, fait accompli, of blessing?
Dit is het thema van de debatdag die de Taalunie op maandag 12 november 2007 in het huis DeBuren in Brussel organiseerde.
Over het Taaluniedebat 2007:
Het verslag
Een selectie van reacties en artikelen over de onderwerpen die tijdens het debat aan de orde kwamen: Programma - Knipsels - Terugblik - Deelnemers - Filmpjes
Taaluniedebat 2008
Omhoog
Taal is meer dan taal
Rede en dankwoord van prof. dr. Jozef T. Devreese bij de uitreiking van de André Demedtsprijs 2005 - Stadhuis Kortrijk - zondag 27 november 2005
Omhoog
◊De spelling 2005 - NDN-bestuur - visie van het Netwerk Didactiek Nederlands over de huidige spelling van het Nederlands
Omhoog
Informatief
◊Welke is de moeilijkste taal om te leren?
Dit is een van de meest voorkomende vragen die ik als linguïste ontvang: welke is de moeilijkste taal om te leren? Het korte antwoord: hoe meer de doeltaal verschilt van de taal of talen die je al spreekt, des te zwaarder is het om die taal te leren. Tussen de meer populaire talen zou het zijn dat Oosterse talen als Chinees (Mandarijns, Kantonees, enz.) Japans en Arabisch moeilijker zijn dan Europese talen (Frans, Spaans, Duits, enz.). Maar als je natuurlijk probeert een Australische inboorlingentaal te leren als Dyirbal of een taal uit de Amazone als Piraha, zal dat zeker nog moeilijker zijn. Verder haalt Asya Pereltsvaig de drie belangrijkste moeilijkheden aan die steeds vermeld worden in verband met de “moeilijke talen”:
- Dialectverschillen die leerders ervaren als ze buiten de klas in gesprek komen met de taalgebruikers
- Een ongewoon schriftsysteem, dat moeilijkheden oplevert als je de geschreven vorm van een taal wilt leren
- De ervaren frequentie van uitzonderingen op de grammaticale regels, die toch wel gecompliceerder zijn dan je in de lessen leert. Maar als je de weinig frequente maar onregelmatige vormen (bv. de hoofdvormen van de Engelse sterke werkwoorden) leert, is dat geen onoverkomelijk probleem.
Asya Pereltsvaig
Lees meer op de blogspot van Asya Pereltsvaig: Languages of the World - 1 juni 2011
Omhoog
___________________
◊ Woordgebruik - De Nederlandse Taalunie reageert
De Vlaming Fons Wuyts voert promotie voor woorden zoals plezant, bengel en goesting.
Lees http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=RO2DTBNN
Hij stichtte op internet de 'Terug Plezant-Club', die vandaag bijna 1700 leden telt. Hij wil er 20.000 vinden en de Nederlandse Taalunie onder druk zetten om oude Vlaamse woorden te 'erkennen'. Heeft dat zin?
De Nederlandse Taalunie heeft niets tegen het woord plezant. Als je het gebruikt, geef je aan je taal een Vlaams of Brabants tintje. Dat is ieders goed recht. De Belgische, de Nederlandse en de Surinaamse variant van het Nederlands zijn evenwaardig voor de Taalunie. Een woord is dus niet minder Nederlands als het alleen maar in een van deze drie landen voorkomt. Het is wel minder bruikbaar als je er de grens mee oversteekt. Het is wel nuttig als mensen dat op school leren.
De Nederlandse Taalunie houdt zich overigens niet bezig met het taalgebruik van Nederlandstaligen. De Taalunie is geen taalpolitie en ze verbiedt of erkent geen woorden. Wat ze wél doet is mensen helpen die de standaardtaal willen hanteren en vragen hebben over het gebruik daarvan. Wat daarmee bedoeld wordt, kan iedereen nagaan op de website taaladvies.net. Daar wordt bijvoorbeeld gezegd dat plezant in België frequent gebruikt wordt in de spreektaal en ook soms in Nederland voorkomt. Maar omdat het voor veel mensen niet aanvaardbaar is in een geschreven tekst, beschouwen de taaladviseurs het niet als standaardtaal. Wie Standaardnederlands wil gebruiken, krijgt van taaladvies.net een reeks synoniemen: plezierig, vrolijk, opgewekt, lustig, grappig, lollig, prettig, leuk, vermakelijk, vrolijk, aardig, behaaglijk, aangenaam en genoeglijk.
http://taalunieversum.org/nieuws/3523/erkent_de_taalunie_het_woord_plezant_
_________________________________
Seniorennet propageert met Fons Wuyts voluit het dialect: http://blog.seniorennet.be/1001_dialect/
Omhoog
◊ 30 jaar Nederlandse Taalunie (viering 19-20 nov. 2010 in Brugge)

Brugge 2010: top van het Nederlands
De Nederlandse Taalunie hield op 20 november 2010 een topberaad met vertegenwoordigers van alle landen waar het Nederlands belangrijk is. De stad Brugge trad op als gastheer voor dit beraad, dat als motto had: ‘Nederlands, wereldtaal’. De Taalunie organiseerde de top ter gelegenheid van haar dertigjarig bestaan.
Alle informatie rond dat topgebeuren vindt u op de kernpagina van Taalunieversum, de portaalsite van de Nederlandse Taalunie.
Thema’s op die pagina:
- een YouTube-filmpje van 5’08” over Nederlands in de wereld en de werkterreinen van de Nederlandse Taalunie: spelling, de Nederlandse woorden, Nederlands digitale taal, het onderwijs in/van het Nederlands, vertalingen, literatuur, de toekomst van het Nederlands ligt bij de jongeren.
- het topberaad op 20 november in Brugge met de beslissing om een Taalunie Jongerenraad op te richten, om internationale ontmoetingen aan te moedigen voor mensen die met Nederlands begaan zijn, om te werken aan de taalinfrastructuur zoals het zorgvuldig vastleggen - ook digitaal - van onze gemeenschappelijke standaardtaal.
- het jongerenfeest DWVDNT, de Wereld van de Nederlandse Taal, met de voorstelling van de spiksplinternieuwe website DWVDNT, die de virtuele wereld van de Nederlandse taal voorstelt.
- Taalpeil 2010, de jaarlijkse taalkrant van de Taalunie, met antwoorden op vragen naar de houding van Nederlandssprekenden tegenover het Nederlands.
- de publicatie van het nieuwe woordenboek Nederlandse woorden wereldwijd met ruim
17.560 Nederlandse woorden die in 138 talen zijn aangetroffen.
- Informatie rond het Nederlands als wereldtaal en de wedstrijdpagina voor jongeren
- Koppelingen naar de persberichten die n.a.v. de viering van 30 jaar Taalunie zijn verschenen
Kortom: de pagina geeft toegang tot alle belangrijke informatie rond het Nederlands en de ondersteuning van het Nederlands door de jarige Nederlandse Taalunie.
De slotverklaring Nederlands, wereldtaal van de Top van het Nederlands
Omhoog
◊ Taalunieversum - de webstek van de Nederlandse Taalunie

http://taalunieversum.org/
De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, België en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal, onderwijs en letteren.
Taalunieversum is een portaalsite met een haast oneindige hoeveelheid informatie over alle mogelijke aspecten rond taal en taalgebruik. Ze heeft als hoofdrubrieken : de startpagina, taal, onderwijs, cultuur&letteren, over de Taalunie. Elke hoofdrubriek omvat verscheidene subrubrieken en via goed zichtbare koppelingen kom je precies bij de informatie terecht waarvoor je belangstelling hebt.
Omhoog
◊Taaladvies.net
Over Taaladvies
In Taaladvies vindt u een antwoord op vele concrete vragen over taal en spelling. De kern van Taaladvies is een databank met taal- en spellingkwesties waar vaak vragen over gesteld worden. De selectie van die kwesties is gebaseerd op de ervaringen van taaladviseurs en taaladviesdiensten in Nederland en België. De taaladviesbank bestaat voor het grootste deel uit teksten met een vraag-antwoordstructuur, maar ze bevat ook een aantal algemene teksten.
Gebruik Taaladvies via deze koppeling: http://taaladvies.net/
Omhoog
◊ Meldpunt Taal

Taalmeldpunt verzamelt taalopmerkingen
Meldpunt Taal is het online meldpunt voor alles wat met de Nederlandse taal te maken heeft. De site is een initiatief van de Nederlandse taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders en wordt gesteund door meer dan zeven instellingen, waaronder de Nederlandse Taalunie en Van Dale. Op Meldpunt Taal kunnen mensen niet alleen een nieuw woord of een taalverschijnsel melden, ze kunnen ook deelnemen aan taalonderzoeken en kunnen er taaldatabanken raadplegen. De betrokkenen hopen dat het initiatief mensen zal stimuleren om aandachtiger met taal om te springen en nieuwe taalfenomenen in kaart te brengen.
www.taalmeldpunt.nl
Meldpunt Taal, een jaar later |
door Mathilde Jansen
Op 15 juni 2011 was het precies een jaar geleden dat de website Meldpunt Taal werd gelanceerd. Marc van Oostendorp, één van de initiatiefnemers van het Meldpunt, vertelt over de resultaten die het ‘weerstation van de taalwetenschap’ inmiddels heeft opgeleverd.
Lees verder
Voor nog meer informatie klik ook op de koppelingen onderaan het artikel van Mathilde Jansen
|
Omhoog
Ewoud Sanders op het internet

Ewoud Sanders is taalhistoricus en taaljournalist.
Hij is vaste medewerker van onder meer NRC Handelsblad en Onze Taal. In NRC Handelsblad heeft hij wekelijks een taalcolumn, WoordHoek geheten. De afgelopen jaren heeft hij diverse boeken geschreven, vooral over de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen. Het zijn tot dusver meer dan 40 boeken. Een heel aantal van de boeken zijn niet meer te verkrijgen in de boekhandel. Hij stelt nu 29 van zijn publicaties gratis ter beschikking op het internet. Zo kunt u bijvoorbeeld Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands gratis als pdf downloaden.
Ook een heel aantal van zijn wekelijkse columns Woordhoek in NRC Handelsblad kunnen op het scherm worden opgeroepen. Daar zit vaak heel wetenswaardige informatie in over woord- en taalaangelegenheden en voor wie de tijd heeft is dat aangename en aantrekkelijke lectuur.
Ook geeft Ewoud Sanders geregeld lezingen over taal en massadigitalisering en workshops over digitaal documenteren en over slim zoeken op internet.
Hij is initiatiefnemer van het heel recente Meldpunt Taal (zie hierboven) en oprichter van het tijdschrift Trefwoord.
Omhoog
◊ Transfer Magazine
Transfer, het vakblad over internationale samenwerking in het hoger onderwijs dat wordt uitgegeven door de Nuffic, is sinds mei 2007 gratis verkrijgbaar. In interviews, analyses en achtergrondverhalen biedt dit onafhankelijke Nederlandse journalistieke blad inzicht en overzicht. Maandelijks leest u het laatste nieuws over internationalisering in het hoger onderwijs.
Nuffic is de Nederlandse organisatie voor de internationale samenwerking in het hoger onderwijs.
Transfer nieuwssite over internationalisering in het hoger onderwijs: http://www.transfermagazine.nl/
Omhoog
◊ Klare taal: over boeken en taal - weblog
Webtip

Redactie: Gerda den Hollander en Arie Bras
De makers van het wekelijkse radioprogramma 'Klare Taal' van Radio Nederland Wereldomroep houden
een weblog bij die vooral voor docenten Nederlands, maar ook voor andere belangstellenden voor deze thematiek heel de moeite waard is.
De weblog wordt heel regelmatig aangevuld met nieuwe items over taalontwikkelingen, taalgebruik en spelling.
Extra interessant voor docenten: hij bevat koppelingen naar alle belangrijke sites over taal en literatuur
zoals 'De papieren man', 'De taalprof', de dbnl en nog veel meer.
Over de weblog
Omhoog
◊ Koppelingen
- DigiTaal
Webversie van de rubriek DigiTaal uit het tijdschrift Nederlandse Taalkunde.
- Onze Taal
Onze Taal is het tijdschrift van het Genootschap Onze Taal. Op de website vind je algemene informatie over het genootschap en een overzicht van de inhoudsopgaven van het tijdschrift.
- Taalpost
Taalpost, een e-mailnieuwsbrief, is een gezamenlijk initiatief van het Genootschap Onze Taal en Van Dale. Op de webplek kan je de vorige nummers inkijken.
- Taalschrift
Elektronisch tijdschrift over taal. Een uitgave van de Nederlandse Taalunie. U kunt zich abonneren op een elektronische nieuwsbrief.
Omhoog
Discussie
◊Hoe maakbaar is het Nederlands?
Prof. Fred Weerman, hoogleraar Nederlandse Taalkunde, Universiteit van Amsterdam - 16/03/06
“Laten we minder verkrampt omgaan met het Nederlands en ons concentreren op waar het werkelijk om gaat: onze gedachten helder onder woorden brengen.” Met deze stelling bestrijdt prof. Fred Weerman de opvatting van velen dat het Nederlands maakbaar is. Zelfs ondanks nieuwe spellingregels...
Bent u het daar mee eens? Wilt u er meer over weten, lees dan het hele artikel onder deze koppeling.
http://taalschrift.org/discussie/001074.html "
- Tekst[blad]
Tekst[blad] is een vaktijdschrift en forum voor iedereen die professioneel betrokken is bij het produceren van communicatieve teksten, het onderzoeken ervan of het overdragen van kennis erover. Tekst[blad] is een uitgave van uitgeverij Coutinho.
- Vakblad Taal Online
Op Vakblad Taal Online vindt u maandelijks een nieuwe editie van Vakblad Taal, een magazine over taal en communicatie. Betalende abonnees worden maandelijks geattendeerd op de nieuwste editie en hebben toegang tot het register en het archief met alle reeds verschenen nummers. Op de site treft u nieuws aan, aanbiedingen en links naar relevante sites.
- Van Dale Taalnieuws
Overzicht van nieuws i.v.m. taal.
- Vereniging Algemeen Nederlands (VAN) - Nederlands van Nu
De VAN wil de kennis en het gebruik van het Algemeen Nederlands in Vlaanderen bevorderen. Zij geeft het tijdschrift 'Nederlands van Nu' uit. Geen website. Correspondentie-adres: Keizer Karelstraat 83 8000 Brugge België. E-mail: frans.debrabandere
Omhoog
◊ Uit het rijtje kiezen we alvast uit de webstek van het Genootschap Onze Taal :

http://www.onzetaal.nl/ot/index.html
- Het julinummer 2008 van het tijdschrift van Onze Taal

- Zie de rubriek Taalnieuws op internet
Eerder taalnieuws van deze maand
Doorzoekbaar archief
Taalnieuws op internet wordt verzorgd door Saskia Aukema, Rutger Kiezebrink, Raymond Noë
en Lydeke Roos.
- Op zijn beurt verwijst de website naar andere websites met taaladviezen :
Nog meer websites met taaladviezen
Omhoog
◊ De taaltelefoon : http://www.taaltelefoon.be/

Op dinsdag 27 oktober 2009 bestond de Taaltelefoon precies tien jaar! Om dat te vieren lanceren we onze gloednieuwe gids In duidelijk Nederlands: spreken en schrijven voor iedereen.
In duidelijk Nederlands biedt een handig overzicht van adviezen voor helder en correct taalgebruik en efficiënte communicatie. De adviezen gaan vooral in op problemen en fouten die in de taalpraktijk dikwijls voorkomen. Download hier de tekst in pdf-formaat: In duidelijk Nederlands.pdf (911 kB).
Meer informatie over de tiende verjaardag van de Taaltelefoon vindt u hier: Tien jaar Taaltelefoon.
Omhoog
◊ Taaldatabanken – VRTtaal.net :

http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/algemeen/home.shtml
VRT-taaldag 2009
Op dinsdag 27 oktober vond in het Flageygebouw in Elsene de tweede taaldag van de VRT plaats. Die stond deze keer in het teken van 'overtuigingskracht'. In totaal defileerden wel veertig mensen op het podium onder de leiding van Marcel Vanthilt en Sofie Lemaire. Het hoogtepunt van de dag werd het eerbetoon aan de onvolprezen taalvirtuoos drs. P, ondertussen 90 jaar oud. |
|
Hij kreeg van Vlaams minister van Onderwijs, Pascal Smet, en van Linde Van den Bosch, van de Nederlandse Taalunie, een speciale oorkonde. Muzikant Jan De Smet zong tot slot het onvergetelijke Dodenrit (over de wolven die een hele familie op een slee oppeuzelen). |
|
Rijk en veelzijdig verslag van de VRT-taaldag 2009 (menukolom rechts)
____________________
Omhoog
◊ Woordenlijst Nederlandse Taal

De nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal - het Groene Boekje - staat volledig op het internet. Ook de leidraad met de nieuwe spellingregels staat online. |
Woordenlijst Nederlandse Taal - http://woordenlijst.org/ (ook via Taalunieversum te bereiken)
In de Woordenlijst Nederlandse Taal zijn sinds de verschijning in 2005 correcties aangebracht. Alle verbeteringen vindt u onder de hieronder aangebrachte koppeling. In de tweede (januari 2006) en de derde oplage (mei 2007) van de papieren uitgave van de Woordenlijst, het Groene Boekje, zijn al verbeteringen doorgevoerd. Alle hier vermelde aanpassingen zullen ook zijn aangebracht in eerstvolgende, vermoedelijk in 2009 te verschijnen, vierde oplage.
http://woordenlijst.org/erratalijst/ |
Omhoog
◊ Algemene Nederlandse Spraakkunst

De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) is ook in elektronische vorm beschikbaar. De E-ANS bestaat uit tekstonderdelen die overeenkomen met de hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen uit het boek en die net als in het boek een aparte titel hebben. Voor het opzoeken van bepaalde kwesties staan de gebruiker twee registers ten dienste.
|
ANS - http://www.ru.nl/e-ans/index.php3 of http://oase.uci.kun.nl/~ans/ |
Omhoog
◊ Nog meer websites met taaladviezen (zie de website van Onze Taal) :
Ga niet zwetsen
http://www.2reflect.nl/toesprakenI.htm |
Tien tips van Paul Rosenmöller voor het houden van een succesvolle toespraak. |
Wat is eigenlijk een drogreden? [link?] |
De tekst van de oratie van professor Erik Krabbe in een pdf-bestand. |
Ezelsbrug [link?] |
Ezelsbruggetjes over taal - van 't kofschip tot '1 ongeluk, 2 doden, 2 lijken' (voor de spelling van onmiddellijk). |
Meer ezelsbruggetjes
http://members.chello.nl/r.kuijt/
|
Nog meer ezelsbruggetjes over taal. Ook voor het Engels, Duits en Frans. |
Debattips
http://www.debatinstituut.nl/bibliotheek/tips_debattips.php
|
Uitgebreide inleiding in de kunst van het debatteren en de regels voor een goed debat. |
Webschrijvenpagina
http://webschrijven.startpagina.nl/
|
Dochter van de populaire startpagina met veel links naar informatie over schrijven voor het web. |
Cursus Ondertitelen
http://www.barthokriek.nl/cursusondertitelen.html
|
Uitgebreide informatie over de techniek van het ondertitelen door de professionele ondertitelaar Bartho Kriek. |
Schrijfwijzer
http://www.schrijfwijzer.nl/
|
Website bij het populaire taaladviesboek van Jan Renkema. De auteur heeft ook een eigen website. |
Taaladvies.nl
http://www.taaladvies.nl/
|
Website van taaladviseur J.H.J. van de Pol, met vooral veel informatie over de boeken van deze auteur. |
Tropen en figuren
http://www.stilus.nl/stijlfig.htm
|
Lijst met namen en omschrijvingen van (literaire) stijlfiguren. |
Titulatuur
http://home.kabelfoon.nl/~macdanie/misc/titels.htm
|
Beschrijving met titels en aanspreekvormen voor functionarissen in de maatschappij. |
De brievensite
http://www.taalnet.nl/taalhulpmiddelen/brievenhulp/index.html |
Weblocatie met veel tips voor het schrijven van een zakelijke brief. |
Trouw Schrijfboek
http://www.trouw.nl/schrijfboek/
|
Een uitgebreide en praktische gids voor journalisten en alle anderen die hun 'gedachten en observaties moet weergeven in een heldere, foutloze en liefst pakkende tekst.' Nu ook in een fraaie editie (gebaseerd op de eerste druk) integraal op het internet! (Gratis registratie.) |
Taaltelefoon |
Taaladviezen door de taaladviseurs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, ook op het internet. |
Taalthuis
http://www.taalthuis.com/
|
Een uitgebreide hoeveelheid informatie, in het Nederlands en het Engels, door docent Marcel Heerink. |
Hoofdstuk 10: Waar zet ik mijn komma?
http://www.delta.tudelft.nl/archief/j29/12820
|
Recensie van het Handboek Stijl van Jaap de Jong en Peter Burger, in Delta, het tijdschrift van de Technische Universiteit Delft. |
Internet-checklist voor ondernemers
http://www.hanpijs.nl/idx_d1.asp
|
Tips van de voorlichter Han Pijs. |
Omhoog
◊ Het Algemeen Nederlands Verbond – ANV

http://www.algemeennederlandsverbond.org/
Het ANV is sinds 1895 de internationale vereniging
voor de Nederlandse taal en cultuur. Zie ook de samenwerking met de werkgroep Taal en Taalbeleid van het ANV onder VVA-Werkgroep Taal en Onderwijs (onderaan).
Omhoog
◊ De Community Nederlands van Kennisnet is er voor het onderwijs :
http://www.digischool.nl/ne/community/
In de Community Nederlands op de thuispagina is er een verwijzing naar de website van de Netwerk Didactiek Nederlands – het NDN - kijk even verder
Omhoog
◊Kennislink Taalwetenschappen

Op Kennislink vind je binnen het domein Taalwetenschappen een grote verscheidenheid van vlot leesbare heel boeiende artikels of tekstjes die elke belangstellende in taal echt kunnen aanspreken.
http://www.kennislink.nl/web/show?id=129397
Omhoog
◊ NDN

Netwerk Didactiek Nederlands, afgekort NDN, heette tot vrijdag 9 mei 2008 'Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici' VVM of VVM-Netwerk. Met de naamsverandering beklemtoont de vzw in de eerste plaats haar netwerkfunctie. In de tweede plaats laat ze de term "moedertaal" weg uit haar naam, omdat die niet meer dezelfde inhoud heeft als bij haar oprichting. Meer daarover kunt u lezen in de NDN-Nieuwsbrief: de nieuwsbrief vroeger van het VVM-Netwerk nu van het NDN, die vanaf september 2004 als een e-zine verschijnt. Zie hieronder.
Sinds begin juli 2006 heeft het Netwerk Didactiek Nederlands zijn eigen website. Die is aantrekkelijk om de vele mogelijkheden tot het verwerven van informatie. Heel korte teksten doorgaans met koppelingen verwijzen naar direct toegankelijke gegevens die relevant zijn voor de didactici Nederlands van universiteiten en hogescholen, maar ook voor wie in het algemeen belang stelt in het onderwijs van het Nederlands.
Het websiteadres staat ook in het kopje hierboven. U kunt de webstek direct oproepen via
http://www.netdidned.be - Neem eens een kijkje.
De nieuwsbrieven in e-zinevorm
zijn ruime bestanden. Ze zijn expliciet gericht aan de didactici Nederlands van Vlaanderen en Nederland.
De nieuwsbrieven zijn via de site opvraagbaar op het scherm. Klik hier
Contact via het volgende e-mailadres info@netdidned.be
___________
Onder de rubriek Nuttige internetadressen van de Community Nederlands treft u een hele serie aantrekkelijke websites aan :
Omhoog
◊ Nuttige internetadressen
www.neerlandistiek.nl Een elektronisch tijdschrift dat betrouwbare wetenschappelijk informatie biedt: vrij toegankelijk |
www.the-ledge.com Een onafhankelijk platform voor literatuur, waar 'het literair gesprek' centraal staat |
www.cambiumned.nl Website van de sectie Nederlands van de scholengroep Cambium in Zaltbommel. Met heel veel online oefeningen |
| www.kantl.be Website van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent |
www.nederlandsinuitvoering.nl Een nieuwe methode met modules Nederlands voor het VMBO |
www.taalpleinrotterdam.nl Een website voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs met veel lesvoorbeelden voor Nederlands |
emblemata in de 17e eeuw Een lespakket voor de bovenbouw over emblematiek in de 17e eeuwse Nederlanden |
http://www.bijbelencultuur.nl/ Er is een speciale afdeling letteren waarin de invloed van de bijbel op onze literatuur aan de orde gesteld wordt. Er staan ook Rode Draden en Webquests bij. |
http://cabaret.pagina.nl/ De speciale startpagina voor cabaret. Iedere cabaretier van naam heeft wel een eigen website waar je niet alleen teksten kunt downloaden die je in je les kunt gebruiken, maar waar ook prachtige videofragmenten te bewonderen zijn. |
http://www.nederlands.nl Wie heeft die domeinnaam geclaimd? Hier kun je echt iets doen met gedichten! |
http://www.contaminatie.nl Taalfouten zijn altijd leuk en interessant voor taalbeschouwing. |
http://www.nederlandsewoorden.nl Het Groene Boekje online, dus je kunt er veel meer mee dan met het papieren boek .... |
Hetschoolvaknederlands.be
Website verzorgd door Kris Van Rhode met heel veel nuttige links voor het schoolvak Nederlands. |
www.literatuurgeschiedenis.nl
Een prachtige site voor de Tweede Fase over Nederlandse literatuur in de middeleeuwen. Kijk vooral eens naar de spreekwoorden! En niet alleen naar Fokke ende Sukke .... |
Daarin verwijzen we weer naar de belangrijkste webstek voor het onderwijs in het Nederlands in Vlaanderen.
Omhoog
◊ LINKSVOORNEDERLANDS.BE
http://www.linksvoornederlands.be/
Hoofdpagina
Links voor Nederlands
| LINKS voor Nederlands, literatuur en het schoolvak Nederlands:
Klik hier voor toegang tot het volledige linksbestand
met zoekmogelijkheid via ingeven van trefwoord of via bladeren in rubrieken
(taal, literatuur...).
Klik hier voor een selectie uit deze links,
deze selectie is ingedeeld in rubrieken en bevat geen ingebouwde zoekfunctie. |
| |
| Enkele lessen van Kris Van Rhode |
| Leerlingenwerk: creatieve boekverslagen uit periode 2000-2003 |
|
Contact |
Ze is van Kris Van Rhode – je vindt er meteen ook een zoekfunctie naar het woordenboek Van Dale
Omhoog
◊ Van Dale : http://www.vandale.nl/
Bovenaan op de sitepagina onder 'Gratis woordenboek' kunt u een woord ingeven, klik op 'Zoek' en u krijgt de betekenis op uw scherm weergegeven.
Van Dale heeft in november 2011 wel 6 verschillende woordenboeken voor Nederlands op de markt. Een overzicht vindt u onder
http://webwinkel.vandale.nl/woordenboeken.
Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal (de dikke Van Dale) in drie delen gedrukt heeft ook een elektronische versie. Dat is ook het geval voor Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands in twee delen.
Omhoog
◊ Het virtueel Taalmuseum
Een interactief museum met veel knopjes dat allerlei talige verschijnselen belicht. Omdat een echt museum moeilijk te realiseren valt, is het een virtueel taalmuseum geworden. Een museum op internet heeft ook als voordeel dat het langzaam kan groeien. Dat is dan ook de bedoeling: alle lege nissen en vitrines worden in de toekomst gevuld.
http://www.taalmuseum.nl/
Omhoog
◊ Over het wereldtalensysteem, het Engels en de integriteit van het Nederlands - een visie vanuit de sociologische hoek van prof. em. Abram de Swaan
De socioloog Abram de Swaan, voormalig superprof sociologie aan de Universiteit Amsterdam, onderzocht in zijn boek Woorden van de wereld; het mondiale talenstelsel (Bert Bakker; 2002 - € 28,95) de samenhang tussen de talen van de wereld. Het Engels is dé taal van de globalisering, constateerde hij. En dat is geen reden tot zorgen - ook niet voor het Nederlands. Hij stelt dat het gebruik van vreemde woorden helemaal niks uitmaakt voor de taal. Die is pas in gevaar als de uitspraak, de grammatica en de syntaxis veranderen. Maar dat gebeurt nu niet. Hij wijst wel op het risico dat Engels de taal gaat lijken van de aanzienlijke en eerbiedwaardige gebieden van het maatschappelijke leven, dat je veel meer prestige krijgt met die andere taal. Hij is dan ook tegen het onnodig gebruik van Engels in het hoger onderwijs.
Gewoon de 'file' blijven 'saven'
Website van prof. dr. Abram de Swaan: http://www.deswaan.com/
Videogesprek met de afscheid nemende professor: Desmet live 7 mrt 2007 (video)
Omhoog
◊ Een heel aardig stuk over Nederlands als taal van wetenschap
'Het verdriet van de kosmopoliet'
Prof. Dr. Douwe Draaisma
http://www.douwedraaisma.nl/
Oratie ter gelegenheid van de aanvaarding van het Bijzonder Hoogleraarschap in de Geschiedenis van de Cognitieve Psychologie.
Uitgeproken op 18 oktober 2005, Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen.
Klik hier voor de volledige tekst. Ook in Vivat Academia verschenen.
Omhoog
◊Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

http://www.ovv.be/
Naar de rubriek Archief, dan naar Taal (Archief)
Ook in andere rubrieken komen artikels voor rond taal. We maken een selectie :
Rubriek : Actuele OVV-standpunten en berichten
Rubriek : Andere recente teksten en initiatieven
Lees meer artikels in Taal (archief) van de OVV-website
Het OVV heeft een Werkgroep Taal. Voorzitters zijn Anny Dierick en Hilde Heyvaerts. Ze komt zowat om de drie maanden samen om de beurt in Gent om de beurt in Berchem (Antwerpen). Ghislain Duchâteau woont namens het VVA de vergaderingen bij.
Foto's van de vergadering op dinsdag 10 juni 2008 in Berchem
|
|
De Werkgroep Taal van het OVV |
Huguette Ingelaere †-
eerste voorzitter van de Werkgroep |
|
|
Nederlandse inbreng van Huig Bunk |
Anny Dierick, voorzitter, aan het woord |
Foto's Ghislain Duchâteau
Taalwerkgroep OVV
Intentieverklaring
De taalwerkgroep, ontstaan uit het koepelverband van enkele plaatselijke taalactiegroepen, is de laatste jaren uitgegroeid tot een volwaardig lid van het OVV.
Acht verenigingen in verschillende Vlaamse steden namen onder de bezielende leiding van Huguette Ingelaere dit initiatief.
In maart 2009 werd, door het herschikte bestuur, een intentieverklaring opgesteld en goedgekeurd.
Als taalwerkgroep van het OVV beogen wij vooral aan basiswerk te doen.
De doelstellingen van de OVV-taalwerkgroep zijn:
- Het in stand houden en bevorderen van het Nederlands door zorg te dragen voor de standaardtaal met speciale aandacht voor de onderwijstaal van basisschool tot hogeschool.
- Het beperken van het gebruik van vreemde woorden in zover dat vermeden kan worden. Een belangrijk hulpmiddel hiervoor blijft uiteraard het creatief omgaan met nieuwe woorden en uitdrukkingen.
- Het aandachtig volgen van de toepassing van de taalwetten en snel reageren bij overtredingen door het sturen van e-postberichten en brieven.
- Goede initiatieven op taalgebied steunen en aanmoedigen: taalprogramma's op radio en TV, taalprijzen in steden en gemeenten, ed.
- Een centraal meldpunt vormen voor de activiteiten van alle taalwerkgroepen; een lijst van die groepen en verenigingen werd reeds opgesteld en wordt actueel gehouden.
Het centraal meldpunt voor de OVV-taalwerkgroep is Taalmeldpunt@live.be
Voor meer inlichtingen en informatie kunt u een berichtje doorzenden naar Taalmeldpunt@live.be
Voor inlichtingen kan u terecht bij:
Anny Dierick, voorzitter, OVV-taalwerkgroep, Nieveldriesweg 18, 9310 Meldert
E-post: dierickanny@hotmail.com
Hilde Heyvaerts, co-voorzitter, OVV-taalwerkgroep, Wijngaardstraat 9, 9300 Aalst
E-post: hilde.heyvaerts@hotmail.com
Martien Bode, secretariaat, OVV-taalwerkgroep - Forum van Vlaamse Vrouwen (FVV-vzw)
Bennesteeg 2, 9000 Gent
E-post: info@vlaamsevrouwen.org
Omhoog
◊ Taalpeil

Taalpeil is sinds 2005 een krant van de Nederlandse Taalunie vol cijfers, feiten en meningen. Het bestaat enerzijds uit resultaten van een onderzoek onder het brede publiek in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Anderzijds uit leuke feiten, meningen en wetenswaardigheden. Elk jaar gaat het over een ander onderwerp.
Taalpeil 2010
In deze krant van de Nederlandse Taalunie:
feiten cijfers en meningen over de Nederlandse taal in Suriname, Nederland en Vlaanderen.
Thema 2010: Nederlands Wereldtaal!

Nora (Oostenrijk), Annamaria (Hongarije), Giannola (Italië), Mareike (Duitsland) en Ben (VS)
branden van enthousiame om vlot Nederlands te leren spreken. Hoe dat komt? Lees pagina 2
van Taalpeil.
Negen op tien zijn trots op het Nederlands p.1
Bijna de helft hoort niet graag Nederlands tijdens vakantie p. 2-3
BlØf, Clouseau en Jan Smit zingen het mooiste Nederlands p. 4-5
Klassieken en bestsellers zijn het meest bekend p. 6-7
70% wil het liefst Nederlandstalige websites p. 8
En er staat nog veel meer op www.taalpeil.org
De krant als pdf-bestand
Taalpeil 2009
In deze krant van de Nederlandse Taalunie:
feiten cijfers en meningen over de Nederlandse taal in Suriname, Nederland en Vlaanderen.
Thema 2009: Al die soorten Nederlands! Over taalvariatie.

Download de krant (in pdf)
Taalvariatie in Taalpeil 2009
Het jaarlijks verschijnend taalkrantje van de Nederlandse Taalunie Taalpeil 2009 is net uit. Het thema dit jaar is ‘Al die soorten Nederlands’ en dat is taalvariatie. Het blad geeft een algemeen beeld van de taalvariatie in het Nederlandse taalgebied, Suriname inbegrepen. De presentatie van deze verscheidenheid in taalgebruik is opvallend objectief weergegeven. Subjectiviteit en emoties rond taalgebruik worden zorgvuldig geweerd. Het geheel van onderwerpjes in het blad berust op een publieksonderzoek bij een representatieve steekproef van de Vlaamse en Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder. 500 Nederlanders en 306 Vlamingen namen deel. Naast de leuke titeltjes boven de tekstjes duikt ook binnen de taalvariatiethematiek de term ‘straattaal’ op. Het is een soort gemeenzaam Nederlands dat blaakt van informele termen en uitdrukkingen. Een grote titel is evenwel op blz. 7 “Standaardnederlands blijft norm op school”. Uit het Taalpeilonderzoek blijkt dat vele ondervraagden het er niet mee eens zijn en ook wordt duidelijk dat er nogal wat dialect wordt gesproken in de klas. Toch is het van het grootste belang voor de taalweerbaarheid van leerlingen en aankomende burgers dat die norm bevestigd wordt en stevig gehandhaafd blijft. In haar hoofdartikel ter introductie op de voorpagina houdt Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie nog een treffend pleidooi voor dat Algemeen Nederlands of Standaardnederlands. Ze onderstreept dat het belangrijk is dat zo veel mogelijk mensen deze standaardtaal beheersen. “Het onderwijs doet daar grote inspanningen voor en de Taalunie staat voor de positie van de standaardtaal, maar het is ook een zaak van ons allemaal.”
Taalpeil 2009 kunt u ook van het internet afhalen via http://taalunieversum.org/taalpeil/2009/
10 november 2009
Taalpeil 2008
Eind november verschijnt de 4e editie van Taalpeil met als onderwerp burger-taal-overheid. Meer informatie over Taalpeil is te lezen op de webpagina van Taalpeil. Wilt u in november een exemplaar ontvangen? Stuur ons alvast uw adresgegevens via taalpeil@taalunie.org.
Burger-taal-overheid is het thema van 2008. 'Hopende u hiermede van dienst te zijn' is de ironisch bedoelde titel.
- Kent u de top-10 van het Ambtenarees?
- Wist u dat de eerste Nederlandse grammatica door een ambtenaar is geschreven?
- Bent u benieuwd wat een kinderboekenschrijver, een journalist en een taalwetenschapper maken van een artikel uit de verkeerswet?
Interesse? Lees dan Taalpeil 2008. Het gaat over wat burgers van ambtenarenteksten vinden, wat ze van het taalgebruik van de overheid verwachten en wat de overheid moet en doet voor de taalgebruiker.
Naast 1000 Nederlanders, Vlamingen en Surinamers zijn ook ambtenaren zelf ondervraagd.
>> Lees Taalpeil 2008 online vanaf 24 november 2008.
De krant is vanaf 24 november verkrijgbaar bij de openbare bibliotheken in Nederland en Vlaanderen. In Suriname wordt het meegestuurd met het dagblad De Ware Tijd. Ook bezorgt de Taalunie pakketten bij scholen en overheidsdiensten.
Taalpeil 2007
Centraal thema in 2007 is onderwijs in en van het Nederlands. Eind november verschijnt Taalpeil Nederlands, dat leer je toch vanzelf? De krant bevat hierover uiteenlopende feiten, cijfers en meningen. In Vlaanderen wordt de krant begin december meegestuurd met het tijdschrift Klasse. In Nederland wordt de krant verspreid via een grote diversiteit aan kanalen.
Wilt u één of meerdere exemplaren ontvangen? Stuurt u dan een e-mail naar taalpeil@taalunie.org.
Taalpeil 2006
Het thema van de editie 2006 was Lezen over lezen. Raadpleeg ze via de website van de Nederlandse Taalunie Taalunieversum.
Taalpeil 2005
Taalgebruik en taalbeleving van de Nederlandssprekenden was het onderwerp van de editie 2005.
Omhoog
◊ Taalrespect
- Hoe anderen zich opstellen tegenover onze taal in dit land!
- Hoe anderen het Nederlands niet respecteren zoals rechtgeaarde Vlamingen dat van hen verwachten.
- En ook hoe bewuste Vlamingen zich daartegen weren en die onheuse houding bekampen.
Dat alles kan je vinden op de website Taalrespect.be.
Ook de koppelingen in de lichtgroene rechterkolom verwijzen naar veel nuttige informatie.
Het websiteadres naar taalrespect.be is:
http://www.taalrespect.be/archives/category/reclame/
Omhoog
◊ Taalschrift

Tijdschrift over taal en taalbeleid
Het omvat een overzichtelijke home pagina, een onvoorstelbaar boeiende discussie bladzijde, een ontzettend interessante reportage pagina en een colofon. De afdelingen discussie en reportage brengen in een kadertje telkens een onderwerp met een tekstinzet en met een koppeling naar het volledige artikel of de reportage toe.
Bijzonder aanbevolen om in die webstek eens lustig te grasduinen.
http://taalschrift.org/
Omhoog
◊ Kent u de taalprof?
De taalprof legt zich toe op de grammatica van het Nederlands. Dat doet hij enkel in de virtuele omgeving van het internet. Je kan hem vragen stellen en hij zal die graag beantwoorden. Maar zijn anonimiteit geeft hij niet prijs. Niemand is tot dusver erin geslaagd hem te ontmaskeren en zijn naam te achterhalen.
Op 14 maart 2007 heeft hij nog een heel leuk verhaal over de "Il Codice Provenzano" op zijn blog geplaatst. Grammatica nostra is een verhaal om van te snoepen:
"Het boek schijnt de Italiaanse literaire wereld al op zijn kop gezet te hebben: Il codice Provenzano ("de Provenzano Code") van Salvo Palazzolo en Michele Prestipino, waarin de auteurs de talloze kleine briefjes beschrijven (de pizzini) waarmee mafiabaas Bernardo Provenzano (Binnu u Tratturi, "Bennie de Tractor") vanuit zijn onooglijke hoofdkwartier een machtige organisatie van gewetenloze criminelen leidde.
De briefjes waren gesteld in een geheimschrift, dat op het eerste gezicht nogal eenvoudig aandeed (ooit behandeld door Language Log), maar nu blijkt dat er veel meer achter zit. Het kan niet anders, of ook de Italiaanse linguisten hebben vuile handen. En hoe zit het in Nederland?" Voor het volledige verhaal zult u moeten doorklikken naar de weblog van de taalprof: http://taalprof.web-log.nl/
Omhoog
Omhoog
◊ Variatie in het Nederlands
In bewust Vlaams voelende kringen blijkt een toenemende zorg te bestaan over het uiteengroeien van het Nederlands in Vlaanderen en in Nederland en ook over een toename van het Verkavelingsvlaams in Vlaanderen ten overstaan van het Standaardnederlands.
In dat verband willen wij heel graag twee betekenisvolle teksten voorstellen, die de intuïtieve inzichten over deze taalproblematiek in ruime mate overstijgen en die zeker verdiepte en rationelere inzichten in de huidige situatie van het gebruik van het Nederlands kunnen aanreiken.
a) De tekst op de site van de Nederlandse Taalunie - Taalunieversum "Variatie in het Nederlands: eenheid in verscheidenheid" - Beleidsadvies opgesteld door de Werkgroep Variatiebeleid van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren (mei 2003) .
Voor die tekst klik op Taalunieversum "Variatie.."
b) 'Dit taalpolitieke standpunt is bij de openbare omroep vastgelegd in een Taalcharter (17 juli 1998) , dat tevens fungeert als een taalgebruikshandleiding voor alle omroepmedewerkers.' (zie a) blz. 9). De tekst van Het Taalcharter is on line bereikbaar onder http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalbeleid/taalcharter.shtml of in pdf http://vrttaal.net/extra/taalcharter.pdf
Van harte bevelen wij onze sitebezoekers aan om beide documenten onder a) en b) stevig door te nemen met het oog op eigen gedegen opinievorming en mogelijk met het oog op participatie aan de discussies rond deze problematiek.
Omhoog
De Stichting Nederlands
De Stichting Nederlands over zichzelf:
"In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels, zowel op universiteiten, bij bedrijven en elders in de samenleving. Hierdoor kun je op steeds minder plekken met het Nederlands uit de voeten, en dat is verkeerd. Onze doelstelling is daarom de devaluatie van het Nederlands tegen te gaan. Ook proberen wij waar gewenst onvertaald Engels te vernederlandsen."
Zij voert met grote hardnekkigheid strijd tegen de overspoelende golf van verengelsing in Nederland - met humor maar ook met een zeker cynisme. Er is heel wat belangwekkend nieuws over het gebeuren te lezen op haar site. |