Teksten
 

Speciale publicaties - teksten - voordrachten - activiteiten via koppelingen bereikbaar

Het VVA stelt er prijs op het intellectuele discours te bevorderen.
We publiceren hier naast informatieve teksten ook teksten die doen nadenken, die mogelijk reacties oproepen. Uw reacties zijn bij het VVA welkom via de rubriek "Mail ons" in het hoofdmenu onder Beter Vlaanderen.



Index:

De prestigieuze reeks “Toekomstverkenningen Richard Celis” ging van start -
VANDAAG VOORUITKIJKEN NAAR WAAR VLAANDEREN MORGEN VOOR STAAT

Verder gaande verengelsing van het hoger onderwijs via het integratiedecreet van de Vlaamse regering

Open brief over de standaardtaalnorm bij de VRT - 15 november 2011 en antwoord van de VRT

De hoorzitting in de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement van dinsdag 18 oktober 2011 over "Samen taalgrenzen verleggen" de conceptnota talenbeid minister Pascal Smet (22-7-2011): de beschikbare documenten

Taal in de klas. Het Standaardnederlands in onderwijsleersituaties - prof. em. dr. Frans Daems

De Nederlandse Onderwijsraad pleit voor een goed doordacht taalbeleid
in zijn Advies: "Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs"

Paneldebat "De voertaal in het hoger onderwijs" Gewestdag - Gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen Orde van den Prince zaterdag 26 februari 2011 Aalst

SYMPOSIUM BETER ENGELS OF BETER NEDERLANDS? - Taal in het hoger onderwijs met koppelingen naar de meest recente documenten betreffende de intenties voor de hervorming van het hoger onderwijs

Academische zitting "Het Nederlands bedreigd?" Brugge zaterdag 6 november 2010 - 15 u.

DE PROVINCIALE HOGESCHOOL LIMBURG (PHL) OVERTREEDT DE WET DOOR HAAR DEPARTEMENTEN ENGELSTALIGE NAMEN TE GEVEN

 

INDEX TEKSTEN

- Referentiële teksten


- Historia docet - Mattias Storme in 'Doorbraak' mei 2012
- 'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50
- Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin
- Dit is een opinieartikel - kijk maar even - Jochem van den Berg en Diederik Smit
- OCW wint Sofprijs. Lofprijs voor Herman Finkers - vanwege de Stichting Nederlands
- Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012
- Een waardecodex voor Europa - uit het essay van hoofdredacteur Hans Verboven uit het Jaarboek 2011 van het VVA
- Meertaligheid in het onderwijs - een Nederlandse invalshoek
- De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme
- Democratie: hoe is het mogelijk? - S.W. Couwenberg
- De humus voor de democratische flora - Over enkele randvoorwaarden van een politieke democratie - Boudewijn Bouckaert
- Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste
- Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain
- Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms
- De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers
- Intellectuelen en de politiek - Ludo Abicht

- Treffen van de bouwgezellen 1953-1962 - zoekactie naar hun adressen
- Grendel is een monster in Beowulf - 11-juli-toespraak van Jean-Pierre Rondas in het Stadhuis in Brugge op 10 juli 2011
- Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Jean-Pierre Rondas te Ieper op 1 juli 2011
- Rechtenopleiding in Brussel in twee talen: Nederlands en Frans 30-6-2011
- In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011
- Filosofie en maatschappelijk engagement - Herman De Dijn 3-2011
- Het establishment versus De Wever - column van Dirk Jan Eppink in NRC 18-1-2011
- Het nieuwe volkse conservatisme - Bas Heijne - 27 december 2010
- Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)
- Bologna: Bolognese?- 1-12-2010 Wouter Hessels
- De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010
- Solidariteit maakt een cultuur groot. 200 "artiesten" tegen Vlaams-Nationalisme en Vlaamse identiteit - 23 oktober 2010
- 150 JAAR MAX HAVELAAR
- Taalunie werd 30 - Dromen van culturele eenwording - 9 sept. 2010 - Kevin Absilis
- Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010
- De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum
- Suïcidale dialoog en rotte compromissen. Een politiek pamflet van Jean-Pierre Rondas - 8 juli 2010
- Onderhandelen met de duivel - ENKELE VUISTREGELS VOOR BART DE WEVER, Frank Fleerackers 21 juni 2010
- Het onfortuinlijke echtpaar in Strindbergs "Dodendans", Theodore Dalrymple 11 juni 2010
- België het negatieve model van Europa, David Rennie 8 juni 2010
- ’n Voorlopige verkenning van postapartheid Afrikaanse protesmusiek
- De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de 93-jarige Jan Verroken)
- 'De euro is ten dode opgeschreven' 27-02-2010 - Ellen CLeeren en Wouter Vervenne
-
Waartoe leidt de Maddens-doctrine?
- Een Vlaming bestaat wel. - Over Vlaamse identieit
- Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

-
Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit (20/7/2010)
-
"Samen grenzen verleggen voor elk talent" - de beleidsnota 2009-2014 van minister Pascal Smet van onderwijs
- Uitdagingen voor hoger onderwijs. - Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel 1 oktober 2009
- Mensen doen schitteren - Eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs (14 september 2010)
- De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen
- Dossier hervorming middelbaar onderwijs - maart 2009

-De internationalisering van de Universiteit Maastricht is al lang begonnen

-Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten(sept. 2009)
- De afscheidsrede van president Barack Obama van de overleden Senator Edward Kennedy 29-8-2009
-
De roman die de crisis voorspelde -
Wouter van Driessche
-De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009

-
Onderwijsomkadering vanuit het Ministerie van Onderwijs - Werp een blik achter de schermen van Klasse TV Klasse (24-6-2009)

-
Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie
Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009

-
De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans
-
Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

-
Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme
-
Boekpublicatie: "De worsteling met de moderniteit - Pleidooi voor een esthetische levensbeschouwing" Jaak Peeters

-
De inauguratietoespraak van Barack Obama
-
De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex7-1-09
-
De nieuwe crisis is er een van de rechtsstaat 19-12-2008
-
Vlaanderen en Wallonië op TV Nederland 2 reportage
- Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen? Herman Pleij - Pacificatielezing 2008
- Natuurlijk discrimineer ik. Zoals iedereen. Henk Rijkers in interview met Theodore Dalrymple n.a.v. zijn nieuw boek 'Leve het vooroordeel'.

- Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk
-
Solidariteit - Eric Ponette
- Een foute visie op taal.
TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT 3-4 mei 2008

- Keulen op spokenjacht
MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET 6 mei 2008

- Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008
- Engelstalig overzicht Vlaamse krantenartikels voor buitenlanders
- Benelux
- In België ontbreekt elke vorm van gezamenlijke cultuur en waarden
- Duitse pedagoog en filosoof Winfried Böhm over opvoeding: ‘Vrije solidaire mens moet centraal staan’
- De universiteit in beweging - Geïntegreerd strategisch plan voor de K.U.Leuven 2007-2012
- De universiteit in spreidstand
- De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
- Vlaams Witboek als inspiratiebron voor communautair debat "Waarom meer Vlaanderen?" Thuispagina website Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Het Vlaamse taallandschap verschraalt - Essay van prof. em. dr. Johan Taeldeman, taalkundige + commentaar Ghislain Duchâteau
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: De macht van het getal
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: Een beetje gemakzuchtig
- Dalrymple of het verraad van de elite
- Gewoon de 'file' blijven 'saven' - interview met prof. em. A. de Swaan over het wereldtalensysteem, het Engels, de integriteit van het Nederlands
- De pagina Boekbesprekingen op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Andere actuele teksten en initiatieven op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV)


- Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs

- Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012
- Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie 28 november 2011
- 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011
- Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klaassen in De Groene Amgerstammer 25-10-2011
-
Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011
-
Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats!
- De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen
- Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands - Arno Schrauwers 13-7-2011

- De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels.

- Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er een kritische nabeschOUWing aan toe
- August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent - openingsdebat op dinsdag 23 november 2011: verengelsing van het hoger onderwijs - De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
Gita Deneckere 22-11-2010

- Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010
- Taalgebruik Hoger Onderwijs 2010 - Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs - opinie KANTL
- Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010
- Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese
- Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens
- De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement
- Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs 15-9-2009
- Herinvoering Nederlands aan de universiteiten
- Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs
- Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs
- Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince
- Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
- Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

- Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008

- Leuven Engels ?
- Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld.

- Uitdaging, fait accompli of blessing?
-
Een vals dilemma
- Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs
-
De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008
- Het neoliberalisme spreekt Engels - DE TAAL IS GANS DE WETENSCHAP, Marc Reynebeau 19-1-2008
- Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese .12-2010
- De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG
- Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief, Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs.
- Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

- Ananasengels
- 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…

- "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"


De prestigieuze reeks “Toekomstverkenningen Richard Celis”
ging van start

VANDAAG VOORUITKIJKEN
NAAR WAAR VLAANDEREN MORGEN VOOR STAAT

Op weg naar 2020 staat Vlaanderen zonder twijfel voor nogal wat uitdagingen. Om er maar enkele te noemen: culturele identiteit verzekeren in een omgeving die steeds sterker internationaliseert en in goed nabuurschap met Nederland de globaliserende wereld tegemoet treden, politieke autonomie laten sporen met een almaar dwingender Europese sturing, onze hoge levensstandaard bewaren in een onzekere wereldeconomie, sociale samenhang stimuleren en verzoenen met toenemende diversiteit en individualisering…

Een nieuw vijfjarenproject gaat de toekomst verkennen met o.a. een prestigieuze reeks lezingen.
Een aantal Vlaamse verenigingen zoals de Beweging Vlaanderen-Europa, de Marnixring Internationale Serviceclub, Pro Flandria, het netwerk van Vlaamse ondernemers en academici, en de Vlaamse Volksbeweging nemen samen het initiatief voor de realisatie van het project. Zij geven het de naam mee van meester Richard Celis uit waardering voor zijn levenslang engagement om de Vlaamse emancipatie vanuit variërende platformen te actualiseren.

Richard Celis' dankwoord
op 12 mei 2012

Het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) steunt voluit dit initiatief.
Doen dat ook: Davidsfonds - vtbKultuur - Orde van den Prince - Hollandse Club Antwerpen -
Algemeen-Nederlands Verbond - Vlaams Geneeskundigen Verbond - Comité Buitenlands Cultureel Beleid Vlaanderen-Nederland

De “Toekomstverkenningen Richard Celis” openden op zaterdag 12 mei 2012 met een conferentie die
“De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa” tot onderwerp heeft.

 


PROGRAMMA


De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa

12 mei 2012  10 u. Aula Rector Dhanis van de Universiteit Antwerpen

Introductie door de conferentievoorzitter:
Jan de Groof (hoogleraar Europacollege Brugge en Universiteit Tilburg)

Visie:
Han Entzinger (hoogleraar integratie- en migratiestudies Universiteit Rotterdam)
Luc Devoldere (hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder Ons Erfdeel vzw)

Interventies, bevraging en commentaar vanuit een panel:
Etienne Vermeersch (emeritus hoogleraar Universiteit Gent)
Frits van Oostrom (hoogleraar Universiteit Utrecht)
Annick Schramme (hoogleraar Universiteit Antwerpen)
Rik van Cauwelaert (strategisch directeur Knack Magazine)

Repliek en beleidsopties:
Kris Peeters, minister-president van Vlaanderen
Henne Schuwer, Nederlandse ambassadeur in  België

Dankwoord door mr. Richard Celis en afsluitende receptie



Enkele verslagnotities bij de beleving van het colloquium van zaterdag 12-5-2012

Luc Devoldere
Han Entzinger
Etienne Vermeersch
Frits van Oostrom
Annick Schramme
Rik Van Cauwelaert


Meer dan 500 aanwezigen hadden zich aangemeld voor dit colloquium als inzet van het project dat de naam Richard Celis draagt. De aula Rector Dhanis was dan ook volledig gevuld bij de aanvang. Het was blijkbaar een “hoogmis” voor de intellectueel ingestelde bewuste Vlaming die het goed meent met onze cultuur en onze taal binnen het Europees bestel.

In de eerste hoofdlezing herinnerde de Rotterdamse prof. Entzinger aan enkele welbekende thema’s rond cultuur en taal binnen Nederland en Vlaanderen. Vooral de immigratieproblematiek en hoe ermee om te gaan kreeg zijn aandacht. Is de multiculturaliteit nu toch volkomen mislukt of is dat niet echt zo? Wij hebben alleszins baat bij een goed doordachte economische samenwerking van Nederland en Vlaanderen omwille van gemeenschappelijke belangen.

Luc Devoldere van Ons Erfdeel greep heel concreet in op de verhouding van Nederland en Vlaanderen op sociaal en cultureel gebied. Er zijn wel heel wat geïnstitutionaliseerde samenwerkingsinstanties als de Nederlandse Taalunie, het Cultureel Verdrag, de huizen De Brakke Grond in Amsterdam en De Buren in Brussel e.a. maar het valt toch te betreuren dat de bevolkingen van beide landen geen hechte verbanden met elkaar hebben. De cultuur verschilt in Nederland met die in Vlaanderen. We kijken te weinig naar de respectieve televisiezenders uit beide gebieden. Nederlanders lezen De Standaard en De Morgen niet en de Vlamingen lezen de NRC en de Volkskrant te weinig.
Een hecht verband ontbreekt. Toch is daar de gemeenschappelijke taal, het Nederlands, dat ons verbindt. Devoldere was de eerste van een reeks van vier sprekers op het colloquium die de bedreiging van oververengelsing van ons hoger onderwijs aankaartte. Voor zijn neus weg in het aanschijn van de minister-president van Vlaanderen, de rector van de Antwerpse universiteit en de Nederlandse ambassadeur in België stelde hij dat als een universiteit verder volledig wil verengelsen, zij haar euthanasie voorbereidt.

Ook Etienne Vermeersch die wat overbodig de begrippen cultuur nog eens aanreikte wees op de tendens van oververengelsing van ons hoger onderwijs. Vooral onderstreepte hij het risico dat er opnieuw een fatale kloof kan ontstaan tussen een quasi Engelstalige intellectuele elite en de Nederlandstalige volksgemeenschap. Zijn waarschuwing voor de verdringing van het Nederlands lokte spontaan een eerste hartelijk applaus uit bij het heel attente publiek in de zaal.

De middeleeuwenkenner prof. Frits van Oostrom ging meteen de taaltoer op. In de middeleeuwen en later was het Latijn de ‘lingua franca’ voor de intellectuelen met al de voordelen daarvan, maar uit studies blijkt dat ook dat wat te relativeren valt en dat ook de beheersing van het Latijn onder de gebruikers van die taal niet zo keurig was als we konden veronderstellen. Daartegenover stelde hij de grote betekenis van het gebruik van de volkstalen voor de intellectuele communicatie binnen de volksgemeenschappen.
Gelukkig maar dat Dante Alleghieri die zijn traktaten in het Latijn schreef, zijn Divina Commedia in het Toscaans Italiaans publiceerde. Ook Van Oostrom kreeg ruime bijval.

Annick Schramme ging in op het thema van de immigratiebeweging in Europa. Zij pleitte in haar betoog vooral  voor inter-culturaliteit in plaats van multiculturaliteit.

Rik Van Cauwelaert hield het bij een beschouwing rond de betekenis van het Nederlands voor het hoger onderwijs. Ook hij laakte in directe en niet mis te verstane bewoordingen de verengelsing van ons hoger onderwijs. Ook hij oogstte met een ruim applaus opvallend veel bijval vanuit het aanwezige publiek.

Minister-president Kris Peeters herhaalde nog eens duidelijk de toekomstgerichtheid van de Vlaamse regering voor de ontwikkeling en de culturele ontplooiing van Vlaanderen binnen Europa. Blijkbaar had hij de duidelijke signalen zowel van Devoldere, van Vermeersch, van Van Oostrom en van Van Cauwelaert over de verengelsing van ons hoger onderwijs opgevangen en eindigde hij zijn korte toespraak met wat meesmuilend te stellen dat hij daarover toch nog eens met zijn minister van onderwijs Pascal Smet zou moeten spreken. Meent hij het of was het enkel een oratorisch quasi welwillend statement naar het publiek toe? Wij wensen hartstochtelijk dat hij het echt meende en dat hij effectief ruimte creëert voor een herziening van het ontwerp voor taalregeling in het hoger onderwijs zoals die nu wordt voorgesteld in het integratiedecreet van de Vlaamse onderwijsminister.

Het herhaald welgemeend applaus voor uitspraken van de sprekers
getuigt ook welsprekend van de aanwezigheid van een degelijk platform voor handhaving en ondersteuning van het Nederlands in het hoger onderwijs bij een ruim, bewust Vlaams intellectueel publiek.

De Nederlandse ambassadeur in België Henne Schuwer, die voor ontslagnemend minister-president Rutte het woord nam, onderstreepte de diepe emotionele verbondenheid o.m. van het Nederlandse vorstenhuis rond de gemeenschappelijke ramp met de autobus in Zwitserland waarbij ook een tiental kinderen uit Nederland omkwamen.

Het colloquium bevatte bijzonder veel denkstof. Wij hebben hier wat verslagnotities bijeen geschreven die uiteraard en welbewust wat subjectief gekleurd zijn. Wij twijfelen er echter aan of de intellectuele materie voldoende ver reikt en voldoende diepgang heeft om er later een publicatie aan te besteden. Het talrijk opgekomen publiek heeft er alleszins blijkbaar erg van genoten. Er blijft gelegenheid genoeg tot postreflectie over dit colloquium zeker als de opgenomen toespraken in verslagvorm vlug worden vrijgegeven. Volgend jaar hopen wijzelf er alleszins weer bij te zijn.

Ghislain Duchâteau

***

Toekomstverkenningen Richard Celis gestart

Sporen trekken in het belang van Vlaanderen

’t Pallieterke – 16 mei 2012

Vorige zaterdag vond in de Aula Rector Dhanis van de Universiteit Antwerpen een conferentie plaats over “De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa”. Veel schoon volk achter de microfoons, en in de zaal een kleine vijfhonderd man. We vatten enkele uitspraken samen.

De links-liberale Han Entzinger, een D’66’er, had het over de spanning tussen mono- en multiculturaliteit. Entzinger kronkelde via links-liberale lijnen, koud en warm. Veel migratie? Moeten we mee leven. Veel internationalisering? Jeugd en media vinden dat hip, dus no problem. Almaar meer Engels? Tja, so what? Entzinger vertoefde vrij lang in algemeenheden: cultuur is geen statisch gegeven, cultuur en taal vallen niet noodzakelijk samen, er zijn opvallende verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. Een lange opwarming…

Een rationele Luc Devoldere (hoofdredacteur van Ons Erfdeel) kon niemand in de zaal meer boos krijgen toen hij de Groot-Nederlandse gedachte, toch zeker in haar politieke aspiraties, bij wijze van spreken dood verklaarde: “Een gemeenschappelijk draagvlak voor een hereniging in de toekomst is er niet.” De mythe van gezamenlijkheid, een interessant uitgangspunt ten tijde van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, heeft die bewogen periode niet overleefd. Maar ook de mei-68’ers kregen hun verhaal niet rond. Zij hebben de kracht van identiteit onderschat. De nationale staat blijft ook vandaag nog de eerste solidariteitskring. En pleiters voor verregaande Europese integratie stoten op tegenwind. De EU is Europa niet… Diversiteit, ook taaldiversiteit, moeten we leren aanvaarden. Het Engels hoeven we niet te bevechten, maar bijna 23 miljoen Nederlandstaligen moeten zich niet laten opzijzetten. Bovendien is onze meertaligheid een troef. Universiteiten die verengelsen organiseren hun eigen euthanasie… Goed dat de desinteresse van Nederland voor Vlaanderen heeft plaatsgemaakt voor een ruimere belangstelling voor Vlaamse auteurs, artiesten en cultuur. De banden die er zijn (Taalunie, Benelux, regionale clusters, Brakke Grond, De Buren…) moeten we blijven versterken, niet als één volk, maar als een soort latrelatie. “Zet de kanalen open tussen noord en zuid, dat stimuleert de bloedsomloop.”

Applaus

Etienne Vermeersch ging met veel zin voor synthese en veel minder tijd dieper in op het thema van de dag: wat is cultuur (alles wat de mens van dieren onderscheidt: gedragspatronen, vaardigheden, materiële en immateriële producten van menselijke activiteit, instituties…), wat is identiteit (gelijkheid en gemeenschappelijkheid van taal, opleiding, onderwijs, godsdienst, media, denkbeelden…)? De ochtendvergadering schoot wakker bij zijn felle uithaal naar de verengelsing: wie in Engelstalige gebieden is geboren, staat altijd vooraan, en dat is discriminatie. Applaus op heel veel banken. Maar naast de identiteit staat de individuele vrijheid: “Het is niet omdat mijn ouders moslim zijn dat ik het ook moet zijn.”

De Nederlandse hoogleraar Frits van Oostrom relativeerde één en ander: het Latijn was in Europa eeuwenlang een bindmiddel. Universiteiten waren vroeger veel “internationaler” dan ze vandaag zijn. De gemeentebestuurders van Antwerpen bijvoorbeeld, hadden gestudeerd in Padua, Heidelberg en nog veel meer locaties buiten de Nederlanden. Dat betekende niet het einde van de volkstaal en de volkscultuur, integendeel. Moedertaal is altijd krachtiger dan een ingestudeerde vadertaal.

Annick Schramme kreeg haar verhaal in enkele minuten niet echt uitgelegd. Ze maakte het zich met veel wolligheid niet makkelijk. Dat studentenbeurzen vooral in trek zijn als ze Erasmusstudenten begeleiden naar “zonnige landen”, deed sommigen de oren spitsen. Had ze dat nu eens wat kordater geanalyseerd, dan hadden politiek correcte lui toch enig gewicht op de teen gevoeld.

Ook Rik van Cauwelaert (Knack) moest vechten tegen de klok. De kern van zijn verhaal was duidelijk: stop de verengelsing van onze universiteiten. Zoals de euro niet automatisch tot eenmaking van Europa leidt, zal de verengelsing van ons hoger onderwijs dat ook niet doen. Rectoren die ons voorhouden dat ze alleen zo “briljante studenten” binnenhalen, dromen. Verengelsing staat voor (30%) kwaliteitsverlies. Paniek is niet nodig, want in België heeft het Nederlands zelfs de ergste (francofone) druk overleefd, maar al onze scholen zouden de behoeders moeten zijn van onderricht in eigen taal. Wordt de taalvaardigheid van de Vlamingen dan ten onrechte geprezen? Ook zonder Engelstalige opleiding veroverden onze knapste koppen met gemak het buitenland. Niet de taal bepaalt het succes van een universiteit, wel de aanwezigheid van topacademici. Applaus.

De Nederlandse ambassadeur Henne Schuwer (de Nederlandse premier heeft met de komende verkiezingen wel iets anders aan het hoofd) herinnerde eraan dat cultuur, net zoals defensie, ook in de EU blijft behoren tot de nationale beleidsdomeinen. Loopt er iets fout, dan is het onze eigen schuld.

Vlaams minister-president Kris Peeters vond meteen de juiste toon: “Ik moet dringend eens gaan praten met onze minister van Onderwijs!” (Pascal Smet – red.). Applaus! Peeters herhaalde zijn uitgangspunten: passie voor de Vlaamse zaak, meer bevoegdheden voor een vandaag volwassen Vlaanderen, geen gêne over identiteit van kleine entiteiten (“Hoe kleiner het binnenland, hoe ruimer het buitenland.”), meer overleg en samenwerking met zijn Nederlandse collega Rutte, ook over de thematiek die in de Antwerpse aula centraal stond: identiteit (in een groter geheel), waakzaamheid en permanente dialoog inzake taal en cultuur, samenwerking binnen de zevende grootste taalgroep van de EU. “Projecten zoals deze conferentie moeten zeker worden voortgezet.”

De conferentie van zaterdag was de eerste activiteit in de reeks “Toekomstverkenningen Richard Celis”. Vlaanderen staat voor een groot aantal uitdagingen (culturele identiteit versus internationalisering, politieke autonomie versus Europese sturing, onze levensstandaard in een onzekere wereldeconomie, sociale samenhang versus diversiteit en individualisering). De reeks van Vlaanderen-Europa wordt een vijfjarenproject (publicaties en debatten), georganiseerd in samenwerking met Marnixring Internationale Serviceclub, Pro Flandria en de VVB. Het initiatief kreeg de naam mee van erenotaris Richard Celis, “uit waardering voor zijn levenslang engagement om de Vlaamse emancipatie vanuit variërende platformen te actualiseren”. Peeters zei niet voor niets dat Celis met zijn initiatief “sporen heeft getrokken in het belang van Vlaanderen”.


***


Elk jaar focussen op een thema

Na deze conferenties krijgen de toekomstverkenningen verder vlees en bloed in een bevruchtend samenspel van wetenschappelijke publicatie en publiek debat op academisch niveau.

De organisatoren zullen o.a. master- en doctoraatstudenten uitnodigen om een scriptie samen te stellen rond een jaarthema. Een jury van universiteitsprofessoren selecteert de winnende inzending. De laureaat krijgt de gelegenheid zijn of haar bevindingen publiek voor te stellen op een conferentie die verder gestoffeerd wordt met lezingen en een paneldiscussie rond het thema. De resultaten worden aan het ruimere publiek gepresenteerd in boekvorm.

In 2013 staat de vraag centraal welk staatkundig concept het meest aangewezen is voor Vlaanderen om zich op de best mogelijke manier te kunnen ontwikkelen in het Europa van 2020. De volgende twee jaar zullen focussen op de thema’s economie, tewerkstelling en sociale zorg, milieu, migratie en mobiliteit.

Voor meer informatie kan u terecht op het secretariaat per adres Beweging Vlaanderen-Europa vzw
tel: 03-238 20 02 | e-post: secretariaat@vlaandereneuropa.eu | www.vlaandereneuropa.eu

Naar boven

 

Verder gaande verengelsing van het hoger onderwijs via het integratiedecreet van de Vlaamse regering

Het voorontwerp van het integratiedecreet werd op 23 maart 2012 door de Vlaamse regering voor de tweede keer goedgekeurd.

Hier is de actuele informatie daarover.



Na adviezen van Vlor, SERV en VRWI en na afloop van de onderhandelingen in het VOC-HO, heeft de Vlaamse regering op 23 maart 2012 het voorontwerp van Integratiedecreet voor de tweede maal goedgekeurd. Op 23 december 2011 had ze al haar principiële goedkeuring gegeven. Het voorontwerp regelt de integratie van de academiserende hogeschoolopleidingen in de universiteiten en regelt de oprichting van de Schools of Arts aan de hogescholen.
Het voorontwerp omvat ook wijzigingen aan de taalregeling, regelt de rechtspositie van het personeel en de financiering van de hervormingsoperatie. Het voorontwerp is ondertussen voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het is de bedoeling dat het voor het zomerreces aangenomen wordt door het Vlaams Parlement.
De bespreking in het Vlaamse Parlement wordt verwacht na ontvangst door de Vlaamse regering van het Advies van de Raad van State tussen 31 mei en 4 juli 2012. Stemming ten laatste op 4 juli.

Uit de contacten die wij tot dusver hadden, blijkt dat er tussen de politieke partijen keihard is onderhandeld over de grens heen van de scheiding tussen de meerderheid en de oppositie. De meerderheid heeft de minderheidspartij VLD nodig om tot een goedkeuring te komen met tweederde van de stemmen. Daarvan heeft die partij gebruik gemaakt om haar wil het hoger onderwijs zo verregaand mogelijk te verengelsen op te dringen. Andere partijen beweren dan weer dat er nieuwe grendels werden ingebouwd die tot ontmoediging moeten leiden voor de hogere onderwijsinstituten om Engelstalige cursussen te organiseren.

(Bron: Beslissingen van de Vlaamse regering van 23 maart 2012)

* Op de webstek van de afdeling Hoger onderwijs kunt u de belangrijkste documenten van het integratiedossier raadplegen.

Hier is  de correcte koppeling naar de website van het Onderwijsministerie - afdeling Hoger onderwijs:

http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/integratie/default.htm

* Op die pagina staat in het kadertje bovenaan de tekst van het voorontwerp van decreet en de memorie van toelichting in twee pdf-documenten versie 23 december 2011.

Voorontwerp van decreet betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten

Memorie van toelichting

Die pagina bevat ook acht documenten uit dat integratiedossier

* In de tekst van het voorontwerp tot integratiedecreet vinden wij hoofdstuk 3 “Wijziging in de taalregeling”. Dat zijn de artikels 47 tot en met 68.
Vanaf oktober 2010 circuleerde een eerste versie van die tekst. Ten opzichte van die eerste versie is de tekst gewijzigd op bepaalde punten. Een derde versie sluit bij de versie van 23 dec. 2011 aan.

De Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA volgt de evolutie op de voet.
Op het passende moment zal de Werkgroep een weloverwogen en treffende reactie uitbrengen op de huidige tekst rond de nu voorziene taalregeling.

De Vlaamse regering stuurt na de ingewonnen adviezen en na een tweede goedkeuring de ontwerptekst naar het Vlaamse parlement waar het in de eerste plaats tot een beslissende behandeling komt binnen de Commissie Onderwijs en Vorming. Daarna beslist uiteindelijk de plenaire zitting van het Vlaamse Parlement. We verwachten deze parlementaire procedure na ontvangst van het Advies van de Raad van State tussen 31 mei en 4 juli 2012.
4 juli is de laatste dag dat er daarover kan worden gestemd voor het zomerreces.

_________________

Gemandateerd door het Dagelijks Bestuur van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en ondersteund door de Werkgroep Taal & Onderwijs van het VVa en de Werkgroep Taal van het OVV hebben wij na een kritische benadering van de ontwerptekst een synthesetekst geschreven voor zo ruim mogelijke verspreiding met onze kijk op het decreet dat gelegaliseerd zou worden.

Van taalbescherming naar taalverdringing

Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) is bezorgd over de evolutie van het voorontwerp van decreet inzake de taal in het hoger onderwijs en vraagt aan de onderwijsverantwoordelijken om zich over het thema grondig te bezinnen en aan de politici om het voorontwerp  aan te passen op essentiële punten.

Het begin oogt nochtans mooi.
Eén van de eerste artikels van het voorontwerp van decreet over taal in het hoger onderwijs, goedgekeurd door de Vlaamse regering op 23.12.11 en 23.03.12, luidt: “De onderwijstaal in de hogescholen en universiteiten is het Nederlands”.

Naarmate men echter het hele stuk doorworstelt, valt men van de ene onaangename verrassing in de andere:

° In de bachelors zullen tot 18,33 % van de vakken per opleidingsjaar, en in de masters zelfs tot 50 % van de vakken, kunnen worden verengelst. Het nog steeds geldende decreet van 2003 voorziet als limieten voor de bachelors 10 % en voor de masters “in beperkte mate”.
Dat 25 % van de vakken in de masters in het Engels zou gedoceerd worden, is aanvaardbaar: daardoor kan de doelstelling om de studenten vertrouwd te maken met de internationalisering even goed bereikt worden als met 50 %.

° Studenten, die hun opleiding voortaan volledig in het Nederlands willen krijgen, worden verwezen naar slechts één plaats binnen de Vlaamse Gemeenschap. Dat is antidemocratisch.
Studenten moeten het recht behouden om in elke instelling hun curriculum in het Nederlands te doorlopen.

° Vakken kunnen volgens de tekst in het Engels gedoceerd worden vanaf het eerste bachelorjaar. Dat is een bijkomende hindernis voor de sociaal zwakste groepen en vele allochtonen, bij wie de verwerving van een voldoende hoog niveau van het Nederlands voor hogere studies al een eerste obstakel vormt.
De verwijzing van Engelstalige vakken  naar het derde bachelorjaar is aanvaardbaar.

° Het recht om examen af te leggen in het Nederlands wordt verder ingeperkt dan in het huidige decreet van 2003, waarin slechts een uitzondering wordt gemaakt voor vakken die een andere taal tot voorwerp hebben en vakken die worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs.
Wij wensen dat dit recht, zoals in het decreet van 2003, behouden blijft.

° Ook voor de postinitiële opleidingen (“bachelor na bachelor”, “master na master”, postgraduaat, permanente vorming, nascholing en bijscholing) moet het principe gelden dat het Nederlands de onderwijstaal is. Anderstaligheid is slechts aanvaardbaar als de meerwaarde daarvan en de functionaliteit voor de opleiding blijkt uit de expliciet gemotiveerde beslissing van de inrichtende hogere onderwijsinstelling.

Besluit:

Ons pleidooi voor het behoud van het Nederlands in het hoger onderwijs is gebaseerd op de bezorgdheid voor de kwaliteit van de kennisoverdracht en op onze sociale bekommernis. En verder op onze vrees voor verschraling van het Nederlands als wetenschapstaal, met cascade-effect naar het secundair onderwijs, en op het EU-principe “eenheid in verscheidenheid”.

Wij wijzen een beperkte invoering van het Engels, om de studenten beter voor te bereiden op de internationalisering, niet af. Doch wij verwerpen de verregaande verengelsing die mogelijk wordt door het voorontwerp van decreet.

Om die redenen stellen wij een aantal alternatieven voor. Indien daarop niet wordt ingegaan, wordt het huidige decreet van 2003 beter behouden. Wie zijn taal onvoldoende respecteert, verliest een belangrijk element van zijn identiteit. Zijn de onderwijsverantwoordelijken van onze hogere onderwijsinstellingen zich wel bewust van de waarde en de draagkracht van het Nederlands voor hun onderwijs? Worden onze politici de ondergravers van onze taal in het komende debat in het Vlaams Parlement?

Namens Robrecht Vermeulen, OVV-voorzitter,

Eric Ponette en Ghislain Duchâteau, afgevaardigd door het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) voor het dossier “ Taal Hoger Onderwijs”

3 mei 2012 

Contact : eric.ponette@skynet.be en ghislain.duchateau@telenet.be

____________

Eén van de officiële adviesorganen is de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR). Hij bracht over het ontwerp van integratiedecreet in het algemeen positief advies uit op 14 februari 2012, maar had fundamentele bezwaren tegen de taalregeling: ze gaat niet vér genoeg!! We citeren:

"Taalversoepeling: te weinig garanties
De Vlor heeft fundamentele bedenkingen bij de taalregeling. Hij vraagt de overheid met aandrang om die opnieuw te bekijken. Als ze behouden blijft, is er geen sprake meer van de door de Vlor gesteunde versoepeling. Meteen rijst dan de vraag of we de bestaande regeling niet beter kunnen handhaven. De ontelbare controlemechanismen verhogen de planlast voor de instellingen gevoelig. De complexiteit van de regelgeving, de onduidelijke definities en de inconsequenties zetten de haalbaarheid van de regeling op de helling. De Vlor vreest dat ze onuitvoerbaar zal blijken en dat de zogenaamde versoepeling eigenlijk neerkomt op een verstrenging. In het voorontwerp wordt te weinig beseft dat (kwalitatieve) anderstalige opleidingen een meerwaarde zijn voor de student, het personeel en de instellingen, vooral in de huidige internationale context."

Ook wij willen de betaande regeling handhaven als de verregaande verengelsing in het ontwerp van het decreet behouden blijft.

G.D.

Naar boven


Open brief over de standaardtaalnorm bij de VRT - 15 november 2011 en antwoord van de VRT

Aan de Vlaamse Radio en Televisie (VRT)

Mevrouw Sandra De Preter, gedelegeerd bestuurder van de VRT
De Heer Voorzitter en de Leden van de Raad van bestuur van de VRT
De Heer Ruud Hendrickx, taaladviseur van de VRT
De Leden van de Werkgroep die een nieuw taalcharter voorbereidt
Alle verantwoordelijke medewerkers van de VRT

met kopie aan Mevrouw Ingrid Lieten,
Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding

met kopie aan de heer Pascal Smet,
Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel



Open brief  aan de VRT


Ons verrukkelijke Standaardnederlands is dé norm en moet dé norm blijven bij onze openbare omroep

Woorden wekken, voorbeelden trekken: de openbare omroep moet verstaanbaar zijn voor iedereen. Het taalgebruik van de openbare omroep is  ook van uitzonderlijk belang voor de taal- en attitudevorming van jongeren in en door het onderwijs. Die algemene verstaanbaarheid en die voorbeeldfunctie voor jongeren zijn er alleen door taal te gebruiken die voldoet aan de officiële norm, het Standaardnederlands.


Laten we niet aan de kant blijven staan, maar samen van wal steken om het Standaardnederlands binnen de VRT als norm aan boord te houden en niet alleen tijdens de nieuwsuitzendingen.
Van alle medewerkers van de VRT mag verwacht worden dat zij in de uitzendingen in overeenstemming met het bestaande Taalcharter ons verrukkelijke Standaardnederlands in zijn gaafste vorm en op doeltreffende wijze blijven hanteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de VRT om dat te beslissen. Dat is onze boodschap. Dat wensen wij.


Het Verbond der Vlaamse Academici is met deze redenering in goed gezelschap.

Ruth Joos schreef op 31 oktober jl. in De Standaard een schitterende column ‘Taal overboord?’ Aanleiding was het op de VRT-taaldag aangekondigde nieuwe Taalcharter. Daarin maakt de VRT haar intentie duidelijk om binnen de standaardtaal variatie toe te staan. Ruth Joos vraagt zich af: “Als de VRT de liefde voor taal al niet meer als het allerhoogste goed beschouwt, waar moet je het virus [van een verrukkelijke standaardtaal als een besmettelijke ziekte] dan nog oplopen?”

Prof. Ludo Beheydt sloeg op de VRT-taaldag nagels met koppen: “Is het juist voor de achtergestelde groepen in onze maatschappij niet belangrijk dat zij in de media in contact kunnen komen met de algemeen geaccepteerde standaardtaal, die ook hun de mogelijkheid biedt om optimaal talig te functioneren in de maatschappij? Is de keuze voor een acceptatie van ‘wilde variatie’ niet veel sterker maatschappijbevestigend? Immers, de vertrouwdheid met de standaardtaal biedt ook vandaag nog de beste doorstijgkansen, zowel voor dialectsprekers als voor nieuwkomers met een andere thuistaal? Het valt mij trouwens op dat de ontkenners van het belang van de standaardtaal hun pleidooi zelf wel steevast in diezelfde verketterde standaardtaal houden, wellicht omdat ze beseffen dat hun stem alleen ruimschalig gehoord wordt als ze in die standaardtaal te horen is.”

Minister Ingrid Lieten kwam verrassend uit de hoek op diezelfde VRT-taaldag: “Er zal altijd nood zijn aan een overkoepelende taal, een Standaardnederlands dat de norm moet zijn. De VRTR heeft daar een uitgesproken taak. De VRT is immers gemeenschapsbindend. Het Standaardnederlands is het eerste visitekaartje om onszelf te presenteren. Elke dag moeten we van de VRT lessen krijgen in correct taalgebruik.”

Mia Doornaert zei even later: “Het is vandaag moeilijk voor NT2-mensen om Nederlands te leren. Ze kunnen niet eens naar een Vlaams feuilleton kijken.”

Alle teksten en filmpjes van de VRT-taaldag zijn terug te vinden op http://www.vrt.be/taal/taalbeleid    

Minister Pascal Smet in de inleiding van zijn talenbeleidsnota ‘Samen taalgrenzen verleggen’ (22 juli 2011): “Een rijke kennis van het Standaardnederlands als standaardtaal blijft ook in deze nota de eerste prioriteit.  …  We zetten daarom in op de competenties van de school om de ambitie van een rijke kennis van het Standaardnederlands een centrale plaats in een talenplan te geven, op de competenties van alle leraren om rijk Standaardnederlands te hanteren in de omgang met de kinderen, en op het creëren van stimuli voor taalarme en anderstalige kinderen om zoveel mogelijk en zo vroeg mogelijk actief met het Standaardnederlands in aanraking te komen.”

Frans Daems, didacticus Nederlands en taalkundige (UA) (5 november 2011):  “Als we willen dat jongeren de standaardtaal niet alleen goed verwerven, maar dat zij er ook van doordrongen worden in welke formele en ook minder formele situaties de standaardtaal op haar plaats is en goed bruikbaar, dan moet de VRT de jongeren in en door allerlei programma’s voorbeelden van ‘good practice’ aanbieden. Dat geldt voor de nieuwsjournaals of Ketnet, maar dat is absoluut niet genoeg, het moet ook gelden voor een zeer groot aantal programma’s zoals Vlaanderen Vakantieland, sportprogramma’s enz. De basisgedachte hierbij is van leerpsychologische aard: taalleren en vorming van taalattitudes vinden in belangrijke mate plaats door en dankzij het taalaanbod in allerlei situaties en contexten.”

Wilfried Vandaele (Vlaams Volksvertegenwoordiger – Vicevoorzitter Vlaams-Nederlandse Interparlementaire Commissie bij de Nederlandse Taalunie) was  heel duidelijk in zijn persbericht van 28 oktober jl.:Duizenden buitenlanders en nieuwkomers bij ons doen hun best om onze standaardtaal te leren. Maar als ze de tv of de radio aanzetten, begrijpen ze sommige dingen vaak niet. Dat is een schande! Laten we dus alstublieft ophouden met het gezeur over ‘tussentaal’ en ‘varianten’ en eindelijk proberen via de openbare omroep een heldere standaard neer te zetten !“

Tijdens de hoorzitting over de Nederlands-Vlaamse samenwerking in het Vlaams Parlement op 23 juni zei Luc Devoldere, afgevaardigd bestuurder van Ons Erfdeel, over de vervagende norm: “Het typisch Vlaamse probleem is dat die tolerantie er kwam op een moment van nog altijd zeer zwakke standaardisering.” Hij vindt dat een cultureel probleem van de eerste orde en roept dan ook de overheid, het onderwijs en de media op om hun rolmodel niet te verwaarlozen.

Heel recent koos ook de eerbiedwaardige Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde uitdrukkelijk voor de verdediging van de ‘standaardtaal’. Ze schrijft letterlijk: “Het is de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.” En ze voegt er meteen het volgende aan toe dat ook de media viseert, namelijk: “Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.”
De academie is ervan overtuigd dat de standaardtaal haar ‘rechtmatige plaats in de openbare ruimte moet blijven behouden’ en dat de media hierin een cruciale rol spelen. Als argument voor haar positie stelt ze “dat het voorhouden van een norm juist emanciperend kan werken. Dat geldt niet alleen voor Nederlandstaligen. Ook anderstaligen, onder wie onze Franstalige landgenoten, en nieuwkomers, aan wie we terecht vragen onze taal te leren, zijn gebaat bij een duidelijke norm.”



Vanwege de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici

- Prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter VVA
- Prof. emeritus dr. Eric Ponette, pro-voorzitter VVA
- Prof. dr. Matthias Storme, pro-voorzitter VVA
- Lic. Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter VVA
en verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs
- Prof. emeritus dr. Jos Devreese
- Prof. emeritus dr. Stijn Verrept
- Lic. An De Moor
- Lic. Leo Derynck
- Jan Roukens, oud-medewerker Europese Commissie
- Prof. dr. Els Ruijsendaal

De inhoud van deze stellingname wordt ondersteund door

- vzw Algemeen Nederlands Verbond (ANV),  
- de Beweging Vlaanderen-Europa,
- de Marnixring Internationale Serviceclub,
- Ons Erfdeel,
- de Orde van den Prince,
- het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV),
- de Stichting Nederlands,
- het Vlaams Geneesheren Verbond,
- de Vlaamse Volksbeweging (VVB),
- vtb-Kultuur,  
- De Warande vzw.

____________________________

Contact:
Ghislain Duchâteau, Eendrachtlaan 3 – B-3500 Hasselt
Tel.: 0032 (0)11 22 86 25
E-post: ghislain.duchateau@telenet.be

Hasselt, 15 november 2011.

____________________________

Antwoord van de VRT op de Open brief van 15 november 2011

13-12-2011 16:53


Ter attentie van:
- Prof. dr. Frank Fleerackers
- Prof. emeritus dr. Eric Ponette
- Prof. dr. Matthias Storme
- Lic. Ghislain Duchâteau
- Prof. emeritus dr. Jos Devreese
- Prof. emeritus dr. Stijn Verrept
- Lic. An De Moor
- Lic. Leo Derynck
- Jan Roukens
- Prof. dr. Els Ruijsendaal

 

Geachte leden van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici,

Enige tijd geleden hebt u in een open brief uw bezorgdheid uitgesproken over het voorstel van taalbeleid dat op de Taaldag 2011 gepresenteerd is. Sta ons toe enige nuancering aan te brengen bij de berichtgeving daarover in de media.

We delen uiteraard uw bezorgdheid om een verzorgd en verstaanbaar taalgebruik bij de omroep en onderschrijven uw pleidooi voor het hanteren van de standaardtaal als norm volledig. Ook het belang van een verstaanbaar taalgebruik en de vormende aspecten van de taal die de omroep hanteert, kan nauwelijks overschat worden.

In de discussie die op de Taaldag volgde, werd de indruk gewekt dat de omroep afstapte van het Standaardnederlands. Er mag geen twijfel over bestaan: de openbare omroep blijft resoluut kiezen voor de standaardtaal als norm. Die norm wordt gevoed door taalgebruikers die bewust hun taal verzorgen en wordt beschreven op de taaladviessite van de Nederlandse Taalunie en in de naslagwerken over het Nederlands. De VRT past als grote taalgebruiker die norm toe en zet daardoor ook mee de norm.

De VRT verbindt er zich toe, zoals bepaald in de Beheersovereenkomst 2012-2016, dat al haar medewerkers in hun publieke uitingen een aantrekkelijke, duidelijke, verstaanbare en correcte standaardtaal hanteren. Uiteraard hoort bij elke uiting een eigen stijl en register, van informeel tot formeel. De VRT gebruikt daarom standaardtaal in verschillende registers, met een passende woordkeus, zinsbouw en klankkleur, zonder te verglijden in dialect of tussentaal. Wie de standaardtaal wil verwerven, moet zich aan de VRT-medewerkers kunnen spiegelen.

Alleen in bepaalde rollen en genres kan een afwijking van de standaardtaal overwogen worden. De VRT betrekt bijvoorbeeld externe experts en programmamakers met een bijzondere competentie bij haar aanbod. De kwaliteit van hun taalgebruik is een belangrijk criterium, maar niet het enige. In bepaalde fictieprojecten kunnen andere varianten dan standaardtaal te horen zijn, maar de VRT stelt wel uitdrukkelijk dat fictie voor kinderen met bijzondere aandacht voor de standaardtaal gemaakt wordt.

De VRT besteedt ook veel aandacht aan kwaliteitszorg en zal voor elk programma vastleggen welke registers van de standaardtaal en eventueel welke andere varianten gebruikt zullen worden, aangepast aan het medium, het net, het programmagenre en de rol van de spreker.
Zij zal erop toezien dat die afspraken nageleefd worden.

Met een betere contextualisering van het gebruik van de taalnorm hebben we een dubbel doel voor ogen: enerzijds onze maatschappelijke relevantie bewaren, anderzijds de publieke en ethische kwaliteit van ons aanbod nog beter waarborgen.

We hopen van harte dat we u met deze toelichting een genuanceerder beeld van ons taalbeleid hebben kunnen schetsen en blijven samen met u en vele anderen graag ijveren voor een verzorgde en verstaanbare taal.

Met vriendelijke groeten,

Luc Van den Brande                             Sandra De Preter
Voorzitter raad van bestuur                   Gedelegeerd bestuurder

Naar boven



De hoorzitting in de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement van dinsdag 18 oktober 2011 over "Samen taalgrenzen verleggen" de conceptnota talenbeid minister Pascal Smet (22-7-2011): de beschikbare documenten



Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen




Agenda    dinsdag 18 oktober 2011 14 uur

Hoorzitting over de conceptnota 'Samen taalgrenzen verleggen' van de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, met als sprekers:
- prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA), bijgestaan door An De Moor en Ghislain Duchâteau van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA
- prof. dr. Piet Van de Craen, vakgroep Taal- en Letterkunde, VUB
- prof. dr. Kris Van den Branden, directeur van het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO), K.U. Leuven
- de heer Robrecht Vermeulen, voorzitter en de heer Jan Roukens, lid van de Taalwerkgroep, van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen (OVV)
- de heer Claude Soete, zorgcoördinator van de platformgroep "Thuistaal niet het Nederlands Kortrijk" (TNN)

De documenten stellen we hier bereikbaar naarmate ze beschikbaar zijn:

* De uiteenzetting namens het VVA van prof. dr. Frank Fleerackers en
lic. An De Moor (officieel verslag - voorlopige versie)
Klik hier
* De powerpointpresentatie van prof. dr. Piet Van de Craen (VUB)
Klik hier
* De powerpointpresentatie van prof. dr. Kris Van den Branden (KUL)
Klik hier
* De tekst van dr. Robrecht Vermeulen en dr. Jan Roukens (Werkgroep Taal OVV)
Klik hier
* De tekst van Claude Soete (TNN)
Klik hier

Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen

Stand van zaken
Samenstelling


Agenda    donderdag 17 november 2011 10:00 uur  
 


Nota van de Vlaamse Regering. Conceptnota. Samen taalgrenzen verleggen. Ingediend door de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel
-1346 (2011-2012) -Nr. 1 nota van de regering     Tekst PDF icoon    Dossier
-1346 (2011-2012) -Nr. 2 verslag hoorzitting/gedachtewisseling     Dossier

Gedachtewisseling met de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel.

Tijdens de zitting van 17 november hebben vele volksvertegenwoordigers uit de Commissie beschouwingen en vragen aangereikt aan minister Smet. Hij heeft de gelegenheid niet meer gehad om daarop te antwoorden.
Daartoe werd op donderdag 24 november 2011 te 14 u. een nieuwe zitting gepland met dit thema op de agenda. Ook toen was de zitting openbaar.

_______________________________

Omdat het VVA deelgenomen heeft aan de hoorzitting is het goed dat wij deze aangelegenheid van dichtbij opvolgen. De Werkgroep Taal en Onderwijs was vertegenwoordigd tijdens de openbare zitting.

Op 26 januari 2012 hebben de Vlaamse verenigingen die zich bekommeren om de didactiek van het Nederlands -
Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), Lopon² en Vereniging Onderwijs Nederlands (VON) - een
Visie- en ondersteuningstekst bij de conceptnota "Samen taalgrenzen verleggen" - minister Smet - 26-1-2012
aan de minister, zijn kabinet en aan de Vlaamse onderwijsadministratie overgemaakt.
Daarop is geen reactie gekomen.

In twee besloten vergaderingen van het kabinet en de administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming werden actiepunten geselecteerd, de financiële implicaties eervan werden afgewogen en een actieplan werd opgesteld.

Intussen hebben ook hier de politieke partijen keiharde onderhandelingen over gevoerd. We mogen de publicatie van dat actieplan binnenkort verwachten. We zijn benieuwd welke impact die beleidsuitvoering zal hebben voor het Vlaamse onderwijs. (30 maart 2012)


Naar boven


Taal in de klas. Het Standaardnederlands in onderwijsleersituaties - prof. em. dr. Frans Daems

In de klas zijn er veel raakpunten tussen communicatie en instructie. Uit communicatie-oogpunt doen zich aan de leraar of docent verschillende vragen voor. Normalerwijze is het Standaardnederlands de taalvariëteit voor het onderwijs en we weten ook dat de marges van wat we als standaardtaal opvatten, verbreden. Wanneer we wensen dat leerlingen of studenten kennis van en vaardigheid in de standaardtaal verwerven, moeten we als leraar of docent zorgen voor een behoorlijk taalaanbod en oefenmogelijkheden in die taalvariëteit. Hoe gaan we er dan mee om wanneer leerlingen of studenten in de les spontaan een jongerentaalregister, tussentaal of dialect spreken en zich zo van de standaardtaal distantiëren? Hoe reageren we als anderstalige leerlingen of studenten met elkaar spontaan in een vreemde taal communiceren? Verbieden we dat of gebruiken we het als opstap naar versterking van hun Nederlands? In een bevraging onder 360 studenten lerarenopleiding bleek de grote meerderheid het oneens met de uitspraak “Allochtone leerlingen mogen tijdens groepswerk in hun eigen moedertaal overleggen” (Van den Branden & Verhelst, 2009, p. 113*). De onderzoekers registreerden soortgelijke opvattingen bij kleuterleidsters (o.c., p. 114). In het belang van leerlingen en studenten is het wenselijk dat een onderwijsinstelling een gezamenlijk coherent, consistent en genuanceerd standpunt inneemt. Zo’n genuanceerd standpunt houdt in dat de keuze voor een bepaalde variëteit functioneel bepaald wordt door de aard van de situatie. Dat betekent dat Standaardnederlands de voertaal is in alle onderwijsleersituaties, maar ook dat leerlingen of studenten evenzeer als leraren en docenten weten in welke situaties een andere taalvariëteit of taal functioneel zijn.

Prof. em. dr. Frans Daems

Elke leraar is taalleraar. Een referentiekader voor taalbeleid in de larenopleiding p. 16.
In: Naar taalkrachtige lerarenopleidingen. BOUWSTENEN VOOR TAALBELEID, Plantyn 2010.


* Van den Branden, K. & Verhelst, M. (2009). Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs, in Jaspers, J. (red.), De klank van de stad. Stedelijke meertaligheid en interculturele communicatie, Leuven/Den Haag: Acco, 105-137.

Naar boven


De Nederlandse Onderwijsraad pleit voor een goed doordacht taalbeleid
in zijn Advies: "Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs"


11 oktober 2011

In dit advies staat de vraag centraal hoe de overheid, de onderwijsinstellingen en andere actoren in het onderwijs een evenwichtig taalbeleid kunnen voeren, waardoor enerzijds de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engelstalige opleidingen wordt bevorderd en anderzijds de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap gewaarborgd blijft. Het advies is geschreven op verzoek van de Eerste Kamer.

De Onderwijsraad is van mening dat het hoger onderwijs hoeder is van de Nederlandse taal en
cultuur, maar ook een essentiële functie vervult in de internationale kenniseconomie. Vanuit dit standpunt doet de raad de volgende aanbevelingen.

Formuleer op instellingsniveau een duidelijke en gemotiveerde visie

De raad adviseert de overheid om van iedere instelling voor hoger onderwijs een duidelijke
en gemotiveerde visie op internationalisering en het gebruik van talen binnen de opleidingen
te vragen. Een nationaal debat kan behulpzaam zijn bij de ontwikkeling van een visie hierover.
Het instellingsbestuur zou in het jaarverslag verantwoording moeten a,eggen over de reden
waarom in een opleiding een bepaalde taal of bepaalde talen worden gebruikt. Het verdient
aanbeveling de visie op het gebruik van talen helder te communiceren naar aankomende studenten, medewerkers en de samenleving.

Bevorder, handhaaf en bewaak de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs

Kwaliteitsaspecten die verband houden met het Engels als één van de talen of de taal van de
opleiding, dienen een belangrijk onderdeel te zijn van de beoordeling door de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie). Voldoende taalbeheersing door docenten is van groot belang. Het verdient aanbeveling dit niveau van taalbeheersing bij de universiteiten op te nemen in de basis kwalificatie onderwijs.

Zorg voor een beheersing van het Engels door studenten die recht doet aan academische eisen

Internationalisering van het hoger onderwijs stelt eisen aan de taalvaardigheden van studenten. Dit geldt niet alleen voor buitenlandse, maar ook voor Nederlandse studenten. De raad is van mening dat de eindtermen van mbo, havo en vwo vergelijkbaar moeten zijn met de eisen met betrekking tot taalbeheersing die aan buitenlandse studenten worden gesteld.

Zorg voor een substantiële kennismaking van buitenlandse studenten en docenten met de Nederlandse taal en cultuur

Instellingen van hoger onderwijs dienen buitenlandse studenten en docenten die langer dan
een jaar in Nederland onderwijs volgen of geven, in de gelegenheid te stellen zich de Nederlandse taal en cultuur op een zodanig niveau eigen te maken dat zij desgewenst op een verantwoorde manier in Nederland in het onderwijs en de samenleving kunnen participeren. De kwaliteit van de aangeboden voorzieningen dient beoordeeld te worden door de NVAO.

De website van de Onderwijsraad Nederland

Download

Naar boven



Paneldebat "De voertaal in het hoger onderwijs" Gewestdag - Gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen Orde van den Prince zaterdag 26 februari 2011 Aalst

Orde van den Prince

Vlaams-Nederlands Genootschap voor taal en cultuur

Programma

 

13.00 u.

Ontvangst met koffie in de foyer van auditorium 1O04, van de KAHO Sint-Lieven, Campus Dirk Martens.

 

13.50 u.

Welkom door Denderlandvoorzitter Pieter Van Lierde.
Situering van het thema door Gewestpresident Germaan Van Verdeghem.

 

14.00 u.

Inleiding taalregelgeving door prof. Godelieve Laureys.
Voorstelling van de panelleden.
Standpunten t.a.v. versoepeling taalregelgeving.
Videoboodschappen.

 

15.15 u.

Pauze

 

15.45 u.

Panelreacties op stellingen.
Interactie met het publiek m.b.v. stemmachines.
Slotsynthese.

 

17.00 u.

Receptie in de Wintertuin.

In het panel zetelden:
- Ererector André Oosterlinck (KU Leuven)
- Prof. Frank Fleerackers (HU Brussel - Voorzitter VVA)
- Prof. Marc Van Oostendorp (Univ. Leiden en Meertensinstituut Amsterdam)
- Dr. Elke Peters (Lessius Hogeschool)

Moderator was Prof. Godelieve Laureys (UGent)

Locatie: KAHO Sint-Lieven, Campus Dirk Martens - Kwalestraat 154 - 9320 Aalst-Nieuwerkerken

Alle verdere informatie op http://ovdp.net/Algemeen/gewestdagOZVl/PrinceStek/index.html

Een relaas van het panelgesprek wordt voorzien voor achteraf.

Het was een puik georganiseerde namiddag met een rijke inhoud. De voor- en tegenargumenten van de sprekers wogen tegen elkaar op. Een goed verstaander kon bij kritisch nadenken zijn eigen opinie versterken of bijstellen.

Enkele foto's

André Oosterlinck en Frank Fleerackers
Marc Van Oostendorp
Gedragscode T.U. Eindhoven
Elke Peters
Studente geeft haar mening
Een aandachtig publiek
Stelling 4
Het panel geconfronteerd met vraag 5

 

Het verslag (Dorothea Van Hoyweghen)

Voor het volledige verslag klik hier (publicatie in PrincEzine)

Met veel dank voor de welwillende toezending door de verslaggeester

Voor de powerpointpresentatie klik hier

Korte getuigenissen door studenten klik hier

G.D.

Naar boven


SYMPOSIUM BETER ENGELS OF BETER NEDERLANDS?
Taal in het hoger onderwijs

zie onderaan deze tekst de koppelingen naar de meest recente documenten m.b.t.
de komende hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen

Het Verbond der Vlaamse Academici was mede-initiatiefnemer

Zaterdag 13 maart 2010 te 14 uur

Aula Jan Fabre Universiteit Antwerpen

Campus Middelheim - 2020 Antwerpen

Enerzijds winnen de pleidooien veld om aan de universiteiten en hogescholen een verruiming van de taalregeling voor de initiële opleidingen bachelor en master tot stand te laten komen. Anderzijds meent een behoorlijk groot aantal verenigingen in Vlaanderen en Nederland dat het in 2003 moeizaam verworven evenwicht tussen de handhaving van het Nederlands als onderwijstaal in het hoger onderwijs en het streven naar internationalisering niet verstoord mag worden ten nadele van het gebruik van het Nederlands als onderwijstaal aan universiteiten en hogescholen.

Onder voorzitterschap van An De Moor kwamen de volgende vragen aan de orde op het symposium:

- Wat is de wetenschappelijke invalshoek om doceren in een andere taal dan het Nederlands te bepleiten?
- Welke argumenten hanteren de voorstanders  van verruiming van de taalregeling?
- Welke argumenten worden daartegenover geplaatst om de bestaande taalregeling juist te handhaven?
- Kunnen er verbeteringen worden voorzien aan de taalregeling?
- Hoe kijken de ondernemingen aan tegen deze problematiek?
- Wat denken de studenten zelf over de onderwijstaal in hun lessen?

Sprekers waren

- dr. Diana Vinke (Onderwijsdeskundige Technische Universiteit Eindhoven)
- prof. dr. Marc Cogen
(Rechtenfaculteit RU-Gent)
- prof.
dr. Frank Fleerackers (Decaan Rechtenfaculteit HUB en voorzitter VVA)
- mevr. Hakima El Meziane (Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen)
- prof. em. dr. Jozef Devreese (Theoretische fysica vaste stof Universiteit Antwerpen)

- Uiteenzetting Marc Cogen

- Uiteenzetting Frank Fleerackers

- Verslag van het symposium (Marnixring)

Foto's

De sprekers
Het auditorium
Prof. dr. Frank Fleerackers
Prof. em. dr. Jozef Devreese
Dr. Diana Vinke en prof. dr. Marc Cogen
De receptie

Een Commissie ad hoc Hoger Onderwijs van het Vlaamse Parlement heeft van februari tot eind juni 2010 gewerkt aan een maatschappelijke beleidsnota op de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Die beleidsnota moet de belangrijkste inhoud opleveren voor ontwerpdecreten over die hervorming.
Een incorporatie van de academiserende hogescholen in de Vlaamse universiteiten wordt voorzien en ook een bijkomende financiering.

Daarbij komt de thematiek internationalisering en het taalregime voor het hoger onderwijs ook aan de orde. De regeling bestaat sinds 4 april 2003. De verantwoordelijken van universiteiten en hogescholen willen de regeling verruimen naar meer gebruik van het Engels in de opleidingen. Vele Vlaamse verenigingen waaronder het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) willen dat helemaal niet. De voorzitter van het VVA, prof. dr. Frank Fleerackers, decaan Rechtsfaculteit van de Hogeschool Universiteit Brussel, werd gevraagd voor de Commissie ad hoc in een hoorzitting op 5 mei 2010 om daarover de visie van het VVA naar voren te brengen.  

Wij ondersteunden hem zoveel mogelijk en hebben onze standpunten in overleg grondig voorbereid in de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA. Vanuit de Beweging Vlaanderen-Europa en het VVA werd een Memorandumtekst als onderbouwing van het betoog van Voorzitter Fleerackers aan de Commissie overgemaakt. Die tekst werd ook aan het Kabinet Pascal Smet bezorgd.

Commissie ad hoc Hoger Onderwijs
Agenda    woensdag 5 mei 2010 9.30 uur    
  • Hoorzitting over de hervorming van het hoger onderwijs, onderdeel internationalisering en taalgebruik, met:
    - prof. dr. Alain Verschoren, voorzitter van de Vlaamse Interuniversitaire Raad
    - prof. dr. Paul De Knop, rector van de Vrije Universiteit Brussel
    - prof. dr. Kristiaan Versluys, directeur Onderwijsaangelegenheden Universiteit Gent
    - prof. dr. Peter Vandenabeele, voorzitter van de opleiding Biochemie en Biotechnologie aan de Faculteit Wetenschappen van de Universiteit Gent
    - prof. dr. Mieke Van Herreweghe, hoogleraar Engelse taalkunde aan de Universiteit Gent
    - prof. dr. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid aan de K.U.Leuven
    - prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA)

    Verslag van de hoorzitting

  • Maatschappelijke beleidsnota over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen 25 juni 2010

    Lees hier de volledige tekst

    Met die nota en een door de commissie ruim goedgekeurde resolutie voor het beleid heeft de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs haar opdracht vervuld en haar werkzaamheden beëindigd.

  • Persbericht van 19 juli 2010 vanuit het Kabinet P. Smet over de integratie van de academische opleidingen in universiteiten en extra middelen hoger onderwijs. Daarin vervat als bijlagen de dia's van de persconferentie van de minister en zijn nota aan de leden van de Vlaamse regering

    Lees hier die documenten

    Daarin zult u lezen dat ook de taalregeling wordt aangepast: verruiming tot Engelstalig onderwijs in de bacheloropleidingen tot 30 studiepunten en aanpassing van de equivalentieregel voor de opleidingen op masterniveau georganiseerd voor buitenlandse studenten.

    Uit de maatschappelijke beleidsnota – Beleidsstellingen blz. 50:

    "5. Internationalisering en taalregeling
    5.1. Uitgaande van het principe dat het Nederlands de bestuurs- en onderwijstaal is in het
    hoger onderwijs, wordt aan de instellingen meer ruimte gelaten om andere talen te hanteren
    als onderwijstaal, met dien verstande
    (1) dat dit op bachelorniveau tot 30 studiepunten wordt beperkt in de niet-taalopleidingen en
    (2) dat wat betreft de masteropleidingen de equivalentieregel principieel wordt behouden op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap, maar dat de Vlaamse Regering kan afwijken op advies van de Erkenningscommissie
    "

    De tekst van het ontwerpdecreet, een tweede maal door de Vlaamse regereing goedgekeurd op 23 maart 2012, blijkt heel wat verder te gaan dan de beide beleidsstellingen aanbevelen.

  • Taalgebruik Hoger Onderwijs 2010 - Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs

    "In afwachting van een definitieve positietekst, wil dit opiniestuk ...een aantal vragen stellen bij de beleidsnota van de commissie, en enkele denksporen suggereren."

    Willy Vandeweghe,
    Voorzitter Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde

    Lees de tekst



Het Nederlands bedreigd?

In 2010 viert de Nederlandse Taalunie haar 30-jarig bestaan.

In de rand van de officiële viering op 20 november, organiseren tal van Brugse culturele verenigingen voorafgaandelijk een veertiendaagse, waar Vlamingen van binnen en buiten Brugge en alle bezoekers aan onze stad nauw bij betrokken zullen worden.

Zo organiseerden Marnixring Internationale Serviceclub, de Orde van den Prince en het Verbond der Vlaamse Academici Afdeling Brugge op zaterdag 6 november een academische zitting onder de wel actuele titel "Het Nederlands bedreigd?"

Met deze gebeurtenis wilden de organisatoren een forse en betekenisvolle bijdrage leveren voor het bevorderen en het verspreiden van het Nederlands als cultuurtaal.

Programma

14.30 u. Ontvangst
15.00 u. Academisch gedeelte
- "Nederlands, Engels, ... concurrende of complementaire onderwijstalen in het hoger onderwijs?"
Prof. Dr. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid K/U. Leuven
- "Verkavelingsvlaams. Vlaanderen op weg naar een eigen taal?"
Prof. Dr. José Cajot, hoogleraar
- "Migratie en Nederlands in Brussel en de rand" Geert Van Istendael, auteur
Moderator: De heer Bob Vanhaverbeke
16.45 u. Korte pauze
17.00 u. Vraagstelling

Toespraken

Nederlands, Engels,…concurrerende of complementaire onderwijstalen in het hoger onderwijs?




Prof. Dr. Ludo Melis

Vicerector Onderwijsbeleid K.U. Leuven


 

De Vlaamse gemeenschap heeft aan de Universiteiten een drievoudige opdracht gegeven: onderzoek, onderwijs en dienstverlening aan samenleving en maatschappij.
Het vervullen van deze opdracht geeft aan de universiteiten een sleutelrol om de dynamiek in Vlaanderen te bevorderen, de toekomst vorm te geven en zo heet welzijn van de hele gemeenschap te bevorderen.
Het universitaire beleid op alle niveaus – Vlaanderen, universiteiten, faculteiten, opleidingen – moet getoetst worden aan deze algemene doelstellingen; dit geldt ook voor het taalbeleid in universitair onderwijs.

In dit kader is het noodzakelijk dimensies te bepalen waaraan men mogelijke antwoorden kan toetsen op de vraag naar de keuze van de onderwijstaal of onderwijstalen. Hierbij spelen de volgende dimensies zeker een sleutelrol:
- de instroom en de taalkennis van de studenten aan de start, mede in het licht van de democratisering van het universitaire onderwijs en de wens iedereen met talent maximale kansen te geven;
- het leerproces en meer bepaald de rol van taal in het ontwikkelen van academische competenties;
- de kansen van de afgestudeerden in de geglobaliseerde maatschappij;
- de rol van de universitair gevormden in de gemeenschap;
- de vereisten van de verschillende disciplines, in het bijzonder de vereiste dat elke academisch gevormde op zijn of haar niveau deel kan nemen aan het wetenschappelijke debat en dus een gepast gebruik kan maken van de forumtaal;
- de verschillende interagerende schalen waarop Vlaamse universiteiten actief zullen zijn.

In het licht van deze dimensies kan men vier posities kritisch beschouwen:
- het Nederlands als enige onderwijstaal (met uitzondering van specifieke gevallen zoals het universitaire onderwijs van vreemde talen en cultueren);
- het Engels (of een andere taal) als taal voor het universitaire onderwijs;
- een combinatie van het Nederlands met andere onderwijstalen, waarbij er kwantitatieve beperkingen gelden;
- en kwalitatief gestructureerde complementariteit van onderwijstalen.

De eerste positie – die overigens nergens meer wordt gerealiseerd – gaat uit van de XIXe-eeuwse inkapseling van de universiteit binnen de natiestaat en gaat voorbij aan de copmplexiteit van de huidige situatie zowel op het vlak van onderzoek als wat de plaats die academisch gevormden zullen innemen in de wereld. Zij laat onvoldoende toe dat de studenten op hun niveau deelnemen aan de onderzoeksgemeenschap door hen in een passieve rol te plaatsen ten opzichte van het debat in een andere forumtaal; zij heeft ook tot gevolg dat de afgestudeerden niet goed uitgerust zijn om hun plaats in een geglobaliseerde maatschappij op te nemen. De optie het Nederlands als enige onderwijstaal in het hoger onderwijs te gebruiken is dus niet te weerhouden.

De tweede positie, een volledige omschakeling naar het Engels, is evenzeer te verwerpen zowel vanuit het standpunt van de lerenden als vanuit de belangen van de gemeenschap. Voor de instroom van studenten heeft deze optie ten minste drie negatieve gevolgen:
ten eerste moet er een bijkomende horde worden genomen, wat negatieve effecten zal hebben en de democratisering zal tegenwerken; bij de initiële conceptualisering binnen een discipline is er een bijzondere rol weggelegd voor de taal van het secundair onderwijs, zodat aanwezige en nieuwe kennis en inzichten kunnen worden geïntegreerd;
de arbeidsmarkt vraagt, in vele gevallen, een grondige beheersing van de discipline in de landstaal en de uitsluiting van het Nederalnds tijdens de vorming zal dan een handicap blijken. Ook de belangen van de gemeenschap zijn niet gediend door deze optie: naast een minder goede voorbereiding op de arbeidsmarkt, bestaat het risico op een segregatie tussen universitair gevormde en andere leden van de gemeenschap. Tenslotte kan men negatieve effecten verwachten op de mogelijkheden van het Nederlands: wetenschappelijke woordenschat, academisch discours.

Gegeven de relevante dimensies is het derhalve niet mogelijk te kiezen voor een eenvoudige oplossing: Nederlands of Engels; een combinatie van meerdere talen is de enige optie, waarbij de vraag rijst hoe de combinatie vorm te geven.

De huidige regelgeving gaat uit van kwantitatieve beperkingen en van de verplichting taalequivalenten aan te bieden zodra deze kwantitatieve beperkingen worden overschreden. Deze oplossing is weinig bevredigend. Naast de discussie over de juiste bepaling van de ruimte voor anderstalige opleidingsonderdelen (bijvoorbeeld 10% in de bachelor of meer), zijn er drie overwegingen die aanzetten tot een andere aanpak: de regeling is niet efficiënt omdat zij kostenverhogend is; zij is niet effectief omdat zij leidt tot een opsplitsing van de universitaire gemeenschap in een Nederlandstalige en een internationale subgemeenschap en zo hindert zij de vorming van internationale openheid bij de studenten; zij mist een visie op de rol van talen in de universitaire vorming omdat er geen beredeneerde keuzes betreffende de onderwijstaal van specifieke opleidingsonderdelen worden geformuleerd.

Een beleid dat vertrekt van een kwalitatieve complementariteit geeft hierop een antwoord. De kerncomponenten hiervan zijn:
- In de laatste fase van de academische bachelor wordt een mobiliteitsvenster uitgebouwd, die anderstalig kan zijn; dit venster komt overeen met een semester.
- Op het einde van de academische bachelor beschikken de studenten over een goede passieve kennis van de academische forumtaal van de discipline en van een actieve basiskennis van deze forumtaal.
- In de bachelor met professionele oriëntatie wordt een talenbeleid uitgewerkt dat een antwoord biedt op de eisen van het beroepenveld en dat terdege rekening houdt met de instroom.
- In de master worden er zowel nederlandstalige als anderstalige opties en leerpaden aangeboden; deze zijn niet equivalent in enge zin, maar integendeel gestructureerd in functie van de noden van de afgestudeerden en van de samenleving en maatschappij. Zij leiden wel tot gelijkwaardige diploma’s.
- Het taalbeleid beperkt zich niet tot het opleidingsenaanbod maar omvat twee andere componenten: een taalbeleid ter ondersteuning van de docenten – normen voor de kennis van het Nederlands, het Engels of een andere forumtaal en ondersteuning om deze normen te bereiken – en van de studenten: ondersteuning voor academisch Nederlands, academisch Engels of een andere taal.

De gekozen optie is een dynamische optie; zij is dus aan tegenstrijdige krachten onderworpen en daarom is het noodzakelijk dat verdedigers van de moedertaal en van de internationale talen, binnen dit kader van complementariteit, waakzaam blijven om het juiste evenwicht te bewaren.

Een woordje commentaar:

Deze uiteenzetting zou kunnen doen denken dat de Vlaamse wetgever zou moeten afwijken van het huidige bestaande principe dat het Nederlands de onderwijstaal is van het hoger onderwijs. Dat perspectief is echter niet aan de orde bij de regelgever die de intentie heeft het Nederlands te handhaven als bestuurstaal en zeker ook als onderwijstaal. De beperkte verruiming naar anderstaligheid van toelaatbaarheid van 17 % of 30 studiepunten in de bacheloropleiding ligt wel in de bedoeling en voor de masters kunnen enkel opleidingen voor buitenlandse studenten in het Engels worden voorzien met daarbij één equivalente opleiding in het Nederlands voor het hele Vlaamse gewest. (G.D.)



Verkavelingsvlaams
Vlaanderen op weg naar een eigen taal – los van Nederland?



Prof. Dr. José Cajot
Laatste loopbaanfunctie: hoogleraar Duits, hoofd van het departement Toegepaste Taalkunde, directeur van de campus VLEKHO van de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst te Brussel.




Toen de Vlamingen zich in de tweede helft van de negentiende eeuw in België begonnen te ontvoogden, kenden ze weinig Frans en spraken ze nauwelijks Nederlands. Een kleine elite van Vlaamse filologen beantwoordde de Vlaamse behoefte aan een eigen cultuurtaal door in principe het noordelijke Nederlands te propageren. Maar van een echte “taalovername” is in Vlaanderen nooit sprake geweest. Nederlands werd hier niet door rechtstreeks contact met Nederland geleerd, maar via leerboeken, geschreven door Vlaamse (hoog)leraren die zich voorzichtig op Nederland inspireerden – zonder zelf goed Nederlands te kennen, laat staan te kunnen. De meeste Vlamingen gingen ervan uit dat slechts hun uitspraak van dialectklanken en hun woordenschat van Franse woorden gezuiverd hoefden te worden. Het Vlaamse leerparcours leidde tot een formeel schriftelijk taalgebruik dat zich tot nog toe over het algemeen binnen de normgrenzen beweegt die men ook in Nederland voor dit taaldomein aanlegt.

De gesproken taal werd ook van het noordelijke Nederlands afgeleid. Het Vlaamse uitspraakideaal werd vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw verankerd in de informatieve uitzendingen van de officiële Vlaamse radio-omroep. We noemen het daarom Journaalnederlands. Deze norm heeft in Vlaanderen nadien nauwelijks wijzigingen ondergaan, waardoor hij nu nogal wat afwijkt van de intussen wel geëvolueerde moderne noordelijke uitspraak.

DE jaren vijftig, zestig en zeventig waren de gouden jaren voor de taalzorg. Die concentreerde zich vooral op zuiveringsoperaties: ZN betekende zowel “Zuid-Nederlands” als “zeg niet”. In bepaalde Vlaamse intellectuele kringen was de wil om op taal- en cultuurgebied dichter bij Nederland aan te leunen, manifest aanwezig. Daarvan getuigt het Taalunieverdrag van 1980.

Hoewel de staatsgrens als fysieke barrière opgeheven werd, is de communicatiekloof binnen het Nederlandse taalgebied in de laatste kwarteeuw weer toegenomen en neemt de neiging af om in de taal van Nederland een voorbeeld te zien. In 1989, het jaar waarin ook de Vlaamse TV soaps dankzij VTM aan hun opgang kunnen beginnen, verwoorden twee letterkundigen elk op hun eigen manier dat de modale Vlaming een andere weg inslaat.
De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans stelt zich de vraag: “Waarom lukt het Nederlandse dialectsprekers binnen de Nederlandse rijksgrenzen wel foutloos algemeen beschaafd Nederlands te schrijven, en waarom slagen de Belgen, die zoveel lawaai maken over hun taal, daarin zo goed als nooit?”. De andere is Geert Van Istendael. Hij gaf aan de gesproken taal die tussen dialect en Nederlands staat – maar geen van beide wil zijn – de succesrijke naam ‘Verkavelingsvlaams’.

De ontplooiing van een gesproken Nederlandse omgangstaal laat inderdaad op zich wachten. Slechts een minderheid van de Vlamingen is in staat vloeiend goed Nederlands te spreken; hun mondelinge repertoire bestaat meestal uit gelezen, gereciteerde of voorbereide tekstsoorten.

Waarom spreken vele eminente wetenschappers, evolutiebiologen, medici, politici, psychologen, trendwatchers, driemichelinsterrenkoks en quizmasters in Vlaamse tv-talkshows of überhaupt als ze niet aflezen, een duidelijk Verkavelingsvlaams en oriënteren zij zich niet op de Journaalnederlandse norm die in de belendende nieuwsstudio beleden wordt? Waarom horen we in de Vlaamse TV-series: “Wette, ik denk ekik da’em diën Ben nie choe fersta!”?

Toen de Vlamingen in de jaren dertig via de radio kennismaakten met gesproken Nederlands, deed het Algemeen Beschaafd Nederlands, het ABN, zijn intrede in de Vlaamse huiskamer. Jonge ouders begonnen uit ideologische en pedagogische overwegingen “op de letter” te spreken. Ook de toename van de mobiliteit en van de mondelinge communicatie versnelde de behoefte aan een bovenregionale spreektaal. Alleen had het Journaalnederlands  van de taalgeleerden nauwelijks oog en oor gehad voor informeel gesproken taalgebruik. Het kon dus de alledaagse domeinen niet aan die in Vlaanderen tot dan toe door de dialecten verwerkt werden. Voor direct contact met de Nederlandse norm of mondelinge deelname aan de noordelijke taalgemeenschap waren de grote rivieren te breed of te diep, en was het Vlaamse identiteitsbesef te sterk. Dat Vlaamse isolationisme heeft een zelfstandig standaardiseringsproces op gang gebracht. Het gesproken Vlaamse radiowoord, de schrijftaal en de her en der gesprokkelde taalwenken dienden daarbij tot bron en voorbeeld. Van de Vlamingen was niet te verwachten dat ze zich van de ene dag op de andere van voltijds dialectgebruiker tot vlot spreker van een ongedwongen Nederlands konden opwerken. Zij pasten hun taalgebruik hoofdzakelijk aan elkaar aan, met inachtneming van bepaalde (socio-economsiche) dominanties die er binnen Vlaanderen bestaan. Dit wil zeggen dat aan de taalvormen van het centrum (Leuven, Brussel, Antwerpen) het hoogste aanzien toegekend wordt.

Het tussentaaltje van een halve eeuw geleden is op dit ogenblik geen overgangsverschijnsel meer. Hoewel het niet homogeen is, verkeert het in volle consolidatie. “Tussentaal” mag in geen geval nog als “onderweg (naar beter)” of als een fase in een taalleerproces opgevat worden. Ze is ook veel meer dan de verkeerstaal van nieuwe woonwijken. “Verkavelingsvlaams” is de informele omgangstaal van alledag, op het werk; in de winkel, de taal waarin de “communicatieve” Vlaamse politicus debatteert, ook het idioom van de uitleg in de wiskundeles of zelfs van talrijke nieuwslezers onder elkaar tijdens hun redactievergaderingen.

Variatie wordt binnen Vlaanderen ruim getolereerd – wat wil je anders bij een omgangstaal die nog volop in evolutie is. Maar tegenover de noordelijke taalgebruikers is men hoegenaamd niet meegaand. Veel Vlamingen ergeren zich aan van alles bij “Hollanders”. Vlamingen hebben een hekel aan de uitspraak van Paul de Leeuw, tenminste als ze die al zouden kennen. Want ze kijken nauwelijks nog naar een Nederlandse zender. Ze vinden “Hun lopen weg” verschrikkelijk, maar “Waar loop ‘em naartoe?” normaal. Het is uniek in de hele wereld: Australiërs en Engelsen, Noord-Amerikanen en Zuid-Afrikanen, Ieren en Indiërs verstaan elkaars mondelinge Engelse cultuurproducten zónder ondertitels – ondanks enorme taal- en identiteitsverschillen. Hoe is het te begrijpen waarom buren op een klein lapje grond tussen Antwerpen en Amsterdam op elkaar gepakt, daar niet in slagen?

Nederland heeft een aantal pertinente redenen om Vlaanderen niet helemaal als volwaardige partner binnen dezelfde taalgemeenschap te beschouwen. Het verschil gaat hier niet om sprekersaantallen of territoriale omvang. Het Zuiden kán door het Noorden op taalgebied niet echt au sérieux genomen worden: de standaardisering is er namelijk te onvoltooid, en het resultaat ervan te heterogeen en te verschillend. De Vlamingen van hun kant vinden dat hun autonomie en hun economisch-culturele prestaties het taaloverwicht van Nederland over hen niet langer verantwoorden, en zoeken een oplossing voor die ongelijkheid en hun ongelijk in de afscheiding of in een “bicentrisch” model. Maar deze tweepoligheid houdt het gevaar in dat men de verschillen tussen de twee polen gaat uitvergroten. Men overdrijft de tegenstelling en is blind voor de gelijkenis, omdat derden of vierden enz. ontbreken. Het multipolaire Engels relativeert zijn grote verschillen en heet bipolaire Nederlands verabsoluteert zijn kleine. Binationale bipolaire taalgebieden zijn daarom ook uitzonderlijker en hun bestaan is vaak kortstondiger dan pluri- of monocentrische.

Mijn bevindingen zullen veel taalgenoten in Noord en Zuid niet verblijden en laten niet-moedertalige landgenoten (Franstaligen, migranten) een verwarrende situatie zien – die allerminst een aantrekkelijke uitnodiging is om de taal te leren. De verhouding tussen Noord en Zuid wordt tegenwoordig gekenmerkt door te weinig contact en acceptatie enerzijds, en te veel irritatie, zelfs aversie anderzijds. Tom Naegels drukte het op 10 maart 2010 in De Standaard als volgt uit: “ergens in de ontvoogding van Vlaanderen is er iets misgelopen. […]  We hadden al onze rug gekeerd naar het Frans […]; en nu willen we zelfs geen deel uitmaken van onze eigen cultuurzone? Wij zijn zelfs geen periferie. Een normale periferie weet wat er in het centrum gebeurt. Wij zijn een geamputeerde periferie, die zichzelf tot centrum heeft uitgeroepen”.

Een woordje commentaar:

Het risico dat men in zijn visie op het taalgebruik veralgemeent of wat overdrijft is bij dit onderwerp niet denkbeeldig. Is er een algemeen Verkavelingsvlaams? Kan men het taalgebruik zo algemeen noemen zowel in West-Vlaanderen als in Limburg? Wellicht niet. Er is alleen de manifeste tussentaal van het Antwerps-Brabants. Daarbij rijst de vraag of spreker en alle toehoorders wel eenzelfde begrip hebben over de term Verkavelingsvlaams. Er is toch de omgangstaal die we op studiedagen en conferenties horen en die als spreektaal toch gekarakteriseerd mag worden als Algemeen Nederlands of Standaardnederlands.
Waar trekken we de grens tussen standaardtaal en substandaardtaal? Deze overwegingen kunnen mogelijk de hele visie van de spreker wel wat relativeren. Zolang wij bovenregionaal in onze spreektaal zonder hinder kunnen communiceren, zit het niet echt fout. We mogen evenwel de huidige tendens naar expansie van het Brabants-Antwerps niet onderschatten. We geloven eigenlijk toch niet dat dit fenomeen zal voeren tot een aparte taal voor Vlaanderen ten overstaan van het Nederlands dat de Nederlanders en wij Vlamingen hanteren in de normale communicatieve interactie.
Bijzondere aandacht voor deze problematiek is wel nodig in het onderwijs waar leraren en leerlingen een gretige behoefte hebben aan duidelijke normgeving inzake mondeling taalgebruik. In het onderwijs is het Standaardnederlands verankerd en die keuze is meer dan verantwoord
(G.D.)



Migratie en Nederlands in Brussel en de rand


Geert Van Istendael
Dichter-essayist

 

 

De verfransing van Brussel is pas ingezet na 1850. Zelfs na Wereldoorlog II was ze nog ver van voltooid. Parallel daarmee is de immigratie op gang gekomen, ook al sinds de XIXde eeuw. Na de jaren ’60 van de XXste eeuw nam de immigratie toe en was zij niet meer uitsluitend Europees. De helft van de Brusselaars is buitenlands of van recente buitenlandse herkomst. Zeventig procent van de kinderen die geboren worden heeft noch het Nederlands noch het Frans als huistaal. Het woord taal heeft in Brussel dan ook allang geen enkelvoud meer. De Franstalige school heeft die evolutie lange tijd genegeerd, met catastrofale gevolgen. De Nederlandstalige school heeft oplossingen proberen te vinden, maar stoot nu op de grenzen van haar mogelijkheden.

Vandaag heeft het Nederlands duidelijk een hogere status dan nog maar twintig of dertig jaar geleden. Toch blijven veel Vlamingen van buiten Brussel de stad hardnekkig behandelen als was zij een francofoon bolwerk. Het belangrijkste probleem van Brussel is intussen niet langer de taal. Werkloosheid en armoede zijn in de hoofdstad van Europa stukken hoger dan in de minst ontwikkelde gebieden van de Unie.


Naar boven


De Provinciale Hogeschool Limburg (PHL) overtreedt de wet door haar departementen Engelstalige namen te geven

Dat is het oordeel van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) die een klacht van de Marnixring daarover heeft onderzocht.

Persmededeling vanwege de Marnixring Internationale Serviceclub
LIMBURG HERKENRODE - 29 januari 2010

Het staat nu vast.

De leden van Marnixring Limburg Herkenrode, een afdeling van Marnixring Internationale Service­club, hebben bij de VCT een klacht neergelegd wegens overtreding door de PHL van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken en van het decreet dat het Nederlands oplegt als bestuurstaal in de hogescholen en universiteiten in Vlaanderen.

De PHL heeft de Nederlandstalige benamingen van haar departementen vervangen door Engelstalige en die onder meer in grote verlichte letters op haar gebouwen aangebracht. Dat gebeurde ook met de namen van diensten als de bibliotheek en het onthaal.

De VCT heeft op 26 januari 2010 aan de heer Frank Smeets, gedeputeerde van de provincie Limburg en voorzitter van de Raad van Bestuur van de PHL meegedeeld dat die klacht ontvankelijk en gegrond is. Zij is van oordeel dat, overeenkomstig de wetten die het gebruik van talen in bestuurszaken regelen, de benamingen van de departementen van de PHL en de berichten op haar webstek in het Nederlands moeten zijn.

De leden van de Marnixring vragen nu aan de PHL maatregelen te nemen die aan de onwettige toestand waarin zij verkeert een einde te maken. Dat kan door onder meer de departementen en diensten weer hun Nederlandstalige benaming te geven en de Engelstalige te verwijderen.

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) is een instelling, die door de wetgever is opgericht om te waken over de toepassing van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Zij heeft een groot moreel gezag en vervult een belangrijke signaalfunctie.

Marnixring Internationale Serviceclub heeft onder meer als doel het verspreiden en bevorderen van de Nederlandse taal en cultuur. Zij heeft 1.200 leden in 60 afdelingen vooral in Vlaanderen maar ook in Nederland, Frankrijk en Zuid-Afrika.

De Marnixring heeft bij haar actie voor het gebruik van het Nederlands in de PHL de steun van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen (OVV) en het Verbond der Vlaamse Academici (VVA).

Voor inlichtingen: Willy Leenders tel. 011 72 04 47 willy.leenders@pandora.be

De brief met de uitspraak van de VCT kunt u hier aanklikken.

Nota:

Het blijkt wel duidelijk dat inzake wettelijkheid in deze materie artikel 90 van het Structuurdecreet van 4 april 2003 voorrang heeft op andere taalregelgeving. Artikel 90 zegt: “De bestuurstaal in de hogescholen en universiteiten is het Nederlands.” Daaruit volgt dat alle benamingen van de hogere onderwijsinstellingen in het Nederlands moeten worden gesteld. Het gebruik van die benamingen is een bestuursdaad en staat hoegenaamd niet los van de eigenlijke communicatie met de ruime buitenwereld en met de studenten. De benamingen van de departementen in het Engels zoals de PHL die bewust heeft gekozen zonder de draagwijdte van die beslissing goed in te schatten, worden én intern gebruikt in de documenten én extern zowel in de documenten als als opschriften op de respectieve hogeschoolgebouwen. Het is ontegensprekelijk dat dit gebruik wél "eigenlijke communicatie" is. Alle taalgebruik en dus ook die eigennamen geven begripsinhoud te kennen en kunnen niet anders dan als communicatief worden beschouwd alle mogelijke quasi juridische overwegingen ten spijt. De beslissing van de PHL geruggesteund door het provinciebestuur van Limburg is dus in tegenspraak met artikel 90 van het Structuurdecreet en ontoelaatbaar binnen de bestaande regelgeving.

Heel de situatie dreigt nu een nefaste juridiserende wending te nemen waarbij minister, regeringscommissarissen en instellingshoofden rationaliserend een interpretatie aan het begrip "bestuurstaal" proberen te geven die ze nodeloos complex maken en die in de richting van toelaatbaarheid van het Engels neigt. De minister stelt nu een uniformiserende omzendbrief in het vooruitzicht voor de hogere onderwijsinstellingen in 2012. Eind maart 2012 is de omzendbrief nog niet verschenen.

G.D.


Naar boven

 
 



 

Referentiële teksten

  • Historia docet - Matthias Storme in 'Doorbraak' mei 2012

    Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over ‘De conjunctuur van het historisch besef’ hoe het bewustzijn van de geschiedenis veranderde doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen. Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen.
    Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo? En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën?

    Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling was van de auteur van een tekst, of van een handeling. Men kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling heeft gehad in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit, beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven, bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan heeft gegeven aan de Vlaamse Beweging in de negentiende en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad [ook al moeten we die daarom niet minimaliseren]. Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag en dat is voor juristen natuurlijk het belangrijkste. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn.
    Bovendien ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen?
    Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan worden geleerd. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan ‘historiquement correct’ [met de titel van een boek van Jean Sevillia]. Tu quoque?

    Matthias Storme

    Doorbraak, vrijmoedig maandblad, mei 2012 – Sprekershoek blz. 15.

    Naar boven


  • 'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50

    Op dinsdag 17 april 2012 werd in de KVS in Brussel Geloven in de toekomst voorgesteld, een boek onder redactie van Hans Geybels, oud-woordvoeder van kardinaal Danneels.
    Bekende mensen schreven eraan mee, onder anderen Geert Noels, Michel D'Hooghe en Herman Van Rompuy. Het boek bevat een dertigtal diverse bijdragen. De rode draad door het boek is waarom zingeving in deze onzekere tijden (nog) nodig is.
    Voormalig CD&V-minister Wivina Demeester leidde het boek in.

    In voorpublicatie schreef Hans Geybels "De tijden zijn slecht. Alweer?"
    Volgens hem zijn er in ons leven zoveel 'dringende zaken', dat we geen tijd meer hebben om stil te staan bij het essentiële... en dat is zonde.

    Lees zijn tekst

    "De Islam die Breivik niet kende" is één van de teksten in het boek.

De kerk zou even duidelijk moeten zijn over de Noorse terrorist als de Turkse islamgeleerde Fetullah Gülen over Bin Laden was, vindt Ides Nicaise (1955). Nicaise is onderzoeker bij het HIVA en docent onderwijs en samenleving aan de KU Leuven. Zijn bijdrage staat in de bundel Geloven in de toekomst (Pelckmans)...

Lees die tekst

Naar boven

 

  • Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin in 'Streven'

    OOK WIJ ZIJN DE ANDER

    Het cultureel-maatschappelijke maandblad Streven bekroonde de tekst 'Ook wij zijn de ander' van David Dessin met de Frans Van Bladel-essayprijs 2011 en publiceerde die in zijn januarinummer.
    Het werkstuk van David Dessin gaat stevig in de clinch met de 'vorige generatie' die hij in briefvorm wil uitleggen waarom de jonge generatie maatschappelijk onverschillig oogt én zeker wat daarachter schuil gaat.
    Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Herman Brusselmans in navolging van Hugo Claus beweren dat vrijheid er maar in kan bestaan zich los te maken van alle vormen van identiteit inbegrepen de Vlaamse. Maar dat postmodernisme ontwikkelde zich paradoxaal genoeg tot een nieuwe soort traditie, die 'elke twijfel die uw tegenstanders zouden kunnen hebben bij voorbaat uitsluit'. Verder roept Dessin: 'Wat u als fundamentele en verlichte kritiek beschouwt, is in werkelijkheid al lang een smakeloze vorm van entertainment geworden, een saai opwindingsproduct dat op de smal geworden markt van de publieke aandacht steeds minder mensen kan bekoren'. Als de vorige generatie de identiteit heeft afgeschaft, waarmee moet de jonge generatie dan nog worstelen? Voor die heldenloze wereld van Claus enz. heeft de jonge generatie amper nog belangstelling en daaruit volgt gelatenheid. 'In een wereld waar officieel geen identiteit of verhaal meer bestaat, valt voor ons niets méér te doen dan te beginnen met een leven van vrij consumentisme.' 'Wij leven in een World of
    warcraft
    en brengen onze nachten door verwikkeld in een schitterende strijd tussen goed en kwaad'. 'Is de "identiteitsloze" cultuur niet een identiteitshonger aan het creëren die ze uiteindelijk zelf niet meer zal kunnen stillen? En wat dan?'

    Lees de hele tekst in Streven

    Naar boven


  • Dit is een opinieartikel – kijk maar even
    Sommige stukken kun je overslaan
    Illustratie - Agnes Loon

    Deze tekst sluit op een of andere wijze aan bij de vorige
    "Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit"

    Door Jochem van den Berg en Diederik Smit • donderdag 8 maart 2012, 09:30 - Bron: De speld.

    Internet, digitale cultuur, de consumptiemaatschappij, de open samenleving, globalisering, populisme, individualisering, revolutie en ontvrienden. Het zijn bijna allemaal woorden die iets zeggen. We gaan nu verder met nog meer woorden. Gaat u mee?

    We staan voor een voldongen feit. De meningencultuur in het internettijdperk raast zo hard over de digitale snelweg dat het publieke discours het ondergeschoven kindje dreigt te worden. Verharding, verhuftering en infantilisering zijn het gevolg, met alle nadelige effecten van dien. Dit hebben de afgelopen jaren zojuist aangetoond.

    Lees verder

    Naar boven


  • OCW wint Sofprijs. Lofprijs voor Herman Finkers - vanwege de Stichting Nederlands

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, met als verantwoordelijk minister Marja van Bijsterveldt, heeft de Sofprijs der Nederlandse taal 2011 gewonnen. Het versloeg daarmee nipt prof. Ad van Deemen, hoogleraar bedrijfskunde aan de Radboud-universiteit in Nijmegen, die verbiedt dat zijn studenten hun scriptie in het Nederlands schrijven.

De Lofprijs voor 2011 gaat naar Herman Finkers. De Twentse cabaretier hekelde in een gesprek met Paul Witteman in de documentaire "Liever dan geluk" het anglowane gedrag van veel Nederlanders. Hij sprak over de verziellozing van de Nederlandse taal (op 21.00 minuten) door het gebruik van steeds meer Engels.

Lees het hele persbericht

Naar boven


  • Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012

Shop twice this weekend’, adviseert een sticker naast de kassa van de WE. Eronder de tekst: ‘Shop till you drop’ en op de ruit ‘Discover yourself as everybody else is already taken’. Ik haast me naar huis, langs ESPRIT-posters met een jonge vrouw: “I wish for a puppy, verderop een meisje: “I wish for a brother”. Dan staat langs de ring reclameborden: Shurgard Self-Storage en ‘Dress less to impress’. Bart Smit verkoopt Toys and Games.

Het winkeldomein waar ik het meest kom is het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord. Dat heeft niet echt de internationale allure van een PC Hooft. Het publiek verdient beneden modaal. Er is veel kleur, blank ziet vaak grauw. Een groot deel van de klanten op het Buikslotermeerplein is laagopgeleid. Zij spreken volgens mij matig Engels. En toch toont het Buikslotermeerplein verachting voor de Nederlandse taal.

Lees verder

Naar boven



  • Een waardecodex voor Europa - uit het essay van hoofdredacteur Hans Verboven uit het Jaarboek 2011 van het VVA

Uit het prachtige essay van hoodredacteur Hans Verboven “Grenzen aan tolerantie? Anatomie van de open samenleving” (pp. 75-89) lichten we enkele fundamentele ideeën in citaatvorm.

Over “De idee ‘Europa’”

Wat is nu onze traditie, wat is onze identiteit? Wat is de idee ‘Europa’? (p. 82) …

De roeping van het westen werd een eerste keer duidelijk in Hellas. Het zelfbewustzijn van de mens, de heldere logische gedachtebouw, de scheppingsdrang in kunst en wetenschap en de Attische levensvreugde komen uit Hellas en werden door de Romeinen, de Duitsers van de Oudheid, institutioneel omkaderd. Op het zelfde ogenblik is er het wonder van het christendom, dat de westerse mens uit de starre oudtestamentische waarheden verlost. Het Godsbeeld van de christenen past niet bij de literaire godenwereld der Grieken, maar was wel filosofisch door de laatsten al bepaald. (p.83)

Samen met het verlichtingsdenken en het humanisme is het christendom kern van onze westerse identiteit, ook voor hen die zich niet tot het christelijke geloof bekennen. (p. 83)

Lees meer


Naar boven




  • Meertaligheid in het onderwijs - een Nederlandse invalshoek

Over meertaligheid bestaan hardnekkige misverstanden. Zo prijzen politici, leerkrachten en buurtbewoners Marokkaanse ouders wanneer ze thuis met hun kinderen Nederlands spreken. Taalachterstanden in het Nederlands van meertalige kinderen zijn volgens velen terug te voeren op de andere thuistaal. Maar in tegenstelling tot wat publiek en politici roepen, kunnen Marokkaanse ouders hun kinderen veel beter een goede basis in de Berberse taal meegeven dan gebroken Nederlands met hun kinderen spreken.

Taalwetenschappers zijn het daar allang met elkaar over eens. Hoe komt het dan dat deze kloof tussen wetenschappelijke kennis en publieke opinie zo groot is?

Vanuit verscheidene invalshoeken wordt deze thematiek benaderd aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Voor alle informatie: klik hier

Naar boven


 

  • De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme

    Op 8 maart jl. (1998) bezon het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) zich over de taak van de intellectueel c.q. academicus (d.i. de universitair gevormde) in de hedendaagse maatschappij, met boeiende lezingen van de professoren A. Burms, L. Abicht en F. Van Neste over de intellectuelen tegenover respectievelijk traditie en cultuur, politiek en beroepsethiek en een levendig debat. Graag wil ik hier ook mijn persoonlijke gedachten over dit onderwerp samenvatten.

    In onze postmoderne maatschappij waar eenieder meer en meer zijn idealen kiest als in een supermarkt, is het moeilijk nog over gemeenschappelijke idealen te spreken, zelfs onder academici. Toch durf ik een aantal waarden vooropstellen die m.i. in de huidige toestand in ons land moeten worden benadrukt en uitgedragen

    Lees verder

    Naar boven


  • Democratie: hoe is het mogelijk? - S.W. Couwenberg

    Democratie: hoe is het mogelijk? Goede vraag. Want al behoort democratie tegenwoordig tot de vanzelfsprekendheden van onze moderne samenleving, zij is op de keper beschouwd helemaal niet zo vanzelfsprekend. Is aan bepaalde maatschappelijke voorwaarden niet of onvoldoende voldaan, dan rest van die papieren democratie waaraan men nog wel lippendienst blijft bewijzen in de geest van Macchiavelli niet veel meer dan een mooie façade. De term democratie, zo merkte de Nederlandse historicus Von der Dunk eens op, behoort tot de troebelste in de bagage van politici die toch al aan troebele termen zo rijk is. Met dit begrip wordt in ieder geval veel demagogie gepleegd evenals trouwens met termen als racisme en fascisme. Politieke taalmanipulatie noemen we dat met een deftig woord.

    Lees verder

    Naar boven




  • De humus voor de democratische flora - Over enkele randvoorwaarden van een politieke democratie - Boudewijn Bouckaert

    ‘I believe in democracy because it releases the energies of every human being’

    President Woodrow Wilson

    Democratie is ongetwijfeld één van de meest misbruikte termen in het laatste decennium. Minder en minder refereert de term naar een bepaald politiek bestel. Meer en meer verwerft de term een signalementsfunctie. In het moderne politieke discours signaleert de term democratisch de bereidheid zich te onderwerpen aan de canons van de politieke correctheid en de ambitie zich aanvaardbaar te maken voor de regerende elites. Op die wijze verliest het begrip elk kritisch vermogen. Het beeld van een normatief polis-ideaal, aan de hand van hetwelk de politieke praxis kan worden getoetst, verdwijnt. De term democratie verwordt tot een betekenisloze en rekbare slogan die door de politieke elites anders wordt ingevuld naargelang zij één of andere mogelijke concurrent uit het politieke leven willen bannen.

    Het VVA-initiatief om een moment van debat rondom dit veel uitgesproken, maar weinig begrepen politiek ideaal te organiseren, is daarom geen overbodige weelde. “La démocratie est une bonne fille, mais pour qu’elle soit fidèle il faut faire l’amour avec elle tous les jours.” Aldus de Franse auteur Edouard Herriot. Democratie, en de beginselen die haar schragen, moeten onderhouden worden en bestendig heruitgevonden worden. Anders ondergaat zij het lot van een zachte politieke euthanasie.

    Over de randvoorwaarden, waarin een politiek stelsel zoals democratie stabiel kan functioneren, werden reeds lange debatten gevoerd. Met een knipoog naar enkele actuele debatten, had ik graag de volgende randvoorwaarden toegelicht:
    1. De politiek-filosofische randvoorwaarde van het respect voor mensenrechten;
    2. De sociologische randvoorwaarde van een brede middenklassecultuur;
    3. De voorwaarde van een goed-geïnformeerde burgerij;
    4. De sociaal-psychologische voorwaarde van een minimum aan patriottisme.

    Lees verder

    Naar boven



  • Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste

    1. Om eerlijk te zijn, deze titel is een tweede keuze. Eerst luidde het: is het ethische gehalte van ons beroep zoek geraakt? Of, zijn we het ethische gehalte van ons beroep kwijt? Of nog, hoe zullen we het ethische gehalte van ons beroep terugvinden ?

    Jacques Ellul schrijft in een van zijn boeken : "Dans une société donnée, plus on parle d'une valeur, d'une vertu, d'un projet collectif, plus c'est le signe de son absence".
             
    Men spreekt zo dikwijls van 'ethiek': beroepsethiek, bio-ethiek, Business Ethics, de ethiek van de journalist... Zou het kunnen dat dit er op wijst dat we het ethisch besef, de ethische oriëntatie kwijt zijn?

    Lees verder

    Naar boven

  • Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain

    Naar aanleiding van het onderwerp van vandaag, de tewerkstelling van de jonge Vlamingen, is de vraag steeds opnieuw: waar gaan we naartoe op het stuk van tewerkstelling? Wat zijn daarvan de gevolgen in het algemeen en voor onze jonge academici in het bijzonder?

    Werkgelegenheid houdt vele mensen vandaag gaande. We zijn er “leeg” van.  Niet dat het aan initiatieven inzake “aanzwengeling” van werk ontbreekt.  Integendeel.  Verklaringen dat werk politiek absoluut prioritair op de agenda staat, stapelen zich op, zoals uit talrijke overheidsinitiatieven blijkt : aldus o.m. de jongste top van de G7 te Rijsel, het vertrouwenspact van Jacques Santer en het toekomstcontract van Jean Luc Dehaene; Helmut Kohl heeft voor Duitsland niet minder dan 50 maatregelen op het getouw gezet en zopas 70 miljard DM sociale besparingen aangekondigd.
    Toch blijven we op onze honger.  Dit is ongetwijfeld existentiëler nog meer het geval voor de werkzoekenden, voor de duizenden, die weldra werkloos zullen worden, de gepre-pensioneerden en “steuntrekkers” aller aard, die in de marginaliteit verkeren of geduwd worden.

    Lost paradise

    Lees verder

    Naar boven


  • Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms

    Wie de taak van de intellectueel in onze tijd wil omschrijven, heeft met een speciale moeilijkheid af te rekenen. De intellectueel werd altijd gezien als iemand die in staat is om een kritische afstand te bewaren tegenover de opinies en vooroordelen van de cultuur waartoe hij behoort: van hem werd verwacht dat hij zich zou laten leiden door zijn eigen kritisch oordeel en niet door de heersende denkpatronen. Het probleem is nu dat in onze cultuur de overtuiging heerst dat iedereen de opdracht en de bekwaamheid heeft om zich tegenover de gangbare opvattingen kritisch op te stellen en over allerlei essentiële zaken een zeer eigen mening te hebben. Binnen de huidige common sense geldt het als een soort dogma dat het ideaal van het kritisch oordeel binnen het bereik van elk individu ligt en dat we bovendien de heilige plicht hebben de mening van eender wie onvoorwaardelijk te respecteren. Vandaar dat bijvoorbeeld door de voorstanders van de ‘rechten van het kind’ met een absurde ernst gesproken wordt over de meningen van kinderen. Zo meldt De Standaard van 28 oktober 1996 dat Unicef-België het verontrustend vindt dat nog altijd een kwart van de Belgische gemeenten geen kindergemeenteraad wil of serieuze twijfels heeft over het nut ervan. Wat mij vooral ‘verontrustend’ lijkt is dat een belangrijke organisatie dergelijke onzin in alle ernst kan verdedigen. Kinderen hebben nood aan bescherming en aandacht, maar ze hebben er geen belang bij dat we hen (en ook onszelf) bedriegen door voor te wenden dat we een bijzondere interesse voelen voor hun visie op het gemeentebeleid of andere gelijkaardige kwesties. De vraag die we ons naar aanleiding hiervan moeten stellen is welke inhoud we nog kunnen geven aan de opdracht van de intellectueel in een context waarin de cultus van de kritische afstand en van de eigen mening met kritiekloze vanzelfsprekendheid wordt beoefend.


    Lees verder

    Naar boven


  • De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers

De discussie omtrent de rol van de intellectueel in onze samenleving ging helemaal uit naar onderwerpen als moraal, criticiteit en ethische regels. Niet verwonderlijk in een tijd waarin de mens zich vragen stelt en waarin hij het gevoel heeft dat de bestaande waarden wegglijden. Maar zoals het meestal gaat als de bespreking naar die onderwerpen uitgaat, beperkte ze zich nu ook tot het detail en de korte termijnhistoriek. De kleine en grote problemen waarmee we nu worden geconfronteerd, werden ten tonele gevoerd, met ondermeer de seksuele agressie en de fel toegenomen economische concurrentie. De geschiedenis ging amper terug tot aan de breuk die de verlichting met zich meebracht.

De analyse op korte termijn is nodig, maar aan de problemen die zich nu voordoen zal de mens geen duurzame oplossing geven als hij zijn perspectief niet verwijdt. De toestand die wij nu beleven is niet nieuw. Zolang de mens geschiedenis heeft geschreven, heeft hij ons gelijksoortige verhalen doorgespeeld. Telkens de mens door een periode van recessie ging heeft hij zich dezelfde vragen gesteld. Indien er ruimte is voor groei en de mens aan zichzelf en aan zijn kinderen een toekomst kan geven zoals hij het wenst, stelt hij zich die vragen niet.

Maar wat als het probleem zich telkens opnieuw, telkens met dezelfde kenmerken herhaalt? Is het dan niet mogelijk dat het gestuurd wordt vanuit een dieperliggende oorzaak en zouden we dan niet beter daar onze aandacht op richten.  

Die dieperliggende oorzaak is bekend, maar we moeten haar durven onder ogen zien. De hoofdoorzaak is overbevolking. ...

Lees verder


Naar boven

  • Intellectuelen en politiek - Ludo Abicht

VAN DE INTERNATIONALE NAAR DE INTERNETIONALE -
IS ER NOG PLAATS VOOR INTELLECTUELEN ?

1. In Biedermann und die Brandstifter  van Max Frisch, een moraliteit over de medeplichtigheid van de doorsneeburger met een stel misdadigers, speelt een zekere Herr Doktor Phil., een typische intellectueel, een cruciale en nefaste rol: hoewel hij wist of kon weten wat die gangsters van plan waren, heeft hij hen tot op het laatste moment gesteund en daarmee de catastrofe mogelijk gemaakt. Wanneer dan de hel losbarst, leest hij een plechtige verklaring af, waarin hij zich uitdrukkelijk en veel te laat van de misdadigers distantieert, maar zijn welgevormde zinnen gaan verloren in het lawaai van de ondergang. Het stuk werd geïnspireerd door de stalinistische putsch van 1948 in Praag, maar kan zonder moeite worden toegepast op de ontelbare intellectuelen die zich in de twintigste eeuw links of rechts geëngageerd hebben en daardoor onmenselijke regimes logistieke steun of minstens legitimiteit bezorgd hebben.

Lees verder

Naar boven



  • Treffen van de bouwgezellen 1953-1962 - zoekactie naar hun adressen


B O U W O R D E
W  O    S  I  N  D    S  I  E    G  E  B  L  I  E  B  E  N

ALLERLAATSTE  TREFFEN  van  de  BOUWGEZELLEN  1953 – 1962

ZOEKACTIE NAAR DE ADRESSEN VAN DE BOUWGEZELLEN


Indien iemand hem niet meer zou kennen.
Het gaat om deze man.  Een monument voor deze man:
Pater Werenfried van Straaten, o.f.p.,
premonstratenser Norbertijn, °Mijdrecht(NL) 17-01-1913 + Bad Soden (D) 31-01-2003,
begraven te Königstein (Frankfurt), in de aarde van “Kerk in Nood”, zijn levenswerk.
oprichter van de Bouworde,

Volgens Norbertijn Ceustermans gebeurde dit toen Van Straaten een klein Duits vluchtelingenmeisje een prentje van Jezus gegeven had.  Hij vroeg haar om dat aan de muur op te hangen.  Toen ze antwoordde dat ze geen muur meer had, richtte Van Straaten de Bouworde op... 
 

Deze internationale organisatie die zich inzet om huizen te bouwen was niet alleen een antwoord op de grote noden in Europa, kort na de 2de Wereldoorlog. Ze was tegelijkertijd een gebaar van verzoening en een poging tot verbroedering van alle mensen en volken. In de beginjaren werd er vooral gewerkt in West-Duitsland, maar ook op kleine schaal op het landsgebied van de toenmalige DDR, om de vluchtelingen uit de verloren Duitse provincies opnieuw een huis te geven.  Eind jaren ’50 werden ook elders in Europa ontwikkelingsprogramma’s uitgevoerd en later ook in Afrika en Zuid-Amerika.

ONTSTAAN  VAN  DE  BOUWORDE

Over de Bouworde informatie opvragen via Google is zoveel als water naar zee dragen. Een eindeloze overvloed aan informatie. En toch kennen weinigen de kleine histories van deze unieke Vlaamse jongerenbeweging. Een beweging die zich over heel Europa verspreidde om als eerste, in 1947 of 2 jaar na het oorlogsvuur, te starten met een actie van caritas voor en verzoening met het volk van onze vijand: Duitsland. 

“Oostpriesterhulp-Ostpriesterhilfe” en “Kerk in Nood - Kirche in Not” groeiden direct uit tot liefdadigheidswerk van nooit geziene omvang. Terwijl onze Vlaamse boeren en burgers nog in overladen naoorlogse zorgen om geld verlegen zaten, kwam een  Premonstratenser, de Norbertijn Werenfried van Straaten, bij die boeren bedelen om… …spek. Want voedsel was de allereerste nood in het oosten. Al gauw was de “Spekpater” geboren. 

Toen er tien jaar later meer welstand groeide in Vlaanderen, trok Werenfried, na zijn spekactie, met zijn hoed doorheen heel Vlaanderen als … …bedelaar.  Maar hij was wel de grootste bedelaar aller tijden: daarvoor had hij letterlijk een uitgerafelde “miljoenenhoed”, die in totaal vele miljarden opbracht. 

Hij liet tientallen kapelwagens bouwen, die van dorp tot stad door de bevrijde West- en Oostduitse gebieden trokken. Gebieden, die daarop opnieuw bezet werden door westerse bevrijders en oosteuropese communisten. 

Met zijn “hoed” kocht hij 400 Volkswagens voor de arme drommels van “rugzakpriesters”, die voorheen van het ene naar het andere Siedlungslager over enorme afstanden reizen moesten, te voet, per fiets, te paard of per ezel.  Allemaal om in die nood voor de 14 miljoen “Heimatvertriebenen” geestelijke en fysieke zorgen te brengen. 

Dat was voor Werenfried nog steeds onvoldoende! De kennismaking met dat Duits vluchtelingenmeisje dreef hem in 1953 tot het oprichten van zijn beroemde nieuwe beweging, waaronder studenten en jongeren vrijwillige arbeidsdienst zouden leveren: de BOUWORDE (BO).

Als bouwgezel van de BO word je niet vergoed. Meer nog, je moest de kosten van je reis en verblijf zelf dragen. Materieel heeft de BO miljoenen werkuren gepresteerd aan de opbouw van woningen, kerken en dispensaria voor miljoenen “Ostvertriebenen”. In de paasvakantie van 1953 gingen 100 Vlaamse bouwgezellen van de Jezuïetencolleges naar het eerste Bouworde-propagandakamp te Münster (Westfalen). In dat zelfde jaar volgden nog eens 513 Vlaamse gezellen.

EVOLUTIE  NAAR  EEN  “ INTERNATIONALE  BOUWORDE ”

Begonnen als een geestelijke orde, afhankelijk gegroeid van Oostpriesterhulp - Kerk in Nood, met zetel in de abdij van Tongerlo, werd de BO in 1956 een zelfstandige organisatie. Naast de civiele BO werd toen SIBO, het Seculier Instituut van de Bouworde, opgericht ter ondersteuning van de langlopende bouwwerken waar permanentie nodig was. In Duitsland en Oostenrijk kwamen afdelingen of Bauorden. Inmiddels werden in 1960 de banden met Oostpriesterhulp verbroken. De Spekpater trok zich terug met KERK in NOOD te Königstein. Een groep vernieuwende Vlaamse BO-leiders trad aan, zodat in 1962 de (her)oprichting van een Internationale Bouworde (IBO vzw volgens Belgisch recht) het werkgebied deed uitbreiden over de hele wereld. Ze werd enkel door leken bestuurd en het internationaal secretariaat werd te Leuven gevestigd.

De 10 eerste jaren van de BO hebben zich meer dan 32.000 bouwgezellen gemeld, waaronder meer dan 17.000 Vlamingen…. …! In de periode van 1953 tot 1962 waren er zelfs succesjaren van 7000 bouwgezellen per jaar.  Vandaag zijn dat meer dan 150.000 internationale deelnemers, van wie nog steeds 50.000 Vlaming zijn.

HET  ALLERLAATSTE  TREFFEN  VAN  OUD–BOUWGEZELLEN  1953–1962
   Z O E K D I E N S T  

            Als aanloop en voorbereiding naar WERENFRIEDS 100ste verjaardag (17 januari 2013) wordt een TREFFEN georganiseerd voor alle Bouworde-gezellen uit de eerste 10 jaar (bouwkampen 1953-1962), 50 à 60 jaar geleden.  Aldus wordt het nu een zoeken naar de adressen van de nog levende Vlaamse gezellen: uiteraard geen 17.000 Vlamingen, laat staan 32.000 Europeërs. Maar met de wetenschap dat er geen lijsten van deelnemers ooit bewaard werden, noch te Tongerlo, noch te Leuven, noch te Königstein in Duitsland. Daarom maken we zelf een raming.

Gemiddeld nam elke bouwgezel als student deel aan een 4-tal kampen. Zo weten we dat er toch een leger van een 4.000 bouwgezellen zijn geweest in die eerste 10 jaar. Vermits het nu om een Treffen gaat van oude alumni van 75 à 85 jaar, vermoeden we sterk dat we, na aftrek van overledenen, zieken, gehandicapten of zij, die in de diaspora uit het leven verdwenen, een bereikbare 500 gezellen hopen terug te vinden.  

TIJD  &  PLAATS  VAN  HET  TREFFEN

Dit TREFFEN is gepland over ca. 18 maanden, in de vroege HERFST 2012.  Alle verdere details worden, na de lange voorbereidingsperiode, in de LENTE 2012 medegedeeld.  Exacte datum, locatie en programma zijn afhankelijk van het aantal ingeschreven deelnemers.  Zonder archief wordt deze zoekdienst een zeer moeilijke opdracht.
 
Het samenstellen van een lijst van deze oud-Bouworde-gezellen kan alleen een succes worden mits medewerking van onze Vlaamse verenigingen  Daarvan zit het VVA met een merendeel aan alumni wel praktisch aan de bron.  Mogen wij vragen dat de oud-BO-gezellen tussen uw leden en vrienden zich willen melden aan onderstaand
e-postadres. Volgende minima gegevens zijn nodig :

NAAM, ADRES, TELEFOON, MOBIEL, E-POSTADRES, BOUWKAMPPLAATS(en) en JAAR(en)

Wie zich meldt zal via een maandelijkse nieuwsbrief (NB) op de hoogte blijven m.b.t. het aantal aangroeiende (illustere) namen en het programma, dat geleidelijk vorm zal krijgen. De naam van uw vereniging zal ook mits medewerkende zoekdienst, uit erkentelijkheid in deze nieuwsbrieven maandelijks vermeld staan.  

Tot aan het Treffen in de herfst van 2012.

De nieuwsbrief van mei,  NB.5, is klaar en wordt u eerdaags bezorgd.
           

Uit de bemoedigende, nostalgische en emotionele toegezonden ontboezemingen wordt alles duidelijk: ieder wil elkaar eindelijk eens weerzien om herinnerd te worden aan die gelukkige “idealistische tijd” van toen alles nog mogelijk was. Daarna is het een …“Auf Wiedersehen im Himmel”… …?

 

Maurits Nachtergaele, oud-Secretaris-Generaal van de Bouworde.
ing. Luc Broes, oud-Bouwgezel Baustelle Linz 1954.
arch. Paul Fleerackers, oud-Bouwgezel Baustellen Münster 1953, Bochum 1953 en Linz 1954.

 

ZOEKDIENST  -  CONTACT  -  COÔRDINATIE
Met de medewerking van MarnixRing*LievenGevaert)
paul.fleerackers@telenet.be
tel. : 03 248 28 73  -   mob. : 0 486 027 124
Paul Fleerackers, Boomsesteenweg 380-382
2020 Antwerpen

P.S.
Sfeerbeeld van de BOUWORDE
met de stem van Marlène Dietrich
http://www.youtube.com/watch?v=5CMfMt1Fan8


Naar boven



  • Grendel is een monster in Beowulf - 11-juli-toespraak van Jean-Pierre Rondas in het Stadhuis in Brugge op 10 juli 2011

    J.P. Rondas was producer bij VRT Radio Klara.

    Ik wil het vanavond met u hebben over grendels en vergrendeling, beton en betonnering in de Belgische politiek. Ik moet u mijn naïviteit bekennen betreffende de werkelijke verhoudingen in de Belgische staat sinds 1970, het jaar van de grendelgrondwet van Vader Eyskens.


    Lees verder

    Naar boven


  • Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Jean-Pierre Rondas te Ieper op 1 juli 2011

    De Orde van de Vlaamse leeuw wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
    - een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
    - prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
    - acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

    * Verwelkoming door burgemeester Luc Dehaene van Ieper
    * Presentatie, uitreiking van de Orde en toespraken door
    - An De Moor, voorzitter van de Beweging Vlaanderen-Europa vzw
    - Matthias E. Storme, voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw
    - Jean-Pierre Rondas, laureaat

  • An De Moor beklemtoonde in haar
    toespraak het belang van de samenhorigheid onder alle Vlamingen
    Lees de toespraak




    Laudatio van Matthias E. Storme
    voor laureaat J.P. Rondas
    Lees de toespraak





    Matthias E. Storme overhandigt de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Jean-Pierre Rondas.
    An De Moor staat klaar met de bloemen voor Mevrouw Rondas.
    Lees de toespraak als dank van Jean-Pierre Rondas:
    om de dominantie van de Franstalige minderheid te neutraliseren eist Rondas de afschaffing van de grendelwetgeving - zie ook hoger de
    11-julitoespraak van J.P. Rondas in Brugge


    De ordedragers sinds 1971 van de Orde van de Vlaamse Leeuw zijn: klik hier

    's Avonds volgde op de Grote Markt van Ieper het openingsconcert in de reeks Vlaanderen Muziekland.
    De concertreeks loopt als een rode draad doorheen de 11-daagse en levert de kers op de fessttaart van de
    11-daagse Vlaanderen Feest! 2011.


    Naar boven


  • Rechtenopleiding in Brussel in twee talen: Nederlands en Frans 30-6-2011

  • Ondertekening van de overeenkomst met de drie decanen. v.l.n.r. Paul Van Orshoven (K.U.Leuven), Frank Fleerackers (HUB) en Pierre Jadoul (FUSL)



    Een rechtenopleiding in twee talen. Het is – in dit tweetalig land – een primeur. De nieuwe opleiding gaat pas volgend academiejaar van start, maar nu al blijkt uit de vragen van toekomstige studenten hoe groot de interesse voor deze formule wel is. In de eerste en tweede bachelor wordt de helft van het lespakket in het Nederlands gedoceerd en de andere helft in het Frans. Voor de Nederlandstalige vakken zitten de studenten in de auditoria van de HUB, voor de Franstalige vakken stappen ze naar de Facultés Universitaires Saint-Louis (FUSL). Professor Frank Fleerackers (decaan Faculteit Rechten aan de HUB): “Brussel is een speciale plek voor juristen. De hele juridische wereld ligt aan onze voordeur, van het eenvoudigste Vredegerecht tot de hoogste regionen met het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie, de Raad van State en de Europese instellingen. Deze enorme juridische gemeenschap is in Brussel tweetalig, zelfs veeltalig en we willen onze toekomstige juristen optimaal voorbereiden. Niet door een of ander keuzevakje in het Frans te geven, maar door ons studieprogramma radicaal op te splitsen. De unieke ligging van onze rechtenfaculteit maakt dat mogelijk: letterlijk om onze hoek ligt onze Franstalige zusteruniversiteit FUSL. Een doorgedreven samenwerking lag dus eigenlijk voor de hand.”

    Onderdompelen

    De HUB en de FUSL werken al langer samen. Professor Pierre Jadoul (decaan Faculteit Rechten aan de FUSL): “Bijna twintig jaar kunnen studenten van de HUB en de FUSL aan elkaars universiteit cursussen volgen. Deze nieuwe rechtenopleiding is echter veel ingrijpender. De HUB-studenten die voor deze formule kiezen krijgen acht juridische basisvakken in het Frans, zowat de helft van de juridische vakken van hun bacheloropleiding. Dat levert een serieuze onderdompeling op.” Voor de daaropvolgende derde bachelor en de master trekken de studenten naar de K.U.Leuven waar de lessen uitsluitend in het Nederlands gegeven worden. Professor Paul Van Orshoven (decaan Faculteit Rechten aan de K.U.Leuven) ziet in het tweetalig traject een grote meerwaarde: “Om de wetten van dit land te lezen, hoef je geen Frans te kennen. Zij verschijnen in het Staatsblad in twee talen, netjes in twee kolommen naast elkaar. Maar het Staatsblad is niet de enige rechtsbron. De rechtsliteratuur en de rechtspraak worden voor een groot stuk in slechts één taal geschreven en dat is dus vaak de andere landstaal. Een jurist moet met de commentaren van Franstalige rechtsgeleerden kunnen werken, de vonnissen van Franstalige rechters begrijpen. Bovendien, als advocaat is het niet uitgesloten dat je later in het Frans moet pleiten en vergeet niet dat veel juridisch werk zich buiten de rechtszaal afspeelt. Wie bijvoorbeeld kan onderhandelen in het Frans staat een heel stuk sterker.”
    De enorme juridische gemeenschap in Brussel is tweetalig, zelfs veeltalig en we willen onze toekomstige juristen hier optimaal op voorbereiden.

    Student met ambitie

    Hoeveel studenten zich voor deze formule zullen inschrijven, blijft nog tot oktober een raadsel. Overigens zijn de groepen aan de HUB kleiner dan aan de overige universiteiten. Professor Frank Fleerackers: ”We geloven sterk in de kleinschalige aanpak. Voor deze tweetalige opleiding mikken we op een vijfentwintig studenten. We zagen in het verleden Vlamingen – en vaak waren dat de sterkere studenten - naar de universiteit van Namen trekken om daar hun diploma te behalen, precies omdat ze werken met juridisch Frans belangrijk vonden voor hun verdere carrière. Voor hen is onze tweetalige opleiding een valabel alternatief. We steken ook niet weg dat we hier mikken op de betere, ambitieuze student die bereid is een extra inspanning te leveren.”

    Studeren in twee talen

    De rechtenopleiding die aan de HUB samen met de KULeuven wordt aangeboden kent twee afstudeerrichtingen: de ‘algemene afstudeerrichting’ en ‘economie, recht en bedrijfskunde’ . Die eerste kent voortaan twee varianten: een eentalig Nederlandse opleiding en een tweetalige opleiding in samenwerking met de Franstalige Facultés Universitaires Saint-Louis.
    De studenten die voor de tweetalige variant kiezen krijgen in het eerste en tweede jaar van de bachelor acht juridische basisvakken in het Frans voorgeschoteld, goed voor bijna de helft van de studiepunten. Zo wordt ‘Politieke Geschiedenis’ in het Nederlands gegeven en het familierecht in het Frans.De daaropvolgende derde bachelor en de master worden aan de K.U.Leuven gedoceerd, volledig in het Nederlands.

    Bron: Faculteit Rechtsgeleerdheid KUL


    Naar boven

  • In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011

    In een recent stuk over de Vlaamse identiteit stelde ik, tot ontevredenheid van sommige lezers, dat af en toe hele volkeren hun taal afzweren om er een andere over te nemen die hen en hun kinderen meer toekomst belooft. Dat is gebeurd met de meeste Schotten en Ieren, die desondanks hun etnische identiteit behouden hebben. Het is ook gebeurd met wellicht anderhalf miljoen geboren Vlamingen die sedert 1830 in Wallonië, Brussel of zelfs Vlaanderen voor het Frans gekozen hebben. Zij hebben tegelijk ook hun Vlaamse identiteit overboord gegooid, soms (bv.Jacques Brel) heel nadrukkelijk. Acht ik die stap, zo daagt een woordvoerder van de Marnixring mij uit, voor herhaling vatbaar, nu richting Engels?

    Lees verder

    Naar boven



  • Filosofie en maatschappelijk engagement

    De situatie ziet er op dit ogenblik voor de filosofie niet zo slecht uit. Er is de blijvende aantrekkingskracht bij steeds nieuwe generaties studenten; de filosofie slaagt er tot op zekere hoogte in  relevant te zijn in en voor de bredere maatschappij. Er zijn echter factoren die minder goeds voorspellen voor de toekomst: de gevolgen van de ‘vermarkting’ van de universiteit voor de humane wetenschappen en speciaal voor de filosofie, met daaraan gekoppeld de interne, exclusivistische drang naar meer wetenschappelijkheid in de filosofie zelf. Het zal niet eenvoudig zijn tegen deze tendensen in te gaan omdat ze zich voordoen als rationeel en vanzelfsprekend. Is het echter niet juist de taak, ook en vooral van de filosofie, deze rationaliteit en vanzelfsprekendheid in vraag te stellen?

    Het gaat hier natuurlijk niet om een veto uit te spreken tegen bepaalde vormen van filosoferen omdat die een grote exactheid of techniciteit vereisen of nastreven. Dergelijke vormen van filosoferen kunnen zelfs een brede relevantie hebben. Waar het om gaat is in te gaan tegen een verenging van het filosofisch onderzoek om oneigenlijke redenen: omwille van prestige en institutionele aanvaarding.  Wat daarbij dreigt verloren te gaan is in de woorden van Raimond Gaita, “the meditative, critical reflectiviness that is essential to many disciplines in the humanities and certainly to philosophy”(1). Om dat meditatieve en kritische karakter van het filosofisch denken als totaliteit te bewaren moeten filosofen als groep ook in voeling blijven met de eigen culturele en maatschappelijke context. Dat betekent dat de filosofie naast een conversatie wereldwijd met andere filosofen ook de conversatie moet blijven aangaan met de eigen cultuur en maatschappij en wel in de eigen taal.*  Filosofie moet tegelijk local knowledge blijven. Dat precies dergelijke local knowledge van grote relevantie kan zijn, ook internationaal gesproken, wordt niet alleen bewezen in de literatuur, maar ook in de filosofie.

    Misschien is het niet aangewezen de huidige ontwikkelingen te counteren met een beroep op hooggestemde idealen uit het verleden, zoals het belang van de vorming van een maatschappelijke elite, of dat van de filosofie als onontbeerlijk centrum van de universiteit, of dat van een abstracte academische vrijheid. Misschien moeten we als groep zo eerlijk en ernstig mogelijk ingaan op de vele sollicitaties die vanuit de maatschappij in turbulentie op ons afkomen. Zeker moeten we een aantal mantra’s die de geesten beheksen in vraag stellen. Een daarvan is de idee dat concurrentie tussen personen en instellingen ook in de non-profitsectoren de beste of enige manier is om datgene waarover het daar gaat, zoals onderwijs en onderzoek, te promoveren. Een ander is het idee dat zonder vast paradigma geen goed werk geleverd kan worden in de menswetenschappen. Nog een ander mantra is de gedachte dat efficiëntie en productiviteit intrinsiek goed zijn. Die kritische functie van de filosofie lijkt volledig in de verdrukking te komen binnen een ‘vermarkte’ universiteit en een puur wetenschappelijke filosofie. Filosofen (en andere kritische stemmen) moeten hun rol van ‘luis in de pels’ blijven waarmaken, precies ook binnen het heersende universitaire bestel. Dat is hun verantwoordelijkheid als filosoof, ook tegenover hun eigen discipline en universiteit. Dus laten we maar het zoveelste internationaal artikel even uitstellen om kritisch te reflecteren over de toekomst van de eigen discipline en van de (eigen) universiteit in de huidige maatschappelijke context.

    Volgens Raimond Gaita is het in stand houden van een meditatieve en kritische reflectiviteit nauw verbonden met het bewaren van een filosofische levenshouding die onvermijdelijk een soort ethische attitude impliceert, “a spiritual orientation towards truth”. Dat de filosofie als maatschappelijk relevant wordt gewaardeerd zou wel eens kunnen te maken hebben met het feit dat studenten en publiek de aanwezigheid van die attitude ervaren bij vele docenten filosofie. Een dergelijke attitude kan er niet zijn zonder een persoonlijk engagement in de filosofie, een engagement dat zich tegelijk toont in de stijl van filosoferen en doceren (zoals dat ook gebeurt in de literatuur). Ruimte voor een dergelijk filosoferen kan er uiteindelijk alleen maar zijn in een niet-vermarkte universiteit die authentiek onderzoek en reflectie toelaat.*  Indien dat niet meer binnen de universiteit mogelijk is, zal het buiten de universiteit moeten gebeuren.

Herman De Dijn

De tekst is een uittreksel  uit De Dijns artikel ‘De rol van de filosofie in de samenleving’ in Ethische Perspectieven, maart 2011 -  21e jg.  nr. 1, blz.  24-36.

(1) Raimond Gaita in een interview over de noodzaak van een ‘chair of philosophy’ in de Catholic University of Australia.

* Cursivering in vette letter door de redactie van deze site.

Naar boven

  • Het establishment versus De Wever - column van Dirk Jan Eppink in NRC 18-1-2011



Column

Toen Karl Marx eind 1847 in Brussel het Communistisch Manifest schreef, had hij nooit kunnen vermoeden hoe België het beste voorbeeld zou worden van zijn politieke theorie – de socio-economische onderbouw determineert de politiek-culturele bovenbouw. In België stelde de ‘bovenbouw’ zich moeiteloos in op de veranderende ‘onderbouw’. Wallonië was ooit rijk, maar werd arm. Vlaanderen was arm, maar werd rijk. Brussel is de hoofdstad van vergane glorie. Toch is er een transformatieproces waarop België mogelijk stukbreekt: Vlaamse natievorming.
Het Belgische establishment staat oog in oog met Bart De Wever, leider van de Vlaamse nationalisten, die het Vlaams autonomiestreven verpersoonlijkt. Het establishment, met aan het hoofd de koning, zijn entourage en de heersende elite, is altijd geslaagd in het beheersen van transformaties, door zijn exponenten een belang te geven in België. Waalse socialisten, ooit staatsgevaarlijk, werden trouwe landgenoten dankzij de gulle subsidiekassen van de Belgische staat. Links Vlaanderen, socialisten en groenen, werden bondgenoten. Ze wonen liever in een links België dan in een rechts Vlaanderen. De Vlaamse culturele elite werd ingepalmd door een België dat zich afficheerde als multicultureel. Dat was stijlvoller dan kneuterige Vlaamse dorpstrots met pensenkermissen rondom parochiezalen.

De Wever is een probleem. ...

Lees verder

Naar boven

  • Het nieuwe volkse conservatisme - Bas Heijne 27 december 2010

    De kersttijd is bij uitstek die periode van het jaar waarbij gedachten aan vrede, menslievendheid, empathie en solidariteit naar boven komen drijven. Toch staat wat ooit een breed gedragen geloof in een betere wereld mocht heten, onder druk. BAS HEIJNE gaat op zoek naar oorzaken en houdt ook - zonder in simplismen te vervallen - de antwoorden van zowel links als rechts tegen het licht

    Lees het essay

    Naar boven

  • Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)

    Het ergste is valse hoop

  • Roger Scruton
    Zijn nieuwste publicatie


    Traditie is beter dan revolutie, betoogt de Britse filosoof Roger Scruton. In zijn jongste boek zijn de wereldverbeteraars de echte schurken.

    Vergis u niet, ook in conservatieven schuilt wel eens een rebel. Roger Scruton beleefde zijn uur van de opstand in mei '68 in Parijs, toen hij zijn vrienden uit de middenklasse auto's en winkels zag slopen en op de vuist zag gaan met de politie. ‘Met die onnozele maoïstische hooligans wilde ik niets te maken hebben', herinnert hij zich graag in interviews. ‘In één klap werd ik een conservatief. Ik realiseerde me dat ik de dingen liever wilde behouden dan ze aan stukken te slaan.'

    Lees verder

    Naar boven


  • Bologna: Bolognese?- 1-12-2010 Wouter Hessels

Net zoals veel politici het heersende kapitalistische systeem als vanzelfsprekend aanvaarden, zo onderschrijven academische overheden ook braafjes het hoger onderwijssysteem na de beruchte Bologna-akkoorden. André Oosterlinck, ererector van de K.U.Leuven, verklaarde in De Morgen dat het Bologna-akkoord 'op verbluffend korte tijd geleid [heeft] tot een kwalitatief beter hoger onderwijs dan een decennium geleden'. Ik betwijfel dat.

Sinds de toepassing van de Bologna-akkoorden in het Vlaamse hoger onderwijs zijn de resultaatgerichtheid, de externe fondsenwerving voor onderzoek en het entrepreneurship ongetwijfeld toegenomen. Instellingen van hoger onderwijs zijn meer en meer uitgegroeid tot private ondernemingen waar op té geïndividualiseerde wijze diploma-, credit- of examencontracten allerhande worden afgesloten. De sociale dimensies van het onderwijs verminderen zienderogen. Geobsedeerd door hoog rendement lijken alle middelen goed om zo veel mogelijk jonge mensen te lokken als klanten voor de eigen 'onderwijs'instelling. De in Vlaanderen nog steeds verzuilde universiteiten en associaties staan immers als concurrenten tegenover elkaar. In die vrije onderwijsmarkt is de maatschappij- en onderwijskritische zin van docenten en studenten de laatste jaren veeleer verstomd dan versterkt. Ik vraag me dan ook al jarenlang af of de (r)evoluties na Bologna wel zo gunstig zijn voor jonge mensen die gevormd wensen te worden.

Het gouden kalf van Bologna dat de maatschappelijke trend van individualisering bestendigt, heeft het hoger onderwijs ook in de richting van commercieel management- en marketingdenken gedwongen. Het regent SMART- en SWOT-analyses. Er zijn de onvermijdelijke assessments. Je hebt input- en outputfinanciering. Opleidingen dienen gevisiteerd en geaccrediteerd te worden. Dikbetaalde consultants leiden docenten op om te leren omgaan met de geekiness en de accountability van jonge mensen en dat terwijl er elk jaar flink gesnoeid wordt in ons hart en onze ziel, namelijk onderwijs en onderzoek. Er wordt geformaliseerd en geformatteerd dat het een lieve lust is. De sponsoring van onderwijs is al een feit en de lesgever of onderzoeker die zichzelf moet terugverdienen is niet meer veraf. Het hoger onderwijs plooit zich mijns inziens al te gehoorzaam naar het sterk geïndividualiseerde, kapitalistische maatschappijmodel waar niet het leer- en vormingsproces, maar wel het uiteindelijke resultaat centraal staat. De hogeschool als menselijke en sociale ontmoetingsplaats waar wordt samengewerkt en samengeleefd en die oprecht oog heeft voor de minder gegoede of kansarmere jongeren, dreigt verloren te gaan in het 'Bolognese' hoger onderwijs van vandaag.

Wouter Hessels - docent Erasmushogeschool Brussel - departement RITS

Klasse voor Leraren 210, december 2010, p.26-27


Naar boven

  • De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010

    De K.U. Leuven onderzoekt hoe docenten het best omgaan met zogenaamde millenniumstudenten. Ook op andere universiteiten zijn lawaaierige, veeleisende en ‘multitaskende’ studenten een groeiend probleem.

Ongegeneerd zitten de studenten vandaag in overvolle auditoria te eten en drinken, te sms’en, gamen, chatten of filmpjes te bekijken.

Op verzoek van verontruste docenten werd daarom nu aan de K.U.Leuven een werkgroep opgericht die moet onderzoeken hoe ze het best omgaan met hun millenniumstudenten. Want zo worden de jongeren genoemd die vanaf de eeuwwisseling aarzelend hun intrede deden in de universiteiten. Millenniumstudenten zijn veeleisend, snel verveeld en voorzien van een laptop, iPod en smartphone.

Lees verder

Naar boven

  • Solidariteit maakt een cultuur groot. 200 "artiesten" tegen Vlaams-Nationalisme en Vlaamse identiteit - 23 oktober 2010

Publicatie: 23 oktober 2010

De wereld morgen - 19 oktober 2010

Meer dan 200 mensen die beroepsmatig met cultuur begaan zijn, tekenden de oproep al. Daarmee willen zij een tegenstem op gang brengen tegen een bepaald discours over Vlaamse cultuur en identiteit. Ze willen daarmee tonen dat cultuur en de waarden die cultuur verdedigt ver boven het kleine communautaire gestook staan. Binnen de culturele sector pakt een bekrompen nationalisme geen verf.

De voorzitter van het Vlaams parlement, Jan Peumans (N-VA), sprak op 11 juli zijn bezorgdheid uit over "het gebrek aan identiteit" in Vlaanderen. Het is immers die identiteit die "moet leiden tot natievorming". Als gevolg van dit gebrek is het belang van die natievorming "nog niet voldoende doorgedrongen om de gehele bevolking te overtuigen". Voor Peumans heeft de Vlaamse deelstaat dan ook de opdracht om deze leemte op te vullen. Tegelijk hekelt de parlementsvoorzitter een aantal "artistieke en intellectuele kringen" voor wie het bon ton zou zijn om "het Vlaamse identiteitsgevoelen te minimaliseren, ja zelfs te ontkennen".
Als burgers die beroepshalve voortdurend met cultuur - in de breedste betekenis van het woord - begaan zijn, verwerpen wij het discours over cultuur en identiteit dat hier wordt geëtaleerd. Het holt de begrippen cultuur en identiteit uit en vormt ze om tot manipulatieve instrumenten voor politieke doeleinden. We hébben al een cultuur en we hébben al een identiteit. Beide zijn ze meervoudig. Ze zijn ook, maar niet exclusief Vlaams. We willen dan ook niet dat ze "opgevuld" zouden worden met een Vlaams-nationalistisch concept. Dat zou een verarming betekenen en een aanval op wie we vandaag zijn.

Lees verder

Naar boven

  • 150 JAAR MAX HAVELAAR








    Edouard Douwes Dekker (ps. Multatuli)

     

     

     

     

     

     


    De publicatie van Multatuli’s roman Max Havelaar
    150 jaar geleden waardig herdacht

    Niet enkel het Multatuligenootschap in Nederland heeft de publicatie van de Max Havelaar herdacht.
    Prof. dr. Philip Vermoortel zorgde ervoor dat aan de Hogeschool Universiteit Brussel (HUB) een mooi en ruim herdenkingsprogramma werd gerealiseerd. Op 14 mei 2010 liep er een leesmarathon van acht tot middernacht. Vic Anciaux in de morgen, Rik Van Cauwelaert laat tot middernacht lazen uit de Max Havelaar voor en tussenin kregen talloze prominenten en ook VVA-Voorzitter Frank Fleerackers hun leesbeurt.

    Zaterdag 15 oktober 2010 werd dan de grote herdenkingsdag met te 14 u. in het Brusselse stadhuis een rijk gevuld symposium rond de buitenlandse vertalingen van de Max Havelaar. Niet minder dan vier Nederlandstalige professoren of docenten van buitenlandse universiteiten bespraken respectievelijk de vertalingen van de Max Havelaar in het Engelse, het Duitse, het Franse taalgebied en in Indonesië. Acteur Hubert Damen van Witse luisterde het symposium op met de prachtige lezing van bekende stukken uit de roman.

    De bekroning van de herdenking kwam die avond in het conservatorium in Brussel met het concert “Ik zal het hooren. Max Havelaar getoonzet” met schitterende muziek van vooral Vlaamse componisten - aan de ene kant heel modern aan de andere kant romantisch-klassiek. De zaal was ruim gevuld met een vijfhonderdtal aanwezigen die allemaal als herinnering de CD meekregen met de uitgevoerde muziekcomposities rond bekende fragmenten uit de Max Havelaar.

    In Nederland mocht auteur Harry Mulisch de eerste muntslag slaan van het Multatuli-herdenkingsmuntstuk van 5 euro

    Over de ruim opgezette herdenking van de publicatie van Multatuli's klassiek geworden roman "Max Havelaar" vindt u alle informatie op de website van de organiserende vereniging: klik hier

    Hubert Damen las voor:

    Ik weet niet waar ik sterven zal

    Ik weet niet waar ik sterven zal.
    Ik heb de grote zee gezien aan de Zuidkust, toen ik daar was
    met mijn vader om zout te maken.
    Als ik sterf op de zee, en men werpt mijn lichaam in het diepe
    water, zullen er haaien komen.
    Ze zullen rondzwemmen om mijn lijk, en vragen: 'wie van
    ons zal het lichaam verslinden, dat daar daalt in het water?'

    Ik zal 't niet horen.

    Ik weet niet waar ik sterven zal.
    Ik heb het huis zien branden van Pa-Ansoe, dat hijzelf had
    aangestoken omdat hij mata-glap was.
    Als ik sterf in een brandend huis, zullen er gloeiende stukken
    hout neervallen op mijn lijk.
    En buiten het huis zal een groot geroep zijn van mensen, die
    water werpen om het vuur te doden.

    Ik zal 't niet horen.

    Ik weet niet waar ik sterven zal.
    Ik heb de kleine Si-Oenah zien vallen uit de klapa-boom,
    toen hij een klapa plukte voor zijn moeder.
    Als ik val uit een klapa-boom, zal ik dood nederliggen
    aan de voet, in de struiken, als Si-Oenah.
    Dan zal mijn moeder niet schreien, want zij is dood. Maar
    anderen zullen roepen: 'zie, daar ligt Saïdjah!'
    met harde stem.

    Ik zal 't niet horen.

    Ik weet niet waar ik sterven zal.
    Ik heb het lijk gezien van Pa-Lisoe, die gestorven was van hoge ouderdom, want zijn haren waren wit.
    Als ik sterf van ouderdom, met witte haren, zullen de klaag-
    vrouwen om mijn lijk staan.
    En zij zullen misbaar maken als de klaagvrouwen bij Pa-
    lisoe's lijk. En ook de kleinkinderen zullen schreien,
    zeer luid.

    Ik zal 't niet horen.

    Ik weet niet waar ik sterven zal.
    Ik heb velen gezien te Badoer, die gestorven waren. Men
    kleedde hen in een wit kleed, en begroef hen in de grond.
    Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessah,
    oostwaarts tegen de heuvel, waar 't gras hoog is...
    Dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong
    zal zachtkens voortschuiven langs het gras...

    Ik zal het horen.

    oktober 1859

    Naar boven

  • Taalunie werd 30 -
    Dromen van culturele eenwording - 9 sept. 2010
    - Kevin Absilis

Vandaag is het exact 30 jaar geleden dat de Taalunie tussen Nederland en Vlaanderen werd opgericht. Kevin Absillis blikt terug én kijkt vooruit.

Op 9 september 2010 stapt de Nederlandse Taalunie op tram 3. De uitdrukking is nog niet toegelaten tot onze officiële, mede door die Taalunie bewaakte woordenschat, maar sommige Vlamingen zeggen zo dat iets of iemand 30 jaar wordt. Het verdrag dat in de oprichting van de Taalunie voorzag, werd drie decennia geleden ondertekend in het Brusselse Egmontpaleis. Het tweede artikel omschreef het doel ervan als "de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren".

De symboliek van het ogenblik

Anderhalve eeuw voor de ondertekening van het Taalunieverdrag hadden enkele revolutionairen op een boogscheut van het Egmontpaleis een stadsguerrilla uitgevochten met de infanterie van Willem I. Wat weinigen voor mogelijk hadden gehouden, geschiedde: het opstandige zootje beet zodanig van zich af dat de troepen van de koning zich op 26 september 1830 moesten terugtrekken. Dat de goedkeuring van het Taalunieverdrag samenviel met de 150ste verjaardag van de Belgische revolutie, was toeval. Toch ging de symboliek ervan niet onopgemerkt voorbij. Johan Fleerackers, die van 1965 tot 1977 vijf ministers van Cultuur als kabinetchef had bijgestaan en de bezieler van de Taalunie mag worden genoemd, schreef aan Wilfried Martens verheugd te zijn dat de scheiding van de Nederlanden met "een herwonnen hereniging op cultureel gebied" kon worden herdacht.

Terwijl de oude breuk met Nederland leek te helen, ging België zelf almaar meer barsten vertonen. Het land wisselde staatshervormingen en regeringscrisissen af met gesteggel langs weerskanten van de taalgrens. Belgisch patriottisme viel in de straten niet meer te bespeuren. Toen koning Boudewijn op 28 september 1980 het Martelaarsplein bezocht om de onafhankelijkheidsstrijd te herdenken, daagde weinig volk op. Tot overmaat van ramp mocht de crypte onder het plein niet worden betreden, omdat de ruimte waar in 1830 de Belgische slachtoffers waren begraven, op instorten stond. Pijnlijker kon het verval van de Belgische droom niet worden verzinnebeeld. Waar was de eendracht die in het hart van Europa een nieuwe staat tot leven had gewekt?

Moedertalen

Na de omwenteling van 1830 knobbelden enkele jongens een grondwet uit die ultraverlicht heette en meer democratie beloofde dan het ten val gebrachte Nederlandse bewind. Naast andere rechten werd de Belgische bevolking de vrijheid van taal gegarandeerd. In realiteit domineerde het Frans onderwijs, justitie en politiek. De Nederlandse dialecten die in het noorden van het land werden gesproken, leken, net als de Waalse in het zuiden, voorbestemd om in een folkloristische hoek zachtjes te creperen. Toch zou een groep zich verzetten tegen de institutionalisering van het Frans als enige officiële taal in België. Het ging om leraren, priesters, lage ambtenaren en klerken, kortom, om lieden die niet alleen Nederlands spraken, maar anders dan de meesten van hun lotgenoten konden lezen en schrijven.

De taalstrijd sloot toewijding aan het prille vaderland niet uit. Van de letterkundigen, filologen en andere taalminnaren die zich al snel als een Vlaamse Beweging gingen manifesteren, stelde bijna niemand België ter discussie. Omgekeerd bejegende het Franstalige establishment de Vlaamse cultuur niet vijandig. Het promoveerde de mix van Romaanse en Germaanse elementen tot een typisch kenmerk van de Belgische identiteit. Alleen geloofde dit establishment niet zo in de noodzaak van een tweede staatstaal. Wie zou bij zijn volle verstand het Frans, taal van Verlichting en moderniteit, afwijzen voor een van ver op Nederlands lijkend "patois"?

Om deze vraag te bezweren, wilde de Vlaamse Beweging dat patois upgraden. Maar hoe? Na enige discussie raakte men het eens dat wat zich in Nederland tot algemene cultuurtaal had ontwikkeld moest worden geïmporteerd. Kenners vonden de taal in het noorden van België namelijk "vervuild" door Franse invloeden en vreesden dat een Standaardvlaams geen aanzien zou verwerven. Om de Vlaming kaas te leren eten van zijn nieuwe "moedertaal" werd geen moeite gespaard om het enige juiste en beschaafde Nederlands te verspreiden en te promoten. Dit offensief zou een hoogtepunt bereiken in de jaren 1950 en '60, toen allerhande ABN-verenigingen floreerden en geen krant zonder taalrubriek kon.

Lees verder

Bron: Knack 9 september 2010

Naar boven

  • Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010

    Robert Dorsman en Riet de Jong-Goossens zijn de meest eminente vertalers van Zuid-Afrikaanse literatuur in het Nederlands. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de Martinus Nijhoff Prijs / Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Vertalingen 2010 trouwens toegekend aan Riet de Jong-Goossens. Zij krijgt hem uitgereikt op 6 maart 2011.

    Welke Zuid-Afrikaanse romans zijn ten onrechte nog niet vertaald in het Nederlands? En wat zijn de toppers onder Zuid-Afrikaanse romans die onlangs wél vertaald zijn? Boekverkoper Jan Vinck geeft het antwoord op deze twee prangende vragen.

    Het lijstje vind je hier


    Naar boven

  • De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum

  • Beste vrienden,
     
    Het verhaal van de Gulden Sporen is een schoon verhaal, 11 juli is een tof feest, de leeuw is een edel dier, Vlaanderen is een fijn land met een "prachtvolk", zoals ik ooit eens een politicus hoorde jubelen.
    Het is misschien allemaal té schoon om waar te zijn. Dat van die gulden sporen is door ons aller Hendrik Conscience verzonnen, er schijnt niets van te kloppen.  De leeuw schijnt in die tijd een luipaard geweest te zijn.
    11 juli is niet eens een officiële feestdag. En Vlaanderen, tja, wat is dat voor iets? Een Noord-Belgische regio? Een deelstaat zonder bevoegdheden behalve voor het schilderen van de verkeerspalen? Een land op zoek naar zichzelf, naar echte autonomie? Of houden we het toch maar bij de Lamme Goedzak die wel droomt van een onafhankelijk Vlaanderen, maar die, bij het wakker worden, verschrikt naar zijn portefeuille tast?
     
    Ik zal u vandaag een kort relaas brengen over de vrije, onafhankelijke pers die wij niét hebben, en de Belgische ziekte, die jammer genoeg wél bestaat, en springlevend is. En over de manier hoe dat schrale Vlaamse medialandschap liever de ziekte dan de remedie verspreidt.

    Lees de volledige toespraak

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie

    Naar boven



  • Suïcidale dialoog en rotte compromissen. Een politiek pamflet van Jean-Pierre Rondas - 8 juli 2010


11 juli-feestrede 2010
door Jean-Pierre Rondas
in radiostijl verkort uitgesproken in De Warande te Brussel op
donderdag 8 juli 2010






Zo begint Jean-Pierre Rondas zijn toespraak:

"Mijn 11-julirede wordt een homeopathisch middel. Ik wil aantonen dat
er een einde moet komen aan de suïcidale dialogen en de rotte compromissen
waarvan we de afgelopen drie jaar in de politieke verhoudingen
tussen de gemeenschappen in de staat België getuigen zijn geweest.
Daarom ga ik u een kleine dosis toedienen van dit verwerpelijk soort
van dialoog en van dit slechte soort van compromis. Uw communautair
organisme zal des te beter bestand zijn tegen de collectieve aanvallen
van compromisitis en dialogitis die we dit jaar kunnen verwachten.
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de heilzame immuniteitswerking
van mijn homeopathisch discours ongeveer een jaar
duurt, met name tot de volgende elfde juli. Dan zullen we zien of mijn
therapie gewerkt heeft of niet."

Lees de volledige toespraak

Deze tekst is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging

Naar boven

  • Onderhandelen met de duivel - ENKELE VUISTREGELS VOOR BART DE WEVER, Frank Fleerackers
    21 juni 2010


Bart De Wever en Elio Di Rupo zijn bij elkaars achterban lang voor de baarlijke duivel versleten en moeten het nu eens zien te geraken over de toekomst van ons land. Hoe begin je daaraan? FRANK FLEERACKERS heeft enkele tips voor de informateur.

Informateur Bart De Wever wachten interessante onderhandelingen met partijen die hem als baarlijke duivel bejegenden. Maar valt er met de duivel wel te negotiëren?

Onderhandelingsgoeroe Bob Mnookin (Harvard) lijst in zijn recente Bargaining with the devil enkele valkuilen op die een goede uitkomst bemoeilijken wanneer partijen elkaar als des duivels beschouwen


Lees verder

Naar boven


  • Het onfortuinlijke echtpaar in Strindbergs "Dodendans", Theodore Dalrymple 11 juni 2010

    Buren over België: welingelichte buitenlanders geven hun kijk op België

    Theodore Dalrymple, pseudoniem van de Britse essayist Anthony Daniels, onderzoekt wat rest van Belgisch huwelijk en EU-project. Dalrymple is auteur van 'Leven aan de onderkant' en 'Beschaving of wat er van over is'. België verdient meer aandacht, schrijft hij, want de Belgische toestand weerspiegelt de toekomst van Europa.

    Een poosje geleden las ik toevallig een boek uit 1963 over het Britse intellectuele leven. Het ging over een oude controverse over de aard van de historische waarheid, waaraan Pieter Geyl, de Nederlandse historicus die vele jaren in Groot-Brittannië heeft gewoond, had bijgedragen. Omdat ik in de voorbije jaren vaak in België ben geweest, trok de volgende paragraaf mijn aandacht: "Eerdere historici schreven de verdeling [van de Nederlanden] toe aan verschillen in godsdienst of in ras of volksaard. Geyl keek naar de feiten. Hij bestudeerde de toenmalige situatie en merkte de evidente factoren op die niemand had gezien: de beslissende rol van het Spaanse leger en de grens van de grote rivieren. Zijn verklaring was minder vervoerend en romantisch dan de vorige; ze was minder vleiend voor zowel de Nederlandse als de Belgische nationale trots."

    Waar ik van opkeek, was de combinatie van de woorden 'Belgisch' en 'nationale trots'. Bestond er in 1963 echt een gevoel van nationaliteit, van Belg zijn, iets wat je nationale trots kon noemen? Na het lezen van die passage heb ik een paar Belgen naar hun mening gevraagd. Ze dachten er allemaal anders over, ongetwijfeld afhankelijk van hun huidige politieke opvattingen.

Lees verder

Naar boven

  • België het negatieve model van Europa, David Rennie 8 juni 2010

    Buren over België: welingelichte buitenlanders geven hun kijk op België

    Het negatieve model van Europa

David Rennie is EU-columnist voor het gezaghebbende Britse weekblad The Economist. Hij woont en werkt in Brussel. Zoals Vlaanderen en Wallonië botsen in België, staan in Europa Noord en Zuid steeds scherper tegenover elkaar, betoogt David Rennie.

België lijkt hoe langer hoe meer het weeskind van Europa. Jarenlang hebben de Belgen te horen gekregen dat hun koninkrijk model zou staan voor de grote Europese Unie. Het federale België zou de blauwdruk worden voor een mooie nieuwe toekomst waarin de macht naar beneden toe naar de gewesten zou gaan en naar boven toe naar een Europese superstaat, zodat de natiestaat een lege huls zou worden.

Het is geen toeval dat deze federalistische visie alleen in België populair was. Het was immers een toekomst die het lastige koninkrijk veilig zou oplossen in een Verenigde Staten van Europa, waarin Wallonië en Vlaanderen hun zegje zouden hebben en Brussel als het Washington DC van de Oude Wereld zou kunnen pronken.

Lees verder

Naar boven

 

  • ’n Voorlopige verkenning van postapartheid Afrikaanse protesmusiek

  • Burgert A. Senekal en Cilliers van den Berg
    Departement Afrikaans Nederlands, Duits en Frans, Universiteit van die Vrystaat

    Opsomming

    Meer as twee dekades ná Voëlvry is Afrikaanse protesmusiek weer eens ’n kwessie wat toenemend aandag geniet in die media. In ’n groeiende aantal liedjies wat oor bykans elke genre strek, skryf Afrikaanse musikante oor temas wat die breë Suid-Afrikaanse publiek raak, soos misdaad, armoede en korrupsie, maar ook oor kwessies van die nuwe bedeling wat hoofsaaklik Afrikaners raak, byvoorbeeld ’n gevoel van uitsluiting uit die breër Suid-Afrikaanse gemeenskap, soos vergestalt in pleknaamverandering, Regstellende Aksie en Swart Ekonomiese Bemagtiging. Teen die agtergrond van internasionale diskoerse rondom betrokkenheid en protesmusiek verskaf hierdie artikel ’n oorsig oor die lirieke van hedendaagse Afrikaanse protesmusiek.

    Lees het academisch artikel in het Afrikaans

    Naar boven


  • De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de 93-jarige Jan Verroken)



De Waalse socialisten hebben sinds het begin van de 20e eeuw altijd de eentaligheid van hun grondgebied verdedigd. Dat brengt gewezen CVP-volksvertegenwoordiger Jan Verroken (93) in herinnering.





  • Na de mislukte B-H-V-onderhandelingen is het nuttig om zich de besluiten van het socialistische taalcongres van 1929 nog eens voor de geest te halen – ‘een kantelmoment voor de communautaire dialoog’, aldus Jan Verroken, een van de architecten van de taalgrens.

    De taalgrens is geen Vlaamse schepping, zoals Franstalige politici hun achterban plegen voor te houden. Al sinds 1929 zijn de Waalse socialisten pleitbezorgers van het territorialiteitsbeginsel. ‘De Walen wilden niet weten van tweetaligheid in Wallonië’, vertelt Verroken. ‘Alleen al in de streek rond Charleroi woonden meer dan 30.000 Vlamingen – meer dan de totale bevolking van het toenmalige Charleroi. De Walen waren bang dat een legertje Vlaamse kapelaans in het hart van Wallonië een taalstrijd zou komen voeren.’

    In het huidige gespannen communautaire klimaat kan het geen kwaad ‘het geheugen van de socialisten een beetje op te frissen’.

    Op het beroemde taalcongres van 1929 werd het zogenaamde Compromis des Belges van Camille Huysmans en Jules Destrée fundamenteel bijgestuurd. Socialistisch richtsnoer werd nu dat het Frans de taal was van Wallonië, het Nederlands de taal van Vlaanderen.

    ‘De Franstalige bourgeoisie in Vlaanderen moest de taal van het volk maar leren’, aldus Verroken. Ook in het Harmelcentrum en tijdens de debatten over de taalgrenswet begin jaren 1960 toonden de Waalse socialisten zich voorstanders van de zuivere lijn.

    ‘Meermaals pleitten ze voor het afschaffen van de taalfaciliteiten’ zegt Verroken, die parlementair verslaggever was voor de taalgrenswet. Het wetsontwerp over de taalgrens werd uiteindelijk ‘rechtstaand goedgekeurd, in een commissie geleid door twee Franstalige ministers en waarin de Franstaligen in de meerderheid waren’.

    Het enthousiasme van de Walen was zo groot, herinnert Verroken zich, dat hij in een tweede lezing Spiere opnieuw bij West-Vlaanderen mocht voegen. ‘De sfeer was uitstekend, tot onder druk van bepaalde Brusselse kringen de leugenachtige campagne over de Voerstreek op gang kwam.’

    ‘Waar halen de Waalse socialisten, na 180 jaar extreem territoriaal beleid, het morele recht vandaan om in Halle-Vilvoorde zaken te eisen die zij, in soortgelijke omstandigheden, nooit zouden aanvaarden?’ Dat is voor Verroken de echte vraag vandaag.

    ‘Hopelijk wordt het B-H-V-voorstel van Jean-Luc Dehaene snel onbruikbaar gemaakt,’ besluit hij, ‘want dat is een communautaire clusterbom die op termijn veel nieuwe conflicten kan veroorzaken.’

    Han Renard

    Knack – Nieuws 12-5-2010



    Naar boven

  • 'De euro is ten dode opgeschreven' 27-02-2010-Ellen CLeeren en Wouter Vervenne

Hij beseft dat hij klinkt als een ketter in een kerk. Maar volgens de Nederlandse cultuureconoom Arjo Klamer is de euro geen lang leven meer beschoren. ‘Andere economen kijken mij meewarig aan. Toch blijf ik erbij. Zelfs met een gemeenschappelijk Europees begrotingsbeleid kan de euro niet standhouden. Vroeg of laat botst de eurozone op de onderliggende culturele verschillen. En toch moet je in de euro geloven. Dat is de mantra waarvan je niet mag afwijken.’

Lees verder

Naar boven

  • Waartoe leidt de Maddens-doctrine? Jos Bouveroux in Ons Erfdeel februari 2010

    Prof. dr. Bart Maddens, politicoloog aan de KUL, krijgt op zaterdag 28 maart 2010 de VVA-prijs van dit jaar op de Algemene Ledendag in Brugge. Naar aanleiding van zijn boek Omfloerst separatisme? schreef Jos Bouveroux deze bijdrage in het tijdschrift Ons Erfdeel.

In de allerlaatste zin van zijn boek Omfloerst separatisme? is de Leuvense politicoloog Bart Maddens helder over zijn einddoel: “Als de Franstaligen blijven volharden in hun ‘non’, dan zal dat enkel maar leiden tot een ultieme communautaire blokkering. Op dat moment moet Vlaanderen klaar staan om zelf te nemen waar het recht op heeft, waar zoveel generaties flaminganten voor hebben gestreden, en wat vandaag meer dan ooit voor het grijpen ligt: de soevereine Vlaamse staat.” Het hele boek is in feite een pleidooi om de onafhankelijkheid van Vlaanderen af te dwingen. Maddens heeft daarvoor een eigen strategie ontwikkeld. Vlaanderen moet zich niet opstellen als vragende partij voor een verdere hervorming van de Belgische staat, vindt hij. Eerder moet het wachten tot de Franstalige Gemeenschap bij Vlaanderen komt aankloppen als ze geld nodig heeft. Dan zit Vlaanderen in een sterke onderhandelingspositie. Intussen moet de Vlaamse Regering haar eigen bevoegdheden maximaal gebruiken, binnen het wettelijk uitgetekende kader.

Deze strategie, die ietwat overtrokken tot “Maddens-doctrine” werd bestempeld, is in feite ontstaan via een opiniestuk in De Standaard op 3 maart 2009, precies op de tiende verjaardag van de vijf Vlaamse resoluties die het Vlaams Parlement goedkeurde inzake de staatshervorming. In die vijf resoluties formuleerde het Vlaamse Parlement wat de Vlaamse eisen waren die het zou verdedigen bij een volgende hervorming van België. De eerste resolutie vraagt coherente bevoegdheidspakketten voor elke deelstaat en behoud van de solidariteit tussen gewesten, “op basis van objectieve, duidelijke en doorzichtige mechanismen en omkeerbaarheid”. In de tweede resolutie drukt het Vlaamse Parlement zijn wil uit om de volledige bevoegdheid te krijgen over zowel gewest- als personenbelasting. De derde resolutie heeft te maken met Brussel. Twee onderdelen van de derde resolutie zijn in 2001 gerealiseerd in het Lambermontakkoord: de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden rechtstreeks verkozen, en de beide taalgroepen krijgen op alle Brusselse niveaus een gegarandeerde vertegenwoordiging. Daarnaast wil het Vlaamse Parlement nog steeds dat een aantal gemeentelijke bevoegdheden aan het Brusselse Gewest worden overgedragen, en dat de negentien gemeenten die deel uitmaken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest fuseren. De vierde resolutie stelt dat Vlaanderen de bevoegdheid zou moeten krijgen te beslissen over gemeente- en provinciebeleid, buitenlandse handel (voor deze twee beleidsdomeinen is Vlaanderen inmiddels bevoegd), gezondheids- en gezinsbeleid, werkgelegenheid en wetenschap en technologie. De vijfde en laatste resolutie herinnert aan het territorialiteitsbeginsel. Vlaanderen eist administratief toezicht op de Brusselse randgemeenten en vraagt inspraak in de samenstelling van enkele controleorganen.

De stelling van Maddens om geen nieuwe stappen te zetten zolang de Franstaligen niet bereid zijn om serieus te praten, werd na de verkiezingen door N-VA en een deel van de CD&V dankbaar aangegrepen om in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord niet al te veel woorden vuil te maken aan eisen inzake (Belgische) staatshervorming. Ook viel op dat met name federale CD&V’ers openlijk hun afkeer uittten en ronduit spraken van een “verrottingsstrategie”.

In zijn boek is Maddens – terecht – erg kritisch over de staats- en kieswethervormingen onder Paars. Daar werd in feite de kwestie-Brussel-Halle-Vilvoorde geboren en werd aan de meeste Franstalige financiële eisen voldaan. Maddens maakt zich vrolijk over sommige Franstalige politici en commentatoren, die van een onafhankelijk Vlaanderen een tweede Noord-Korea willen maken, een internationale paria. Opvallend is ook dat Maddens het niet begrepen heeft op Bekende Vlamingen die zich uitspreken tegen separatisme en voor België. Vanuit zijn academische achtergrond in de eenzaamheid van zijn studeervertrek laat Maddens geen spaander heel van sommige ingrepen, die hij ronuit institutioneel geknutsel noemt: “alle middelen zijn goed om de gammele Belgische boot drijvende te houden. In werkelijkheid zinkt die steeds verder weg in een moeras van institutionele klungelarij en bricolage. Voor mij niet gelaten.”

Het is de achilleshiel van Maddens. Het is ongetwijfeld juist dat vanuit een zuiver academisch standpunt bekeken, de opeenvolgende stappen in de staatsomvorming van een unitair naar een federaal land voor veel kritiek vatbaar zijn. Telkens moesten immers uiteenlopende wensen en belangen worden verzoend. Het feit alleen al dat er zowel “gewesten” als “gemeenschappen” werden geshapen, maakt van België een vrij uniek land. De in de grondwet opgenomen beschermingsmaatregelen ten gunste van de Franstalige minderheid hebben ook als gevolg dat er vanaf 1970 telkens grote meerderheden tot stand moeten komen om opnieuw te sleutelen aan de instellingen. Maddens wijst er terecht op dat een eventuele splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde niet behoort tot de basisprincipes waarover moet worden beslist in consensus. Toch weet de politicoloog Maddens perfect dat een loutere toepassing van de meerheidsregel België voor zware politieke problemen zal stellen. De auteur citeert onder meer de abortuswetgeving waar inderdaad werd gestemd door meerderheid tegen minderheid. Maar in tegenstelling tot abortus is de problematiek rond Brussel-Halle-Vilvoorde (door de schuld van Paars) erg nauw verbonden met het samenleven van Vlamingen en FRanstaligen. De politieke realiteit – en dat weet Maddens maar al te goed – bepaalt dat over de splitsing wel een consensus noodzakelijk is.

In het verleden zijn alle veranderingen tot stand gekomen met erg grote democratische meerderheden waarbij geen van de drie partijen (Vlaanderen, Wallonie en Brussel) zich fundamenteel gekrenkt of vernederd voelde. De vraag is dan ook of Maddens geen mooie theoretische en wetenschappelijke strategie voorstelt, die in de praktijk van het Belgische politieke leven onrealiseerbaar is. De zaken zijn zodanig geëvolueerd dat we naar de kern van het probleem gaan: willen we nog samenleven in dit land en zijn we bereid daarvoor een aanvaardbare prijs te betalen?

Maddens kiest voor een andere strategie: Vlaanderen zal onafhankelijk worden omdat de Franstaligen ofwel niet willen praten ofwel compleet onredeijke eisen stellen. Het lijkt voor steeds meer Vlamingen een aanlokkelijke gedachte. In het boek lanceert Maddens een interessante gedachtegang. Volgens hem is het Vlaams-nationalisme een “ideologische kameleon, die zich steeds opnieuw aanpast aan het heersende opinieklimaat”. Toch weet ook een academicus als Maddens dat de geschiedenis aantoont dat het politieke bedrijf erg onvoorspelbaar is. Er kunnen soms externe factoren opduiken (de huidige financiële crisis is er een voorbeeld van), waar Vlaanderen en ook België geen vat op hebben en die alle blauwdrukken van tafel vegen. Al met al heeft de kunstmatig gecreëerde Belgische staat zich sinds 1830 als een “overlever” bewezen dankzij de kunst om compromissen te sluiten. Vlamingen, Walen en Brusselaars zijn geen revolutionair volk en schrikken op het laatste moment meestal terug om alle bruggen op te blazen. Zal het in de komende jaren anders zijn? Afspraak in 2019: dan zijn de vijf resoluties van het Vlaams Parlement meerderjarig geworden. Hoe ver zouden we dan zijn?

Jos Bouveroux

Bart Maddens
, Omfloerst separatisme?; Pelckmans, Kappelen, 2009, 176 p.

Bron: Ons Erfdeel februari 2010 p. 176-178.

Naar boven

  • Een Vlaming bestaat wel - over Vlaamse identiteit

    Het debat over identeit kan en mag weer gevoerd worden. Identiteit was in de postmoderniteit lang een vies woord. Er bestond alleen zoiets als een wereldburger. Maar dat bleek al vlug een hol begrip. Daarenboven leidde de identiteitsontkenning tot heel wat samenlevingsproblemen. Je mag weer zeggen dat een Vlaming wel bestaat. Bart De Wever geeft een omschrijving daarvan.

    Is er een sluitende definitie van wat een Vlaming eigenlijk is?
    Eenvoudig is dat niet, maar je kunt het wel omschrijven. Er zijn immers objectieve elmenten die ons tot Vlaming maken. De Vlamingen zijn een lotsgemeenschap van zes miljoen mensen, die elkaar kunnen herkennen als spelers van dezelfde ploeg omdat ze een naam hebben. Wij zijn 'De Vlamingen'. We weten dan precies over wie we spreken. De Vlamingen hebben een welomlijnd grondgebied, een gemeenschappelijk verleden en een cultureel patroon. Dat bindt ons aan elkaar op een niveau dat we gemakkelijker met elkaar kunnen communiceren en ageren dan met buitenstaanders.

    Idenditeit is de basis van onze democratie. Volkssoevereiniteit dwingt ons immers te zeggen wie er behoort tot het volk en wie niet. Identiteit creëert een democratische gemeenschap die invulling geeft aan burgerschap. Het behoren tot de club heeft een vanzelfsprekende ethische dimensie, men is immers als individu verbonden met alle anderen en vice versa.

    Er is ook een subjectief element. Je moet het ook willen. Als je het niet wil ga je ook de objectieve factoren niet erkennen. Voor ons is het debat over identiteit veel moeilijker dan in Frankrijk omdat we in een problematische situatie zitten tussen de Belgische identiteit - het oude vaderland - en de nieuwe natie, Vlaanderen, die tegen België opkomt.
    ...
    Het mag niet de bedoeling zijn mensen uit te sluiten door de culturele invulling van identiteit zo te gaan definiëren dat ze de vrijheid van denken of expressie aantast. Maar als minimum mag men het verwerven van de taal vooropstellen. En ook het aanvaarden van de basiswaarden - vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, pluralisme en respect - die wij als verlichte samenleving steeds verder tracthen te verdiepen. ...

    Het kostbare weefsel - Bart De Wever

    Naar boven
 
  • Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

    De hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen staat op stapel. Midden september 2010 heeft Onderwijsminister P. Smet een eerste oriëntatienota gepubliceerd daarover: 'Mensen doen schitteren.'
    Alle betrokkenen worden daarin uitgenodigd om te reflecteren op de voorgenomen hervorming. Dat doet ook de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten (VVL) samen met een hele serie pedagogische vakverenigingen. Naar aanleiding daarvan publiceert de VVL het themanummer HERVORMING SECUNDAIR ONDERWIJS 42 3 - februari-maart-april 2011.

    De VVL samen met de 9 vakgebonden verenigingen (waaronder geen vakvereniging Nederlands) heeft de redactie opgenomen van 'Gedachten en Aanbevelingen', een uitgebreid document over de LERARES & LERAAR secundair onderwijs, dat op 16 februari 2011 aan onderwijsminister Smet werd overhandigd. Het document telt 42 bladzijden met als onderdelen rond de pijnpunten uit de oriëntatienota: de lerarenopleiding, de verhouding master - bachelor, de ManaMa - de acadmische lerarenopleiding na de academische vakstudie, de gelijke onderwijskansen, de eindterm burgerschapsvorming, vakken en vakgebieden, de clustering van vakken, de eindtermen en tenslotte het taalbeleid Nederlands.

    Het VVA spitst zich nog steeds toe op de hervorming van het hoger onderwijs met daarin speciaal de komende taalregeling. Daarnaast houden we nauwlettend de evolutie van het taalgebruik in het onderwijs in het algemeen in het oog en specifiek het gebruik van onze eigen taal het Nederlands. Steeds maar komen verontrustende signalen onder onze aandacht. Sociolinguïsten en linguïsten constateren een evolutie weg van de standaardtaal, leraren ondergaan de massale invloed van televisie en radio en twijfelen aan de zin van een onderwijs in het Standaardnederlands. Persoonlijk meen ik dat het goed is dat wij tegenwind geven en de betekenis en de waarde van het aanleren van het Algemeen Nederlands ten volle in het licht moeten stellen en het onderwijs in het Standaardnederlands in de mate van het mogelijke moeten ondersteunen.

    Daartoe wil ik het onderdeel Taalbeleid uit het document van de VVL en de 9 vakverenigingen onder uw aandacht brengen. U vindt de tekst van dit onderdeel door onder het citaat in het groen op de koppeling te te klikken. Het document komt heel scherp op voor een revalorisering in het onderwijs van het Standaardnederlands ten overstaan van tussentaal en dialect. Om uw belangstelling op te wekken kopieer ik uit dat document het onderdeeltje:

    "OFFICIELE ONDERWIJSTAAL – LERARENOPLEIDING

    De onderwijstaal van de beginnende leraar moet in orde zijn. Ondanks allerlei
    stellingnamen, geruchten en vergoelijkingen van laksheid is het Algemeen Nederlands
    de officiële, verplichte werktaal van de leraar. Dat Nederlands moet de standaardtaal
    zijn die in Vlaanderen dagelijks te beluisteren is, onder meer op de nieuwsdienst van
    de VRT. Het gaat dus niet op dat, om zogezegd opvoedkundige redenen, vanaf het
    eerste leerjaar het streekeigen Verkavelingsvlaams, laat staan het lokale dialect wordt
    gesproken. Als daarmee de autochtone leerling ‘bij de les gehouden wordt’, hoeveel
    talen moet de leraar dan bovendien nog spreken om de immigranten van verschillende
    afkomst voor zijn onderwijs te winnen?

    Het is jammer dat het moet vastgesteld worden: heel wat studenten in de
    lerarenopleidingen hebben een taalbad nodig van Nederlands taaleigen. Woordkeuze,
    woordgroepen, vaste verbindingen, uitdrukkingen, zegswijzen, enz. verschillen vaak
    van die in de regiolecten en dialecten en de daaruit bijeengeraapte vormen van
    Verkavelingsvlaams. Wie zijn dialectische spraak meent ‘op te trekken’ tot
    Algemeen Nederlands door de klanken wat aan te passen, vergist zich.

    De mens wordt geboren met het vermogen om taal te leren. Maar elke mens moet een
    / zijn taal wel echt léren: dat vraagt niet alleen een goed gehoor en een geschikte stem.
    Dat vraagt evenzeer oplettendheid, leergierigheid, oefening, discipline, zelfkritiek en
    -respect. Het denken aanscherpen en verdiepen en de communicatie verbeteren is ook
    de eerste opdracht van levenslang leren.

    Hier wringt nog te vaak het schoentje. De (kandidaat-)leraar is niet zelden
    ongemotiveerd om het algemeen Nederlands consequent met de leerlingen te spreken.
    Dit kan niet langer aanvaard worden.

    Elke vakleraar is ook leraar Nederlands. Het leren van een leraar is een aanbod.
    Overdracht van kennis en kunde en standaardtaal biedt hij geïntegreerd aan. Voor
    jongeren is taalverwerving in se gemakkelijk. In het verleden is de klemtoon gelegd op de schrijftaal,
    en vaak nog bijzonder op de spelling "


    Klik hier voor het volledige document over het Taalbeleid

    Naar boven

  • Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit

De Vlaamse regering heeft haar fiat gegeven aan een grondige hervorming van het hoger onderwijs. De hervorming is het gevolg van een al jaren aan de gang zijnde evolutie in het onderwijs. Als gevolg van de Europese 'Bologna'-hervorming werd het hogeronderwijslandschap in 2003 al op een nieuwe leest geschoeid. Zo werd de bachelor/masterstructuur opgezet. Opleidingen werden ook ingedeeld in professioneel gerichte opleidingen en academisch gerichte opleidingen. 'Academisch' slaat op het feit dat er een grote verwevenheid is tussen onderwijs en onderzoek in het onderwijscurriculum. Vandaag bieden universiteiten alleen maar academische opleidingen aan. Hogescholen bieden 'professionele' opleidingen én 'opleidingen van academisch niveau'. Maar die laatste categorie is moeilijk houdbaar. Zo werden de opleidingen niet als gelijkwaardig beoordeeld in het buitenland. De vraag rees of die academisch gerichte opleidingen niet beter werden ondergebracht bij universiteiten. Ze leiden immers ook naar een 'masterdiploma' zoals de universitaire opleidingen. De hervorming moet de diplomering veel transparanter maken.

De voorbije maanden werden voorbereidende studies en aanbevelingen gemaakt, onder andere door een werkgroep onder leiding van Peter Leyman (SERV/Voka) en door een speciale commissie in het Vlaams Parlement onder leiding van Fientje Moerman (Open VLD). Vanaf het academiejaar 2013-2014 wordt de integratie 'uitgerold'. “De hele operatie zal zo'n tien jaar in beslag nemen en is hopelijk tegen 2024 afgerond”, zei minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a). De komende maanden worden de noodzakelijke decreten geschreven. Die moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement.

De details op een rijtje

De tweecycli-opleidingen 'van academisch niveau' aan de hogescholen worden, op enkele uitzonderingen na (zie verder), geïntegreerd in de universiteiten. Die laatste worden bevoegd voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid, de kwaliteitszorg, het personeelsbeleid en de diploma-uitreiking. Het gaat concreet om opleidingen van het lange type uit zeven studiegebieden die zullen leiden tot een universitair diploma: architectuur, gezondheidszorg (bijvoorbeeld kinesitherapie), industriële wetenschappen en technologie (bijvoorbeeld industrieel ingenieur), biotechniek, productontwikkeling, toegepaste taalkunde (bijvoorbeeld vertaler-tolk) en handelswetenschappen & bedrijfskunde (handelsingenieur). Grofweg zullen zo'n 20 000 studenten de overstap maken van hogeschool naar universiteit. De helft zou onder dak komen bij de K.U.Leuven.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de nautische wetenschappen. Die blijven door de Hogere Zeevaartschool in Antwerpen georganiseerd worden. Ook voor de muziek- en podiumkunsten verandert er niet veel. Er was te veel discussie over een verhuizing naar de universiteiten. De audiovisuele en beeldende kunstopleidingen blijven in principe ook bij de hogescholen. Daarvoor worden wel - met medebestuur van de universiteiten - 'schools of arts' opgericht. “Aan de eigenheid van de opleidingen wordt niet getornd”, benadrukt Smet. Onder andere de technologiefederatie Agoria vreest dat de opleiding tot industrieel ingenieur bij een overgang naar de universiteiten te veel op de opleiding tot burgerlijk ingenieur gaat lijken. Dat zal niet het geval zijn, luidt het.

De integratie van het gros van de academische hogeschoolopleidingen betekent niet dat de studenten ook fysiek naar de universiteitscampussen moeten verhuizen. De opleidingen kunnen gewoon voort worden georganiseerd op de huidige locaties.

Op financieel vlak wil de overheid zowel de professionele bachelors bij de hogescholen als de academische masteropleidingen ondersteunen. Tegen 2014 wordt bovenop de voorziene verhoging van de onderwijsenveloppe (volgend jaar bijvoorbeeld 60 miljoen euro), 42 miljoen extra voorzien. Daarvan komt 12,9 miljoen euro van het budget van minister van Innovatie Ingrid Lieten (sp.a). Tegen 2024 moet de extra injectie in het hoger onderwijs 225,9 miljoen bedragen.

20-07-2010

Naar boven


  • "Samen grenzen verleggen voor elk talent" - de beleidsnota 2009-2014 van minister Pascal Smet van onderwijs

    'Samen grenzen verleggen voor elk talent'. Dat is de hoofddoelstelling in de beleidsnota 2009-2014 van onderwijsminister Pascal Smet. Hij wil elk kind, elke jongere, elke volwassene gelijke kansen bieden in onderwijs, opleiding en vorming. Om dat te realiseren moeten vier fenomenen aangepakt worden: de ongekwalificeerde uitstroom, de prestaties van zwakkere leerlingen, de sociale erfelijkheid van lage scholing en de prestaties van sterkere leerlingen en studenten. Dat doet hij door acht strategische doelstellingen uit te zetten, met telkens een aantal concrete acties.

Lees verder
Lees de volledige beleidsnota 2009-2014

Wij mogen binnenkort een actieplan verwachten die de beleidsuitvoering moet zijn van de nota. (30-3-2012)



Naar boven

  • Uitdagingen voor hoger onderwijs.
    Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Geljke Kansen en Brussel - 1 oktober 2009

    Opening Academiejaar 2009-2010


    Aan de Universiteit Gent is het academiejaar 2009-2010 vandaag definitief van start gegaan. In zijn toespraak op de academische zitting schetste Minister Smet een aantal uitdagingen voor het hoger onderwijs. “We hebben hier in Vlaanderen uitstekend hoger onderwijs,” aldus Pascal Smet, “maar om aan de top te blijven, zullen we samen een aantal grenzen moeten verleggen.” Hij gaf o.a. de noodzaak aan van een verdere democratisering en internationalisering van het hoger onderwijs. En hoewel er momenteel geen financiële extra’s te verwachten zijn, stelde hij tegen het einde van de regeerperiode toch 10% meer middelen voor de universiteiten en de hogescholen in het vooruitzicht.

    Lees verder

    Naar boven


  • Mensen doen schitteren

    Nota hervorming secundair onderwijs voorgesteld 14 september 2010

  • Ik stelde vandaag een eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs voor. Die ligt nu ter discussie voor aan alle onderwijspartners. Deze nota is opgebouwd rond 2 pijlers. De eerste daarvan betreft het inhoudelijke aspect van ons middelbaar onderwijs (eindtermen die de overheid vastlegt), de tweede de structuur van het secundair onderwijs.

    Vlaanderen heeft een sterk secundair onderwijs, dat blijkt uit vele internationale rapporten. Maar toch werden er in diverse onderzoeken ook al een aantal werkpunten blootgelegd. De Vlaamse Regering stelde in haar regeerakkoord dat ze in deze legislatuur een decreet tot de reorganisatie van het secundair onderwijs zou uitwerken dat aan deze pijnpunten zou tegemoetkomen en dat de bestaande sterke aspecten nog verder zou uitdiepen.

    De nota vertrekt vanuit een aantal zeer concrete analyses en probleemstellingen. Zo moet deze hervorming er allereerst voor zorgen dat de sociale ongelijkheid in onze samenleving niet langer wordt bestendigd en zelfs gereproduceerd door ons onderwijssyteem. Concreet moeten daarom de resultaten van de zwakst presterende leerlingen opgetrokken. Daarnaast moet ze ook de ongekwalificeerde uitstroom, die momenteel op 15% ligt, terugdringen. Ten derde moet de reorganisatie remediërend zijn voor de problemen die er vandaag worden ervaren rond studiekeuze en schoolloopbaan. Vooral de overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs verdient daarbij bijzondere aandacht. Een vierde werkpunt is het opkrikken van het welbevinden van leerlingen. De nota vraagt ook bijkomende aandacht voor het opleiden van leerlingen tot kritische en verantwoorde burgers. Tot slot wil de nota ook een plaats geven aan nieuwe vormen van leren. Digitalisering en beeldcultuur hebben een grote impact op het maatschappelijk leven. Minister Smet wil dat het onderwijs de mogelijkheden van de nieuwe leervormen benut.

    Er zijn ook elementen die in deze nota nog niet werden behandeld maar die wel worden opgenomen in het volgende rapport over de hervorming van het secundair onderwijs. Zo is er allereerst de reorganisatie van het onderwijslandschap (studieaanbod scholen, scholengemeenschappen en vrije keuze) en de personeelsmateries.

    >> Download hier het volledige persbericht

    >> Download hier de oriënteringsnota rond de hervorming van het secundair onderwijs (versie 14/09/2010)

    Naar boven

  • De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen

    De Commissie-Monard heeft in ongeveer een jaar tijd op vraag van toenmalig onderwijsminister Vandenbroucke een heel uitgebreide visienota geschreven over de hervorming van het secundair onderwijs: 84 pagina’s met nog eens 83 pagina’s bijlagen. Hier zoemen we alleen in op enkele cruciale aspecten.
    De nota zelf is te lezen op http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2009/bijlagen/0424-visienota-SO.pdf .

    De discussie over de visienota is op dit ogenblik aan de gang.

    Naar boven


  • Dossier hervorming van het middelbaar onderwijs - maart 2009

    Er was nogal wat media-aandacht (b.v. DS 21 maart) voor een rapport dat (maart 2009) nog in ontwikkeling is over de hervorming in de komende jaren van het middelbaar onderwijs.
    Minister Frank Vandenbroucke reageert op het lek naar de pers. Hij doet dat wel in SchoolDirect (nieuwsbrief voor de schooldirecties).
    De gelekte nota over secundair onderwijs: waarover gaat het echt?

    Katrien De Paepe en Rita Bollaert, beiden leraressen in het middelbaar onderwijs, zijn niet gerust in de 'update' van het secundair onderwijs zoals zij menen dat de minister het wenst. ‘Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat u de intellectuele lat naar omlaag wil halen'
    Opnieuw meer aandacht voor kennisverwerving gewenst, stellen ze.

    Daarop reageert minister F. Vandenbroucke met zijn lezersbrief Kennis op 25-3-2009.

    Een aanzienlijke groep onderwijsonderzoekers van de KU Leuven geeft haar visie in "Wondermiddelen in het onderwijs bestaan niet" - 25-3-2009

    Leraar Nederlands en Russisch Benjamin De Mesel pleit voor
    'Doceer verbeelding'. - 25-3-2009

    Het dossier Secundair Onderwijs kan bij de webmaster van deze site worden opgevraagd.

    Naar boven


  • De internationalisering van de Universiteit Maastricht is al lang begonnen (okt. 2003)

    Wie meende dat de slogan uit de advertenties (UM: internationaal en innovatief!) inderdaad niet meer dan een slogan was en bijgevolg onzin, die heeft de laatste tijd niet goed opgelet. Inmiddels krioelt het hier van de buitenlandse studenten en docenten, en is er zelfs al een faculteit die nagenoeg haar hele programma in het Engels draait. De vraag is dus al lang niet meer of de Universiteit Maastricht internationaal moet worden, maar hoe. Daarover verschillen de meningen. Duidelijk is wel dat de ambities hoog zijn en dat er in het komende jaar sprake is van extra activiteit op dit terrein.

    Tussentiteltjes

    - Wat is dat eigenlijk, internationalisering?
    - Waarvoor is het nodig?
    - Hoe doet de UM het tot nu toe?
    - Waar moet het heen?
    - Wat gaat er gebeuren?

    Kadertekst in cursief onder deze titel:
    Luc Soete: "Doe kennistechnologie in het Engels, dan komen de studenten wel"

    Lees de tekst van Wammes Bos (Observant)

    Naar boven


  • Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten(sept. 2009)

    In Ethische Perspectieven  van juni 2009 brengt Philippe Van Parijs uitvoerig verslag uit over het zevende Ethisch Forum van de Universitaire Stichting, dat in november 2008 in Brussel bijeenkwam. De deelnemers boven zich over de vraag of de evaluatie en de rangschikking (‘ranking’) van onze universiteiten afgewezen moeten worden, aangeklaagd, gesaboteerd, en of we dergelijke lijsten en de eraan ten gronde liggende normen eerder moeten gebruiken, herwerken en uitbreiden, zodat onze universiteiten hun taken beter gaan vervullen zonder het leven van de deelnemers, van hoogleraar tot student, te verzuren. Deze klassering van universiteiten zullen we immers nooit meer kwijtraken.Prof. Van Parijs staat onder meer stil bij twee erg belangrijke kwesties: de mate waarin de klassering van universiteiten beïnvloed wordt door een taalvoordeel of –nadeel, en de mate waarin ze de maatschappelijke ongelijkheid vergroot. De eerste kwestie stelt ons voor de vraag hoe de invloed van de taal, als die niet het Engels is, gecompenseerd kan worden bij de ‘ranking’. Hoe krijgt de ‘klant’, de overheid, het eigen universiteitsbeleid een correct idee van de mate waarin een universiteit het ideaal van de universiteit of de eigen invulling ervan benadert? Het meten van de hoeveelheid en de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties is maar een fractie van het werk, en het is duidelijk dat daarin al zeer veel misloopt ten voordele van Angelsaksische universiteiten en van wetenschap enkel in het Engels. De thans gevolgde onderzoeksmethodes, die tot een rangschikking leiden, lijken de drang naar een podiumplaats te stimuleren, eerder dan een intrinsieke versterking in te luiden van de universiteit en van haar plaats in onderzoek, vorming en in het maatschappelijk netwerk.Het in Londen gevestigde adviesbureau voor hoger onderwijs Quacquarelli Symonds zou ernaar streven zeven bijkomende talen te gebruiken, naast het Engels. Van Parijs: ten eerste zullen daarmee de meeste talen waarin de universiteiten functioneren nog steeds niet opgenomen zij. Ten tweede en meer fundamenteel zorgt de wereldwijde verspreiding van het Engels als tweede taal, vooral onder hoog opgeleiden, voor een blijvende verhoging van de relatieve bekendheid van Angelsaksische instellingen, ver boven hun relatieve kwaliteit. Dit taalvoordeel alleen al maakt het hopeloos om een eerlijke en zinnige megaranking (en dus ook de overeenkomstige multirankings) op te stellen op basis van wereldwijde collegiale beoordeling of een gelijkaardige goedkope methodologie. Professor Van Parijs besluit dat we de classificatie van de universiteiten zullen moeten hertekenen, zodat ze zowel instellingen als beleidsmakers aanzetten om de intellectuele en de sociale waarden te eren die we associëren met het beste van onze universiteitstraditie.
    Anders vernielt dit vergelijken datgene waar het om te doen was.

    Vanuit de EU-commissie kwam de aankondiging op 28 november 2008 dat een openbare aanbesteding uitgeschreven is in verband met het ontwerpen en het testen van de haalbaarheid van een multidimensionale classificatie van universiteiten op wereldschaal. ZE heeft als doel soortgelijke instellingen op wereldschaal te vergelijken en te standaardiseren, zowel in hun geheel als op verschillende studiegebieden. De gedachte is dat de toegenomen transparantie tot betere ontwikkelingsstrategieën leidt, tot betere kwaliteit en tot gemakkelijker keuze voor studenten. Over de twee hiervoor aangestipte kwesties zwijgt de beschrijving van de opdracht (document 318523-2008).

    Bron: Nieuwsbrief ANV vzw – nr. 2 – september 2009 blz. 3.

    Naar boven

  • De afscheidsrede van president Barack Obama van de overleden Senator Edward Kennedy
    29-8-2009


    "Ted Kennedy kreeg de hoogste verwachtingen op zijn schouders gelegd, omdat hij was wie hij was. Hij overtrof ze allemaal door te worden wie hij werd."

Obama zegt vaarwel aan Ted Kennedy

De begrafenis van Ted Kennedy kluisterde dit weekend velen aan het scherm. Zoals we dat van hem ondertussen gewoon zijn, was de rede die BARACK OBAMA uitsprak meer dan een simpel dankwoord. Het werd een grafrede, maar ook een politiek programma en een levensbeschouwing in een notendop.

Lees de rede van president Obama

Naar boven

  • De roman die de crisis voorspelde - Wouter Van Driessche 1-8-2009

Raar maar waar. Het best verkochte businessboek aller tijden is een roman van meer dan 1.000 pagina's. Het werd geschreven door een filosofe die Alan Greenspan tot haar fans mag rekenen. En 50 jaar na publicatie is het opnieuw een bestseller in de VS, terwijl hier niemand het kent. Mogen we u voorstellen: 'Atlas Shrugged' van Ayn Rand, het invloedrijkste boek na de Bijbel.

Businessboeken. Doorgaans zijn het hoogst oninspirerende niemendalletjes die door niemand gelezen worden, maar niet zo 'Atlas Shrugged' van de Amerikaans-Russische filosofe Ayn Rand. In onze contreien kent bijna niemand het vuistdikke boek uit 1957, maar in de rest van de beschaafde wereld ligt dat enigszins anders. In de Verenigde Staten alleen al ging het bijna 20 miljoen keer over de toonbank en werd het zelfs verkozen tot het tweede meest invloedrijke boek aller tijden. Alleen de Bijbel doet beter.

Lees verder

Video interview met Ayn Rand 7'45"

Naar boven

  • De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009

Inleiding

De Europese Unie telt 27 lidstaten; daarvan zijn er 11 met een kleiner aantal inwoners dan Vlaanderen. Dat zijn: Denemarken, Ierland, Finland, Luxemburg, Slowakije, Slovenië, Litouwen, Letland, Estland, Cyprus en Malta. Die zijn dus allemaal bevoegd voor hun eigen SZ.
Doch er is meer: in verschillende federale landen zijn ook de deelstaten gedeeltelijk bevoegd voor hun eigen SZ. Dat is zo in de Verenigde Staten en Canada, doch ook dichter bij huis, namelijk in de Zwitserse kantons, in Baskenland en Catalonië, in Schotland en in mindere mate in de Duitse Länder.
De SZ, dat is de betaling van uw geneeskundige verzorging, dat zijn de kinderbijslagen voor uw kinderen of kleinkinderen, dat zijn de vergoedingen wanneer u werkloos wordt of met brugpensioen gaat, en dat zijn uw pensioenen. Daar komt nog bij: de vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid bij ziekte en moederschap, bij beroepsziekten en bij arbeidsongevallen.

Stelling

Mijn stelling is dat de SZ, die nu een bevoegdheid is van de federale Belgische overheid, moet overgedragen worden aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
De inwoners van Brussel moeten dan de keuze krijgen tussen het SZ-stelsel van die beide gemeenschappen.
Tegelijkertijd stel ik aan de Franse Gemeenschap een onderhandelde, en dus voorwaardelijke, financiële solidariteit voor.

Lees verder


Naar boven

  • Onderwijsomkadering vanuit het Ministerie van Onderwijs
    - Werp een blik achter de schermen van Klasse TV Klasse (24-6-2009)



    Wat Klasse is en doet, dat krijg je niet in één zin uitgelegd. Lukt het wel met beelden en geluid? Zet je schrap en reis in enkele minuten met TV.Klasse door de wereld van Klasse.



    Bekijk het filmpje over Klasse
    (10'47")


    Naar boven

 

  • Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie
    Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009


    Experts op het vlak van diplomatie en journalistiek debatteerden op dinsdag 5 mei in de Antwerpse Lessius Hogeschool over de internationale identiteit en beeldvorming van Vlaanderen en de rol die de Vlaamse burger daarin kan spelen. De bijeenkomst vond plaats op initiatief van de Beweging Vlaanderen-Europa vzw en heeft de ambitie om vanuit de referaten, het debat en de interactie met het publiek een aantal voorstellen op de tafel te brengen voor de beleidsnota 2009-2014 van de toekomstige Vlaamse minister voor buitenlands beleid in de nieuwe Vlaamse regering.

    Lees daarover op de website van Vlaanderen-Europa

  • De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans

    David Criekemans (van de UAntwerpen) ging dieper in op de mogelijkheden van publieksdiplomatie voor regio's met wetgevende bevoegdheid zoals Vlaanderen.

    Lees zijn referaat van op het symposium van 5 mei 2009

  • Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

    Ellen Huijgh (die verbonden is aan het gerenommeerde Clingendael Instituut) lichtte de publieksdiplomatie van Quebec toe als inspiratiebron voor Vlaanderen.

    Lees haar referaat van op het symposium van 5 mei 2009

____________________.

Naar boven

 

  • Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme

Van Lodewijk De Raet naar Gaston Eyskens

Vlaamse zoektocht naar eigen "markt"

Interview Marc Platel

't Pallieterke - 25 maart 2009

Bibliotheken vol over de Vlaamse politieke geschiedenis, over het Vlaamse denken over zichzelf, over Vlaanderen en zijn culturele ontwikkeling en nog veel andere grote en kleine kanten van het Vlaamse zijn en doen, we weten wie onze "grote figuren" zijn, over dat alles zijn we stilaan meer dan grondig geïnformeerd. Over wat de geschiedenis van de Vlaamse zoektocht naar Vlaamse welvaart moet voorstellen, over het economisch denken en doen in Vlaanderen was het tot gisteren grotendeels tasten in het duister. Daarover moest het eerste wetenschappelijke overzicht nog altijd geschreven worden. Alsof de Vlaamse beweging dan toch "maar" een culturele taalbeweging wilde zijn, alsof Vlamingen geen interesse durfden hebben voor hun eigen welvaart.

Uit die wetenschappelijke historische duisternis heeft de Antwerpse historicus Olivier Boehme ons nu verlost Laat het meteen duidelijk zijn, hij doet dat op een meer dan boeiende en voor niet "deskundige" lezers op een behoorlijk vlotte manier. Het is wel een kanjer van net geen duizend dichtbedrukte bladzijden over wat de Vlaamse "Greep naar de markt" zou moeten geweest zijn - de allusie op dat andere historische standaardwerk van Bruno De Wever over de geschiedenis van het VNV, de "Greep naar de macht" ligt voor de hand - over de "sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging" in de periode tussen de twee wereldoorlogen.(1) Veertien hoofdstukken waarvan de meeste naar nog meer verhelderend studiewerk vragen. Een boek dat ook een bijsturing van onze eigen kijk op de communautaire geschiedenis van dit apenland veronderstelt. (2)

Lees verder

 

  • Boekpublicatie: "De worsteling met de moderniteit - Pleidooi voor een esthetische levensbeschouwing" Jaak Peeters

    In De worsteling met de moderniteit brengt Jaak Peeters een historisch-filosofische schets van de verlichting en moderniteit die leidden tot de hedendaagse ontwrichte maatschappij. Om tot de vaststelling te komen dat de mens vandaag - hoe "verlicht" en "modern" ook - met trauma's worstelt die wortelen in de grote ideeën van verandering, vernieuwing en vooruitgang van de eerste en tweede verlichting, en haar uitlopers in mei 68. Jaak Peeters brengt een hoogstpersoonlijke en gedurfde analyse van onze tijd en grijpt daarvoor terug naar de wortels van onze "nieuwe" tijd.

    Lees verder

  • De inauguratietoespraak van Barack Obama 20-1-2009

Mijn medeburgers,

Ik sta hier vandaag, nederig door de taak die voor ons ligt, dankbaar voor het vertrouwen dat jullie mij hebben gegeven, denkend aan de offers die onze voorouders hebben gebracht... Vandaag zeg ik u dat de uitdagingen reëel zijn, ernstig en veelvuldig. Ze zullen niet gemakkelijk snel worden aangegaan. Maar weet dit, Amerika, ze zullen worden aangegaan...

Wij blijven een jonge natie, maar - in de woorden van de Schrift - de tijd is gekomen om kinderachtige zaken opzij te zetten. De tijd is gekomen om onze volhoudende geest opnieuw te tonen, om een betere geschiedenis te kiezen, om de kostbare gift over te brengen, dat nobel idee dat van generatie op generatie is doorgegeven, de belofte van God dat iedereen gelijk is, dat iedereen vrij is en dat iedereen de mogelijkheid moet krijgen om het hoogste geluk na te streven...

Beluister de verkozen president


De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex 7-1-09

Luc van Doorslaer over het belang van taal in de Belgische politiek en samenleving. Van Doorslaer is als docent-onderzoeker in de vertaalwetenschap en journalism studies verbonden aan Lessius Antwerpen en de KU Leuven. Hij werkt ook als zelfstandig tv-journalist.


'Vanuit ons postmoderne, progressieve en internationalistische wereldbeeld ontkennen we graag dat vandaag de dag het taalgegeven nog een doorslaggevende rol speelt', schrijft taalwetenschapper Luc van Doorslaer. 'Wij associëren taalgrenzen met belemmeringen die niet passen bij een mondiale burger.' Met twee recente, hedendaagse voorbeelden wijst hij er echter op dat we ons vaak bezondigen aan wishful thinking als we er van uitgaan dat taal en cultuur in onze mondiale 21ste eeuw verwaarloosbare categorieën geworden zijn.

Lees verder

Naar boven

  • De nieuwe crisis is er een van de rechtsstaat 19-12-08



    Hendrik Vuye over de scheiding, samenwerking of vermenging der machten. Vuye is gewoon hoogleraar grondwettelijk recht aan de Rechtsfaculteit UHasselt.





    Yves Leterme en de zijnen hebben het beginsel van de scheiding der machten met voeten getreden. Goed, maar wat betekent dat precies? En hoe heeft de Belgische grondwetgever het vertaald? Hendrik Vuye heeft het over samenwerking en zelfs vermenging der machten: 'Hoe komt het toch dat we op mondaine aangelegenheden zo makkelijk horen fluisteren van welke signatuur een magistraat is? Dat is nefast, men zet de kat bij de melk', aldus Hendrik Vuye.

    Lees verder


  • Vlaanderen en Wallonië op TV Nederland 2 - reportage 12-12-08

    Prem Radhakishun trekt weer door het land om problemen aan te kaarten en waar mogelijk op te lossen. Een unieke excursie naar buurland België. Prem Radhakishun en Jalal Bouzamour onderzoeken hoe het mogelijk is dat de Walen en de Vlamingen, die uiterlijk nauwelijks van elkaar verschillen, elkaar toch het leven zuur maken.

    Lees verder
    Bekijk de reportage
 
  • Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen?

    OVER DE MENTALE BOEDELSCHEIDING TUSSEN NOORD EN ZUID
    Wat hebben Vlaanderen en Nederland nog met elkaar gemeen?
    Dat was het thema van de 25ste Pacificatielezing die HERMAN PLEIJ op zaterdag 8 november 2008 gaf in het Stadhuis van Gent. 'De Hollandse gezelligheid komt uit Vlaanderen. En het is niet bij gezelligheid gebleven.'

    Lees verder

Naar boven

  • Natuurlijk discrimineer ik. Zoals iedereen. Henk Rijkers in interview met Theodore Dalrymple n.a.v. zijn nieuw boek 'Leve het vooroordeel

    Bron: Katholiek Nieuwsblad - 17 oktober 2008 en Iskander


    Vooroordelen en conventies dienen als eerste richtinggevers in ons leven. Ze zijn echter compleet verdacht gemaakt. Met fataal gevolg, stelt Theodore Dalrymple


    Geen vooroordeel floreert meer dan dat tegen vooroordelen. We poseren graag als mensen die met ieder vooroordeel hebben afgerekend. Maar toch, als in een donker steegje iemand op ons afkomt, en het blijkt een oud dametje te zijn, voelen we opluchting. Voor welke groepen we eigenlijk bang waren, durven we niet te bekennen. Althans niet hardop.

    Vooroordelen zijn de onmisbare wegwijzers in ons leven. Je kunt er niet buiten als je je in nieuwe situaties moet oriënteren. Maar omdat het vooroordeel verstrengeld is geraakt met ‘racisme’, is het in kwade reuk geraakt. Theodore Dalrymple (de schrijversnaam van de Britse psychiater Anthony Daniels) zingt echter in een prachtig werkje de lof van conventies en vooroordelen.

    Lees verder


  • Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk

    Zijn fenomenen in 'de rand' ook alleen maar randfenomenen? Moeten we ons echt zo druk maken over vijftien woningen in Vilvoorde waarvan de drempel verhoogd wordt middels een taaltest? Of over 91 kavels in Zaventem, een handvol kinderen in Liedekerke, een paar tientallen leefloners in Geraardsbergen, 300 handelaars in Overijse die de openingsuren al eens eentalig Frans afficheren? Ja dus, onrust is op zijn plaats. Zeker nu de rand een offensieve rol opeist in het gevoelige debat over hoe we de Vlaamse identiteit definiëren.

    Lees meer


  • Solidariteit - Eric Ponette

    Solidariteit met zwakkeren en minderbedeelden in de samenleving is een belangrijke menselijke waarde.
    Maatschappelijke solidariteit is echter geen absoluut begrip: ze heeft bepaalde kenmerken en is aan randvoorwaarden verbonden.
    Wanneer de Vlamingen een gebrek aan solidariteit verweten wordt door te pleiten voor een eigen Sociale Zekerheid (SZ), moet onderzocht worden of die beschuldiging terecht is: ze moet getoetst worden aan die kenmerken en randvoorwaarden.

    Lees meer

    Naar boven


  • Een foute visie op taal.
    TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT
    3-4 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet hebben een boek geschreven 'taal, onderwijs en de samenleving'. 'Kennis van het Nederlands dreigt meer dan ooit het hedendaagse 'Schild en Vriend' geworden', schrijven ze in een bewerkte versie van hun voorwoord. En: het beleid van de ministers Keulen en Vandenbroucke mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten.

    Lees meer


  • Keulen op spokenjacht
    MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET
    6 mei 2008

    Marino Keulen en Frank Vandenbroucke begrijpen de kritiek niet die Jan Blommaert en Piet Van Avermaet dit weekeinde formuleerden op hun beleid. 'In het parallelle universum van Blommaert en Van Avermaet kan je wellicht les geven in 180 talen tegelijk.'

    Lees meer

  • Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet schrijven over mijn taalbeleid: 'Het mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten, en de concentratie op zogeheten taalachterstanden trekt de aandacht weg van de diepere, structurele oorzaken van ongelijkheid.' Mijn visie zou 'gepolitiseerd' zijn en 'taalideologie verwarren met taalrealiteit'. Frank Vandenbroucke

    Lees meer

    Recensie: zie NDN-website - rubriek Publicaties:
    Een academisch pamflet tegen de "Beleidsbrief"

    Naar boven


  • Engelstalig overzicht Vlaamse krantenartikels voor buitenlanders

    Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois start met een dagelijks elektronisch persoverzicht voor buitenlanders. Doel is de buitenlandse opiniemakers beter te informeren over wat politiek leeft en beweegt in Vlaanderen. Het gratis overzicht is in het Engels en wordt dagelijks per e-mail verstuurd. Het is ook terug te vinden op de webstek van Flanders Today, de wekelijks Engelstalige krant voor buitenlanders. De minister wil ook alle Vlamingen betrekken bij de promotie van Vlaanderen. Hij roept hen op om buitenlandse buren, vrienden, zakenrelaties en collega’s de weg te wijzen naar deze informatiebronnen over Vlaanderen zodat die op een objectieve wijze kennis kunnen maken met Vlaanderen. ...
    Met Flanders Today en het Engelstalige persoverzicht reikt de minister de nodige instrumenten aan. Iedereen kan helpen om buitenlanders attent te maken op de webstek www.flanderstoday.eu waar men zich gratis kan abonneren op zowel de krant als op het persoverzicht.

    Lees meer

    Naar boven

  • Benelux

    Ontstaat uit het drievoudig binnenkort een viervoudig verband? Nordrhein-Westphalen onderzoekt of het in 2010 zou aansluiten bij het Beneluxverdrag.  Staatsrechtelijk zou “Beneluxnor” een nieuw land zijn. In werkelijkheid is het al lang een prestatiebekwame Europese kernregio. Het huidige dossier APuZ over de geschiedenis, het heden en de toekomst van Benelux.

    Het Duitstalige dossier is bijzonder aanbevelenswaardige lectuur, omdat het een complete en verhelderende kijk biedt op een Europese regio in volle evolutie.

    Bron: http://www.bpb.de/publikationen/8FGXY3,0,Benelux.html



  • In België ontbreekt elke vorm van gezamenlijke cultuur en waarden
    03-01-2008 – Samuel
    Dat de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen in ons land steeds groter wordt, is niet de schuld van onverantwoorde politici of separatistische partijen. Het is gewoon het gevolg van maatschappelijke en sociologische ontwikkelingen.

    Naar boven


  • Duitse pedagoog en filosoof Winfried Böhm over opvoeding:
    ‘Vrije solidaire mens moet centraal staan’
    - door Etienne Van Neygen in Tertio 400 - 10 oktober 2007
    Wie vragen heeft bij het heersende discours over opvoeding en onderwijs, zal met belangstelling het recent vertaalde boek van de Duitse pedagoog Winfried Böhm lezen: Theorie en praxis. Een inleiding in het pedagogische grondprobleem. Daarin formuleert de auteur felle kritiek op de ‘maakbaarheidspedagogen’ die de opvoeding en het onderwijs volledig denken te kunnen programmeren. - Boek via Tertio online bestellen

    Naar boven


  • De universiteit in beweging - Geïntegreerd strategisch plan voor de K.U.Leuven 2007-2012
    De K.U. Leuven publiceert als eerste van de universiteiten een dergelijk plan.
    Als u klikt op de koppeling komt u bij de inleiding van de Leuvense rector op de K.U.-website. In de inleidingstekst staan (zelfs twee) koppelingen naar het pdf-document met de volledige tekst van het "Geïntegreerd strategisch plan".


  • De universiteit in spreidstand
    Kritische bedenkingen bij het geïntegreerd strategisch plan van de K.U. Leuven
    door Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de K.U. Leuven


  • De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
    • betreffende de algemene uitgangspunten en doelstellingen van Vlaanderen inzake de volgende staatshervorming (Stuk 1339)
    • betreffende de uitbouw van de financiële en fiscale autonomie in de volgende staatshervorming (Stuk 1340)
    • betreffende Brussel in de volgende staatshervorming (Stuk 1341)
    • betreffende het tot stand brengen van meer coherente bevoegdheidspakketten in de volgende staatshervorming (Stuk 1342)
    • betreffende een aantal specifieke aandachtspunten voor de volgende staatshervorming (stuk 1343) 
      Bron: OVV - Woord houden!

      Naar boven

      
  • Vlaams Witboek als inspiratiebron voor communautair debat "Waarom meer Vlaanderen?" Thuispagina website Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen -
    Publicatie: 4 mei 2007


  • Het Vlaamse taallandschap verschraalt - Essay van prof. em. dr. Johan Taeldeman, taalkundige + commentaar Ghislain Duchâteau


  • Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: De macht van het getal
    (Jürgen Jaspers, Jesse Mortelmans, Dietlinde Willockx - onderzoekers geesteswetenschappen Universiteit Antwerpen) 27-6-2007


  • Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: Een beetje gemakzuchtig
    (Repliek op de tekst "De macht van het getal" door Minister Frank Vandenbroucke + antwoord van de drie in een lezersbrief) 28-6-2007 + 29-6-2007

    Naar boven


  • Dalrymple of het verraad van de elite
    23-05-2007 - Filips Defoort - Tertio


  • Gewoon de 'file' blijven 'saven' - interview met prof. em. A. de Swaan over het wereldtalensysteem, het Engels, de integriteit van het Nederlands - de Volkskrant van 19-01-2002


    Naar boven


  • De pagina Boekbesprekingen op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
    - een aantal teksten over relevante recente publicaties


  • Andere actuele teksten en initiatieven op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV)

    Naar boven


    _________________________

    Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs


  • Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012


    In de rubriek “Pinnekesdraad”  van het Nederlandse tijdschrift “Medisch contact” publiceert  de Vlaamse epidemioloog Luc Bonneux, werkzaam in Nederland, een kort artikel met als titel “Moedertaal” (9 maart 2012 | 67 nr. 10). “Hoewel het nogal provocatief geschreven is, klinkt het verfrissend op een ogenblik dat Vlaamse politieke partijen het hoger onderwijs verregaand willen verengelsen.” ( em. prof. dr. Eric Ponette)



    Begin

    Het Engels wordt de voertaal aan de Nederlandse onderzoeksinstellingen. Of toch een variant op klompen, een voertaal te vergelijken met het vulgair Latijn in de Middeleeuwen. Uit dit volkslatijn zijn veel grote cultuurtalen ontstaan, maar dat heeft wel een duizend jaar geduurd. Het klompenengels is een gedegenereerd pidgin van enige honderden woorden. Dat gaat prima om bijvoorbeeld uit te leggen hoe je een bepaald vaccin moet maken. Om te kunnen communiceren heb je maar een paar honderd woorden nodig, de technische details zijn bestemd voor een paar experts. Maar zo gauw je wat zegt over de complexiteit van het leven, gezondheid en ziekte, heb je een echte taal nodig, met fijn gevoelen voor detail en nuance.

    Slot

    De deskundigencultuur die zich hult in een vreemde taal is een erfgenaam van de inquisitie.
    De triomf van de Verlichting was minder de wetenschap, dan het delen van kennis met het volk. Scientia vincerit tenebras, kennis verdrijft het duister. Dat kan slechts als de mensen je begrijpen. De taal van ware kennis is niet het Engels, maar de taal van je moeder.

    Lees de hele tekst


    Naar boven

  • Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie - 28 november 2011



    Engels is geen probleem voor student, correct Nederlands wel


    VAN ONZE REDACTIE ONDERWIJS − 28/11/11, 00:00

    Het is natuurlijk prachtig dat een groeiend aantal hogescholen en universiteiten Engelstalig onderwijs geeft. Zo kweken zij mondige wereldburgers, die zich later prima kunnen redden op een internationaal kantoor in Singapore of Berlijn. (aldus Trouw!)

    Toch zet de Nederlandse Taalunie twee kanttekeningen bij deze trend. De eerste is: meer dan 90 procent van de studenten belandt gewoon achter een bureau in Rotterdam of Amersfoort. Daar is de voertaal hoofdzakelijk Nederlands. En die taal leren ze op zo'n Engelstalige opleiding nauwelijks meer beheersen, aldus de tweede kanttekening.

    Volgens de wet moet onderwijs in het Nederlands gegeven worden. "Daar kan onder voorwaarden van afgeweken worden", zei Linda van den Bosch, secretaris van de Taalunie, dinsdag op een symposium van Avans Hogeschool in Breda. "Maar het lijkt erop dat die uitzondering steeds meer regel wordt."

    In 2010 waren er ongeveer 1300 Engelstalige opleidingen en cursussen in Nederland, een groei van acht procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Van den Bosch vermoedt dat de onderwijsinstellingen met dit aanbod extra buitenlandse studenten willen trekken. Daar lopen er zo'n 50.000 van rond; de overgrote meerderheid (600.000) is echter nog altijd Nederlander.

    Moet die meerderheid per se colleges in het Engels volgen? Voor de kleine groep die als onderzoeker gaat
    werken is een Engelstalige opleiding evident, benadrukt Van den Bosch. Zij adviseert hogescholen en universiteiten om hun beleid af te stemmen op de taalvaardigheid die de studenten op de werkvloer moeten beheersen. Dat betekent: meer investeren in beter Nederlands.mailIcon

    Noot:
    Het is onvoorstelbaar hoeveel de Nederlandse Taalunie (NTU) doet voor het onderwijs van het Nederlands.
    Laten we daar onze bewondering en dankbaarheid voor uitspreken. Een voorbeeld daarvan is de Implementatieconferentie die de NTU origaniseerde op 8 en 9 december 2011 in Hoeven (Nederland). Klik even de koppeling aan naar het verslag van die conferentie waar onder didactici uit Nederland, Vlaanderen en Suriname de vernieuwingen in het onderwijs Nederlands aan elkaar werden voorgesteld.


    Linde Van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, kreeg net de LOF-prijs voor de bevordering van het Nederlands toegekend vanwege de Stichting Nederlands en het ANV vzw. Dat is een terechte honorering van haar werk en dat van de NTU.

    Naar boven


  • 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011



    We bedienen de buitenlandse studenten beter met goed Nederlands dan met krom Engels. Dat stelt taalkundige en publicist Rik Smits.




    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...',  
    Of er een Nederlandse volksaard bestaat of niet, één karaktertrek hebben bijna alle welopgevoede en hoogopgeleide Nederlanders gemeen: een kleinerende blik op de eigen cultuur. Uitdrukkingen als 'we zijn maar een klein landje' en het weinig complimenteuze 'op zijn Hollands' getuigen daarvan, maar ook onze buitensporige bewondering voor dominante buitenlandse culturen. Omstreeks 1900 domineerde Frankrijk, dus wilde elke kunstenaar naar Parijs, kwam er facultatief Franse les op de lagere school en adverteerde bijvoorbeeld magazijn de Bijenkorf met lange lappen geheel in het Frans gestelde tekst.

    Katzwijm
    Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt Nederland kritiekloos in katzwijm voor de Engels-Amerikaanse cultuur: Populaire radiostations brengen vrijwel uitsluitend Engelstalige muziek ten gehore, bioscopen tonen vrijwel uitsluitend films uit de Hollywoodstal en we volgen de Amerikaanse presidentsverkiezingen alsof het om de president van Nederland gaat. Maar ook onze politici kijken in het algemeen vooral over het water en staan meer dan in welk ander continentaal Europees land ook met de rug naar Europa.

    Heel bijzonder is hoe we ons van onszelf vervreemden en ons daarover ook nog eens vol zelfoverschatting op de borst kloppen met onze mythische talenkennis. Pardon: onze kennis van het Engels, want iemand die een woordje Duits of Frans spreekt, moet je tegenwoordig met een lantaarntje zoeken. Maar ook dat Engels bestaat vooral in onze verbeelding, het niveau ervan overstijgt lang niet altijd dat van een automatisch vertaalde Koreaanse gebruiksaanwijzing.

    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...', maar meer nog dat dat de NCRV in de opvoedende jeugdserie Spangas een lerares Engels doodleuk het tenenkrommende 'I think I will go soon to bed' laat uitbraken (22 december 2011).

    Onverstaanbaar Dutchglish
    Ook onze hogescholen en universiteiten laten zich niet onbetuigd. Al decennia koeterwaalsen daar hele congreszalen in onverstaanbaar Dutchglish omdat er mogelijk een buitenlander in de zaal zit (dat mag dan best een Italiaan, Argentijn of Algerijn zijn, daar zijn we ruimhartig in). Erger is dat ze grote delen van hun onderwijs ook zo aanbieden - malligheid als Engelstalige colleges Turks aan Nederlandse studenten. In Maastricht zijn zelfs de inschrijvingsformulieren alleen nog in het Engels verkrijgbaar. Dit alles ter wille van de 'internationale uitstraling' en het aantrekken van buitenlandse studenten. Tja.

    Geen ander land benadeelt de eigen bloem der natie moedwillig zo ernstig. Dat Engels is een handicap omdat studenten, ook als hun Engels zo goed zou zijn als ze zelf denken (quod non), nodeloos moeten meehobbelen in een taal die niet de hunne is. Bovendien is het Engels van het collegegevend personeel doorgaans van het niveau kolenhok.

    Sprinkhanen
    En nu ontdekte het Nuffic ook nog dat die felbegeerde buitenlanders zich als sprinkhanen gedragen: ze komen, vreten de collegeruif leeg en hoppen verder. Geen wonder, want we trekken precies de verkeerden aan. 'Onze sterke kant is onze Engelstaligheid', zei Nuffic-directeur Van den Eijnden in de Volkskrant van 23 december. Maar dan toch alleen voor studenten die niets met Nederland hebben maar te arm zijn voor de draconische collegegelden van Engeland en Amerika. Daartegenover maken we het buitenlanders die gemotiveerd naar Nederland komen zo onaantrekkelijk mogelijk door ze geen toegang te geven tot onze taal.

    Zo'n twintig jaar geleden ontwierp de Rotterdamse hoogleraar Sciarone cursussen Nederlands voor studenten uit China waarbij onder meer veel woordjes geleerd moesten worden. De Nederlandse onderwijswereld, waar men toen al op kennis neerkeek, verguisde hem, maar zijn Chinezen waren er dolblij mee en leerden de taal vlot. Het is tijd om eindelijk de waarheid onder ogen te zien en op te houden met dat rare Engels. Tijd om te investeren in goede voorzieningen voor buitenlandse studenten om Nederlands te leren en onze cultuur te leren kennen.

    Rik Smits is taalkundige en publicist.

    Bron: De Volkskrant Opinie 29-12-2011


    Naar boven


  • Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klassen in De Groene Amsterdammer 25-10-2011

    De hoogleraar wil aan zijn college beginnen. Hij heeft een laptop in zijn hand, kijkt wat verongelijkt om zich heen: 'I'm searching for a stekkerdoos, have somebody seen it?' Dit is de Nederlandse universitaire onderwijspraktijk anno 2011. Toen minister van onderwijs Jo Ritzen eind jaren tachtig opriep Engels voertaal te maken aan de Nederlandse universiteiten kreeg hij nog een storm van verontwaardiging over zich heen. Inmiddels lijkt het erop dat het gebruik van Engels usual business is aan de Nederlandse universiteit.

     Masteropleidingen zijn overwegend Engelstalig, alle universiteiten bieden bachelorvakken aan in het Engels en de Radboud Universiteit Nijmegen heeft onlangs twee en een half miljoen uitgetrokken om het hele onderwijs tweetalig te maken.  De commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) heeft in 2007 een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar het Engels als onderwijstaal. De cijfers zijn onduidelijk en beleid varieert van faculteit tot faculteit. De kernvraag blijft onbeantwoord. Voor wie internationaliseren we eigenlijk?

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011



    Hoe slim is het eigenlijk, om buitenlandse studenten Engelstalig onderwijs te bieden? Volgens Ger Groot, die in Parijs studeerde, onthouden we hun zo iets heel wezenlijks: "De ontdekking van een andere cultuur en dus vrijwel altijd een andere taal."

    Ik koesterde weinig tedere gevoelens voor Frankrijk toen ik ruim dertig jaar geleden in Parijs een jaar lang filosofie ging studeren. Mijn wereldkaart was overwegend angelsaksisch ingekleurd: daarin verschilde ik niet van het gros van mijn landgenoten. Maar Parijs lag relatief dichtbij, leek het niet aan charmes te ontbreken en filosofisch was er in die tijd inderdaad één en ander te beleven.
    Een jaar later lag de situatie er heel anders voor. Met mijn Frans, bij aankomst nog nauwelijks meer dan rudimentair, kon ik na een maandje bijles al heel best uit de voeten.
    Het Parijse leven had me bevrijd uit de vanzelfsprekendheid van de Hollandse manier van doen. Niet alles wat uit Frankrijk kwam bleek als 'chauvinisme' te kunnen worden afgedaan. Qua ideeënrijkdom moest het land in ieder geval heel serieus worden genomen. Het publieke debat had er een niveau waar Nederland een voorbeeld aan kon nemen.
    Daarnaast bleek de Franse levensstijl één van de prettigste samenlevingen te hebben voortgebracht die de wereld kent - al waren de rankings van de internationale organisaties daar nog niet helemaal achter.

    Dankzij mijn studiejaar in Frankrijk was dat land, kortom, voor mij pas begonnen te bestaan. En in weerwil van mijn latere omzwervingen door Europa is dat in dertig jaar niet veranderd. Nog altijd weiger ik te geloven dat Frankrijk, bij een internationaal conflict, bij voorbaat ongelijk moet hebben - zoals in Nederland al snel wordt gedacht. ...

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats! Alex Vanneste U.A

    Samenvatting

    In deze bijdrage behandelen wij een aantal positieve effecten en potentiële bedreigingen van de invoering van Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen (en Nederland).
    Onderwijs in het Engels is eigenlijk een verplichting geworden in de huidige geglobaliseerde academische
    wereld. Het invoeren van Engels kan een negatieve impact hebben op de onderwijskwaliteit en op de meertaligheid, zeker indien Engels te snel wordt geïntroduceerd en zonder oog te hebben voor alle mogelijke gevolgen. Alle universiteiten moeten eigenlijk zo snel mogelijk een coherent en realistisch beleidsplan ontwikkelen inzake academisch onderwijs, met eerbied voor de studenten, de professoren, de Nederlandstalige
    maatschappij en, vooral, academische excellentie.

    Artikel in het tijdschrift TORP (ts. voor Onderwijsrecht en -Beleid) jg. 2011-2012 nr. 1

    Het artikel is heel informatief, overtuigend en sterk inzichtverrijkend (G.D.)

    Lees het hele artikel

    Naar boven

  • De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen

    De Groningse professoren zijn het niet eens of de verengelsing zinvol is.
    Engelstalige scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland worden steeds meer bezocht door van huis uit eentalige Nederlandse kinderen. En in het hoger onderwijs moeten meer en meer Nederlandstalige studies plaatsmaken voor Engelse varianten. Wat heeft dit voor gevolgen?

    Het debat kunt u hier volgen.

    Naar boven



  • Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands

    Arno Schrauwers uit zijn teleurstelling bij zijn afscheid als voorzitter van de
    Stichting Nederlands


    Ergens tussen 14 april 2002 (sN-nieuwsbrief nr.8) en 16 januari 2003 (sN-nieuwsbrief nr. 9) ben ik voorzitter geworden als opvolger van Wim Jansen, aanvankelijk als a.i., maar dat adjectief is er gaandeweg vanaf gesleten. Nu juli 2011 houd ik het voor gezien. Dat betekent niet dat ik geen hart meer heb voor de Nederlandse taal, maar dat ik tot de slotsom heb moeten komen dat ik er niet in geslaagd ben het Nederlands als belangrijk thema op de Nederlands(talig)e kaart te zetten. Individueel zeggenNederlanders dat ze het bezit van de eigen taal op hoge prijs stellen, maar in de praktijk blijkt daar er weinig van. Het Nederlands staat onder druk. Op steeds meer plaatsen moet het Nederlands wijken voor het Engels. Dat gebeurt soms met toestemming van de controlerende macht, maar vaker nog door weg te kijken. Het volk laat zich weinig horen.

    Lees de hele tekst op de pagina Artikels rond taal, taalgebruik, taalpolitiek

    Naar boven

  • De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
    Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels


    “Engels in het hoger onderwijs”

    Op steeds meer hogescholen en universiteiten wordt een belangrijk deel van het onderwijs in het Engels gegeven. De meningen daarover zijn verdeeld. Wat vind jij ervan?
    Vul de online enquête in en discussieer mee door je opmerking hieronder te plaatsen.

    Eerst meer over het onderwerp lezen?

    Aanvullende leessuggesties?
    Mail de redactie: dwvdnt@taalunie.org

    Naar boven


  • Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er wat kritische nabeschouwingen aan toe

    Het eerste is getiteld “Geen haan die ernaar kraait – August Vermeylen en de verengelsing van het hoger onderwijs" blz. 4-13. van Gita Deneckere en Ruben Mantels beiden verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de UGent.

    Het tweede is van de hand van prof. Jozef T. Devreese, actief lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici en draagt als titel “Meer Engels? Neen, meer excellentie” blz. 14-19.

    Inleiding tot het eerste artikel:

    “Dames en heren, wij zijn de drie kraaiende hanen die ons volk wakker zullen maken.”
    In het najaar van 1910 trokken de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van
    Cauwelaert en de liberaal Louis Franck eensgezind de hort op voor de vernederlandsing
    van de Gentse universiteit. Van het afgeladen volle Nieuw Circus in Gent tot het
    kleinste wijkcafé in de Antwerpse Kiel spraken deze “schitterende redenaars” over het
    “levensbelang” van hoger onderwijs in de eigen taal. Driehonderdtwintig meetings
    later hadden ze 100.000 handtekeningen verzameld op een monsterpetitie die ook de
    steun kreeg van 500 gemeentebesturen. In maart 1911 werd het wetsvoorstel ingediend
    dat de geleidelijke invoering van het Nederlands aan de Gentse universiteit in
    het vooruitzicht stelde.
    Honderd jaar later schiet Vlaanderen niet wakker als de Vlaamse regering, waar de
    N-VA deel van uitmaakt, een consensus bereikt over de versoepeling van de taalwetgeving
    op het hoger onderwijs. …

    Lees het artikel in pdf-formaat vanaf de website van Ons Erfdeel

    Na een kritische lectuur voegen wij bij beide artikels enkele nabeschouwingen toe

    Artikel 1 hinkt afwisselend op een linker en op een rechter voet. Enerzijds wordt de verengelsing van het hoger onderwijs verantwoord en opgehemeld en anderzijds worden er de nadelen van in het licht gesteld. Uiteindelijk is het een tweeslachtig artikel geworden waarbij men de positie van de beide auteurs niet achterhaalt: zijn ze voor of tegen?

    Het artikel is wel gestoffeerd met een aantal ideeën die tot reflectie aanzetten. De titel verwijst alvast naar de vanzelfsprekendheid waarmee de verruiming van de mogelijkheden tot Engelstalig hoger onderwijs wordt bejegend. De perceptie van de noodzaak van de internationalisering in een dominante kenniseconomie verklaart die vanzelfsprekendheid tot op grote hoogte. Internationalisering blijkt in dergelijke discussies als een doorslaggevend argument te worden gehanteerd. Internationalisering is gezaghebbend en verantwoordt blijkbaar een beleid tot verdere verruiming van het gebruik van het Engels als onderwijstaal ondanks de beginformulering van art. 91 van het Structuurdecreet van 4 april 2003 dat het Nederlands de onderwijstaal is in het hoger onderwijs. Hier blijkt een overmatig gebruik van het begrip ‘internationalisering’ om die verruiming te verantwoorden. Er zijn beslist tegenargumenten om die slokop in de discussie te relativeren.

    Opvallend is ook weer in het artikel 1 dat het hier zou gaan om een evidente grote verruiming van de toelaatbaarheid tot Engelstalig hoger onderwijs in afwijking van het principe van art. 91. De grondprincipes van het huidige artikel blijven in de nieuwe regeling behouden en als de hogere onderwijsinstellingen een ernstig taalbeleid willen voeren voor hun onderwijs, dan beperken zij Engelstalige opleidingen of opleidingsonderdelen tot het strikt noodzakelijke en bevorderen ze de taalbekwaamheid van docenten en studenten in het Nederlands en in het Engels.

    Omdat artikel 1 ook verslag uitbrengt van het panelgesprek dat gevoerd werd bij de opening van het August Vermeylenjaar aan de UGent op 23 november 2011 worden ook de opinies weergegeven van de panelleden in dat debat. Het is ontstellend hoe lichtzinnig en echt onoordeelkundig opinies van nochtans competent verwachte sprekers overkomen voor wie zich reëel om de status van het Nederlands als onderwijstaal bekommert. De uitbundigste voorstander van verengelsing blijkt in die groep panelleden toch wel de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet die zich zonder bekommernis voor de eigen taal uitlaat voor een gemeenschappelijke Europese taal. Ook Siegfried Bracke roept onbewimpeld uit: “Hoe kun je hier tegen zijn”. Volgens hem is de verengelsing een opportuniteit die we pragmatisch moeten aangrijpen en waarvoor een té knellende taalwetgeving moet worden aangepast. Als beleidsvoerders uit het hoger onderwijs roepen dat de huidige regeling te  knéllend is, dan is het niet moeilijk dat met lichtzinnige overtuiging over te nemen en uit te galmen.

    Aanleiding tot de tweevoetigheid of tweeslachtigheid van artikel 1 zijn wel de citaten van August Vermeylen zelf die tot leidraad in het debat moesten dienen. Wie kent niet zijn kreet “Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn om Europeeërs te worden”? Hij zei dat in een totaal andere context en met duidelijk als gezaghebbende universiteitsrector en politicus de prioriteit van de eigen taal voor het hoger onderwijs voor ogen. Niets belet ons Europees te denken en tezelfdertijd de eigen taal en cultuur als een hoogst belangrijk gegeven van de eigen identiteit te beleven. Studeren in het Nederlands geeft uitermate meer kans tot studierendement en kan voeren tot een maatschappelijke functie die ten dienste kan worden gesteld van de eigen gemeenschap.

    Artikel 2 van prof. Devreese wekt voor de lectuur het vermoeden dat hier een tegengewicht wordt aangereikt voor de zogenaamde onomkeerbaarheid van de verengelsing in het hoger onderwijs. Het artikel is korter, geen verslag, maar een argumentatie voor een redelijker attitude ten overstaan van de besproken thematiek. Het staat ook preciezer en veel concreter bij de beperkte verruimingsmogelijkheden die het Vlaamse Parlement voorziet goed te keuren in zijn hervorming van het hoger onderwijs in de komende maanden. Zijn standpunt is bijzonder genuanceerd en moet matigend en redelijk overkomen bij een weldenkende kritische lezer: “Het decreet van 4 april 2003 over het taalgebruik in het universitair en hoger onderwijs biedt ruimte voor een evenwicht waarbij aan de eigen landstaal onverminderd de plaats wordt verzekerd die haar toekomt, terwijl eveneens ruimte wordt geschapen voor deelcurricula in vreemde talen, veelal in het Engels, zowel voor onze eigen studenten als voor gaststudenten”.  In het licht daarvan moet de voorziene verruiming klein zijn en moeten de politieke en academische beleidsvoerders hun verantwoordelijkheid opnemen om het Nederlands zijn plaats in wetenschap en onderwijs te laten behouden als de studies gericht zijn op een functionaliteit binnen de eigen gemeenschap. In veruit de meeste professionele bacheloropleidingen is dat zo en zouden Engelstalige cursussen volkomen misplaatst zijn. Ook vele masteropleidingen kunnen gericht zijn op de eigen taalgemeenschap en behoeven geen verengelsing als dusdanig.

    Van groot gewicht lijkt mij ook het pleidooi van de auteur van artikel 2 voor excellentie in universitaire seminaries en laboratoria. Hij besluit terecht zijn tekst met de volgende treffende zin: “De enige manier om onze universiteiten grotere internationale uitstraling te bezorgen is het versterken van de excellentie van het wetenschappelijke onderzoek.” Het taalgebruik is daar niet zo relevant: ook buitenlandse studenten kunnen hieraan in het Nederlands participeren en Vlaamse studenten kunnen dat met hun buitenlandse studiegenoten in het Engels beleven.

    Tot besluit kunnen we stellen dat hier een intellectueel eerlijke reflectie over de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs meer dan wenselijk is en dat meehuilen met de wolven in het bos hoogst ongepast en onwenselijk is. Wat is er mooier en efficiënter dan te kunnen communiceren in de eigen taal? en dat is toevallig volgens de 30-jarige Nederlandse Taalunie toch ook een wereldtaal. Laat die taal, dat Nederlands, dan gedijen in het intellectuele universum die het hoger onderwijs biedt.

    Ghislain Duchâteau

    Hasselt, 8 februari 2011

    Naar boven


  • August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent -
    openingsdebat op dinsdag 23 november 2010:
    verengelsing van het hoger onderwijs

    ‘Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden’

    Openingsdebat van het August Vermeylenjaar over de verengelsing van het hoger onderwijs met:

    • Pascal Smet (minister van Onderwijs)
    • Fientje Moerman (Vlaams parlementslid)
    • Siegfried Bracke (federaal Kamerlid)
    • Kris Versluys (directeur onderwijsaangelegenheden UGent)
    • Tom Demeyer (VVS-studentenvertegenwoordiger)

    Rector Paul Van Cauwenberge en prof. dr. Gita Deneckere leiden het debat in.
    Moderator: Marc Reynebeau

    23 november 2010, 20 uur, Aula van de UGent, Voldersstraat 9, Gent.

    Organisatie: UNIVERSITEIT GENT – VAKGROEP GESCHIEDENIS – INSTITUUT VOOR PUBLIEKSRECHT

    Informatie over het August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent: klik hier

    Zie de tekst: De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK Gita Deneckere 22-11-2010

    De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
    Gita Deneckere 22-11-2010

    De auteur vreest dat de nakende versoepeling van de taalwetgeving een dualiteit zal creëren in het hoger onderwijs in Vlaanderen, met aan de ene kant de ‘topstudent' die internationaal gerekruteerd wordt en aan de andere kant de gemiddelde millenniumstudent.

    Lees die tekst

    Naar boven


  • Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010


    Ik heb niets tegen het Engels, zegt GUIDO VANHEESWIJCK, wel tegen de onnadenkende manier waarop het in het hoger onderwijs wordt ingevoerd. Voorts wekt het bij hem verbazing dat voetstoots wordt aangenomen dat het zo het beste is.




    De heisa rond de voorstellen van Pascal Smet om het Engels als tweede taal in te voeren heeft tenminste het voordeel dat de discussie rond het talenbeleid in het Vlaamse onderwijs wordt aangezwengeld. Die is tot dusver immers nagenoeg helemaal afwezig, hoewel er de laatste maanden belangrijke beslissingen in dat verband zijn genomen. Eigenlijk is het paradoxaal. Terwijl het gekrakeel rond Brussel en de zoveelste staatshervorming elke dag wordt becommentarieerd, worden er in de marge van die aandacht minstens even belangrijke beslissingen genomen over de groei van het Engels en de teloorgang van het Nederlands (en andere talen) in het hoger onderwijs.

    Lees verder


    Naar boven

  • Taalgebruik Hoger Onderwijs 2010 - Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs

    Een opiniestuk vanwege de voorzitter van de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde Willy Vandeweghe

    Begin juli keurde het Vlaams Parlement de tekst goed die ingediend was door een parlementaire ad hoc-commissie onder voorzitterschap van Fientje Moerman, met als titel Maatschappelijke beleidsnota over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Het document ontwikkelt een langetermijnvisie op het Vlaamse Hoger Onderwijs (zowel universiteiten als hogescholen), en bevat de neerslag van discussies, hoorzittingen en een conferentie die voorjaar 2010 aan het thema gewijd werden. Een belangrijk onderdeel is gewijd aan de internationalisering van het Hoger Onderwijs (H.O.), met als sleutelvraag die naar de plaats die "andere talen" (lees: het Engels) naast het Nederlands in dat toekomstige Vlaamse H.O. zullen innemen.

    Toevallig deels in dezelfde periode vond in de schoot van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) een debat plaats over datzelfde thema, zij het vanuit de invalshoek van een instelling die als maatschappelijke opdracht van de overheid heeft meegekregen te waken over de Nederlandse taal en literatuur in het culturele en maatschappelijke leven. In afwachting van een definitieve positietekst, wil dit opiniestuk vanuit de daar naar voren gebrachte argumentatie een aantal vragen stellen bij de beleidsnota van de commissie, en enkele denksporen suggereren.

    Lees verder


    Naar boven

  • Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010

    De internationalisering en het taalregime in het hoger onderwijs zijn opnieuw aan de orde. De Vlaamse regering besliste onlangs een ‘versoepeling’ van de wetgeving op de onderwijstaal voor te stellen aan het Vlaams Parlement. Maar waarom onderwijs geven in een vreemde taal?

    Door Jozef T. Devreese, professor emeritus in de fysica van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven

    Het Vlaams decreet van 4 april 2003 bepaalt dat het Nederlands de onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is. Het decreet geeft tevens aan in welke mate en voor welke onderdelen van de bachelor- en masteropleidingen een andere taal kan worden gebruikt.

    Over een aantal algemene doelstellingen van het taalbeleid voor het universitair en het hoger onderwijs bestaat een ruime consensus: een evenwicht realiseren tussen het gebruik van het Nederlands en van vreemde talen (in het bijzonder het Engels) als onderwijstaal; de studenten optimaal internationaal onderdompelen, afhankelijk van de finaliteit van hun studie; en de maximale internationale uitstraling van onze universiteiten en laboratoria stimuleren.

    Wanneer het over de modaliteiten gaat om die doelstellingen te realiseren, lopen de meningen echter uiteen. Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van de onderwijstaal is dat Engelstalig onderwijs nodig is om buitenlandse topstudenten aan te trekken en onze internationale uitstraling te vergroten.

    Tot voor kort trokken we buitenlandse studenten en vorsers aan door geselecteerde specialisatieopleidingen in het Engels aan te bieden, met een apart getuigschrift en gesteund door excellentiepolen in het onderzoek. Dit waren de eenjarige ManaMa-opleidingen, master na master. Via wetenschappelijke samenwerkingsverbanden leidde dit tot een levendige internationale uitwisseling van studenten. De getuigschriften van die opleidingen waren niet gelijk aan, maar hoger dan een masterdiploma.

    Spanningsveld

    Die opleidingen zijn recentelijk echter ‘ingedaald’ in de Nederlandstalige masteropleidingen, in een poging tot rationalisatie. Daardoor ontstaat een spanningsveld omdat Nederlandsonkundige studenten zullen afhaken. Dat was een van de argumenten om de Nederlandstalige masteropleidingen te verengelsen en het taaldecreet aan te passen.

    Er bestonden evenwel alternatieven. Het was niet het taaldecreet dat aangepast moest worden. Belangrijker is de rationalisatie die kan worden doorgevoerd via het financieringsdecreet voor het hoger onderwijs. Op die manier kunnen de specialisaties gericht op buitenlandse studenten opnieuw ontkoppeld worden van het masterdiploma. Andere landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië organiseren dergelijke internationale opleidingen als een ‘doctoral school’. Voorbeelden uit de wetenschappen zijn de Les Houches-school in Frankrijk en het Abdus Salam Centre in het Italiaanse Triëst.

    Ook na het nieuwe voorstel van de Vlaamse regering aan het Vlaams Parlement blijft de inrichting van specialisatiecursussen, los van het masterdiploma, een vruchtbare optie die daarenboven toelaat de basismasteropleiding verder overwegend in het Nederlands in te richten.

    Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van het hoger onderwijs is dat het Engels de taal van de wetenschap is. Deze stelling is fout. Veeleer geldt dat wiskunde de taal van de wetenschap is. En een nieuwe taal leer je toch het best vertrekkend vanuit je eigen moedertaal? De Franse grammatica leren we ook niet in het Engels.

    Onze studenten komen nu al evenwichtig in contact met vreemde talen, vooral met het Engels. Tijdens de bachelor- en masteropleiding verloopt de basisopleiding in het Nederlands, met een zinvol aantal lessen in het Engels. De studenten volgen (vooral vanaf de masteropleiding) seminaries in het Engels en zij gebruiken, afhankelijk van de discipline, ook anderstalige handboeken.

    Lat

    Doctorandi, de meest relevante deelgroep voor internationalisering in sommige studierichtingen, komen via werkbesprekingen in het laboratorium, seminaries en (internationale) symposia ruim in contact met het Engels. Het blijkt dat de Vlaamse afgestudeerden op internationale congressen, na de alumni van bijvoorbeeld Cambridge en Oxford, het Engels, de ‘lingua franca’ van vandaag, nu reeds het best beheersen. Dat illustreert hoe het evenwicht Nederlands-Engels voor onze studenten kan worden bereikt binnen het decreet van 2003.
    De masteropleiding is trouwens niet de ideale omgeving ter bevordering van onze internationale uitstraling. Dat niveau legt de lat niet voldoende hoog voor het aantrekken van de betere buitenlandse studenten op basis van de excellentie van onze laboratoria en onderzoekers. In de praktijk zien we, op het masterniveau, buitenlandse studenten met soms relatief beperkte capaciteiten en vaardigheden die toch een diploma behalen en dan meteen gerechtigd zijn leraar te worden in ons secundair onderwijs. Zij kennen meestal weinig of geen Nederlands.

    Een veel meer geschikt niveau voor internationalisering ligt hoger dan dat van het regulier mastercurriculum: de oprichting van internationaal toegankelijke doctorale scholen geassocieerd aan de excellentiecentra van onze universiteiten. De lat ligt dan eveneens hoger voor buitenlandse studenten die willen studeren aan onze universiteiten. Wat hier wordt voorgesteld, is consistent met wat in landen zoals Duitsland en Frankrijk in de praktijk wordt gebracht.

    Met dank aan prof. Devreese die ons het artikel heeft doorgestuurd


    Naar boven

  • Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese

    woensdag 25 augustus 2010

    Meer Engels in het Vlaamse hoger onderwijs zal leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal, vreest hoogleraar fysica Jos Devreese.



    Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies

    Recent besliste de Vlaamse regering om (met uitzondering van de kunstopleidingen) alle academische opleidingen van de hogescholen over te hevelen naar de universiteiten. Die gelegenheid wordt ook aangegrepen om het taalregime in het hoger onderwijs te versoepelen. Het Nederlands blijft dé onderwijstaal, maar de niet-taalopleidingen zullen ook meer in een andere taal mogen worden gegeven. Concreet: het Engels wordt dan de lingua franca.

    Een decreet van 4 april 2003 laat al toe dat voor 10 procent van het programma van een bacheloropleiding (of 18 studiepunten) een andere taal wordt gebruikt. Ook voor een masteropleiding mag dat, als ze binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands wordt aangeboden. De nieuwe regeling trekt het aandeel in een andere onderwijstaal voor een bacheloropleiding op tot 30 studiepunten en eist nog steeds dat een anderstalige masteropleiding een Nederlandstalig equivalent krijgt, maar dan binnen Vlaanderen. Dat studenten door deze regeling meer in het Engels les moeten volgen en blokken, stuit op kritiek van Vlaamse academici.

    Een van hen is Jos Devreese, fysicus en emeritus hoogleraar van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is ook actief binnen het Verbond van Vlaamse Academici (VVA), maar is daarom niet principieel tegen het gebruik van een andere taal in het hoger onderwijs. “Zeker niet”, zegt Devreese. “In mijn academische loopbaan heb ik talrijke internationale onderzoeksprojecten, verenigingen en congressen geleid. Voorts ben ik auteur of medeauteur van honderden wetenschappelijke artikels. Ik weet dus dat in mijn domein het Engels de werktaal is, ook al is het vaak gebroken Engels.”


    Een sleutelwoord in de taalregeling van 2003 voor het hoger onderwijs is “evenwicht”.

    Jos Devreese: “In de context van internationalisering en mondialisering heeft het decreet van 2003 een goede balans gecreëerd tussen het principe van het Nederlands als onderwijstaal en het gebruik van andere talen in de opleidingen. Zo merk ik ook dat buitenlandse vorsers in onze onderzoeksgroepen eveneens voor contacten in het Engels zorgen met de studenten in de masteropleidingen. Mijn bezorgdheid is dat een soepeler regeling nadelig zal zijn voor de onderwijstaal Nederlands.”

    U geeft de voorkeur aan “meer excellentie in plaats van meer Engels”?

    Devreese: “De output van ons hoger onderwijs bevestigt die stelling. Vlaamse doctorandi en afgestudeerden komen op internationale congressen en in onderzoeksgroepen in het buitenland na de alumni van Cambridge en Oxford het best uit hun woorden in het Engels. Ze kennen bovendien vaak nog andere talen. Door het decreet van 2003 komen Vlaamse studenten nu al met het Engels in contact in de bachelor- en masteropleidingen en dat is heel goed. Ook voor hun proefschriften moeten ze veel Engelstalige bronnen raadplegen. Maar om goede buitenlandse studenten aan te trekken, hoeft dat niet verder uitgebreid te worden. Specialisatie- of master-na-masteropleidingen in het Engels zijn veel geschikter. Ze sluiten aan bij onze wetenschappelijke excellentiecentra en dragen bij tot een levendige internationale uitwisseling. Belangrijk is ook de factor diversiteit. In de theoretische fysica bijvoorbeeld beschouw ik de afleidingen van de Franse school met Pierre-Simon Laplace en Joseph Louis Lagrange als poëzie. De Duitse school brengt meer doorwrochte bewijsvoeringen. Die veelheid van stijlen is vruchtbaarder voor de wetenschapsontwikkeling dan een beperking tot bijvoorbeeld enkel de Angelsaksische benadering.”

    Vooral de rectoren van de universiteiten hebben aangedrongen op meer Engels in de opleidingen. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) somt drie redenen op: de nood aan vakspecifieke kennis in sommige wetenschapsdomeinen, meer buitenlandse studie-ervaring voor Vlaamse studenten en de internationale profilering van de Vlaamse universiteiten.

    Devreese: “Die valabele doelstellingen kunnen ook perfect worden bereikt met het decreet van 2003. En nogmaals: internationale uitstraling kan volgens mij vooral tot stand worden gebracht via specialisatieopleidingen. De aantrekkingskracht voor buitenlandse studenten hangt dan niet alleen af van de onderwijstaal, maar veel meer van de kwaliteit van die opleidingen en de daarmee geassocieerde excellentiecentra. Op het niveau van de masteropleidingen zal meer Engels daartoe niet veel bijdragen. Uit eigen ervaring weet ik dat de gemiddelde buitenlandse student die zich voor een masterprogramma in Vlaanderen meldt, relatief zwak is en dat ook een opleiding in het Engels dat niet rechtzet. Elders ziet men dat anders. Aan de Technische Universiteit van Berlijn bijvoorbeeld wordt aan buitenlandse studenten voor een masteropleiding gevraagd dat ze minstens een passieve kennis van het Duits hebben.”

    De universiteitsrectoren stuurden erop aan een derde van de bacheloropleidingen in een andere taal te geven en dat aandeel voor de masteropleidingen op te trekken naar 50 of 100 procent. Een meerderheid in het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse regering heeft die ambities toch nog aanzienlijk teruggeschroefd?

    Devreese: “Desondanks vind ik dat die politieke consensus het evenwicht in het decreet van 2003 onnodig verstoort. Het grootste gevaar is dat de deur op een kier wordt gezet voor steeds meer en uitsluitend Engelstalige masteropleidingen en dat we naar Nederlandse toestanden verglijden. Een cruciale vraag is of onze universiteiten worden gefinancierd om op de eerste plaats Vlaamse jongeren optimaal of te leiden of om – ook minder uitmuntende – studenten uit het buitenland aan te trekken.”

    De geplande versoepeling zal volgens u vooral leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal?

    Devreese: “Ja. Als masteropleidingen in het Engels worden gegeven, zullen gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal verloren gaan. Het loont dan ook steeds minder de moeite om Nederlandstalige handboeken te maken. Dat zal zich zelfs doorzetten tot op het niveau van het secundair onderwijs. Denkt u dat Italië, Duitsland of Frankrijk in hun hoger onderwijs niet zullen vasthouden aan de eigen taal? Afstappen van de regeling van 2003 getuigt volgens mij van een Vlaams gebrek aan zelfrespect.”

    Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zegt dat alleen de relevantie voor een opleiding het gebruik van een andere taal kan motiveren. Voor Europees en internationaal recht bijvoorbeeld is het Engels aangewezen, maar niet voor wie hier advocaat aan de balie wil worden. Smet zegt dat het Vlaamse hoger onderwijs niet mag doorslaan zoals in Nederland.

    Devreese: “Ik hoor het hem graag zeggen, want ongeveer 90 procent van de afgestudeerden van de Vlaamse universiteiten en hogescholen heeft een loopbaan in Vlaanderen. In Nederland verlopen naar schatting al 20 tot 30 procent van alle hogere opleidingen in het Engels. In Vlaanderen is dat 2 tot 3 procent en in Frankrijk nog minder. Een taal kent veel subtiliteiten en nuances. Dat sijpelt door in het onderwijs. Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies op drie vlakken. Veel docenten beheersen het Engels zelf onvoldoende. Vlaamse studenten krijgen het moeilijker om de leerstof goed op te nemen. En zoals gezegd, zijn te veel buitenlandse studenten die zich bij ons voor een masteropleiding inschrijven, relatief zwak.”

    Frank Fleerackers, decaan van de Rechtenfaculteit van de Hogeschool-Universiteit Brussel en VVA-voorzitter, waarschuwt dat achttienjarigen kunnen struikelen door een “dubbele taalsprong”: ze moeten het vakjargon van een opleiding leren en dat tegelijk in het Engels doen.

    Devreese: “Zijn bekommernis is heel terecht.”

    De versoepeling van het decreet van 2003 komt er net op een moment dat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering. Betreurt u dat?

    Devreese: “Mijn kritische houding is louter cultureel geïnspireerd. Ze staat los van politieke strekkingen of partijen.”

    Maar u vindt wel dat de Vlaamse regering op haar stappen moet terugkeren?

    Devreese: “Uit debatten met verantwoordelijken van het hoger onderwijs en de bedrijfswereld heb ik geleerd dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen als het gaat over het belang van het Nederlands als onderwijstaal en van het evenwicht dat er moet zijn wanneer voor opleidingen ook een andere taal wordt gebruikt. Maar de voorgestelde versoepeling dreigt vooral een hefboom te worden voor een verregaande en moeilijk omkeerbare verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. Daarom pleit ik voor het behoud van het decreet van 2003. Misschien vinden sommigen dat conservatief. Maar als iets goed is, moet je het niet veranderen.”

    Patrick Martens
    Uit: Knack
    25 augustus 2010

    Knack.be Nieuws, duiding en discussie

    Naar boven

  • Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens

    geschreven in de aanloop van het Congres van 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement

    In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels. Meer dan de helft van de masteropleidingen wordt in het Engels gegeven. Jan Roukens, bestuurslid van de Stichting Nederlands, houdt in De Kwestie een pleidooi tegen de afbreuk van het academische Nederlands en wijst op de risico’s. “Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat, als vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is”.

    ___________________

“Met de bedienden spraken wij Vlaams,” vertelt de Brusselse elite die het nog heeft meegemaakt. Bedienden sliepen onder de nok en werkten in het souterrain. Da­mes en heren woonden tussen zolder en kelder, en spraken Frans onder elkaar.

Vlamingen die wilden meetellen in dat goede België konden stude­ren, in het Frans. Nederlands was immers niet geschikt voor hoger onderwijs of wetenschapsbeoefe­ning.

Nederlandstalig onderwijs werd pas in 1932 toegelaten in de juridische faculteit van de Gentse universiteit.
Gevolg was dat de elites in België, ook de Vlamingen onder hen, tot na de Tweede Wereldoorlog Franstalig waren of werden. De gevolgen van deze nu onvoorstel­bare taal­discriminatie laten zich nog steeds voelen, in sociale ver­houdingen en in de politiek.
De Nederlandse taalrechten die de Vlamingen ruim een halve eeuw geleden na veel strijd ver­worven hebben, laten zij zich niet gauw afnemen.

Aan de Nederlandse universiteiten heerste een halve eeuw geleden onbedreigd het Nederlands.

Iedereen sprak Nederlands, ook docenten en studenten uit het buitenland, al waren dat er weinig. Nederlanders telden internationaal mee in de academische discipli­nes en het bedrijfsleven, zij ken­den drie andere moderne talen en werden daarvoor gewaardeerd. Na 5 eeuwen stapsgewijze ont­wikkeling van het Nederlands tot cultuur- en wetenschapstaal die zich kon meten met andere Euro­pese talen, werd eind vorige eeuw vrij plotseling een andere weg in­geslagen. Niet terug naar het La­tijn, maar vooruit naar het Engels.
Wat waren de motieven van de­genen die deze omslag bewerkten en waaraan ontleenden zij hun in­zichten? Waren het de managers, vaak oud-bedrijfsleiders of be­drijfseconomen, die de universi­taire colleges van bestuur gingen bemannen en de traditionele auto­riteit van de hoogleraren verdron­gen? De tijdgeesten heetten glo­balisering en privatisering, ook van het onderwijs. Neoliberalen spraken van het in de markt zetten van de universiteit die het product ingenieurs, artsen, juristen en doctorandussen leverde voor de wereldmarkt.
Een meerderheid van de politieke klasse gedoogde dit beleid, ook al was het in strijd met de wet en ook al moesten de banden met de Ne­derlandse samenleving losser worden.
Extreem voorbeeld is de universi­teit Maastricht. Maastricht hanteert de slagzin ‘En­gels, tenzij …’ en bagatelliseert het rapport ‘Neder­lands, tenzij …’ van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akade­mie van Wetenschappen). De uni­versiteit schrijft “op weg naar een internati­onale academie” te zijn: bestuur en beheer spreken er En­gels en ook docenten en studen­ten wor­den verondersteld Engels te spre­ken.

Men stelt geen vragen bij de kwa­liteit van het onderwijs dat onder druk staat als vrijwel alle betrok­kenen een taal gebruiken die de hunne niet is. Voor welke markt deze universiteit de vooral Ne­derlandse studenten klaarstoomt, is niet duidelijk. De meesten zullen in Nederland werk zoeken, en daar moeite hebben zich aan de taal aan te passen.

Steeds meer Nederlandse en Vlaamse culturele en weten­schappelijke organisaties maken zich zorgen en wensen dat het Nederlands helemaal terugkeert in de collegezalen.

Het is niet wenselijk dat Neder­landse universiteiten de toekom­stige intellectuelen opleiden in het Engels, om in Nederland in gebro­ken Engels of gebroken Neder­lands te functioneren. Help!... de dokter, de rechter of zelfs de mi­nister spreken een soort Engels, dat willen Nederlanders toch niet meemaken?

Studenten moeten daarom in ei­gen land in de eigen taal kunnen studeren en examens doen, ook al is dat anno 2008 niet meer het geval voor de meeste studierich­tingen in Nederland.

Ook ‘Europa’ moet zich zorgen maken over de voortvarendheid waarmee in Nederland het aca­demische Nederlands wordt afge­broken. Die ontwikkeling leidt tot culturele eenvormigheid en eenta­ligheid en staat haaks op het poli­tieke project ‘Europa’, en het soci­aal-culturele model dat Europa voor ogen staat met de nadruk op culturele en taaldiversiteit en meertaligheid. Als het Neder­landse voorbeeld in meer Euro­pese landen zou worden gevolgd, leidt dat tot voortschrijdende poli­tieke onlust en onrust.
(auteur: Jan Roukens)

Jan Roukens is bestuurslid van de stichting Ne­derlands. Hij is coördi­nator van het congres over ‘Ne­derlands in het hoger onderwijs en in de we­tenschap’, dat de stichting Neder­lands en de verenigingen NL-Term en Algemeen Neder­lands Verbond (ANV) op 10 okto­ber organiseren in het Vlaams Parlement in Brussel.

Deze opiniebijdrage werd eerder gepubliceerd in Transfer (www.transfermagazine.nl), het vakblad over de internationalisering van het hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Uit een inventariserend onderzoek dat Albert Oosterhof (UGent) vorig jaar uitvoerde in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland blijkt dat in Nederland in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven wordt. Aan de Vlaamse universiteiten is het aan­deel van het Engels (doorgaans) beperkter en het is over de voor­bije jaren ook hooguit in (relatief) beperkte mate toegenomen.

Bron: De Taalsector.be


Naar boven

  • De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement

    Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap?

    Albert Oosterhof, Willy Martin, Jan Roukens & Els Ruijsendaal (red.). (2010).
    Gent: Academia Press. X + 180 pagina’s -17 euro.

    De bundel behandelt de vraag hoe we om moeten gaan met de voertaal in ons hoger onderwijs. Moet de onderwijstaal zo veel mogelijk Nederlands blijven, mogen er ook andere talen een rol spelen, of moeten instellingen voor hoger onderwijs massaal overschakelen op het Engels? Welke keuzen moeten gemaakt worden ten overstaan van de taal waarin wetenschappelijke publicaties worden gesteld?

    Op 10 oktober 2008 werd over de onderwijstaal in het hoger onderwijs en in de wetenschap een congres gehouden in het Vlaamse Parlement in Brussel. De deelnemers werden verzocht hun bijdragen te publiceren en van de meesten kon een artikel worden opgenomen in deze bundel. Omwille van een totaalbeeld rond deze problematiek kregen in de loop van 2009 een aantal academici en anderen de gelegenheid bepaalde aspecten van de problematiek bijkomend  toe te lichten. Enkele bijdragen in dit boek zijn (bewerkte) versies van artikelen die al elders verschenen zijn. Bijdragen werden verzameld zowel uit Vlaanderen en Nederland als van buiten het Nederlandse taalgebied.

    De bundel omvat vier delen. In het eerste deel (De voertaal in ons hoger onderwijs: Stand van zaken en achtergronden) zitten twee artikelen waarin de resultaten worden besproken van recente kwantitatieve studies naar het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Vandenbussche bespreekt de studie van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, waarin een beeld wordt gegeven van de situatie in ons taalgebied. Oosterhof gaat in op de algemene relevantie van enquêteresultaten, waarbij hij ook enkele gegevens uit de ACA-studie die English-Taught Programmes in European Higher Education (Wächter & Maiworm 2008) presenteert.

    Het tweede deel (Nederlands of Engels?) bevat artikelen die antwoord geven op de vraag of ons hoger onderwijs en de wetenschap het Nederlands en/of het Engels als onderwijstaal moet gebruiken. Hierin zijn teksten opgenomen die vooral ook een bijdrage leveren aan de opinievorming over de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. In de eerste bijdrage, van Van Marle, worden de gevolgen van de ‘verengelsing’ besproken voor (de positie van) de Nederlandse taal in het algemeen en in het bijzonder onze standaardtaal. De wat kortere bijdragen van Devreese (wetenschapper) en De Cock (politicus) zijn in andere vorm eerder verschenen als opiniestukken in landelijke kranten. Beiden presenteren argumenten tegen de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. Ook in het essay van Von der Dunk staan kritische kanttekeningen bij deze ontwikkelingen. Hij brengt als nuancering aan dat er bepaalde vakken zijn waarvoor het begrijpelijker is dat cursussen in het Engels worden gegeven. Het gaat dan om vakgebieden die inderdaad in groten getale buitenlandse studenten trekken, of die uit de aard der zaak bij uitstek internationaal zijn.

    De bijdragen in het derde deel van de bundel  (De internationale context) plaatsen deze discussie over de onderwijstaal in een internationaal/Europees of intercultureel perspectief. Peeters bespreekt een aantal ontwikkelingen op het internationale toneel die illustratief zijn voor de invloed die het Engels heeft op andere talen, taalgebieden en culturen in Europa en de wereld. Zijn artikel biedt ook een overzicht van relevante internationale literatuur en onderzoeksprojecten ter zake. Arntz bekijkt de ontwikkelingen die internationaal leiden tot de verengelsing van het hoger onderwijs vanuit een Duits perspectief en bespreekt een aantal voorstellen en projecten die er juist voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Duitsers en Nederlanders hun eigen talen kunnen blijven gebruiken in communicatie op internationaal niveau. Van Keymeulen (taalkundige) betoogt dat internationalisering van de wetenschap en de dominantie van het Engels kunnen leiden tot verschraling en verlies aan internationale culturele diversiteit. Draaisma (psycholoog) en Celens (ingenieur) bespreken een aantal internationale ontwikkelingen in hun specifieke vakgebieden en de (deels) nadelige gevolgen van de opkomst van het Engels als voertaal.

    In het vierde deel van de bundel wordt de discussie toegespitst op maatregelen die in verschillende contexten genomen (moeten) worden als reactie op de ‘verengelsing’ en op verschillende scenario’s die zich in de toekomst voor kunnen doen. Martin bekijkt de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse wetenschappelijke vaktalen en brengt deze gevolgen in verband met functie- en domeinverlies van het Nederlands in het algemeen. Een aantal maatregelen worden voorgesteld die ons dichter kunnen brengen bij een ideale situatie voor het Nederlands als cultuurtaal in relatie tot wetenschappelijke vaktalen. Van der Horst gaat in op de vraag in hoeverre een taalsituatie beïnvloed kan worden door de inspanningen van taalverzorgers en taalpolitici. Zijn stelling is dat het wetenschappelijk gezien nog maar de vraag is of taalpolitiek effect heeft, een stelling die uiteraard relevant is voor de discussie over wat er moet gebeuren als reactie op de aanwezigheid  van het Engels in het hoger onderwijs. Vanneste presenteert in zijn bijdrage een discussie over het beleid dat aan een specifieke instelling, de Universiteit Antwerpen, gevoerd wordt in verband met de onderwijstaal. Sercu denkt na over de implicaties van een ruimer gebruik van het Engels als onderwijstaal op het niveau van het hoger onderwijs voor het secundair onderwijs. Els Ruijsendaal brengt een afsluitende bijdrage vanuit het perspectief dat de organisatoren van het congres in 2008 hadden. Vanuit die doelstellingen wordt een samenvattend overzicht gegeven van verschillende facetten die tijdens het congres in oktober 2008 en nu ook in deze bundel aan de orde zijn gekomen.

    Zie het Woord vooraf  tot  de bundel VII tot IX

    Deze bundel verscheen nagenoeg gelijktijdig met het Symposium in de Aula Jan Fabre U.A.
    op zaterdag 13 maart 2010 “Beter Engels of beter Nederlands? Taal in het hoger onderwijs”.


    Naar boven

  • Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs - 15-9-2009

    Open brief

    Antwerpen, 15 september 2009.


    Aan de Rectoren van de Vlaamse Universiteiten
    Aan de Algemene Directeurs van de Vlaamse Hogescholen

    Ter kennisgeving aan

    de Voorzitter van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen
    de Fractievoorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen in het Vlaamse Parlement


    Hooggeachte heer Rector,
    Hooggeachte heer/mevrouw Algemene Directeur,


    Het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) volgt al jarenlang de evolutie van het taalgebruik aan de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse hogescholen. Het was intensief betrokken bij de totstandkoming van het Structuurdecreet op het hoger onderwijs van 4 april 2003. Het kent de regelgeving van het hoofdstuk Taal en de artikels 90 over de bestuurstaal en 91 over de onderwijstaal.

    Daarbij heeft het VVA geconstateerd dat de regelgeving van art. 91 voor het gebruik als onderwijstaal in de hogere onderwijsinstellingen ruimschoots ruimte biedt voor internationalisering en tegelijkertijd het Nederlands honoreert als onderwijstaal.

    Sinds de toepassing van het decreet zijn er vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen stemmen opgegaan om die regeling van art. 91 zoals dat genoemd wordt te ‘versoepelen’. Om gehoor te geven aan die aspiraties heeft de onderwijsminister een informatieronde belegd om zeker van de normale adviesorganen voor het hoger onderwijs daarover een opinie en een advies te ontvangen. Wij kennen de adviesrapporten van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad. De onderwijsminister heeft wegens het einde van de legislatuur daaraan geen decretaal gevolg gegeven.

    Wij constateren dat vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen verder aangedrongen wordt op veranderingen in de huidige regelgeving van artikel 91 van het structuurdecreet.

    Wij verklaren hierbij met stelligheid dat wij de huidige regeling willen behouden en dat wij menen dat een verruiming van de regelgeving naar nog meer verengelsing toe in de initiële opleidingen in het hoger onderwijs geenszins de belangen van de universiteiten en hogescholen, noch die van de studenten noch die van de Vlaamse gemeenschap dienen.

    Wij menen dat de argumentatie zoals vervat in de adviezen van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad onvoldoende overtuigend zijn om aan de huidige regelgeving veranderingen aan te brengen.

    Wij willen daartegenover de constructieve argumentatie aanreiken zoals die vervat ligt in het  artikel van prof. emeritus dr. Erik Ponette TAAL HOGER ONDERWIJS EN INTERNATIONALISERING in de ‘Periodiek’
    van het Vlaams Geneeskundigen Verbond, jan-feb 2009 http://www.vgv.be/pdf/nper/Periodiek%20jan%20feb%20maa%202009.pdf
    Wij voegen de tekst van dit artikel als bijlage bij deze brief als intrinsiek deel uitmakend van ons schrijven.

    Opportunistische redenen om een regelgeving te bedingen naar meer verengelsing van de initiële bachelor- en mastersopleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs achten wij onaanvaardbaar. Wij verzoeken u daarom met aandrang de thematiek die hier aan de orde is opnieuw zorgvuldig te overwegen en dan daaruit de passende conclusies te trekken ten bate van het Vlaamse hoger onderwijs, zijn studenten en potentiële studenten en ten bate van de toekomst van onze Vlaamse volksgemeenschap. Het Nederlands heeft daarbij een veel hogere waarde dan wat u nu als dusdanig inschat.

    Wij houden ons aanbevolen voor verdere gedachtewisselingen en contacten rond deze voor ons bijzonder belangrijke thematiek.

    Wij richten dit schrijven aan u met de volledige steun van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV).

    Wij groeten u met onze bijzondere hoogachting

    Frank Fleerackers, Voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici,

    Ghislain Duchâteau, Ondervoorzitter en verantwoordelijke voor de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.

    namens het Hoofdbestuur en de Centrale Raad van het VVA

    Contact: Ghislain Duchâteau, Eendrachtlaan 3 – 3500 Hasselt
    Tel.: 011 22 86 25
    E-post: ghislain.duchateau@telenet.be

    Herinvoering Nederlands aan de universiteiten

    In de tekst worden enkele thema's aangeduid die tijdens het hierboven vermelde congres zullen worden ingeleid en bediscussieerd. Het congres zal worden besloten met een rondetafeldiscussie over stellingen, die aan het slot aan politici en beleidsfunctionarissen zullen worden voorgelegd.

    In veel studierichtingen is het in 2008 niet meer mogelijk aan een Nederlandse universiteit in het Nederlands af te studeren. Wie dat toch wil, studeert af in Vlaanderen. Enkele universiteiten zijn wat de latere studiejaren betreft volledig op Engels overgeschakeld, zoals de Landbouwuniversiteit en de
    technische universiteiten. De andere volgen op steeds kleinere afstand.

    De geleidelijke vernederlandsing van het hoger onderwijs in Nederland dat na drie eeuwen in de 19e eeuw vrijwel voltooid was, is in twee decennia teruggeploegd. Niet naar het Latijn maar naar het Engels. In Vlaanderen verliep het anders. Tot de emancipatie in het begin van de 20e eeuw werd het
    Nederlands in Vlaanderen niet toegelaten tot het hoger onderwijs. De overgang van Franstalig naar Nederlandstalig hoger onderwijs in 1930, ligt veel Vlamingen nog vers in het geheugen. Het prijsgeven van het Nederlands voor een andere taal ligt daarom gevoelig. Hoewel de argumenten voor verengelsing in Vlaanderen dezelfde zijn als in Nederland, zorgt deze gevoeligheid ervoor dat de verengelsing via regelgeving maar ook in de praktijk wordt weerstaan.
    Lees meer

    Naar boven

  • Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs

  • Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince

    Daarin staan o.m. als bijdragen: Woord vooraf De Verengelsing van het hoger onderwijs (red.), CVN-rapport over het Engels in het hoger onderwijs (Wim Vandenbussche), Waarom zou Nederlandstalig onderwijs niet goed zijn? (Ger Groot), Een kans met Nederlands. Engels doceren is helemaal niet progressief (Dirk De Cock), Meer Engels? Nee, meer Excellentie (Jozef T. Devreese), De taal is gans de wetenschap. Het neoliberalisme spreekt Engels (Marc Reynebeau), De lat hoog voor talen, ook in het hoger onderwijs (Frank Vandenbroucke) ...

    Naar boven

  • Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
    NV-A persbericht van 9-4-2008 - Politiek.net

    Een drietal maanden geleden kondigde Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) aan dat hij het onderwijsveld zou vragen om te onderzoeken of de taalregeling in ons hoger onderwijs aangepast moet worden. Zowel de VLOR als de VRWB gaven recent een omstandig advies. Beide organisaties pleiten voor een (beperkte) versoepeling van de huidige taalregeling. De studentenvertegenwoordigers (VVS) zijn op hun beurt erg voorzichtig in hun advies en namen dan ook een opmerkelijk minderheidsstandpunt in bij het VLOR-advies. Vlaams parlementslid Piet De Bruyn (N-VA) vraagt een parlementaire hoorzitting aan over deze gevoelige kwestie.
    Lees meer

    Naar boven

  • Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
    Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

    pdf-document



  • Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
    Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
    Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008


  • Leuven Engels ?

    ma, 10/03/2008 - 20:18 — Frank Fleerackers
    Vier decennia na Leuven Vlaams, veertig jaar na mei ’68, staat een Leuvens minister op de barricaden om de Engelse taal een breder forum te bieden in onze universiteiten. Vraag is hoever een gemeenschap in haar belangrijkste educatieve context afstand mag nemen van haar moedertaal? Dat de meeste Vlaamse docenten de Engelse taal onvoldoende machtig zijn, werd reeds meermaals geduid. Laat docenten goed Nederlands hanteren, geen dialect doch evenmin overwegend Engels of Frans, zodat ze studenten tot voorbeeld dienen. Eerst dus beter Nederlands, dan pas beter Engels, honni soit qui mal y pense.

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie - Onderwijs

    Naar boven

  • Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
    De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld

    26-2-2008

    Wetenschappers wereldwijd hebben de keuze: publiceren in het Engels of genegeerd worden. Het werk van onderzoekers die niet vloeiend Engels spreken wordt niet erkend, zeggen wetenschappers die oproepen tot een ander beleid.

    De meeste wetenschappelijke publicaties waarin wetenschappers hun onderzoek delen, zijn alleen in het Engels en eisen dat alle artikelen in het Engels worden aangeleverd. Ook tijdens wetenschappelijke bijeenkomsten is de voertaal meestal Engels. (JS/JPS)

    Daartegen rijst nu verzet...

    Naar boven

  • Uitdaging, fait accompli of blessing? De 4 auteurs melden zich aan als leden van de interparlementaire commissie Taalunie - twee Nederlandse parlementsleden en twee leden van het Vlaamse Parlement o.w. M. van Kerrebroeck, die voorzitter is van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement - 31-1-2008

  • Een vals dilemma, Ludo Abicht 24-1-2008

  • Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008

  • Het neoliberalisme spreekt Engels Marc Reynebeau 19-1-2008

  • Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese 21-12-2010

    Naar boven

  • De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams
    Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG

  • Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief,
    Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger op 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

    Naar boven

  • Ananasengels

    Het kan toch niet de bedoeling zijn om voor Vlaamse studenten het Engels als doceertaal te moeten kiezen om een paar buitenlandse Erasmusstudenten ter wille te zijn. Buitenlandse studenten of vorsers die langere tijd bij ons verblijven zijn overigens vaak vragende partij voor een opleiding in het Nederlands. Als ze de leszaal verlaten, staan ze immers in Vlaanderen en daar spreekt men Nederlands.
    Jacques Van Keymeulen,
    docent Nederlandse taalkunde UGent

    Lees meer

    Naar boven

  • 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
    L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…


    De positie van het Engels in de wereld wordt met de dag sterker.
    Sommige mensen denken daarom dat het genoeg is om alleen die taal als
    vreemde taal te leren: binnenkort kun je dan met bijna de hele wereld
    communiceren. Op de weblog ESL worden 46 argumenten gegeven waarom
    we toch ook nog andere talen zouden moeten leren: omdat er nog altijd
    vijf miljard mensen zijn die geen Engels spreken bijvoorbeeld, om
    concurrerend te kunnen zijn op de arbeidsmarkt, om je geestelijke
    universum uit te breiden, of om de kans te vergroten een zielsverwant
    te vinden. Geheel toepasselijk zijn alle 46 argumenten overigens in
    het Frans gesteld.
    Lees meer

  • "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"

    Naar boven




 
 
Thuispagina | Naar boven